
Omgaan met vooroordelen:
Vooroordelen opsporen
Vooroordelen zijn niet op feiten gebaseerde uitspraken of houdingen. Om ze op te sporen, dient u dus feiten te scheiden van interpretaties. Hiervoor is de 'cameramethode' zeer geschikt. Alles wat niet met een videocamera kan geregistreerd worden, behoort niet tot de feiten, maar berust op eigen interpretaties.
Een eenvoudig voorbeeld: de camera registreert dat er op uw afdeling vier allochtonen werken. De uitspraak 'Op mijn afdeling werken vier allochtonen' is een feit. Uitspraken zoals 'Op mijn afdeling werken wel vier allochtonen' of 'Op mijn afdeling werken maar vier allochtonen' geven een interpretatie weer. 'Wel' of 'maar' zijn niet door de camera te registreren.
U kunt deze camera telkens boven halen om in uitspraken van mensen feiten van interpretaties te scheiden.
Neem nu de uitspraak 'Met allochtonen kun je geen afspraken maken'. Misschien is het inderdaad moeilijk om met sommige allochtonen afspraken te maken. Maar wanneer de camera op dé (dus alle) allochtonen wordt gericht, zult u merken dat met de meeste allochtonen wél afspraken kunnen gemaakt worden. De uitspraak is een veralgemening: op basis van enkele (eenzijdige) ervaringen worden kenmerken toegeschreven aan ieder lid van een bepaalde 'groep'. Er is dus sprake van een vooroordeel.
Wanneer u de cameramethode toepast, let dan op het juiste gebruik ervan:
neem een volledig beeld op: baseer u niet alleen op de (weinige) eigen ervaringen
zorg voor een scherp en correct beeld: kijk verder dan uw eigen neus
-----------------------------------------------------------
Omgaan met vooroordelen:
Vooroordelen bespreekbaar maken
Wanneer u met de cameracontrole een vooroordeel op het spoor bent gekomen, staat u stil bij de ideeën waaruit het vooroordeel is opgebouwd. Dat kan op de volgende wijze:
Formuleer het vooroordeel als een 'zij zijn…' uitspraak. Ontdek het onderliggende idee in een emotionele uitspraak. Schrijf de verkregen zin(nen) op.
De uitspraak 'Buitenlanders profiteren van de sociale zekerheid' wordt zo herschreven als 'Ze (de buitenlanders) profiteren van de sociale zekerheid'.
Herschrijf de zin nu zo dat degene die ze uitspreekt meer verantwoordelijkheid opneemt voor zijn of haar uitspraak:
'Ik vind dat buitenlanders profiteren van de sociale zekerheid.'
Ga nu na of de persoon in kwestie het daarmee echt eens is:
'Profiteren buitenlanders echt van de sociale zekerheid?'
Toets de ideeën aan de feiten:
'Wie aan het stelsel bijdraagt en aan een aantal voorwaarden voldoet, heeft recht op uitkeringen. Omwille van een aantal nationaliteitsvoorwaarden blijven er nog steeds enkele beperkingen op de rechten van buitenlanders op sociale voorzieningen…'
Op deze manier kunt u het vooroordeel rationeel weerleggen, maar dat is nog maar het begin
-----------------------------------------------------------
Omgaan met vooroordelen:
Vooroordelen weerleggen
U heeft het vooroordeel rationeel al kunnen weerleggen, maar daarmee is de basis van het vooroordeel nog niet weggenomen. De meeste vooroordelen hebben namelijk een sterk gevoelsmatige component: onder de bewering 'Ze zijn crimineel' zit waarschijnlijk het gevoel 'Ik ben bang voor hen'.
Gevoelens verander je niet zomaar. Om een verandering mogelijk te maken, kunt u de collega met vooroordelen laten nadenken over de volgende vier lastige vragen (voorbeelden gebaseerd op de bewering: 'Ze zijn crimineel'):
Blijf stilstaan bij de gevoelens: Ben ik bang? Waarom?
Ga na waar die gevoelens vandaan komen: Welke ervaringen heb ik al meegemaakt? Hoe staan familie en vrienden tegenover allochtonen…?
Analyseer zo rationeel mogelijk uw huidige gevoelens: Zijn deze gevoelens redelijk, rekening houdend met uw situatie, ervaringen, eigen gedrag…? Of zijn ze gebaseerd op oude angsten of op 'van horen zeggen'?
Formuleer voor uzelf uitdagende maar haalbare objectieven: de persoon in kwestie wordt nu vrijwel zeker geconfronteerd met zijn of haar eigen 'onredelijkheid'. De gevoelsmatige kant van het vooroordeel kan nu stap voor stap worden afgebouwd, door aan ieder onredelijk negatief idee of gevoel een concrete gedragsverandering te koppelen.
Voorbeelden: Nu eens niet de straat oversteken als u twee gekleurde tieners ziet afkomen. Eens als eerste goedemorgen zeggen tegen de nieuwe Turkse collega…
Let wel: misschien heeft de negatieve houding van de collega in het verleden al voor wantrouwen gezorgd bij de (allochtone…) collega. Het is dus zaak het genomen initiatief lang genoeg vol te houden en niet bij de eerste mislukking te zeggen 'Zie je wel'.
Als personeelsverantwoordelijke kunt u alleen maar proberen de collega met vooroordelen te ondersteunen in het aanpassen van zijn of haar houding en gedrag en deze daarin te stimuleren.
Haal er iets uit men. Knibbel!!!!