Héél vroeger was er iemand die Nicolaas heette
En die Nicolaas was altijd heel aardig voor iedereen
Al hij jarig was, nodigde hij altijd iedereen uit op het feest
En iedereen kreeg lekker eten en drinken van hem.
Naast die Nicolaas woonde de schoorsteenveger Piet, met zijn zonen.
En die zonen waren ook schoorsteenveger.
Een schoorsteenveger veegt met een borstel het zwarte roet uit de
schoorsteen op het dak.
Die borstel wordt 'roe' genoemd, omdat je daarmee de zwarte roet
uit de schoorsteen veegt.
En roe is een afkorting van roet, net zoals ma van mama een afkorting is
En omdat de zwarte roet ook op de kleding en in het gezicht van de
schoorsteenveger ging zitten, noemde de mensen hem al gauw
'Zwarte Piet'. En dat vond de schoorsteenveger wel een leuke naam
voor zichzelf; "want", dacht de schoorsteenveger, "een luie
schoorsteenveger wordt niet zo zwart van het roet en nu kunnen de
mensen gelijk zien dat ik een goede schoorsteenveger ben".
Nu waren Nicolaas en Piet goede buren en ze kwamen vaak bij elkaar
op visite en dan dronken ze chocolademelk en aten daar dan nootjes bij.
Eh,... ik bedoel natuurlijk pepernoten; want in die tijd was dat een
lekkernij.
Op een van die avonden dat Nocolaas en Piet weer gezellig bij elkaar
op visite kwamen, kreeg Nicolaas een geweldig idéé. "Als ik weer jarig
ben, wil ik iedereen uitnodigen; maar dan bedoel ik ook iedereen; ook
de mensen die in Nederland wonen en dan geef ik iedereen een kado'tje"
"Kan dat wel allemaal in jouw huis, is jouw huis wel groot genoeg?"
vroeg Piet aan Nicolaas.
"Néé, daar heb je gelijk in, al die mensen passen nooit in mijn huis"
antwoordde Nicolaas.
"Maar ik kan wel naar de mensen toe gaan". "Dat is een goed idéé" zei Piet.
"Ik ga wel gezellig met je mee en dan kan ik gelijk helpen om de kado'tjes
te dragen. Ik vraag ook of mijn zoons willen meehelpen".
Nicolaas vond dat een leuk plan. "Hè gezellig zo met z'n allen" zei Nicolaas.
En Nicolaas maakte een dansje van plezier.
Alle mensen die van zijn plan hoorde, wilde hem een bijzonder
verjaardagskado geven, maar wat moet je geven aan iemand die zelf altijd
van alles weg gaf. "Als we hem een kado geven, dan geeft hij het toch weer weg",
zeiden de mensen. Toen kreeg men een idéé, "We geven hem een titel, zoals:
Baron, Prins of Ridder". "Maar daar zijn er al zoveel van, dat is zo gewoon",
zeiden de andere dan. Néé, het moet iets bijzonders zijn. "Laten we hem Sint
noemen", zei iemand. "Ja, Sint Nicolaas!" riepen de andere mensen in koor.
En vanaf die tijd werd Nicolaas, Sint Nicolaas genoemd.
Om niemand in Nederland te vergeten, worden alle namen van kinderen en
van grote mensen in een groot boek geschreven. En dat boek heeft Nicolaas,
eh, ik bedoel natuurlijk Sint Nicolaas, altijd bij zich als hij naar Nederland komt
om zijn Sint Nicolaas verjaardagsfeest te vieren.
Toen op een avond Sint Nicolaas en Zwarte Piet met zijn zonen, aan het
ganzeborden waren, zei Sint Nicolaas tegen Zwarte Piet. "Ik vind Sint Nicolaas
zo deftig klinken; net zoiets als Burgemeester of Koning; ik wil gewoon
Sinterklaas genoemd worden, dan kan iedereen, ook de allerkleinste kinderen
mijn naam goed onthouden".
"Dan mag iedereen mijn zonen ook Zwarte Pieten noemen", zei Zwarte Piet
En vanaf die dag mag je ook Sinterklaas tegen Sint Nicolaas zeggen.
En Zwarte Piet en zijn zonen maakte weer een dansje van plezier.