
Richtlijnen
Een aantal essentiële richtlijnen volgens welke een vrijmetselaar leeft.
Alle mensen zijn gelijkwaardig (maar niet gelijk) en deel van de algemene broederschap der mensen.
Ieder mens heeft het recht zelfstandig te zoeken naar waarheid.
Ieder mens dient met toewijding te werken aan het welzijn van de gehele gemeenschap.
Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen doen en laten.
Vrijmetselaren streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en gemoed, die de mens en de mensheid kunnen opvoeren naar een hoger geestelijk en zedelijk niveau.
Vrijmetselaren streven naar de veelzijdige en harmonische ontwikkeling van de mens en de mensheid.
Typische kenmerken van de vrijmetselarij zijn:
het beoefenen van de initiatieke arbeid en het gebruiken van een op symboliek berustende werkwijze;
het streven naar lotsverbetering van de mens op alle gebieden;
het verdedigen van de gewetensvrijheid, de vrijheid van denken en de vrije meningsuiting;
het streven naar harmonische betrekkingen onder alle mensen door te pogen tegengestelde inzichten met elkaar te verzoenen;
het afwijzen van elk dogma.
De Vrijmetselarij is een universeel genootschap dat de broederlijkheid onder alle mensen, de vervolmaking van de mens en de vooruitgang van de mensheid beoogt. Zij steunt hiertoe op het symbolisme van het bouwen waarvan zij de specifieke taal heeft ontleend ; zij is van essentieel initiatieke aard wat haar in staat stelt de mens te doen veranderen en te verbeteren ; zij geeft aan ieder de mogelijkheid om tot meer kennis te komen, om te leren leren, om te leren aanvoelen, om te leren delen met anderen om te leren luisteren, zij het in alle discretie en met het volste respect voor ieders leertempo. Vermits zij noch een kerk, noch een school is, kleeft de Vrijmetselarij geen enkele doctrine aan en (er)kent zij geen dogma’s. Zij wil verdraagzaamheid en wederzijds respect verdedigen.
Reguliere vrijmetselarij
Onder reguliere vrijmetselarij wordt verstaan de georganiseerde vrijmetselarij welke zich baseert op de beginselen van de vrijmetselarij. Zulke organisaties bestaan uit zelfstandige loges (volgens het verenigingsrecht) die aangesloten zijn bij een zogenaamd "Grootoosten" of "Grootloge" en het gezag daarvan erkennen. Vereist daarvoor is het masculiene karakter van de loge, de aanwezigheid van bijbel, passer en winkelhaak en dat de loge opgericht is door een oudere reguliere (groot)loge. De Grootoosten's zijn nationaal georganiseerd, hoewel verbanden die op deze nationale manier historisch zijn gegroeid nog kunnen blijven bestaan.
Deze, tot de reguliere vrijmetselarij behorende landelijke Grootoostens in de gehele wereld, erkennen elkaar over en weer. Daarbij moet worden aangemerkt dat er landelijk meerdere "Grootoostens" naast elkaar kunnen bestaan. Zo bestaan er in Nederland één, in België twee en in Duitsland vijf reguliere Grootoostens. Per land bepaalt de oudste reguliere Grootoosten wie er in het land wel of niet worden erkend. Zo zijn in Duitsland alle reguliere Grootoostens erkend, maar in België niet.
De vijmetselaars -organisatie -vereniging is democratisch georganiseerd, ieder lid kan zijn stem laten horen via zijn loge tot in het Grootoosten. Als bijvoorbeeld democratisch in de loge wordt besloten de bijbel af te schaffen dan wordt daarmee automatisch het gezag van het Grootoosten niet erkend en is de loge niet meer regulier. Hetzelfde geldt voor het Grootoosten, als de meerderheid der loge's hetzelfde besluit zou nemen dan is op dat moment het Grootoosten met al zijn aangesloten loge's niet meer regulier.
Een belangrijk kenmerk van de reguliere vrijmetselarij is verder, dat deze niet religieus of politiek actief is in de maatschappij. Zij respecteert ook expliciet de wetten van het land. Mochten deze landelijke wetten tegen de vrijmetselaarsbeginselen indruisen dan heffen deze loges zich op. Binnen de loges wordt ook niet gedebatteerd over politiek en religie, maar is het kenmerk juist broederlijkheid en dialoog. Door deze werkwijze staat de reguliere vrijmetselarij open voor mensen van zeer uiteenlopende opvattingen maar is het wel noodzakelijk dat de leden verdraagzaam zijn.
Het is een goed gebruik dat leden bij alle aangesloten loges welkom zijn om "te visiteren", ofwel: bij elkaar op bezoek kunnen komen. Dat geldt dus voor alle reguliere loge's over de gehele wereld. Dit geeft soms aanleiding tot het misverstand dat de vrijmetselarij internationaal georganiseerd zou zijn: dat is dus niet het geval. Alle Grootoostens zijn zelfstandig en erkennen geen "hoger" gezag.
Hoewel de vrijmetselarij religieus is, wordt daar echter geen concrete invulling aan gegeven. Het is een motivatie die niet nader gemotiveerd wordt maar door symbolen en rituelen tot uitdrukking wordt gebracht. Op deze manier kan ieder lid zijn eigen religieuze invulling daarin projecteren. Bijvoorbeeld het symbool OBDH (OpperBouwmeester Des Heelals) kan geïnterpreteerd worden als God, Allah, JHWH, Tao, Atman of Brahman. Zelfs een religieuze atheïst kan er de levende krachten van de natuur in zien. Hoewel hierin wel nationale verschillen optreden.
Omdat er ook christelijke symbolen aanwezig zijn zoals de bijbel (dus net als de OBDH, puur als symbool) heeft dat toch in het verleden aanleiding gegeven tot afscheiding van sommige loges die zich vrijzinnig opstelden en zich afzetten tegen het christendom. Deze namen het besluit om geen bijbel in de loge te hebben (zie bij België hieronder). Daardoor hebben die loges zich buiten de reguliere vrijmetselarij gesteld en worden dus niet als zodanig erkend.
Ook organisaties die, ondanks dat ze zich vrijmetselaars noemen, politiek actief zijn, worden niet als zodanig erkend (zoals de beruchte Italiaanse loge P II die als dekmantel door de maffia werd gebruikt).
Wat de bijbel als symbool betreft, dit kan dus door leden gezien worden als bijvoorbeeld "het religieus richten van de gedachte" of de aanwezigheid van een "wijsheidsbron" of iets anders. De interpretatie daarvan is vrij voor iedere vrijmetselaar net zoals voor ieder ander symbool.