Biografie
René van Rijswijk ziet op 3 januari 1971 het levenslicht. De geboren Rotterdammer krijgt het geloof al spoedig met de paplepel ingegoten, maar heeft desondanks een gelukkige jeugd gehad. Zijn liefde voor de bal, en voor Feyenoord in het bijzonder, neemt grootse vormen aan. De frivole straatvoetballer wordt in zijn prille jeugd opgemerkt door scouts van ‘zijn’ Feyenoord. De teleurstelling is groot op het moment dat zijn ouders te kennen geven niet aan een overgang mee willen werken. Op zaterdag mag René immers niet voetballen, aangezien ‘de Van Rijswijken’ dan naar de kerk gaan. Het leven gaat echter door, en ook René weet dat. Hij legt zich, al is het met pijn in het hart, bij het besluit van zijn ouders neer. Zijn band met de volkssport nummer één blijft echter zeer hecht. Zo moest men niet vreemd opkijken wanneer René tijdens het uitlaten van de hond met een tennisbal aan het pingelen was. Binnenkant-buitenkant, buitenkant-binnenkant, de techniek van de in Puttershoek opgroeiende cultheld in spé ontwikkelde zich binnen een mum van tijd van ruwe diamant tot een klomp goud van 24-karaats. De resultaten op school zijn prima, hetgeen leidt tot het felbegeerde VWO-diploma.
De weg naar het profvoetbal was even verrassend als intrigerend. Lange tijd leek het erop dat René gedoemd was om in zijn zelfgeorganiseerde zaalvoetbalcompetitie te blijven spelen, maar het pakte gelukkig anders uit. Het 6e elftal van amateurclub Puttershoek hadden van de hak op de tak een mannetje tekort en klopten aan bij ons voorbeeld. De rappe rechtsbuiten leidde Puttershoek 6 naar nieuwe successen. Vijf jaar later speelde hij tot verbazing van velen al in de Eredivisie, bij RKC. “Dat sloeg eigenlijk helemaal nergens op. Ik had nooit op wat voor niveau dan ook gespeeld.”
In het seizoen 1993/1994 maakt René in 11 duels zijnopwachting voor RKC. Het seizoen daarop weet ‘El Presidente’ te excelleren en komt hij in 20 duels tot 4 goals. Het seizoen erop verloopt teleurstellend voor de jonge god: hij krijgt te horendat hij mag vertrekken. “Toen ik bij RKC kwam had ikvooral moeite in een groep tefunctioneren. Ik was altijd alléén bezig.
In Waalwijk moest ik leren samen te spelen en kreeg ik in de gaten dat er in het voetbal ook andere belangen gelden dan de logische gedachte. Misschien had ik eens wat meer voor mezelf op moeten komen. Op het moment dat trainer Hans Verel mij er met een wazige uitleg naast zette, had ik zoiets niet moeten pikken. Maar destijds was het allemaal één groot mysterie.”
Cambuur Leeuwarden biedt in 1995 uitkomst. René verkast naar het rustieke Friesland en beleeft 4 gouden jaren, waarvan 3 in de Eerste Divisie. Het fenomeen Van Rijswijk doet Leeuwarden op haar grondvesten trillen wanneer hij Cambuur in het seizoen 1997/1998 hoogstpersoonlijk naar de Eredivisie leidt. René snoert het seizoen daarop zijn critici de mond: in 31 optredens weet hij 7 maal het net te vinden en levert hij menig assist af. De opportunistische vleugelspeler is de revelatie van het seizoen en uiteindelijk neemt NEC in de zomer van 1999 deze trofee in ontvangst.
Het avontuur brengt hem echter niet veel goeds. René streeft naar erkenning maar lijkt in de bloei van zijn carrière op het verkeerde pad te belanden. René wordt het mikpunt van spot en moet het met name in de VI rubriek ’t Wereldje ontgelden. De introverte Zuid-Hollander raakt in sportief opzicht gefrustreerd, maar groeit tevens uit tot cultheld van Nijmegen. De voetballer Van Rijswijk wordt voor het gemak vergeten, de man van de afzwaaiende schoten en voorzetten transformeert in de Martin Gaus van de dolfijnen, de rockende René Rose en boekenverslinder van de hedendaagse voetballerij. Of René het nou leuk vindt of niet, voor zijn fans staat hij boven de kerk en is hij een legende die ook na zijn dood zal voort blijven leven in de harten van zijn discipelen. 12 maart 2004 wordt omgedoopt tot (inter)nationale feestdag, want op die bewuste dag wist hij het net eindelijk weer eens te laten bollen.
René verdedigt sinds dit seizoen weer de kleuren van Cambuur Leeuwarden. Diverse buitenlandse clubs van naam zouden hem volgens de laatste geruchten intensief volgen, maar El Presidente lijkt een overgang niet te zien zitten. Hij moet immers in beeld blijven bij bondscoach Marco van Basten.
En voor de voetbalscouts onder ons: zoon Kai van Rijswijk heeft inmiddels al op het trainingsveld van NEC gestaan en mocht onder de ex-trainer van NEC Johan Neeskens zelfs met de selectie mee douchen. Dat belooft wat, voor een jochie die de poepluiers nog maar net heeft ingeruild voor de schoolbanken!
Een dag geen Van Rijswijk, is een dag niet geleefd.