495x bekeken
Onderwerp is gesloten!
Dit gebeurt meestal omdat een of meerdere personen het beleid hebben overtreden.
Het kan natuurlijk ook zijn dat er al een actieve discussie over hetzelfde onderwerp was.
Dit soort situaties zijn te voorkomen door op de hoogte te blijven van het beleid.
donateur
U hebt gezocht op nak:
RESULTAAT (maximaal 20 woorden)
na·kaar·ten (onov.ww.)
1 blijven praten na het vertrek van anderen => napraten
2 terugkomen op een zaak die als afgedaan wordt beschouwd
na·kau·wen (ov.ww., ook abs.)
1 telkens weer praten over (iets dat gebeurd is)
na·ken (onov.ww.)
1 [archa.] naderen
na·kend (bn.)
1 [inf.] naakt
na·keu·ring (de ~ (v.))
1 tweede keuring
na·keur·spel·ling (de ~ (v.))
1 naam voor de bij stemmingsbesluit van 1946 en 1947 ingevoerde toegelaten spelling [in 1995 afgeschaft]
na·kij·ken (ov.ww.)
1 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat) => nazien
2 (stukken, schriftelijk werk) corrigeren
3 controleren
na·klank (de ~ (m.))
1 echo
2 late invloed => effect
na·klin·ken (onov.ww.)
1 weergalmen
na·ko·me·ling (de ~ (m.), ~en)
1 bloedverwant in neerdalende lijn => afstammeling, descendent, nazaat, telg
na·ko·me·ling·schap (de ~ (v.))
1 nageslacht
na·ko·men1 (onov.ww.)
1 later komen dan anderen
na·ko·men2 (ov.ww.)
1 (iets) naleven, in acht nemen => inlossen, woord houden, zich aan zijn woord houden, zijn /woord/belofte/gelofte/ gestand doen; <=> zich onttrekken aan
na·ko·mer·tje (het ~, ~s)
1 jongste kind dat nogal veel in jaren verschilt met het voorlaatste
na·ko·ming (de ~ (v.))
1 het nakomen van een verplichting
na·kroost (het ~)
1 [form.] nageslacht
RESULTAAT (maximaal 20 woorden)
na·kaar·ten (onov.ww.)
1 blijven praten na het vertrek van anderen => napraten
2 terugkomen op een zaak die als afgedaan wordt beschouwd
na·kau·wen (ov.ww., ook abs.)
1 telkens weer praten over (iets dat gebeurd is)
na·ken (onov.ww.)
1 [archa.] naderen
na·kend (bn.)
1 [inf.] naakt
na·keu·ring (de ~ (v.))
1 tweede keuring
na·keur·spel·ling (de ~ (v.))
1 naam voor de bij stemmingsbesluit van 1946 en 1947 ingevoerde toegelaten spelling [in 1995 afgeschaft]
na·kij·ken (ov.ww.)
1 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat) => nazien
2 (stukken, schriftelijk werk) corrigeren
3 controleren
na·klank (de ~ (m.))
1 echo
2 late invloed => effect
na·klin·ken (onov.ww.)
1 weergalmen
na·ko·me·ling (de ~ (m.), ~en)
1 bloedverwant in neerdalende lijn => afstammeling, descendent, nazaat, telg
na·ko·me·ling·schap (de ~ (v.))
1 nageslacht
na·ko·men1 (onov.ww.)
1 later komen dan anderen
na·ko·men2 (ov.ww.)
1 (iets) naleven, in acht nemen => inlossen, woord houden, zich aan zijn woord houden, zijn /woord/belofte/gelofte/ gestand doen; <=> zich onttrekken aan
na·ko·mer·tje (het ~, ~s)
1 jongste kind dat nogal veel in jaren verschilt met het voorlaatste
na·ko·ming (de ~ (v.))
1 het nakomen van een verplichting
na·kroost (het ~)
1 [form.] nageslacht
Ik kan er nog steeds geen wijs uit worden










