Jiddisch Het Jiddisch in Nederland is een typische mengtaal. Veel van oorsprong Hebreeuwse woorden zijn vervormd tot 'nederlandsoide' meervoudsvormen of verkleind: schmu-es werd smoesje, schmusen werd smoezen of smoezelen, gein werd geintje of ongein. In het Nederlands waren al veel woorden opgenomen die via de bijbel uit het Hebreeuws kwamen:
amen, abt, aloë, halleluja, hosanna, jubeljaar, messias, mirre, pasen, sabbat, satan, sikkel, etc. Veel namen uiteraard ook: hans is via Johannes afgeleid van Jochanaan. Veel spreekwoorden (jobstijding) idem dito. In het Jiddisch zit veel handelstaal. De getallen die ik al noemde zijn de bekendste voorbeelden. Mokum betekent stad. Oorspronkelijk werd Amsterdam door hen aangeduid met Mokum Alef, Rotterdam met Mokum Reis, Berlijn met Mokum Beth, steeds de beginletter van de naam van de stad. Alleen Amsterdam heeft zijn jiddische naam behouden, en is synoniem geworden met de gezellige binnenstad. Via het Jiddisch zijn ook Duitse woorden binnengeslopen: de kift komt van het Duitse Gift, afgunst, pietsje van bisschen, sappelen van zappeln.
Echter door het gebruik van de taal in de 'onderlaag' van de samenleving zijn veel begrippen qua betekenis gedegradeerd. Een keurig hebreeuws woord als bajjiet, huis, werd in het jiddisch bajes, met de huidige betekenis gevangenis. Chacham (wijs, kundig) werd goochem, sluw; chosen (bruidegom) werd gozer, kalle (bruid) werd hoer, lef (hart) werd branie, poeren (Poerim is een vrolijk feest) werd poerem hebben, kouwe drukte; sjtieke (stilte) werd stiekem.
Bargoens
Jiddisch wordt vaak verward met Bargoens. Dit is de dieventaal, waar ook in veel andere landen een naam voor is bedacht die verwijst naar het buitenland: Thieves Latin (Eng), Germania (Sp), Rotwelsch (D), en ons Koeterwaals.
Bargoens verwijst naar Bourgondisch. In het bargoens zijn veel woorden uit het Jiddisch overgenomen en vaak ook vervormd, maar het is een op zichzelf staande 'taal'.
Jofe werd jofel, ponem werd porem, gawsones werd kapsones, mesjogge (gek) werd sjoeg, vaak verward met sjoewe, antwoord, dat ook sjoege werd. Bollebof (commissaris van politie) is afgeleid van balboos, de heer des huizes, bolleboos is er ook van afgeleid.
Gabber is afkomstig van gawwer, vriend; gajes heeft twee bronnen: gajes als gojim, niet-joden en chajjes, leven, werd gepeupel. Om gajes gaan of brengen.
Smeris werd afgeleid van sjemiere, toezicht, sjien, ander woord voor smeris, is de eerste letter daarvan.
Jatten is weer zo'n vervormd woord. Jad is hand, ook de aanwijsstok waarmee in heilige teksten woorden of passages werden aangewezen. Als werkwoord bestaat het in het Jiddisch niet, in het bargoens betekent het stelen. Ook penoze betekende als parnose gewoon onderhoud, middel van bestaan. Andere uit het Jiddisch afkomstige woorden:
Kinnesinne (hilversum: kinnesinnecity), mies (lelijk), stennis (Sjtannes maken = argwaan wekken), geteisem (Chatteisem, enkelv.chattes, arme mensen, gepeupel),
schlemiel, mazzel, sof (einde), jajim (wijn), gappen, gein, alles kits (alles gietes, gutes), ratsmodee (ashmodee, duivel), roddelen, de mist is (de mest in, bedorven), pleite (failliet), attenoje (adonai eloheinoe, mijn Heer en mijn Herder)
Niet uit het Jiddisch: dalven, lawaai, rambam, schnabbel, schorem, sjacheren. Deze zijn uit het bargoens afkomstig.
Amsterdamse uitspraak De invloed van het Jiddisch is beperkt gebleven tot woorden en betekenissen.
Ik heb geen bewijs kunnen vinden voor klank-matige invloed, zoals de Amsterdamse neiging om o in plaats van a te zeggen (Ojax), en de noordhollandse harde g.
Maar misschien vind ik dat in de toekomst nog.bron http://www.ety.nl/jiddisch.html
Taal lesje dames en heren
