Uit de VS komen vanaf het begin signalen die erop wijzen dat de voordelen voor de Nederlandse industrie flink tegen zullen vallen. Dit terwijl de voorgespiegelde miljardenorders juist cruciaal waren in het besluit om nu al voor de JSF te kiezen. Met de inkt van het contract net droog, verschenen augustus vorig jaar de eerste berichten in de militaire pers over Amerikaanse bezuinigingen op de JSF. De luchtmacht had gesuggereerd te willen korten op het onderzoeksbudget van de JSF. Na een kleine storm door het Pentagon besloot de luchtmacht alsnog voldoende geld vrij te maken. Het ligt voor de hand dat de komende jaren opnieuw aan de poten van de JSF gezaagd zal worden. In Afghanistan en Irak zijn de afgelopen twee jaar voor het eerst onbemande vliegtuigen ingezet, zowel voor spionagedoeleinden als voor bombardementsvluchten. In Jemen liet de CIA een auto met vermeende terroristen opblazen door een met Hellfire-raketten uitgerust onbemand vliegtuigje. Sindsdien figureert de ‘UCAV’ (Unmanned Combat Aerial Vehicle) prominent in de defensiebladen. Het ‘ouderwetse’ gevechtsvliegtuig met piloot zal niet direct bij de vuilnis worden gezet, maar krijgt de komende jaren zeker grote concurrentie. De JSF zal daar waarschijnlijk het meest last van krijgen.
Van de elf miljard dollar die de Nederlandse industrie zou gaan verdienen aan de bouw van onderdelen voor de JSF is tot nu toe weinig terecht gekomen. De teller staat momenteel op 95 miljoen dollar. Hoewel belanghebbenden verzekeren dat de bulk van de orders pas komt als de eerste bestellingen worden geplaatst, is het tekenend dat op Stork en Philips na, amper een bedrijf positief is over het verloop. Thales Nederland – het voormalige HSA, tevens Nederlands grootste wapenproducent – heeft tot nu toe geen enkele order ontvangen. (

) Ook de veelgenoemde technologische innovatiekracht die van het wapenproject uit zou gaan is beperkt en vooral eenrichtingsverkeer. De Amerikanen halen graag de nieuwste snufjes uit het buitenland binnen, zonder zelf iets prijs te geven. De technologische winst voor het Nederlandse bedrijfsleven is vooral te danken aan een ruimhartige overheid die de ‘JSF-industrie’ met enkele honderden miljoenen euro’s steunt.
Dat dat een inefficiënte besteding van overheidsgeld is, berekende het Centraal Planbureau al in oktober 2001. Een onderzoek voor het Amerikaanse parlement liet afgelopen zomer zien dat Canada en Italië als deelnemers veel beter uit de bus komen dan de Nederlandse industrie. Dat zou deels te wijten zijn aan de geringe politieke ruggesteun die men tot dan toe vanuit Den Haag kreeg, maar niet minder aan de gemakszuchtige houding van het bedrijfsleven zelf. Het hoofd van de luchtvaartafdeling van “een bekend Nederlands bedrijf” (lees: Philips) wordt als volgt geciteerd: “Het is de verantwoordelijkheid van Lockheed Martin om ons werk te bezorgen”. Ook klaagt men over voortrekkerij van Amerikaanse concurrenten. De komende maanden, als de definitieve werkpaketten vastgesteld worden, zal blijken welke uitgangspositie de Nederlandse industrie alsnog heeft weten te veroveren.
Noorwegen, dat ook heeft ingetekend voor de JSF, heeft het geduld al eerder verloren. In januari maakte het bekend naast de JSF ook weer met het concurrerende Eurofighter consortium te onderhandelen. De Noren tonen zich ontevreden over het uitblijven van substantiële orders voor hun industrie. Een rapport van de Amerikaanse Rekenkamer GAO, waarschuwt de Amerikaanse regering op te passen voor groeiende ontevredenheid. Bevoordeling van Amerikaanse bedrijven boven buitenlandse zou tot het uitstappen van bepaalde landen kunnen leiden. Duitsland, Zwitserland en België laten juist zien dat niet betalen ook lonend kan zijn. Zonder deelname aan de JSF zijn bedrijven daar evengoed in de race voor orders!
Naast de industriële tegenvallers zijn er uiteraard grote morele bezwaren tegen de aankoop van een nieuw gevechtsvliegtuig. De enige taak die de opvolger van de F-16 logischerwijs zal krijgen is het uitvoeren van luchtgevechten en bombardementen tijdens militaire interventies, net zoals dat de afgelopen jaren gebeurde met F-16's in Servië en Afghanistan. In plaats van haantje de voorste te zijn als het gaat om militaire oplossingen voor politieke problemen, zou Nederland beter kunnen kiezen voor een meer diplomatieke, bemiddelende rol. Temeer nu Nederlands belangrijkste militaire bondgenoot, de VS, steeds meer een militair-politieke ramkoers vaart.
Net als de F-16 zal de JSF ook toegerust worden voor het vervullen van Nederland's nucleaire taak, die het als lid van de NAVO op zich heeft genomen. De kernbommen die nu op Volkel opgeslagen liggen, kunnen in de toekomst onder de JSF gehangen worden. Ook omstreden zijn de Amerikaanse plannen om de JSF met laserwapens uit te rusten. Tegen deze blindmakende wapens wordt al jaren campagne gevoerd, ondermeer door het Rode Kruis. Niettemin neemt het aantal militaire programma’s dat gebruik maakt van laserwapens de laatste tijd hand over hand toe.