Oeps, protocol 1 is verre van volledig hehe. Hier de rest:
3. leder mens streeft naar de heerschappij; iedereen zou graag dictator worden, als hij er de kans toe
zag en slechts weinigen zijn bereid hun eigen belang aan het gemeenschappelijk welzijn op te
offeren.
4. Wie heeft de roofdieren, die men mensen noemt, in toom gehouden? Wie heeft hen tot nog toe
geleid? Vanaf het begin van de sociale orde hebben zij zich onderworpene aan het ruwe en blinde
geweld; later aan de wet, dat niets anders is dan datzelfde geweld, alleen in anderen vorm. Ik trek
hieruit de conclusie, dat volgens de natuurwet het recht in het geweld ligt.
5. De politieke vrijheid is geen feit, alleen maar een idee. Men moet dit idee kunnen verwerkelijken,
zodra men de volksmassa door het lokaas van een denkbeeld op zijn hand moet brengen, indien zij
de bedoeling hebben om de heersend partij omver te werpen. Dit vraagstuk is gemakkelijk op te
lossen, als de tegenpartij haar macht put uit het idee van vrijheid - het zogenaamd liberalisme - en
ter wille van dit idee iets van haar macht prijsgeeft. Op dat ogenblik zal onze leer triomferen zodra
de teugels van het bewind zijn los geraakt, dan worden ze krachtens de natuurwet direct door andere
handen gegrepen, omdat het blinde geweld van de massa geen dag zonder leider kan; de nieuwe
macht treedt dan eenvoudig in de plaats van de vroegere macht, die door het liberalisme van zijn
kracht werd beroofd. In onzen tijd is de macht van het goud in de plaats gekomen van de
heerschappij der liberale regeringen. Er was echter een tijd, dat men aan God geloofde.
6. Het vrijheid-idee is niet te verwerkelijken, want niemand is in staat om er het juiste gebruik
van te maken. Men behoeft het volk slechts korte tijd zichzelf te laten regeren en het zelfbestuur
verandert al heel gauw in teugelloosheid. Van dit ogenblik af ontstaan er twisten, die spoedig tot
sociale oorlogen leidden; de staten gaan in vlammen op en hun hele grootheid valt tot as ineen.
7. Of een staat zich nu al uitput onder de werking van zijn eigen schokken of dat zijn binnenlandse
twisten hem aan vreemde vijanden overleveren, in ieder geval kan hij als reddeloos verloren worden
beschouwd: hij is in onze macht. De heerschappij van het kapitaal, dat geheel in onze handen is,
komt hem dan voor als een reddingsboei, waaraan hij zich goedschiks of kwaadschiks moet
vastklampen, wil hij niet ten onder gaan.
8. Wanneer iemand volgens liberaal standpunt zulke overwegingen voor immoreel zou houden, dan
vraag ik hem: Als iedere staat twee vijanden heeft een in zijn eigen boezem en een vreemde, en
wanneer het hem veroorloofd is om zonder enige morele consideratie tegen een vreemde vijand alle
strijdmiddelen te gebruiken, b.v. door hem de aanval- en verdediging plannen niet bekend te maken
of hem 's nachts of met overmachtige strijdkrachten aan te pakken, waarom zo - vraag ik – zouden
we zulke middelen, tegenover de veel gevaarlijker vijand die de sociale orde en de welstand
verstoort, immoreel zijn?
9. Kan iemand met gezond verstand hopen om de volksmassa's met succes te leidde door vermaning
of overreding, wanneer aan het volk, dat slechts oppervlakkig denkt, de vrijheid tot tegenspraak is
gegeven, die - ofschoon zij zinloos is - het volk verleidelijk voorkomt?
10. Deze mensen laten zich uitsluitend leidde door hun bekrompen verlangens, hun bijgelovige
beschouwingen, hun gebruiken en overleveringen en hun intuïtieve principes; zij zijn de speelbal
van de strijdende partijen, die zich zelfs tegen de verstandigste. Overeenkomst zouden verzetten.
11. Iedere beslissing van de massa hangt van toevalligheden af, ze heeft geen flauw begrip van de
geheime kunst der politiek, neemt daardoor heel dwaze beslissingen en legt zodoende de kiem van
de anarchie in de regering.
12. Politiek heeft met moraal niets gemeen, Een heerser, die zich door de moraal laat leidden,
handelt niet politiek en zijn gezag berust op zwakke grondslagen. Wie heersen wil moet gebruik
maken van list en huichelarij. Hoogstaande eigenschappen van een volk, zoals oprechtheid en
rechtschapenheid, zijn in de politiek alleen maar een zonde, want zij stoten de koningen
gemakkelijker van hun troon dan zelfs de machtigste vijand. Zulke eigenschappen mogen dan al
kenmerken van het volk zijn, wij echter mogen ze in geen geval tot richtsnoer nemen
13. Ons recht ligt in het geweld. Het woord recht is een leeg, ondefinieerbaar begrip. Het zegt
alleen maar : Geef mij, wat ik wil, opdat ik daardoor kan bewijzen dat ik de sterkere ben,
14. Waar begint het recht, waar eindigt het? In een staat, waar de macht slecht georganiseerd is,
waar de wetten en de regering ten gevolge van de talloze rechten, die het liberalisme in het leven
heeft geroepen, onmachtig zijn geworden, vind ik een nieuw recht: namelijk door mij volgens het
recht van de sterkere op de hele bestaande rechtsorde te storten en ze omver te werpen, de hand op
de wetten te leggen, alle instellingen om te vormen en de baas te worden over hen, die aan ons hun
rechten - die zij zich door geweld hadden verschaft - hebben overgedragen en van hun macht
vrijwillig - uit liberalisme - afstand hebben gedaan.
15 Terwijl tegenwoordig alle machten wankelen zal onze macht sterker zijn dan elke andere, omdat
zij zolang onzichtbaar zal blijven totdat zij door geen enkele list meer kan worden ondermijnd.
16. Uit het voorbijgaande kwaad, dat wij nu moeten stichten, zal het goede te voorschijn komen van
een onwankelbare regering, die de regelmatige loop van het nationale leven, wiens raderwerk door
het liberalisme werd verstoord, zal herstellen. Het doel heiligt de middelen. Laten wij bij onze
plannen minder aandacht besteden aan het goede en het zedelijk hoogstaande dan aan het
noodzakelijke en het nuttige.
17. Voor ons ligt een plan, waarop - zoals bij een krijgsplan - de weg is aangegeven dien wij niet
mogen verlaten zonder gevaar te lopen het werk van eeuwen in de war te sturen
18. Om tot ons doel te geraken moeten wij de gemeenheid de veranderlijkheid en de
wankelmoedigheid van de massa begrijpen en haar onbekwaamheid om de voorwaarde van haar
eigen bestaan en haar eigen welvaart in te zien en te waarderen. Men moet inzien, dat het volk niet
oordelen kan en dan weer naar rechts, dan weer naar links luistert. Een blinde kan een blinde niet
leidde zonder hem in de afgrond te storten. Daarom kunnen de uit het volk omhoog geklommen
afstammelingen van het gepeupel, al zijn ze ook nog zo begaafd, door hun gebrek aan inzicht en
gevoel voor de hoge politiek, de menigte niet leidde zonder de hele natie in het verderf te storten.
19. Alleen een persoonlijkheid, die van jongs af aan voor de alleenheerschappij is opgevoed, kan
de woorden begrijpen die uit het politieke alfabet worden gevormd
20. Een volk, dat aan zichzelf, dat wil zeggen aan de parvenu's uit zijn midden, is overgelaten, stort
zich, door de twist van naar de macht hongerende partijen en de daaruit voortkomende wanorde, in
het verderf. Is het de massa mogelijk, om rustig en zonder kleingeestige jaloezie te oordelen of de
landszaken te behartigen, die niet met persoonlijke belangen verward moeten worden? Kan zij zich
weren tegenover vreemde vijanden? Dat is onmogelijk. Een plan, dat in even zoveel stukken wordt
gescheurd als de massa koppen telt, verliest zijn uniformiteit; het wordt onbegrijpelijk en
onuitvoerbaar.
21. Alleen een onafhankelijk heerser kan zijn breed opgezette plannen volvoeren en invloed
uitoefenen op het raderwerk van de staatsmachine. Daaruit volgt, dat de regering van een land, wil
zij nuttig en succesvol zijn, alleen in de handen van één enkele verantwoordelijke man mag
berusten. Zonder absoluut despotisme is er geen beschaving, zij is niet het werk van de massa, maar
alleen van haar leider, wie deze ook mag zijn
22. De massa is barbaars en zij bewijst dit bij iedere gelegenheid. zodra de massa de vrijheid tot
zich trekt, verandert deze al heel gauw in anarchie, die de hoogste trap van het barbarendom is.
23. Zie deze door de alcohol versufte en door het wijn genot stompzinnig geworden dieren, die het
recht hebben verworven om onbeperkt te zuipen gelijktijdig met de vrijheid, wij niet mogen dulden,
dat diegenen onder ons tot dit lage niveau afdalen.
24. De volkeren zijn door de alcohol versuft, versuft is hun jeugd door de studie van de klassieken
en door vroegtijdige uitspattingen, waartoe ze door onze handlangers in de rijke huizen, zoals b.v.
huisonderwijzers, dienstbode, opvoedsters, door onze handelsbedienden en ook door onze vrouwen
in de orde van vermaak worden verleid. Tot de laatsten reken ik ook de dames van gezelschap, die
de liederlijkheid en de luxe van die vrouwen vrijwillig nabootsen.
25 Ons parool is: geweld en arglist. Uitsluitend het geweld zegeviert in de politiek, in het bijzonder
dan, als zij verborgen is in het voor een staatsman onontbeerlijk talent. Geweld moet de basis zijn,
list en huichelarij regel voor de regeringen, die niet geneigd zijn haar kroon aan de
vertegenwoordigers van de een of andere nieuwe macht te verliezen.
26. Dit euvel is het enige middel om tot het doel, tot het goede te geraken. Daarom mogen wij ons
niet laten afhouden van omkoping, bedrog en verraad, zodra dit voor ons doel dienstig kan zijn. In
de politiek moet men de ander zijn eigendom zonder dralen afnemen, als men dit door middel van
onderwerping en macht kan bereiken. Onze staat, die de weg van de vreedzame, verovering volgt,
zal bewerkstelligen, dat de verschrikkingen van de oorlog worden vervangen door de minder
opvallende, maar met de veel meer afdoende terechtstellingen, die voor de instandhouding van de
terreur, als middel om tot het doel van de blinde gehoorzaamheid te geraken, noodzakelijk zal zijn.
Rechtvaardige, maar onbuigzame gestrengheid is het belangrijkste machtsmiddel van een staat.
27. Niet alleen ter wille van ons eigen voordeel, maar ter wille van onzen plicht om de overwinning
weg te dragen, moeten wij aan het principe van geweld en arglist vasthouden. Deze op berekening
berustende leerstelling is net zoo krachtig als de middelen waarvan zij zich bedient. Niet alleen door
deze middelen, maar ook door de niets ontziende gestrengheid van onze leer zullen wij zegevieren
en alle regeringen aan onze opperheerschappij onderwerpen. Het besef, dat het onbuigzaam zal zijn,
is voldoende om iedere weerspannigheid te doen ophouden.
28. Wij waren de eersten, die het volk eenmaal de woorden vrijheid gelijkheid en broederschap
toewierpen, woorden, die sindsdien zoo dikwijls door onwetende papegaaien werden nagebrabbeld,
die, door deze lokstem van overal vandaan werden aangetrokken als de welvaart van de
wereld, de ware persoonlijke vrijheid, die eens zo goed tegen de druk van het gepeupel beschermd
was, alleen maar verstoorden. Mensen, die zichzelf voor verstandig, hielde, beseften de verborgen
zin van deze woorden niet, voelde niet de tegenstrijdigheid daarin. Zij zagen niet, dat er in de natuur
geen gelijkheid is, dat de natuur de ongelijkheid van het verstand, van het karakter, van het vernuft
in afhankelijkheid van haar wetten heeft geschapen. Deze mensen hebben niet begrepen, dat de
massa een blinde macht is, dat de door haar gekozen parvenu's in de politiek net zoo blind zijn als
de massa zelf, dat de ingewijde, ook als hij een domkop is, regeren kan, terwijl de niet ingewijde, al
is hij een genie, van de politiek niets begrijpt. Dit alles is de niet-ingewijde ontgaan.
29. Op deze grondslagen berustten intussen de dynastieke regeringen. De vader droeg de geheimen
van de politiek aan zijn zoon over en zo dat zij zelfs aan de andere leden van de regerende familie
niet bekend werden, opdat niemand het geheim zou verraden. In de loop der tijde ging de betekenis
van de mondelinge overdracht der staatskunst verloren en dit verlies droeg tot het succes van onze
zaak bij.
30. Onze slagwoorden vrijheid, gelijkheid en broederschap brachten met behulp van onze geheime
agenten hele legioenen in onze rijen, die onze slagen met geestdrift droegen.
Intussen waren deze woorden de wormen, die aan de welvaart knaagde, terwijl zij overal de vrede,
de rust en de eensgezindheid verstoorde en de grondslagen van de staten ondermijnde. Wij zullen
later zien, dat dit tot onze zegepraal heeft geleid. Onder andere maakte dit het ons mogelijk de
belangrijkste troef uit te spelen, namelijk de privileges te vernietigen, die een levensvoorwaarde zijn
van de niet-ingewijde adel en die de enige bescherming vormen, die de naties tegenover ons
hebben.
31. Op de puinhopen van de bloed- en geslacht-adel hebben wij de adel van het vernuft en het geld
opgericht. Tot het voornaamste kenteken van deze nieuwe aristocratie verklaarde wij de rijkdom,
die van ons afhankelijk is en de wetenschap, met onze wijzen die de richting bepalen.
32. Onze zegepraal werd overigens nog gemakkelijker gemaakt door de omstandigheid, dat wij in
de omgang met de mensen, die ons onontbeerlijk toeschenen, en altijd de gevoeligste kanten van de
menselijke geest beroerden, zoals bijvoorbeeld de ontvankelijkheid voor weldaden, berekening,
begeerte en onverzadigbaarheid in de materiële behoeften; elk van deze menselijke zwakheden is
geschikt om de energie te verstikken, terwijl hierdoor de wil van de mensen dienstbaar wordt
gemaakt aan hen, die hen van hun energie beroven.
33. Het begrip vrijheid maakte het mogelijk om de massa's er van te overtuigen dat de regering
alleen maar de rentmeester is van de eigenaar van het land, dus van het volk zelf en dat men dezen
bestuurder even gemakkelijk kan verwisselen als een paar afgedragen handschoenen.
De afzetbaarheid van de volksvertegenwoordigers bracht deze in onze macht; hun verkiezing
hangt van ons af.
En omdat ik in een goede bui ben, en dit vandaag de dag wel erg actueel is, hier een gratis bonusprotocol:
PROTOCOL 2
(Economische oorlogen)
1. Voor onze doeleinde moet het tot elke prijs vermeden worden, dat door oorlogen land wordt
gewonnen; iedere oorlog wordt dus op het economisch terrein overgebracht en de volkeren zullen
de macht van onze overheersing erkennen. Deze stand van zaken levert de tegenstanders uit aan
onze internationale vertegenwoordigers, die over miljoenen ogen beschikken, welke door geen
landsgrenzen worden tegengehouden. Dan zal ons internationaal recht het nationale recht terzijde
stellen en de volkeren net zo beheersen als het burgerlijk recht in de verschillende staten de
betrekkingen tussen de onderdanen onderling regelt.
2. De ambtenaren, die wij met inachtneming van hun geschiktheid tot slaafse gehoorzaamheid -
zullen uitzoeken, moeten van de hogere staatskunst niets begrijpen. Op deze wijze zullen ze
gemakkelijk tot pionnen in ons schaakspel kunnen worden gemaakt en zullen ze geheel afhankelijk
zijn van onze wijze en geniale raadgevers, die van jongs af aan werden opgevoed om de hele wereld
te regeren. zoals U inmiddels weet, hebben deze vakmensen van ons de kennis van de regeerkunst
geput uit onze politieke plannen, uit de lessen van de geschiedenis en uit de studie van alle
opmerkenswaardige gebeurtenissen.
De volkeren trekken uit de historie geen praktisch nut, maar zij laten zich leiden door de zuivere
theoretische kennis, die zij zich eigen hebben gemaakt en die niet werkelijk tot resultaten kan
leiden. Wij behoeven ons om degenen die niet tot onze gelederen behoren niet te bekommeren.
Laten zij nog maar een tijdje voortleven in de hoop op een nieuwe toekomst of in de herinnering
aan de vergane glorie. Laten zij zichzelf maar wijs maken, dat het geloof aan de theoretische
wetten, dat wij hun ingepompt hebben, van de grootste betekenis is.
Tot dit doel versterken wij ononderbroken door middel van onze pers het blinde vertrouwen in deze
wetten. De intellectuelen zullen trots op hun kennis zijn en haar net zoo toepassen als onze
vertegenwoordigers hun wijs maken, met de bedoeling hun geest te leiden in de richting. Die voor
ons noodzakelijk is.
3. Gelooft U maar niet, dat onze beweringen slechts holle frasen zijn. Kijkt U maar eens naar het
succes, die Darwin, Marx en Nietzsche ons opgeleverd hebben. De ontbindende invloed van deze
leerstellingen moeten ons tenminste duidelijk zijn.
4. Het is voor ons noodzakelijk om met de ideeën. karakters en de moderne geestesrichtingen van
de volkeren rekening te houden teneinde noch in de politiek noch in de regering fouten te begaan.
Ons systeem, zal aangepast moeten worden aan de geaardheid van de verschillende volkeren,
waarmee wij in aanraking komen, dan alleen zal het succes hebben, als de praktische toepassing
uitgaat van de resultaten, die uit het verleden en tevens uit het heden voortkomen.
5. In de hedendaagse staten is de pers een grote macht waarmee men de openbare mening beheerst.
Haar taak is het, te wijzen op de zogenaamde noodzakelijke eisen, en bekendheid te geven aan de
klachten van het volk, om ontevredenheid op te wekken en tot uitdrukking te brengen.
6. De pers belichaamt de zogenaamde vrijheid. Maar de staten hebben er geen kans toe gezien zich
deze macht ten nutte te maken en dus is zij in onze handen gevallen. Door de pers verwierven wij
onzen invloed. maar bleven daarbij toch op de achtergrond.
7. Dank zij de pers hebben wij in onze handen het goud opgehoopt, ofschoon ons dit stromen van
bloed en tranen in onze gelederen kostte. Ieder offer van onzen kant weegt voor god (satan) echter
even zwaar als duizenden offers van de overige mensheid.
En tot slot toch ook nog even deze:
PROTOCOL 4 (Materialisme vervangt Religie)
1. Iedere republiek doorloopt verschillende ontwikkelingsfasen. De eerste komt overeen met de
eerste dagen van razernij van een met blindheid geslagen mens, die naar rechts en links waggelt.
De tweede fase is die van de demagogie, waaruit de anarchie ontstaat; deze leidt tot het despotisme
en niet naar een wettig, door verantwoordelijkheid gebonden despotisme, doch naar een despotisme,
dat verborgen en onzichtbaar, maar toch voelbaar is. Het staat in het algemeen onder leiding van een
geheime organisatie, die des te gewetenlozer handel, als zij in het verborgen werkt met
verschillende agenten, wier veelvuldige wisseling niet alleen onschadelijk, maar bovendien ook
voordelig is, omdat dit de organisatie ontheft van de besteding van haar geldmiddelen ter beloning
van langjarige diensten.
2. Wie en wat zou een onzichtbare macht ten val kunnen brengen? Juist hierin ligt de kracht van
onze heerschappij. De zichtbare vrijmetselarij heeft slechts ten doel, onze bedoelingen te verbergen.
Het krijgsplan van onze onzichtbare macht, ja zelfs haar zetel zullen voor de wereld altijd onbekend
blijven.
3. De vrijheid zou onschadelijk kunnen zijn en in de staten, zonder gevaar voor de welvaart der
volkeren, kunnen worden toegepast, indien zij zou berusten op het geloof aan God en de
broederschap van de mensen en indien zij zich verre zou houden van het denkbeeld van de
gelijkheid, welke in strijd is met de wetten der schepping, waarin het principe van de
ondergeschiktheid is vastgelegd. Door zulk een geloof beheerst, zou het volk onder toezicht
van de geestelijkheid vreedzaam en bescheiden aan de hand van zijn zielenherders verder gaan en
zich onderwerpen aan de door de Goddelijke voorzienigheid getroffen verdeling van de aardse
goederen. Om deze reden moeten wij onvoorwaardelijk het geloof verwoesten, het fundamentele
bewustzijn van God en de Heiligen Geest uit de ziel van de Christenen rukken en het geloof
vervangen door materiële overwegingen en behoeften.
4. Om de volkeren geen tijd te laten tot nadenken en beschouwingen moeten wij hun gedachten
afwentelen op handel en bedrijf. Dan zullen zij slechts op hun eigen voordeel bedacht zijn en
daarbij de gemeenschappelijke vijand niet opmerken.
5. Maar om de vrijheid van de volkeren volledig te kunnen ontbinden en vernietigen, moet men de
speculatie tot fundament van de nijverheid maken; zodoende zullen de schatten, die de nijverheid
aan de bodem onttrekt, niet in handen van de industriëlen blijven, maar door speculatie in onze
zakken vloeien.
6. De verbitterde strijd om de macht in het economisch leven zal een ontgoochelde, koude en
harteloze samenleving in het leven roepen. Deze samenleving zal absoluut afkerig zijn van de
hogere staatskunst en van de godsdienst. De zucht naar het goud zal haar enige leidraad zijn. Met
het goud zal ze een waren eredienst uitoefenen wegens de materiële voordelen, die het verschaffen
kan. Dan zullen de onderste klassen van de samenleving in onzen strijd tegen de intellectuele
klassen - onze concurrenten in de strijd om de macht - ons volgen, niet om goed te doen, zelfs niet
om rijkdommen te veroveren, maar uitsluitend en alleen uit haat tegen de bevoorrechten
Voor wie dit terrein wil onderzoeken: dit is de Bijbel van de complottheorie! Onmisbare kost, en zeer schokkend, maar ook boeiend!