Hoooii Edwin

Alls goed? Hah
Nou uh.. Hier komt j verhaal(A)

liefs;;&khus Jeanine
Er was eens een smurfendorp vlak bij het grote donkere bos. Op een dag in het smurfendorp klonk er een geweldige schreeuw vanuit het huisje van een van de smurfen. De Grote Smurf hoorde het en liep er gelijk naar toe. Help! Help! Klonk het weer. Heeeeeeeelllppp! Snel liep Grote Smurf en intussen alle andere smurfen die het geschreeuw gehoord hadden naar het huisje toe. Brilsmurf deed de deur open en schrok zich een hoedje. Potige stond in het huisje te wijzen naar een andere smurf. Ook Grote smurf kwam er bij staan. Wie is dit? vroeg hij. Ik weet het niet, riep Potige, ik kwam hier, nadat ik mijn tuintje had gedaan, in mijn huisje en toen stond hij hier. Wel, zei Brilsmurf, laten we het hem vragen! Grote smurf liep naar de andere smurf toe en vroeg: Hoe heet jij? De vreemde smurf stond een beetje verlegen te kijken. Edwin, zei hij zacht. Hoe? Vroeg Brilsmurf? Edwin, zei het vreemde smurfje nog een keer. Grote smurf vroeg zich af hoe hij het smurfendorp had gevonden en hij vroeg of hij niet liever even mee wou komen naar zijn huisje zodat hij wat thee kon krijgen en wat lekkers.
Even later in het huisje van Grote Smurf kwam er een heel gesprek tussen de Grote Smurf en Edwin. Edwin was ontsnapt uit het kasteel van Gargamel, die even verder in het bos woonde. Ook vertelde hij dat hij al heel lang gevangen had gezeten en min of meer vergeten werd door Gargamel. Azraël, zijn kat, gebruikte hem als speeltje. En zo zaten Grote Smurf en Edwin te praten en te praten. Tot het avond werd en Grote Smurf zich bedacht dat hij ook een slaapplek nodig had. Hij liep eerst naar Potige om te zeggen dat het allemaal in orde was. En om te vragen of hij niet toevallig een bedje voor Edwin over had. Maar nee hoor zonder succes.
Grote Smurf bedacht zich dat misschien Brilsmurf wel een bedje over had. Maar nee. Ook hij had geen slaapplek. Toen kwamen ze bij het huisje van Smurfin. En ook daar vroeg Grote Smurf of zij misschien een bedje over had. En ja hoor. Gelukkig! Smurfin had net een neefje te logeren gehad en had nog een bedje over. Wat waren Grote Smurf en Edwin blij.
De volgende ochtend toen Edwin wakker werd had de Smurfin al een lekker ontbijtje klaar gemaakt. Met croissants en lekker drinken en al. Na het ontbijt kwam Grote Smurf met de mededeling dat ze Edwin aan de rest van het smurfenvolk gingen voorstellen. Ze liepen met z’n allen naar het Smurf-stadshuis en daar werd Edwin voor gesteld. ’s Middags ging Edwin samen met Smurfin alle huisjes langs om te kijken wie waar woonden en om iedereen voor te stellen die er ’s ochtends niet bij was geweest. Zo kwamen ze ook bij Lolsmurf. Waarom heet jij Lolsmurf vroeg Edwin. Nou zegt Lolmsmurf kijk een cadeautje! Oh dank je zei Edwin. Maar toen hij het cadeautje open maakte ontplofte het cadeautje. Lolsmurf zei: Kijk daarom noemen ze mij Lolsmurf! Edwin wist wel dat hij nooit meer een cadeautje zou aannemen van Lolsmurf. Toen ze ’s avonds weer thuis kwamen om te eten vertelde Smurfin dat ze een nichtje had die zou komen logeren. Oh nee, dacht Edwin! Straks kan ik hier niet meer blijven! Maar Smurfin, die Edwin al zag piekeren zei snel: Rustig maar, ik heb nog een bedje over!
De volgende morgen zat Edwin rustig een boekje te lezen toen er een meisje binnen kwam. Oh! Dacht Edwin! Wat is zij knap! Hallo, zei het meisje, jij moet Edwin zijn. Smurfin vertelde me al over jou! Uh.. Jah.. Uh.. Hallo.. stamelde Edwin. Nog nooit had hij zo’n mooi meisje gezien. Hoe heet je? Wist hij er uit te brengen. Iris, zei het beeldschone smurfen-meisje. Toen kwam ook Smurfin binnen en ze zei: Oh jullie hebben al kennis gemaakt? Nou Edwin. Dit is mijn nichtje Iris. Jah uh jah.. ik weet het. Stamelde Edwin nog steeds overdonderd door het mooie smurfen-meisje. Toen ze ’s middags aan tafel zaten tijdens het eten vroeg Edwin: Waar kom jij eigenlijk vandaan? Uit smurfenland zei Iris. Waar is dat? Vroeg Edwin. Een paar dorpen verder op, zei ze. We gaan er wel een keer heen als het mag van Tante Smurfin. Oké, is goed, zei Edwin.
Een paar dagen later vroeg Edwin aan Smurfin of hij samen met Iris naar het bos mocht omdat hij daar een heel mooi plekje wist. En gelukkig! Smurfin vond het goed. Maar zei ze, kijk wel uit voor Gargamel en zijn kat Azraël! Edwin dacht bij zich zelf die hebben we al eerder mee gemaakt dat wil ik nooit meer! En Edwin en Iris gingen op pad. Ze liepen en ze liepen tot ze bij een huisje aan kwamen. Ga maar naar binnen, zei Edwin tegen Iris.
Edwin liep achter Iris aan naar binnen. Iris vond het huisje geweldig en vroeg zich af hoe Edwin er achter was gekomen dat dit huisje hier stond. Nou, vertelde Edwin, toen ik gevangen zat bij Gargamel vertelde hij nog al eens aan Azraël over het bos enzo en toen hoorde ik toevallig dat hier een leeg huisje stond. Iris keek op haar horloge en zag dat het alweer tijd was om terug te gaan. Samen liepen ze naar het huisje van Smurfin en ’s avonds bij het eten vertelden ze in geuren en kleuren wat ze allemaal hadden meegemaakt. De volgende morgen gingen ze weer naar het huisje in het bos. Ze zaten daar tot dat ze opeens een stem hoorden bij de deur. Snel, fluisterde Edwin tegen Iris, dat is Gargamel! En samen renden ze via de achterdeur naar buiten heel snel het bos in. Toen ze achterom keken zagen ze Gargamel achter hun aankomen en nog harder dan ze al gingen, renden ze zo ver mogelijk weg. Opeens zagen ze het grote kasteel van Gargamel. Snel, zei Edwin, hier heen. Zo snel als ze konden schoten ze een grot in. Het was pikkedonker maar ze konden wel zien wat er buiten de grot gebeurde. Toen kwam Gargamel langs. Heel even dachten ze dat hij de grot in zou komen. Maar hij liep door. Al mopperend en scheldend dat hij de smurfen niet had gevangen liep Gargamel langs. Heel voorzichtig probeerde Edwin of de kust veilig was. Samen liepen ze een tijdje richting het smurfendorp tot ze gekraak achter zich hoorden. Iris keek om en schreeuwde Help Gargamel! Ze renden zo hard ze konden naar het smurfendorp en bijna had gargamel hun te pakken toen hij over een tak struikelde. Grrrrrr… Smurfen! Ik krijg jullie nog wel! Helemaal buiten adem kwamen ze bij het huisje van Smurfin aan. Waar komen jullie zo buiten adem vandaan vroeg Smurfin. En Iris vertelde van Gargamel en van het huisje en van de grot waar ze in hadden geschuild en van Gargamel dat hij hun bijna te pakken had. Jullie mogen van geluk spreken dat hij jullie niet gepakt heeft, zegt Smurfin. De volgende morgen zaten Iris en Edwin op de bank. Edwin keek Iris aan en zei: Je bent het mooiste smurfen-meisje dat ik ooit gezien heb! Ze gingen nog een keer naar het huisje in het bos en daar leefden ze nog lang en gelukkig! En ze hadden nooit meer last van Gargamel en Azraël.
Einde
