Die zogenaamde joden, zoals jij dat insinueert, zijn geen joden, maar Farizeeërs.
Geloofsopvattingen en geschiedenis
De farizeeën hielden zich strikt aan de joodse wetgeving zoals neergeschreven staat in de eerste Vijf Boeken van de (Hebreeuwse) Bijbel. Daarnaast hielden zij zich aan de mondelinge overlevering (de Misjna). Ze geloofden dat een vroom leven en een strikte navolging van de Wet de mens dichter bij God zou brengen. De farizeeën zagen het als hun taak de gewone mensen te bereiken en om hun kennis aan hen over te dragen. De farizeeën waren bij uitstek een groep die zich identificeerde met het 'gewone volk', dit in tegenstelling tot de verhelleniseerde (vergriekste) sadduceeën, de partij van de hogepriesters en overpriesters. De farizeeën zelf kwamen voort uit leken en priesters. Onder hen waren misschien ook wel aristocraten die de leer van de sadduceeën afwezen.
De farizeeën geloofden in tegenstelling tot de sadduceeën in engelen, geesten (Handelingen 23,

, de opstanding uit de dood en het Laatste Oordeel (Matteüs 22,23 en Handelingen 23,

. Desondanks weten we niet zoveel van hen. Hoewel niet-hellenistisch, bespeurt men toch ook niet-joodse elementen in hun leer, met name wat astrologie. Hoewel aanhangers van de voorzienigheid Gods, geloofden zij wel in de vrije keuzes die de mens in zijn/haar leven moest maken. Hun leer was consequent, hun opvattingen voor die tijd progressief en zeker niet conservatief.
Overigens bestonden er onder de farizeeën diverse richtingen, van liberaal tot conservatief (zo was Gamaliël, die Paulus had onderwezen, een leider van de liberale richting binnen de farizeeën).
Nadat het koningshuis van de Hasmoneeën ook het hogepriesterschap op zich had genomen en naarmate de Hasmoneese koningen zich meer en meer inlieten met het hellenisme, keerden de farizeeën zich steeds meer tegen hen. Onder koning Alexander Janneüs (104-78 v.Chr.) leidde dit tot heftige confrontaties en vervolging van de farizeeën. Alexanders opvolgster Salome Alexandra (78-69 v.Chr.) begunstigde hen echter en gaf hen zelfs een plaats in het sanhedrin. Hoewel hun politieke macht nooit zo groot is geweest als die van de sadduceeën, de partij van de elite, waren de farizeeën bij uitstek degenen die de publieke opinie konden beïnvloeden.
In het sanhedrin, het hoogste rechtscollege (dat overigens ook een politieke functie had, een soort volksvertegenwoordiging) te Jeruzalem, bezetten de farizeeën de minste zetels. Zij waren vaak in conflict met de sadduceeën (Handelingen 23,7-10) en de aanhangers van Herodes (Herodianen).
Hun verhouding tot de Romeinen was afwijzend, maar ging niet zover als de Essenen (terugtrekken uit de wereld en kloosters stichten), de Therapeuten (verg. met de Essenen en de Quram-sekte) en de Zeloten en Sicariërs (gewapende guerrillastrijd).
De farizeeën speelden een grote rol bij de Joodse Opstand (70 na Chr.) tegen het Romeinse gezag. Met succes wisten zij de Romeinen tijdelijk uit Jeruzalem te verdrijven. Een van de farizese leiders, Flavius Josephus, die gevangen werd genomen door de Romeinen, werd later een verdienstelijk geschiedschrijver, die ons het een en ander over de farizeeën meldt in zijn boeken.
Na de Joodse Opstand verdween de partij van de sadduceeën, maar de farizeeën bleven bestaan en bewaarden het joodse erfgoed en de joodse godsdienst. Hun leer komt sindsdien naar voren in de Talmoed. Men kan gerust stellen dat het de farizeeën waren die de joodse godsdienst hebben bewaard.
En hoezo van "zijn" of "onze" geldschieters?
http://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:FzboMT7Mx-4J:ewoudbutter.web-log.nl/ewoudbutter/2009/06/de-isralische-a.html+geldschieters+wilders&cd=3&ct=clnk&gl=nl