Uitspraak van verwijderd op zondag 17 april 2011 om 19:35:
Moses (lees : Akhenaton)
Akhenaton is de zoon van farao Amenhotep III Mozes was niet de zoon van de farao maar kwam uit de stam Levi
en mozes is ook nooit farao geweest
Exodus 2
10 En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
zo kwam Mozes bij de farao
Net als veel jongeren, bezat Mozes ook veel ijver. Helaas een ijver zonder verstand. De tijd van God was nog niet aangebroken. Dat verstond Mozes niet ondanks het feit dat hij "onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren". Mozes dacht dat zijn broeders hem wel zouden begrijpen, dat God door hem verlossing zou bewerken (Handelingen 7:23-25). Maar hij had geen geduld om op God te wachten. dat kennen wel meer mensen. Maar dat gaat altijd verkeerd. Zo ook met Mozes. Nu was Mozes toch geen 'jonge knul' meer. Nee, hij was een volwassen man geworden. Maar dat hielp Mozes ook niet.
"Het kwam in zijn hart om zijn broeders, de zonen van Israël te bezoeken" (Handelingen 7:23-24). Ongetwijfeld had datgene, wat hij van zijn ouders geleerd had, hem zodanig beïnvloed, dat hij bij zijn eigen volk ging kijken. Niet dat hij aan het hof geleerd had, dat die verachte Hebreeërs zijn broeders waren, laat staan dat juist hen beloften gegeven waren (Genesis 15:13).
Exodus 2
22 Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
en als hij farao zou zijn zou hij zich geen vreemdeling voelen in een vreemd land
Hebreeën 11
24 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao's dochter genoemd te worden;
25 Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;
Het was dus geen tijdverlies, die veertig jaar achter de schapen in de woestijn. Mozes leerde naar God te luisteren.
en het schijnt dat farao Merenptah de opvolger van Ramses ll was tijdens de uitocht
Het was ook onder Merenptah dat de Hebreeërs massaal uit Egypte wegtrokken. De in de bijbel vernoemde uittocht (ofwel exodus). Het is dan ook dat op een van de stelés, opgericht ter meerdere glorie van Merenptah, er gesproken wordt over het land Israël. De stele heet dan ook soms Israëlstele, maar meestal Stele van Merenptah
Handelingen 7
31 Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem,
32 Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.
Exodus 3
16 Ga heen, en verzamel de oudsten van Israël, en zeg tot hen: De HEERE, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob, zeggende: Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht, en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan;
17 Daarom heb Ik gezegd: Ik zal ulieden uit de verdrukking van Egypte opvoeren, tot het land der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten; tot het land, vloeiende van melk en honig.
en Abraham, Izak, Jakob leefden dus voor Mozes en hadden God al