CREATERREUR Karina Meerman:
Nederlandse huisvlijt heeft een nieuw niveau bereikt. Dacht ik dat een gebreide molen in de voortuin het absolute toppunt van spuuglelijkheid was (met dank aan mijn buurvrouw achter), blijkt er nog iets duisters te spelen in de wereld van de crea’s: vlak voor de kerst bevolken zij het dorp met lege kinderen. De crea’s zijn vrouwen met te veel tijd, die zij vullen met het bijwonen van cursussen, waarin zij met andere rusteloze vrouwen leuke dingetjes maken. Hindeloopen schilderen, merklappen borduren, hangplanten macrameeën, het zijn alle bezigheden van de crea. In de laatste tien jaar hebben zij echter een sprong gemaakt naar geavanceerder producten en technieken. Het vrij onschuldige theezakjes vouwen maakte plaats voor elementair modulair origami. Bloemschikken is lang niet meer met slechts biologische producten en de gemiddelde crea sluit de cursus af met een asymmetrisch grafstuk. Kaarten kopen is uit den boze, die maken ze alle zelf om ze vervolgens te beplakken met voorgestanste goede wensen. Van lood vouwen de crea’s mensfiguren voor in de vensterbank en van chemisch bewerkte lappen maken ze kindhoge poppen, de kant-en-klare gezichtjes besponst met goudverf. Het kenmerk van al deze creaproducten is niet zozeer de lelijkheid, maar de uniforme nietszeggendheid. Het zijn kopieën, een echo van iets dat ooit mooi was en nu te grabbel is gegooid, als een uitgerangeerd designmeubelstuk bij Leen Bakker. Uit de producten blijkt nauwelijks passie of inspiratie. Ook het schrijversvak moet eraan geloven. Poëzie is proza in korte zinnen en alles is goed zolang het emotionele worden bevat. De cursussen kosten de rusteloze vrouwen een vermogen, maar het houdt ze bezig en heel af en toe komt er daadwerkelijk iets mooi uit, waarvan een vervormde kopie vervolgens binnen zes maanden in alle creahuiskamers en –voortuinen is te vinden. Want werden de resultaten tien jaar geleden binnenshuis gehouden, nu dragen ze alles naar buiten. Voortuinen worden bevolkt door van mos en wilgen gebouwde pauwen en reigers, de voordeur is verscholen achter geverfde dakpannen, vissende mannetjes van openhaardblokken en de spijkerbroek-gevuld-met-planten. Vooral dat laatste is een onheilspellend ding. Een half mensenlichaam zit bij de voordeur en waar ooit een bovenlijf was, groeit nu schildersverdriet. De pijpen van de broek zijn gestoken in klompen, die overgroeit raken met mos. Het is een overblijfsel, een omhulsel, een restant van wat was. De lege spijkerbroek heeft hoogstwaarschijnlijk geleid tot het nieuwste, creaproduct: het lege kind. De nonchalante voorbijganger ziet een kind van een jaar of drie, vier, buiten voor het raam op een stoeltje staan. Het kijkt naar binnen, met de wantjes tegen het glas, alsof het buitengesloten is en geen sleutel bij zich heeft. Het is te klein om bij de deurbel te kunnen. Je hoopt vluchtig dat de ouders snel opendoen, want het is koud en zo’n hummeltje voor het raam wekt toch medelijden op. Wanneer je voorbij het kind bent en nog een keer omkijkt zie je plots dat het geen gezicht heeft. Het capuchonnetje is leeg en waar je blozende winterwangen verwacht, is duisternis. Het kind is vertrokken en er staat een leeg omhulsel voor het raam. Ik vraag me af wat voor boodschap de crea’s hiermee willen uitdragen. Ongetwijfeld is het lege kind bedoeld om een huiselijke sfeer op te roepen. Gezellig, een kind dat tijdens het buitenspelen naar binnen kijkt. Een leuke manier om de te kleine kleertjes van je kroost een tweede leven te geven. Deze ontvanger krijgt echter een hele andere boodschap binnen: leegte is verheven tot een kunst en niemand die er nog van schrikt.
http://www.deining.org/index_c.html 