Daar sta ik dan, een achttien jarig meisje. Nooit reis ik met de trein, en nu vind ik mezelf totaal verdwaald op het station van Den Bosch. Wetende waar ik heen wil, mijn eindbestemming, Aalten, maar op dit moment hopeloos op zoek naar mijn goede perron.
Gelukkig staat een stukje van mij vandaan een conducteur. Ik vraag hem dan ook of dit mijn trein naar Arnhem is. Dat is het niet maar deze rijd wel naar Nijmegen dus die kan ik ook nemen. Meteen schiet ik in de stress, ik heb heel braaf mijn reis op internet opgezocht en in mijn lijstje komt geen Nijmegen voor. Ik bedank de conducteur vriendelijk en ga verder met mijn zoektocht naar mijn perron. Na een paar minuten vind ik hem. Gelukkig heb ik nog wat tijd over zodat ik even een sigaretje tegen de stress kan roken. Al rokend hoor ik een dame tegen haar telefoon praten, schijnbaar gaat het op haar werk niet goed en is ze opzoek naar een nieuwe woonruimte. Bij wie ze haar hart lucht zal ik nooit weten.
Mijn trein is er nog niet en dus plant ik mezelf op een bankje neer. Ik hoor hoge hakken aankomen, toch niets beters te doen blijf ik luisteren tot de volgende dame in beeld komt. Ook deze is tegen haar telefoon aan het kletsen, zij is wel vrolijk. Waarschijnlijk tegen een vriendin verteld ze dat ze net van de kapper afkomt en dat het nu totaal anders is. ‘Het staat me fantastisch’ hoor ik haar zeggen. Niet wetende hoe het er eerder uitzag denk ik bij mezelf dat het er nooit veel verschrikkelijker heeft kunnen zijn dan nu.
Eindelijk is mijn trein er. Toch een beetje angstig stap ik in, biddend dat dit de juiste trein is. Ik heb een plekje gevonden en zit rustig om me heen te kijken. Vlak nadat de trein begint te rijden hoor ik alweer een dame tegen haar telefoon praten, vertellend dat ze in de trein zit en er dus zo is. Ik heb geen idee waar ze heen gaat maar ik hoop Arnhem, dan zit ik goed.
Schuin voor me zit een jongen in een auto tijdschrift te bladeren en te kijken naar auto’s die hij waarschijnlijk toch nooit kan betalen. Ik vraag me af wat er in zijn hoofd omgaat.
Dan bedenk ik me hoe heerlijk mijn leven eigenlijk is: ik woon in een mooi huis, heb geen afschuwelijk nieuw kapsel en geen onbereikbare dromen. Het enige waar ik me druk over maak is de juiste trein hebben. Ik zak lekker onderuit en denk ‘als dat alles is, vind ik mijn bestemming wel.’
219 opmerkingen
heb geen afschuwelijk nieuw kapsel en geen onbereikbare dromen. Het enige waar ik me druk over maak is de juiste trein hebben. Ik zak lekker onderuit en denk ‘als dat alles is, vind ik mijn bestemming wel.’
beetje raar stukje dit
hmm ik reis zelf regelmatig met de trein en ik moet zeggen dat je zo nu en dan wel is wat meemaakt, maar dat is op geen enkele manier terug te vinden in deze collumn. Hij gaat nergens over, heeft geen clou en is op een manier geschreven die me doet denken aan een les nederlandse poezië op de middelbare school. Oftewel monotoom en saai...
het ging om een wijf en om stress welke kant je op gaat het einde ik snapt dr geen zak van
als je nah zegt wat eenf acking lekkerwijf en vraag aan ahar of ze ook die kant op gaat ga je dr bij zitten
dus? de boodschap is dat jij tevreden bent met je leven?
wie zegt dat de anderen dat niet zijn?
wie zegt dat de anderen dat niet zijn?


























