
Op een keer gaf de zevenkoppige reus Delbegen aan de hommel het volgende bevel: "Steek ieder levend wezen dat je ontmoet, proef van wie het vlees het beste smaakt, en kom me dat vertellen."
De hommel gehoorzaamde en vloog over de aarde. Hij stak ieder levend wezen dat hij ontmoette: de hond, de kat, de tijger, het paard, het varken, de haan, de koe, het hert en ook de mens. "Ik proef het al!" zong de hommel. "De mens smaakt het beste. Mensenvlees spant de kroon!"
"Alsjeblieft, beste hommel, vertel het niet aan Delbegen," riepen de mensen. "Hij zal ons allemaal verslinden!"
Maar de hommel trok zich daar niets van aan en bleef zingen: "Mensenvlees spant de kroon! Mensenvlees spant de kroon!"
"Genoeg!" riep de dappere Saartak-Pai. Hij greep de hommel bij zijn vleugels en rukte hem snel zijn tong uit zijn keel. Zonder tong kwam de hommel terug bij de zevenkoppige reus Delbegen.
"Van wie heeft het vlees de beste smaak?" brulde de reus. De hommel had zijn tong verloren en kon niets anders uitbrengen dan: "M-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m-m!" En tot op de dag van vandaag is daar geen verandering in gekomen.