Mooi zeg. Al die PVV'ers jammeren politiekproces ditdat, allemaal bevoorrechte rechters, linkse aanklagers, OM niet te vertrouwen. Wilders weer puik werk geleverd

In zijn streven om wantrouwen te zaaien onder zijn "minder getalenteerde" aanhang is ie weer volop geslaagd. Volgens Wilders kan je politiek niet vertrouwen, bestuurders niet, ambtenaren niet, publieke omroep niet, banken niet en de rechtsmacht niet

Alleen Wilders is de ware, de man die het "echte Nederlandse" volk vertegenwoordigd en de enige die je kan vertrouwen

Grappig om te zien dat het hem nog lukt ook. Al die wantrouwende Nederlanders die met de oogjes open in de truukjes van Wilders trappen
Rechtspraak Wilders ondermijnt vertrouwen
Rechters reiken zelf munitie aan
Door: Kustaw Bessems & Merel van Leeuwen
Gepubliceerd: zondag 24 oktober 2010 21:42
Update: gisteren 11:46
Geert Wilders wil het gezag van rechters onderuit halen. Met foute beslissingen en defensieve reacties helpen de rechters hem een handje.
Het patroon is inmiddels al te bekend: er zijn problemen met integratie, Wilders gaat tekeer, de rest is verontwaardigd en Wilders lijkt de enige die de problemen erkent.
Of: klimaatonderzoekers maken fouten, de PVV verklaart iedereen die gelooft dat de aarde door toedoen van de mens opwarmt voor gek, anderen schieten de wetenschappers te hulp en de PVV is de kampioen van de sceptici. Dezelfde riedel is op te schrijven over ontwikkelingssamenwerking. Over cultuur. Over media. Of over de gevestigde politiek. En sinds het rampzalig verloop van het Wildersproces óók over de rechterlijke macht.
Geert Wilders had al iets tegen de zittende rechters voordat hij zelf werd vervolgd. ‘Als je die rechters hun zin geeft, hanteren ze het D66-verkiezingsprogramma’, zei hij tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 2008. ‘Ze geven strafregels voor verkrachting en een taakstraf voor een dubbele moord.’ Het is maar één voorbeeld. Uit een sleuteltoespraak van de PVV-leider, over de twee Nederlanden die hij ziet. Het ene Nederland is dat van de elite. Het andere, aldus Wilders, is ‘mijn Nederland’.
Toen het proces tegen Wilders begon, was dan ook duidelijk – en rechters hadden zich hierop kunnen voorbereiden – dat het voor Wilders een aanval op de rechterlijke macht zou worden. Wilders was uiteraard liever niet vervolgd, maar nu dat toch gebeurde, kon het definitieve beuken beginnen op het laatste bastion van de elite.
Van de rechters die betrokken waren bij Wilders’ zaak werd dus een uitmuntend en onberispelijk optreden gevraagd. In plaats daarvan hebben zij hem munitie geleverd. Om te beginnen met de beslissing van het gerechtshof in Amsterdam dat het Openbaar Ministerie Wilders móest vervolgen, ook al zag het niets in de zaak. Ook als dat besluit terecht was, had het hof kunnen volstaan met een sobere, zakelijke toelichting. Maar het schreef een politiek getint pamflet tegen Wilders, dat de verdachte in sommige passages al schuldig verklaarde.
Vervolgens hebben de rechters die de zaak-Wilders inhoudelijk behandelden niet gekozen voor een magistratelijke houding, maar waren ze – vooral voorzitter Jan Moors – losjes en slordig: Moors hóefde Wilders niet te verwijten dat die het debat mijdt, hij hóefde geen begrip te tonen voor een dame die Wilders’ fi lm Fitna weigerde te zien.
Daar bovenop kwamen twee echte fouten. Raadsheer Tom Schalken, medeverantwoordelijk voor het bevel tot vervolging, ging tijdens een diner in discussie met een getuige van de verdediging. En de rechtbank stond vervolgens, tegen vast rechtsgebruik in, niet toe dat die getuige hierover zou worden gehoord.
Er is dus harde kritiek mogelijk op deze rechters, evenals harde zelfkritiek ván de rechterlijke macht. Maar in het koor van critici komt niemand boven Wilders zelf uit. Zíjn negatieve kwalifi caties zijn er echter niet alleen na fouten, maar na elke beslissing die hem onwelgevallig is. Al helemaal aan het begin van het proces stelde Wilders dat ‘het rechtssysteem in Noord-Korea beter is’.
Toen hij het koud had in de rechtszaal vergeleek hij die met ‘de Goelag Archipel’. Voordat hij kwaad was op de rechters, was hij boos op het Openbaar Ministerie, want dat ‘keek je niet eens aan’. Tot het OM vrijspraak eiste.
En als Wilders zijn tevredenheid uitspreekt over de wrakingskamer die hem in het gelijk heeft gesteld, vergeet hij voor het gemak dat ook die wordt bevolkt door de rechters waar hij al jaren tegen ageert.
Vorige week zei Wilders zelfs dat, als hij wordt veroordeeld, hij ‘miljoenen mensen niet ongelijk kan geven als zij een bijl zetten aan de wortel van wat toch heel belangrijk is in Nederland, de onafhankelijke rechter’.
Wilders is op zo’n moment niet alleen een ontevreden verdachte. Hij is óók leider van de derde politieke partij van het land. En zijn kritiek valt samen met zijn politieke agenda: ‘de vrijheid van rechters aan banden leggen’, zoals het in zijn verkiezingsprogramma staat.
Voor de rechters is het hierdoor moeilijk zich te verweren: zij bijten van zich af omdat ze geen inmenging van de politiek willen, maar kunnen dat niet te veel doen omdat zij daarmee ook iets zeggen over de verdachte Wilders, die aan hun oordeel is overgeleverd.
Sommige rechters ontkennen eenvoudig de – toch in het oog springende – miskleunen. Het is ‘een stukje beeldvorming’, zegt de president van het hof in Amsterdam. Rechters moeten gewoon beter met de camera leren omgaan, vindt de voorzitter van de rechtersvakbond.
Anderen lukt het niet de media te bespelen zoals Wilders en diens advocaat Bram Moszkowicz. De president van de Hoge Raad, Geert Corstens, houdt in Buitenhof een afgewogen verhaal – mét zelfkritiek – maar alleen zijn bezwaren tegen het ‘ondermijnen van de rechtsstaat’ door Wilders halen het nieuws. En dus zal ook hij op velen als probleemontkenner overkomen.
Zo, met fouten en deels defensieve reacties, helpen de rechters Wilders om de weg vrij te maken voor maatregelen die hun onafhankelijkheid verkleinen.
Zoals het invoeren van minimumstraffen en van gekozen rechters en offi cieren van justitie: ‘De beste manier om een eind te maken aan de wereldvreemdheid van rechters’, aldus het PVV-programma. ‘Reken maar dat hun straffen dan een stuk meer in lijn zullen zijn met hoe de burgers er over denken.’