
Barbaar
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het woord barbaar betekent onbeschaafd/onderontwikkeld persoon en komt van het Griekse Barbaros, Barbarikon, het als grappig opgevatte geluid dat de barbaroi () maakten als ze in Griekse oren 'beschaafd' wilden spreken.
De Grieken en, in navolging van hen met de term barbarus, de Romeinen, noemden ieder volk barbaren als ze hen niet konden verstaan of als hun cultuur op hen vreemd overkwam. Daarmee werd in die tijd niet bedoeld dat die volken onbeschaafd waren. Dat blijkt onder andere uit Handelingen 28:2 waar de barbaroi van Malta als bijzonder filanthrópian worden beschreven.
Het Nederlandse woord brabbelen is ook van het oud-Griekse barbaroi afgeleid en verbindt de betekenis van het woord barbaar met de oorsprong van het woord: barbaren zijn diegenen die (onverstaanbaar) brabbelen.
Later is hier het woord Berber van afgeleid, de oude Europese en meestgebruikte naam voor de Imazighen. Dit volk werd vroeger dan ook barbaren genoemd, die woonden in het Barbarije, het huidige Algerije, Tunesië, Marokko en Libië.
Een soortgelijke betekenis vindt men ook terug in het Berberse woord "Agnaw" waarvan waarschijnlijk Ghana is afgeleid en dat betekent gek, onbegrepen, vreemdeling. Het Russische woord nemets () voor 'Duitser' betekent ook brabbelaar.
[bewerk] Hedendaagse betekenis
In het hedendaags taalgebruik wordt met een barbaar iemand bedoeld die ruw is of ergens weinig van af weet. Zo wordt iemand die weinig interesse in of kennis van kunst en cultuur heeft een "cultuurbarbaar" genoemd. Met een barbaarse behandeling wordt bedoeld een behandeling van iemand met weinig respect voor de andere persoon, zijn bezittingen of een dier.