
Twee Marokkanen rijden met een brommer op de weg, richting Nijmegen.
Iets na Mook stopt de brommer er mee .
Ze duwen de brommer langs de weg en beginnen eraan te prutsen.
Wat later stopt een vrachtwagen met een Poolse trucker aan het stuur langs de weg.
De Marokkanen vragen hem of hij hen geen lift kan geven tot in Nijmegen.
'Ja maar, zegt de Pool, heel mijn oplegger zit vol paletten met oefenballen
bestemd voor het revalidatiecentrum van de Sint Maartenskliniek, daar
kunnen jullie niet meer bij'.
Hij trekt de achterdeur van de oplegger open en, inderdaad, heel de vloer
staat vol paletten met bruine medische ballen van 5 kilo.
Na wat gediscussieer geeft de Poolse trucker toe en laat de Marokkanen, met
brommer en al in zijn oplegger kruipen.
Met al dat gedoe heeft de trucker heel wat tijd verloren en hij geeft
flink gas.
Hij is nog maar pas Malden voorbij of een politieauto komt voor hem rijden
en stuurt hem naar de zijkant van de weg. De politie vraagt hem wat er in
godsnaam zo dringend kan zijn dat hij met zo een snelheid over de straat
rijdt. De Pool heeft het ondertussen danig op de zenuwen gekregen en, om
de agent te treiteren, zegt hij dat hij eieren uit Marokko vervoert en dat als
hij nog lang opgehouden wordt, vreest dat ze bedorven gaan raken.
De agent gelooft het maar half en trekt even de deur open van de oplegger.
Hij smijt de deur onmiddellijk weer dicht en begint als een bezetene de
centrale op te roepen om te vragen dringend alle beschikbare manschappen
naar hem toe te sturen.
De politieagent in de centrale vraagt wat er aan de hand is, waarom hij
zoveel versterking nodig heeft. 'Ik heb juist een lading Marokkaneneieren
onderschept, roept hij, er zijn er nog maar twee uitgebroed, maar ze
hebben nu al een brommer gestolen'.