Dan heb ik iets gemist, hoe dan?
Als volgt>
De eerste cel
Voordat dieper wordt ingegaan op de totstandkoming van de eerste cel, moet worden begrepen wat cellen zijn.
Alle leven wordt gevormd door cellen. Organismen verschillen van elkaar door hoeveel cellen er zijn, wat voor soort cellen er zijn en hoe die cellen zijn gerangschikt. Veel micro-organismen bestaan slechts uit één cel, die alle eigenschappen draagt die nodig zijn om te overleven. Andere organismen bestaan uit meer cellen, zoals mensen, die meer dan een triljoen cellen hebben, waarvan de meeste gespecialiseerd zijn voor een bepaalde functie.
Elke cel is opgebouwd uit veel kleinere cellen. Er is een kern in de meeste cellen aanwezig die DNA(desoxyribonucleïnezuur) bevat, waarin de blauwdruk van de cel wordt bewaard.
Er zijn mitochondrieën, die chemische verbindingen verbreken en energie voortbrengen.
Er zijn nog heel veel andere delen in een cel en elk van hen heeft een specifieke functie.
Die celdelen zijn opgebouwd uit eiwitten, die opgebouwd zijn uit lange ketens aminozuren, die weer opgebouwd zijn uit verschillende combinaties van basiselementen van koolstof(C), waterstof

, stikstof(N) en zuurstof(O). Van alle mogelijke soorten van combinaties die aminozuren vormen, worden er slechts 20 gebruikt bij eiwitten. Toch kunnen die 20 aminozuren bijna oneindige aantallen van combinaties vormen om haast oneindige aantallen eiwitten te creëren.
Maar hoe werd de eerste cel geschapen? Charles Darwin veronderstelde dat de eerste eiwitten ontstonden uit dode materie. Maar hoe gebeurde dit? Ten eerste, de aarde was 3 of 4 biljoen jaren geleden, toen de eerste organische verbindingen tot stand kwamen, niet hetzelfde als nu. De vroegste atmosfeer was te heet voor zuurstof(O), stikstof(N) en andere elementen, om op zichzelf te kunnen bestaan zoals de atmosfeer nu bestaat. Die elementen verbonden zich om methaangas(CH4), ammoniak(NH3), waterdamp(H2O), zwavelwaterstof(H2S), waterstofmoleculen(H2) enz. te vormen. Dat was alles waar het uit bestond en daarom wordt de vroegste atmosfeer, een 'beperkte atmosfeer' genoemd. Ook, omdat er geen vrije zuurstof was om een ozonlaag(O3) te vormen om de aarde te beschermen tegen de verblindende ultra-violette straling(UV stralen) van de zon.
In 1924 ontwikkelde Alexander Oparin de hypothese dat organische verbindingen bij het begin van de aarde gevormd zijn, toen er veel energie geleverd werd door UV stralen en onweren, waardoor verschillende moleculen met elkaar reageerden en zo nieuwe organische verbindingen vormden, zoals aminozuren DNA en RNA(ribonucleïnezuur).
In het begin van de vijftiger jaren begonnen Prof. Harold Urey en één van zijn studenten, Stanley Miller, te experimenteren om Oparin's theorie te bewijzen. Miller bouwde een apparaat waarin gassen circuleerden, die waarschijnlijk in de vroegste atmosfeer aanwezig waren: methaangas(CH4), ammoniak(NH3), waterdamp(H2O) en waterstof(H2), langs een elektrische ontlading die UV stralen en hevige onweersstormen nabootste, zoals in de vroegste atmosfeer.
Na het experiment een week zijn gang te laten gaan, waren de resultaten verbazingwekkend.
De eerst kleurloze oplossing in het apparaat was rood geworden. Na analyse van de oplossing, vond Miller er veel organische moleculen in aanwezig, waarvan sommige niet direct konden worden thuisgebracht. De meest belangrijk gevormde verbinding echter waren aminozuren.
Dit bewees in feite Oparin's theorie dat organische verbindingen zouden kunnen zijn gevormd in de vroegste atmosfeer. Verdere bestudering liet zien dat sommige aminozuren zouden zijn samengegaan met waterstofcyanide(HCN), dat een bijproduct is van vulkanische activiteit.
Deze samenstelling zou purines en pyridines vormen, die worden gebruikt om nucleïnezuur te maken, dat op haar beurt DNA vormt.
Nadat deze verbindingen bij de vorming van de aarde waren ontstaan, begon de aarde uiteindelijk af te koelen. Waterdamp condenseerde (werd water), waardoor enorme oceanen, zeeën en meren ontstonden, waarin eenvoudige organische moleculen zich gedurende miljoenen jaren begonnen te verzamelen, waardoor een 'organische soep' met verschillende soorten moleculen ontstond.
De aminozuren zouden dan zijn gepolymeriseerd (wat betekent dat zij ketens vormden zoals eiwitten; bijvoorbeeld: az = aminozuur en az-az-az-az-az = eiwit). De meest waarschijnlijke theorie van hoe de aminozuren bonden, is, dat zij zijn aangespoeld in aarde/stenen holten op het land, waar water verdampte. Zodat geconcentreerde organische verbindingen achterbleven in grote hitte.
Sidney W. Fox nam zich voor om dit te bewijzen. Hij nam een mengsel van ongeveer 20 verschillende aminozuren en verhitte dat tot het smeltpunt. Toen zij afkoelden, zag Fox dat zij zich hadden gepolymeriseerd in eiwitten.
Maar hoe deze eiwitten en andere organische verbindingen de eerste cel vormden? Dat is niet erg duidelijk, maar het meest waarschijnlijk is, dat een groep van organische moleculen inclusief eiwitten en primitieve vetzuren, zich in een druppelachtige of belletjesachtige structuur vormden, die de eigenschap had zich te verenigen met elementen van buitenaf, zoals eiwitten, die er geen deel van uitmaakten. Uiteindelijk zouden deze druppeltjes gegroeid zijn en gesplitst. En die druppeltjes zouden zich uiteindelijk ontwikkeld hebben tot de eerste cel.
Die eerste cellen zouden zelfvoorzienende cellen (autotrophs) zijn geweest, dat zijn organismen die hun eigen energie produceren, gewoonlijk met behulp van zonlicht.
Enkele van deze cellen zouden dan evolueren tot niet-zelfvoorzienende cellen (heterotrophs), dat zijn organismen die organisch materiaal in zich opnemen als voedingsbron.