Vanaf het moment van innesteling gaat de bevruchte eicel groeien door middel van celdeling. Rond dag 6-7 nestelt de delende bevruchte eicel zich in de wand van de baarmoeder. Het feit, dat de bevruchte eicel voor dag 6/7 nog niet is ingenesteld in de baarmoederwand, wil niet zeggen, dat een drug in die periode geen effect heeft op die bevruchte eicel. Hoewel de drug misschien niet direct de bevruchte eicel kan bereiken, kan het wel de omgeving aantasten, waarin de bevruchte eicel zich moet ontwikkelen. Een drug kan de eileiders aantasten, zodat de bevruchte eicel niet in de baarmoeder kan komen. Een drug kan er ook voor zorgen dat de baarmoederwand nog niet goed genoeg is voor de bevruchte eicel, om zich er in te nestelen. Er is tijdens de hele zwangerschap geen veilige periode om drugs te gebruiken. Het vergroot altijd de kans op problemen bij de ontwikkeling van het kind.
Vanaf het moment van innesteling begint de zogenaamde organogenese. Dit is een periode van ongeveer 4 weken, waarin de belangrijkste organen van het kind worden gevormd. Van hersenen, hart en nieren tot ogen en oren. Zelfs het gebit wordt al aangelegd, en na 7 weken heeft de baby al handen, voeten, vingers en tenen. Tijdens deze periode wordt ook de placenta of moederkoek ontwikkeld.
De placenta is een orgaan, dat zorgt voor het contact tussen de moeder en het kind. De placenta heeft contact via de baarmoederwand met de moeder, en via de navelstreng met het kind. Het zorgt ervoor, dat voedingsstoffen en zuurstof van het bloed van de moeder naar het bloed van het kind kunnen worden gebracht. Ook zorgt het ervoor, dat afvalstoffen en CO2 van het bloed van het kind naar het bloed van de moeder worden gebracht. De placenta zorgt ervoor, dat dit gebeurt zonder dat het bloed van het kind in direct contact komt met het bloed van de moeder. Er zit een barrière in de placenta, die sommige stoffen wel doorlaat en veel andere stoffen niet. Sommige drugs en alcohol zijn in staat door de barrière van de placenta van de moeder naar het kind te gaan. Zo kan het druggebruik van de moeder de ontwikkeling van het kind beïnvloeden.
Bij een kind in de baarmoeder is alles nog in ontwikkeling, zo ook het vermogen van het afbreken van schadelijke stoffen (zoals drugs) tot stoffen die gemakkelijk uitgescheiden kunnen worden. Het kind is door de nog niet voltooide ontwikkeling van de organen niet in staat om in dezelfde mate de drugs af te breken als de moeder. Het effect van de drugs is daarom ook veel heftiger. Hierdoor kan zelfs een geringe hoeveelheid drugs, dat de moeder als weinig beschouwt, leiden tot een abnormale ontwikkeling van het kind, met eventueel de dood van het kind tot gevolg.
Tijdens de zwangerschap zijn vooral de eerste paar weken een hele belangrijke periode. Alles wat in deze periode fout gaat heeft (ernstige) gevolgen voor het kind. Het kan leiden tot ernstige misvormingen of zelfs tot de dood van het ongeboren kind, omdat bijvoorbeeld een belangrijk orgaan als het hart niet goed is ontwikkeld. Na de eerste paar weken (embryonale periode) zijn alle organen ontwikkeld. Daarna groeien ze alleen nog maar (foetale periode). Langzamerhand beginnen ze hun functie uit te voeren. De hersenen en het zenuwstelsel ontwikkelen zich gedurende de hele zwangerschap en ook nog erna. Tot week 40 groeit de foetus uit van een embryo naar een levensvatbaar kind.