Uitspraak van verwijderd op maandag 31 maart 2014 om 08:52:
dagelijks lolletje
Acinonyx jubatus staat erom bekend enorm beperkt te zijn in genetische diversiteit.
Na een bottleneck event blijven weinig individuen over van een soort, door geologische gebeurtenissen die de soort tot de rand van uitsterving drijven.
De overgebleven exemplaren starten dan een nieuwe populatie, terwijl de genenpoel drastisch gereduceerd is in diversiteit.
Dus cheeta's, in dit geval, stammen allemaal af van de individuen die als resultaat van die bottleneck overbleven.
Inteelt speelt dan natuurlijk een rol, maar cheeta's bestaan nog steeds, ondanks dat die bottleneck ergens tijdens de laatste ijstijd plaatsvond, in de Quaternary periode.
Zo'n bottleneck gebeurtenis kwam ook voor bij onze soort.
De Toba catastrofe bijvoorbeeld; zo'n 70 duizend jaar geleden.
Een enorme vulkaanuitbarsting die een wereldwijde winter inluidde die ongeveer 10 jaar duurde, en een afkoel-periode veroorzaakte voor de daarop volgende 1000 jaar.
Deze super-eruptie (en de gevolgen daarvan) wordt gelinkt aan de reductie in onze populatie in dezelfde periode, toen er op het laagste punt slechts een paar duizend individuen overbleven.
Je kunt dit nog zien als je de genenpoel bekijkt van mensen tegenwoordig; iedereen stamt af van die paar duizend exemplaren, en dit is globaal, dus dat was echt het randje vd afgrond voor onze soort.
Zo'n bottleneck is geen eenmalige gebeurtenis en er waren waarschijnlijk meerdere van dit soort extreme reducties in de grootte van de globale populatie.
Dus wetenschappelijk gesproken is het helemaal niet raar wat dat plaatje hierboven belachelijk probeert te maken.
Mensen hebben een vrij geringe genetische diversiteit.
De vrouwelijke lijn van alle huidige mensen is terug te leiden naar 1 enkel individu die naar schatting zo'n 140 duizend jaar geleden leefde.
In andere woorden; de meest recente vrouwelijke voorouder van alle mensen die nu leven is één persoon die in de wetenschap de Mitochondriale Eva genoemd wordt.
Het is in de evolutie sowieso niet zo dat een hele soort ontstaat uit een andere soort.
Je hebt te maken met genetische mutaties die in individuen voorkomen en doorgegeven worden op een volgende generatie, maar het is niet zo dat soort A in zijn geheel ontwikkelt tot soort B.
Het zijn individuen van soort A die bepaalde genen doorgeven die (kunnen) leiden tot het vormen van een nieuwe familie, die gerelateerd is aan A.
Die vervolgens een ander evolutionair pad zou kunnen nemen, terwijl A als soort gewoon blijft voortbestaan.
Dus veranderingen vindt je in de individuen, die hun genen doorgeven en wel of niet kunnen leiden tot een diversificatie, wat wel of niet zou kunnen leiden tot een nieuwe soort, na vele generaties.
Een deel van een soort kan afgesloten worden van de rest van de soort, misschien door het opbreken van een continent, of het ontstaan van een zee, of een andere natuurlijke barrière die de groep opsplitst.
Alle afstammelingen van groep B hebben dan in die oorspronkelijke, afgezonderde groep een gemeenschappelijke voorouder.
Je moet dan ook bepalen wanneer een soort 'nieuw' is; wanneer is er sprake van een ondersoort en wanneer niet (oftewel; wat noem je bijvoorbeeld een mens en wat is geen mens).
Het idee dat een soort terug te leiden is tot een paar of zelfs tot een enkele gemeenschappelijke voorouder is deel vd theorie van evolutie.
Dus ik vind het altijd btje vreemd als voorstanders van evolutie creationisten op dit punt aanvallen.
Sorry voor de ehm.. serieuze reactie op wat meer bedoeld was als lolletje.. maar voel me geroepen om te reageren op dit soort misconcepties.