hier stukkie van die witte remco
Fans met stadionverbod: hardwerkende vaders, scholieren, studenten en ‘rondhangjongeren’
Van een onzer verslaggevers
UTRECHT - Stratenmaker wilde Remco worden, maar een brommeromgeluk maakte dat onmogelijk. Nu werkt hij in een magazijn. Hij heeft een vriendin en hobbiet wat op zijn computer. Een doorsnee jongeman, maar wel met een stadionverbod voor twee jaar aan zijn broek.
Een uitzondering? Nee, helemaal niet, zegt de 24-jarige Utrechter zelf. "Het beeld dat veel mensen hebben van voetbalsupporters als losgeslagen ‘rondhangjongeren’, dat klopt echt niet. Misschien zijn er wel een paar bij, maar de meeste werken doordeweeks of zitten op school."
Dat op het eerste gezicht normale leventje staat in schril contrast met het weekeinde als bij hen de remmen los gaan. Zo was het ook na afloop van de door FC Utrecht in mei gewonnen laatste competitiewedstrijd in de Galgenwaard tegen Ajax. "Plotseling vlogen er stenen door de lucht. Ik was erbij, daar doe ik niet moeilijk over, zegt Remco. "Toen ik uit het groepje liep pakten politiemensen mij van achteren hardhandig beet. Ik werd in een arrestantenbus geduwd. Later kreeg ik een boete van duizend gulden."
Aan het begin van het seizoen plofte er tot zijn verbazing een stadionverbod in de brievenbus. Twee jaar is de Galgenwaard voor hem taboe. Zijn seizoenkaart had hij al thuis liggen. De zondagen zijn voor hem nu een marteling. "Voetballen is altijd heel belangrijk voor mij geweest. De jongens op school gingen er heen. Ik ging mee. Op een gegeven moment had ik geld voor een seizoenkaart. Dat was in de tijd dat er net vierduizend man op de tribune zat, een jaar of acht geleden. Dan leer je elkaar snel kennen. Je groeit erin mee. Normaal had ik dus ‘s zondags altijd iets te doen. Nu valt er een leeg gat. Wat eerst voor mij alles was, daar kan ik nu niet meer heen. We zoeken elkaar soms wel op, een paar andere jongens met een verbod en ik."
Schaamte heeft hij niet, trots evenmin. Twee jaar vindt hij wel wat veel, maar de KNVB wil het vandalisme harder aanpakken. "Het zal wel nodig zijn, anders deden ze het niet. Zelf weet ik niet of ik nooit meer in de fout ga, maar ik zal er wel beter voor uitkijken. Je gaat toch meer nadenken bij wat je doet." Op de vraag waarom hij het heeft gedaan, heeft Remco geen pasklaar antwoord: je gaat mee in de groep en het gebeurt.
Ook uit gegevens van KNVB, justitie en FC Utrecht zelf blijkt de diversiteit van de mensen met een stadionverbod: hardwerkende vaders, scholieren en studenten zitten ertussen, maar ook een, zoals een functionaris bij de club het uitdrukt, groep die de politie niet zonder kogelwerend vest thuis ophaalt. Precies 55 aanhangers van FC Utrecht hebben nu een stadionverbod, een absoluut record. De afgelopen week werden weer zes namen toegevoegd aan de lijst van in het stadion ongewenste personen. Nog eens 25 kunnen de brief daarover de komende week thuis verwachten. Ze misdroegen zich een week geleden in Tilburg na afloop van de voor Utrecht desastreus verlopen wedstrijd tegen Willem II (6-2 verlies).
De helft van alle mannen - vrouwen zitten er niet tussen - met een stadionverbod is tussen de 20 en 29 jaar. Iets minder dan de helft is vijftien tot twintig jaar, een enkele dertiger en veertiger completeert het gezelschap. De leeftijd waarop de verboden worden uitgereikt vertoont de laatste jaren een dalende lijn. De meeste stadionverboden komen terecht in de stad Utrecht en de direct omliggende plaatsen, maar ook aanhangers uit pakweg Veenendaal of Amersfoort zijn er mee geconfronteerd.
Landelijk lopen er nu ongeveer twaalfhonderd stadionverboden. Het aantal schommelt omdat er wekelijks nieuwe bijkomen en andere afgaan. Toch is duidelijk dat dit aantal veel hoger ligt dan een paar jaar geleden. In 1995 waren het er zo’n zeshonderd. Die stijging vloeit volgens het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme in Utrecht niet zo zeer voort uit de toename van het aantal mensen dat zich misdraagt, als wel uit de extra aandacht van politie en voetbalclubs. Keerpunt is volgens K. Kerkhof de veldslag tussen Feijenoord- en Ajax-aanhangers op 23 maart 1997 in Beverwijk.
Extra aandacht en stadionverboden of niet, het voetbalgeweld is daarmee niet beëindigd. Gedacht wordt over invoering van een zogenoemde uitkaart, waarmee uitsluitend supporters van onbesproken gedrag uitwedstrijden van hun club kunnen bezoeken. De supportersclub van FC Utrecht wil desnoods zelf wel zo’n systeem in elkaar zetten, verklaarde voorzitter Ben ten Boden eerder deze week in deze krant. Maar ook de club denkt er over. Beter daarmee het tij gekeerd dan later helemaal geen supporters mee naar de uitwedstrijden. Dat laatste is vooral tegen de zin van de clubs die moeite hebben het stadion vol te krijgen.
Toch zijn politie, justitie, KNVB en club tevreden over het effect van het stadionverbod tot nu toe. Dat het werkt blijkt volgens Kerkhof zowel uit het geringe aantal supporters dat voor de tweede keer in aanmerking komt voor een stadionverbod en uit het grote aantal bezwaarschriften dat de KNVB binnenkrijgt. "Het treft ze op de plek waar het zeer doet."
Begin jaren negentig werden de eerste stadionverboden opgelegd. Aanvankelijk door de strafrechter, compleet met meldingsplicht tijdens de wedstrijd van de favoriete club op een afgelegen politiebureau. Juridisch bleek het niet houdbaar en de procedure nam te veel tijd in beslag. Wie beroep aantekende kon het verbod zomaar een half jaar uitstellen. Tegenwoordig is het stadionverbod een civiele overeenkomst. Er komt geen rechter aan te pas: wie een kaartje koopt onderwerpt zich aan de voorwaarden van de KNVB.
Die stellen raddraaiers een stadionverbod in het vooruitzicht. Dat kan snel gaan, bleek ook afgelopen week: binnen een week hebben betrokkenen de brief thuis. De regeling wordt steeds verder verfijnd. De handhaving van de stadionverboden is steeds een zwakke plek geweest. Ook bij FC Utrecht worden supporters, al dan niet vermomd, op de tribune gesignaleerd. Soms werden zij meteen verwijderd, in andere gevallen liet de club ze zitten, om rellen te voorkomen.
Maar met de huidige cameratechniek zijn loepzuivere foto’s te maken van iedere supporter. Wie er op staat met een stadionverbod kan een boete van duizend gulden verwachten, met een verlenging van het verbod. Eventueel kan de betrokkene worden vervolgd voor lokaalvredebreuk: hij was immers niet welkom in het stadion.
Intussen is de meldingsplicht in een nieuwe vorm weer terug: supporters die zich vrijwillig een aantal maanden tijdens de wedstrijd melden op een politiebureau wordt een deel van hun verbod kwijt gescholden. Zo is zeker dat zij niet bij de wedstrijd kunnen zijn. "Maar niet iedereen wil daar aan mee doen," zegt KNVB-woordvoerder Rob de Leede. "In sommige kringen word je dan weer voor watje aangezien."
Officier van Justitie B. Steensma, in Utrecht speciaal belast met voetbalzaken, noemt het stadionverbod een goed middel, maar niet zaligmakend. Hij verwacht veel van nieuwe technieken voor toegangscontrole. "Ik denk dan aan vingerafdruk- of irisherkenning. Daar moet dan wel in geïnvesteerd worden door de clubs. Rommelen met kaarten en plaksnorren als vermomming bieden dan geen uitkomst meer.
Remco moet ondertussen nog bijna twee jaar wachten voor hij de Galgenwaard binnen mag. Precies in die periode wordt het stadion grondig verbouwd. De eerste paal wordt 5 november geslagen. "Daar kan ik dus niet heen."