het brouwproces:
De brouwgerst wordt in water geweekt, waardoor het gaat ontkiemen. Bij het ontkiemen komen er enzymen vrij die het in de korrel aanwezige zetmeel kunnen omzetten in suikers. Daarna wordt de mout in eestovens gedroogd of, nog heter,geroosterd of zelfs gebrand en van de worteltjes ontdaan. Dit hele proces noemt men het mouten en gebeurt in de mouterij. In de brouwerij wordt de mout gekneusd (schroten). De mout wordt nu in water in etappes verwarmd (maischen), waardoor het zetmeel uit de graankorrel in suiker wordt omgezet en de suikers uit de mout oplossen in het water. Het mengsel wordt nu door aflopen door een filter gescheiden en de vaste bestanddelen nagespoeld om ook de laatste suiker te verwijderen. Het resulterende vloeibare product heet wort. Het achterblijvende, niet oplosbare moutafval heet draf of bostel. Vroeger werd de vloeistof van het naspoelen apart verwerkt tot 'klein bier' met een lager alcoholgehalte.
Daarna wordt het wort gekookt en tijdens het koken worden de gedroogde bloembellen of geconcentreerde stroop van de hop toegevoegd; dit zorgt voor de bittere smaak van bier, een stabiele schuimkraag en een betere conservering. Tevens zorgen het kookproces en de hop ervoor dat een groot deel van de in het wort aanwezige eiwitten uitvlokken en afgefilterd kunnen worden. Door gist toe te voegen gaat het bier gisten, waarbij de vergistbare suikers uit de mout worden omgezet in alcohol, koolzuurgas en smaakstoffen. De niet vergistbare suikers zorgen ook voor de eigen smaak van het bier. Elke zichzelf respecterende bierbrouwer heeft zijn eigen type gist. Notoire uitzonderingen op deze regel zijn een aantal rond Brussel gesitueerde lambikbrouwerijen, waar natuurlijke, in de lucht aanwezige gisten en in eiken tonnen huizende micro-organismen dit werk overnemen.
Na het brouwen wordt het bier onder druk met kooldioxide in flessen gedaan. Ten slotte wordt het bier eventueel gepasteuriseerd, waardoor de gistcellen afsterven. Ofwel voegt men nog wat gist en suiker toe, waardoor men een hergisting in de fles krijgt en natuurlijk koolzuurgas ontstaat. In het koudere noorden van Europa is ondergisting (ook wel "lage gisting") gebruikelijk (pils). Engelsen en Belgen kennen de bovengisting (hoge gisting), hetgeen resulteert in verschillende biersoorten. Bovengisting wordt tegenwoordig ook elders op het vasteland toegepast. Veel Belgische bieren zijn nog steeds bovengistend, en in Nederland bijvoorbeeld de bieren van de Amsterdamse Brouwerij 't IJ, die in Vlaanderen de mosterd haalde. Door de smaakverzoeting van de consumptiemaatschappij zijn vele biersoorten zoeter geworden, zodat authentieke smaken, zoals bij het zure geuzebier, dreigen verloren te gaan.