Lijkt me wel heel irritant! Tot op zekere hoogte heeft iedereen dat wel een beetje denk ik, ik in ieder geval wel, maar niet zodanig erg dat ik dan niet bel of dat het helemaal misgaat. Maar wel dat ik een beetje zenuwachtig ben voor ik naar bijvoorbeeld een onbekend bedrijf moet bellen en bang ben dat de woorden verkeerd uit m'n strot komen.
Telefoneren is een heel aparte gespreksvorm. Omdat je elkaar niet kunt zien, moeten gesprekspartners de communicatie nauwkeurig op elkaar afstemmen. Voor sommige mensen is dat op zichzelf al een probleem. Ze nemen de telefoon dus niet op en bellen zelf ook liever niet, maar zoeken persoonlijk contact. Anderen geven een voorkeur aan schrijven of e-mailen. Er zijn ook mensen die het vervelend vinden iemand op te bellen, maar niet om opgebeld te worden. Of omgekeerd: die niet door de telefoon overvallen willen worden, maar wel zelf het initiatief willen nemen. En soms gaat het alleen om een bepaald soort gesprekken, dat angst inboezemt.
Ernstige telefoonangst maakt deel uit van een algemener syndroom: sociale angst. Dat wil zeggen dat verschillende sociale situaties tot angst of spanning leiden, bijvoorbeeld situaties waarin men voor zichzelf moet opkomen, in het middelpunt van de belangstelling staat of iemand tegemoet moet treden die een autoriteit vertegenwoordigt. De natuurlijke reactie is die situaties te vermijden. Bij ernstig vermijdingsgedrag, dat het algehele functioneren belemmert, kan gedragstherapie uitkomst bieden.
Veel mensen weten hun vermijdingsreacties echter wel binnen de perken te houden. Zo ook bij telefoonangst. Er zijn maar weinig mensen die helemaal nooit de telefoon opnemen. Er zijn wel veel mensen die telefoneren vervelend, lastig of eng vinden. Het gevolg is dat ze bepaalde telefoontjes uitstellen, waardoor dat 'lastige telefoontje' steeds op hun agenda (en in hun hoofd) blijft staan. Milde telefoonangsst kan men maar beter daadkrachtig aanpakken.
Angst om te bellen
Het is belangrijk te weten waar je precies bang voor bent. Een zakelijk telefoontje naar een anonieme instelling is heel iets anders dan een telefoontje naar je baas.
- Zie je tegen alle telefoongesprekken op, of alleen tegen sommige (ben je bijvoorbeeld alleen bang voor mensen met een bepaalde autoriteit)?
- Ben je bang dat het gesprek door externe, onzekere factoren misschien niet doorgaat (bijvoorbeeld doordat je een huisgenoot aan de lijn krijgt of een antwoordapparaat, of doordat het telefoontje de ander op dat moment niet uitkomt)?
- Ben je bang dat je bepaalde vaardigheden mist of 'fouten' maakt (bijvoorbeeld dat je niets weet te vertellen, dat het gesprek niet loopt, dat je het niet kunt beëindigen, dat je onder druk wordt gezet)?
- Is er iets in de relatie met de ander waardoor het een vervelend gesprek kan worden (heb je het contact te lang laten verwateren, is er sprake van ruzie of onderhuidse spanning)?
Voor mensen met een 'algemene telefoonangst' kan het helpen om na elk telefoongesprek te evalueren hoe het ging: wat waren de barrières, op welk moment stagneerde het gesprek, wat gebeurde er toen precies en waarom was dat vervelend? Op die manier krijg je inzicht in je eigen angst, zodat je ook weet wat je moet aanpakken.
Telefoonangst leidt vaak tot anticipatie-angst en juist de angst dat het niet goed zal gaan, maakt dat je er tegen opziet en dat het ook moeizaam gaat. Het gevolg is dat je een gesprek blijft uitstellen: minuten lang naast de telefoon zitten, meerdere keren beginnen met het nummer te draaien om uiteindelijk toch weer de hoorn erop te leggen. Om dit patroon te doorbreken kun je de volgende procedure toepassen. Ga vlak voordat je gaat bellen iets doen wat je afleidt, bijvoorbeeld afwassen. Loop vervolgens rechtstreeks naar de telefoon en draai, zonder te aarzelen of na te denken, het nummer. Vaak zul je dan merken dat je te weinig tijd hebt om nerveus te worden: voordat je het goed en wel in de gaten hebt, zit je geanimeerd te converseren.
Stel een actieplan op
Als het zo toch niet lukt, kun je een soort actieplan opstellen.
1) Het tijdstip. Je kunt jezelf simpelweg een hoop extra spanning besparen door op een voor jou gunstig moment te bellen. Zorg ervoor dat je niet gestoord kunt worden, dat niemand (ongewenst) kan meeluisteren, dat je voldoende tijd hebt om het gesprek te voeren.
2) De codes. Het is belangrijk om je aan te passen aan de codes en wetmatigheden die in een telefoongesprek gelden. Bijvoorbeeld:
3) Vul stiltes iets sneller op dan in een gewoon gesprek.
4) Probeer in het algemeen je reacties sneller, doelgerichter en meer to the point te maken.
5) Geef vaker bevestigende reacties als 'ja', 'hmmm' en 'dat klopt'.
6) Check nadrukkelijk of je boodschap aankomt en begrepen wordt. Je mist immers de visuele signalen.
7) Het type gesprek. Elk gesprek vraagt een eigen aanpak. Het maakt bijvoorbeeld veel uit of het gaat om een formeel, zakelijk gesprek, dat je met onbekenden voert, of een sociaal gesprek, dat je met familie, vrienden of kennissen voert. In de kaders worden voor beide vormen enkele globale richtlijnen gegeven.

De strategie. Bedenk wat je precies wilt met het gesprek en stel vervolgens een strategie vast: bereik je je doel door informatie te vragen, door te onderhandelen, door te overleggen, door ervaringen uit te wisselen? Wat zijn de mogelijke gevaren en hoe omzeil je die? (Neem je bijvoorbeeld voor: 'Ik moet in ieder geval geen besluiten nemen tijdens het gesprek, zodat ik er later nog eens rustig over kan nadenken'). Op die manier voorkom je dat je overrompeld wordt en plotseling met je mond vol tanden staat.
Afkijken en oefenen
Een aardige strategie is te kijken hoe anderen een moeilijk gesprek voeren. Mensen met telefoonangst roepen toch al vaak de hulp in van hun omgeving ('Wil jij misschien even naar die advocaat bellen?'). Op die manier ontzie je jezelf een beetje, wat op zijn tijd geen kwaad kan. Maar je kunt ook van de gelegenheid gebruik maken om de kunst af te kijken. Waar je op kunt letten: hoe introduceren anderen zich? Hoe gaan zij om met conflicten? Wat voor soort grapjes maken ze? Hoe reageren ze als ze onder druk worden gezet? Hoe geven ze het gesprek een meer persoonlijk tintje?
Het voeren van een telefoongesprek is een vaardigheid die je makkelijk en zonder veel kosten kunt oefenen. Zo kun je om ervaring op te doen, een maand lang elke dag vijf willekeurige mensen uit het telefoonboek bellen, zeggen dat je verkeerd verbonden bent en je excuses aanbieden. Of je belt in de loop van een maand dertig instanties en legt hun een specifieke vraag voor. Beloon jezelf met een bioscoopkaartje als je binnen een week vijf telefoontjes hebt gepleegd die je vervelend maar wel belangrijk vindt. En 'straf' jezelf met een extra stofzuigbeurt als je onder de 'drie' eindigt. Zoek bij voorkeur naar beloningen en straffen die een symbolische betekenis voor je hebben.
Angst om gebeld te worden
Ook de angst om gebeld te worden kan verschillende redenen hebben. Bijvoorbeeld: een telefoontje komt vrijwel altijd onverwacht, je weet niet wie het is, je weet niet wat men wil en je moet vrij snel reageren. Of de angst heeft betrekking op specifieke mensen: 'Als mijn moeder maar niet belt vanavond!'. Er zijn verschillende manieren om daarop te reageren:
A) Het gesprek 'weigeren'. Het feit dat je de hoorn hebt opgenomen, impliceert nog niet dat je een (uitgebreid) gesprek wilt gaan voeren. Je kunt dus altijd aangeven wat je op dat moment wel en niet wilt. Of je geeft een alternatief: 'Is het goed dat ik morgen terugbel?'.

Het gesprek kort houden. Er zijn situaties denkbaar waarin een normale, assertieve reactie niet mogelijk of niet wenselijk is. In dat geval kun je het gesprek 'onaantrekkelijk' maken en als het ware laten doodbloeden, bijvoorbeeld door de stiltes langer te laten duren, door weinig over jezelf te vertellen en door je te beperken tot nietszeggende en neutraliserende antwoorden: 'Tja, het is me wat!'. Op die manier zal de ander zelf het telefoongesprek beëindigen.
C) Het gesprek vermijden. Je kunt natuurlijk ook besluiten om de telefoon niet op te nemen of de telefoonbeantwoorder aan te zetten. Spreekt de ander een boodschap in en blijkt het 'goed volk' te zijn, dan kun je alsnog opnemen. Een antwoordapparaat wordt steeds vaker voor dit doel gebruikt. Ook kun je met bepaalde mensen een code afspreken, bijvoorbeeld eerst de telefoon twee keer laten overgaan en dan opnieuw bellen. Het zal duidelijk zijn dat dit bij uitstek vermijdingsgedrag is, maar er zijn situaties denkbaar waarin een dergelijke strategie (tijdelijk) te verkiezen is boven het aangaan van een confrontatie.
Een zakelijk gesprek
*) Maak een lijstje met punten die je wilt bespreken.
*) Pep jezelf op (ga ervan uit dat je het recht hebt om anderen een vraag te stellen of iets voor te leggen).
*) Vraag naar de afdeling of persoon die je wilt spreken.
*) Vermeld je functie, de reden van het gesprek en de context.
*) Stel de vraag of de kwestie aan de orde.
*) Stel voor jezelf vast of je voldoende antwoord hebt gekregen (kijk op je lijstje). Neem hiervoor rustig de tijd.
*) Bespreek wat het vervolg kan/moet zijn (nog eens terugbellen, elders verder vragen, de zaak afhandelen).
*) Bedank de ander voor zijn medewerking.
Een sociaal gesprek
ù Bedenk meer dan één gespreksonderwerp waarover je iets te vertellen hebt.
# Bedenk een opening ('Ik dacht: ik bel eens op om te kijken hoe het ermee staat.' 'Ik heb je al zo'n tijd niet gesproken.').
# Je kunt ook vragen of het gelegen komt.
# Tast af in welke stemming de ander is (is hij in een luister- of praatstemming? Of helemaal niet in de stemming voor een gesprek?).
# Geef richting aan het gesprek (stel een vraag, begin zelf over een onderwerp).
# Probeer de spreek- en aandachttijd te verdelen, zodat beide partijen aan hun trekken komen.
# Laat het merken wanneer je het gesprek wilt afronden ('Zijn er verder nog dingen gebeurd?')
# Zeg iets over het vervolg ('Ik bel je binnenkort om iets af te spreken.')