
Ik verveelde me al een tijdje. Eegisteren besloot ik eens te kijken hoeveel bolletjes cocaïne ik in mijn reet kon duwen. Slikken vond ik te omslachtig. Vrouwen slikten ook nooit, daarom.
Ik wilde het zo natuurgetrouw mogelijk nabootsen, de smokkelsensatie. Fokking hell, dat was nog een heel gedoe, bakpoeder in aluminiumfolie vouwen. Na een half uurtje had ik gezellig veertig blinkende bolletjes om me heen liggen. Bij het naar binnen proppen van het eerste bling-bling pakketje haalde ik over een lengte van 13 cm mijn kont open. Hoe flikten die drugskoeriers dat? Ik begreep al snel dat het een echt vak was, de bolletjes zo rollen dat ze prettig in het darmkananaal kunnen worden geduwd. Ja, mensen, ik maakte een ontdekkingsreis. Ik leerde nieuwe dingen. Bijvoorbeeld dat objecten in je togus stoppen niet is weggelegd voor de solo reizende vrijbuiter zonder evenwichtsgevoel. Ik had ook te korte armen, bleek nu pas. Dat had ik! Aftrekken ging net, maar mijn eigen poepert lekker frank en vrij benaderen, dat was een ander verhaal. Hoe goed ik ook mijn best deed, bij iedere poging om meer dan zestien bolletjes in mijn darm te duwen flikkerde ik om. De onderbuurvrouw klopte aan. Of er iets was. Ze hoorde steeds luid gekreun, een enorme klap en daarna gevloek. “Ik lees Rien Poortvliet, dank u, niets aan de hand” zei ik met mijn kont vol bakpoeder en met de deur op een kier. “Goedenmidddag!!”
Respect voor al die smokkelende motherfuckers op welke intercontinentale vlucht dan ook. Ik verdroeg met moeite een thermometer in mijn ster en deze jongens en meisjes zaten met een kilo of 9 vrolijk gekleurde balletjes in hun buik te wenken naar de stewardess dat ze nog iets te eten wilden hebben. Onbegrijpelijk. Ik had een laatste poging ondernomen. Een bevriende Chinees had veertien pingpongballetjes in mijn kont geduwd en daarna was ik zo neutraal mogelijk boodschappen gaan doen. Ik kan me er niet veel van herinneren. Het ene moment stond ik nog te kijken hoe duur de andijvie was en verbaasde ik me over het gemak waarmee ik bewoog, het volgende moment lag ik opeens huilend met mijn wang tegen een winterpeen aan. Mooi ding van dichtbij. Ik was out gegaan. Van de bedrijfsleider hoorde ik later dat ik met mijn hand op mijn kont zes maal de winkel was doorgehold, dat ik huilend aan een kassameisje had gevraagd of ze iets uit mijn darm wilde halen, dat ik daarna had geprobeerd met een ijslepeltje de bolletjes er uit te wippen, dat ik nog iets had geroepen dat sterk leek op “AAAAAAAAAAAAAAAUUUUUUU” en daarna heel theatraal voorover in een bak met winterpenen was geflikkerd.
Participerende journalistiek, ik heb er niet zo veel mee.