Waarom gaan ongelovigen naar de hel?
Het antwoord hierop is minder simpel dan het lijkt. Het gaat hier niet om een God die boos is, of te trots, dat Hij niet aanbeden wordt door sommigen van ons. Het antwoord ligt iets complexer. Kort gezegd komt het er op neer dat de mens zonder innerlijk leidraad, stuurloos is, en is overgeleverd aan krachten, waar hij vanuit zichzelf geen zicht op heeft. Hij loopt zo het risico een speelbal van krachten te worden, waarbij een absoluut en consistent oriëntatiepunt ontbreekt waaraan getoetst kan worden met welke impulsen men te maken heeft, op ieder willekeurig moment. Kortom: het ontbreekt de mens zonder innerlijke geleiding aan feilloos onderscheid, die alleen God de mensen bieden kan.
Op deze manier loopt de mens, door het geloof in de innerlijke geleiding van God af te wijzen, een verhoogd risico verdwaald te raken in de verschillende krachten die werkzaam zijn in en om de geest. Zo kan het gebeuren dat de meer kwaadaardige vormen van deze krachten op den duur de overhand krijgen, en het licht van God op den duur zelfs totaal afgewezen wordt, waardoor de duisternis vrij spel krijgt, en hem tot zijn volgeling te maakt, zonder dat hij zich hiervan bewust is! De duisternis is verleidelijk, en werkt dan ook door middel van verleiding. Wie ervaring heeft met verslaving zal weten dat dit waar is; door middel van aanlokkelijke gedachten - die op het moment zelf eerlijk en waar lijken - zul je geleid worden naar hetgeen waaraan je verslaafd bent, om vervolgens, wanneer toegegeven is aan de verslaving, achter te blijven met weer een nieuwe dosis ellende. Wat zo verleidelijk was, bleek slechts een verraderlijke valstrik waar je met open ogen in getuind bent, voor misschien wel de duizendste keer bij wijze van spreken. Dit is slecht één van vele voorbeelden hoe het werkt.
Ongelovigheid zorgt ervoor dat dit alles ontkent wordt. Men ontkent door ongeloof zijn eigen nietigheid qua kennis op geestelijk gebied, en gaat leven met de overtuiging dat hij niets of niemand nodig heeft dan zijn eigen 'gezonde verstand', en ontkent dat er naast zijn 'gezonde verstand' meer is dan hij waarnemen kan, zich niet realiserende dat hij slechts beperkt is tot maar een klein deeltje van het geheel dat in verbinding staat met iets waarvan hij de onmetelijkheid niet bevatten kan.
Het gevolg hiervan zal zijn dat wanneer de duisternis over hem komt, hij zich niet tot God zal richten door middel van gebed of contemplatie, omdat hij dit mogelijk als een zwakte zal zijn gaan zien, en volslagen onzinnig. Zo valt hij steeds meer ten prooi aan kwaadaardige gedachten, die tot de meest hardnekkige geestelijke complexen kunnen leiden. Deze gedachten worden hem, van kwaad tot erger, op de meest vreemde manieren steeds meer vertrouwd; zijn ego gaat eraan wennen, en gaat zich er zijn eigen weg door banen, en dient niet God, maar de duisternis. Zo raakt hij verder en verder verwijderd van het Licht van God, totdat hij uiteindelijk niet eens meer weet wat liefde is, en de duisternis hem van binnenuit uitgehold heeft. De ziel is dan, zuiver als het ooit was, dood. God bestaat niet langer voor hem, en hij ook niet langer voor God, want God kan de duisternis niet zien, omdat Licht geen duisternis waarnemen kan zonder er zelf deel van te worden. Het moet van twee kanten komen. God vraagt ons ook ons deel te doen. Doen wij dit niet, dan kan God ook niets voor ons doen. Hier ligt de keerzijde, die iedereen zich realiseren moet, van de vrije wil.
En zo belandt de door de duisternis gegrepen ongelovige dan uiteindelijk in de hel. Gaandeweg al voelbaar in het leven zelf, en na de dood definitief. De hel is letterlijk de dood van binnenuit. Dit is de reden dat ongeloof tot de hel leidt.
Geldt dit dan per definitie voor iedere ongelovige?
Nee, dit lijkt niet waarschijnlijk. Maar het is wel zeer waarschijnlijk dat het ongelovige leven uiteindelijk niet zal brengen wat men in het diepst van zijn wezen vervuld wilt zien, en stuurloos wordt. Het kan heel lang 'goed gaan', maar een crisis is welhaast onvermijdelijk (vaak op middelbare leeftijd, maar zeker niet alleen dan). Werkelijke vervulling vind men niet zonder God in zijn leven. Er zal altijd een leegte zijn, een gapend gat in het bestaan. Men voelt ergens, dat er iets niet klopt, maar kan er de vinger niet op leggen. Het zal van verscheidene factoren afhangen in hoeverre dit de mens tot de duisternis leidt. Denk hierbij aan de sociale kring, familieomstandigheden, zelfbeeld, geschiedenis; kortom persoonlijke omstandigheden zullen de mens al dan niet meer of minder vatbaar maken hiervoor. Maar gezegd kan worden dat het risico in grote mate verhoogd is. Veel meer dan men zich kan en wil realiseren.
Het is vaak voor mensen een grote stap dit voor zichzelf te erkennen. Immers, het ongeloof is nogal eens het resultaat van het verleden, waarin men zich niet geleid voelde en afkeer heeft ontwikkeld naar het geloof. Toch is het vanuit dit licht bekeken misschien niet geheel onverstandig de dingen nog eens in heroverweging te nemen, en je af te vragen waar je het nu allemaal voor doet, en met wie en wat. Wat wil je in je hart nu eigenlijk het liefst? Wil je vrede of crisis? Wil je vreugde of pijn? Hemel of hel? De keuze is aan jou.