Joshua Bathoorn
Om kwart over zes is de strafzaak tegen Arron B. afgelopen.
Al mijn collega’s zijn dan al uren naar huis.
Journalistiek is kennelijk niet meer alles willen weten.
Wat de advocaat te zeggen heeft bijvoorbeeld.
De advocaat zegt dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de vervolging van Arron B.
Omdat het politieonderzoek te wensen overlaat.
Dat het technisch onderzoek van de politie te gek voor woorden is.
En dat daarmee de belangen van de verdachte zijn geschaad.
De advocaat zegt dat Arron B. moet worden vrijgesproken omdat er geen sprake is van opzet. Hij had het mes wel in zijn hand, maar hij stak niet. Een ongeluk, hoe triest, kan niet leiden tot een strafrechtelijk verwijt aan het adres van mijn cliënt.
De advocaat zegt tot slot dat Arron B. moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging (ovar) omdat er sprake was van noodweer.
De officier van justitie zegt in tweede termijn dat het duidelijk moge zijn dat zij heel de kwestie anders beoordeelt dan de raadsvrouwe. En dat ze blijft bij haar eis van acht jaar gevangenisstraf.
De advocaat meent dat er nog zoveel vragen onbeantwoord zijn, dat over de ware toedracht alleen maar gespeculeerd kan worden.
Het bewijs dat de versie van de officier de ware is, waar zoals het is gebeurd, is niet geleverd, zegt de advocaat.
Arron B. heeft Joshua Bathoorn doodgestoken, zegt justitie.
Op 9 augustus, op zaterdagochtend om kwart voor tien, met een aardappelschilmesje, in de borst, vlak onder het sleutelbeen, twaalf centimeter diep.
Joshua Bathoorn stierf, 29 jaar oud, binnen enkele minuten.
Bij aanvang van de strafzaak, even na half twee, is de mediabelangstelling, compleet met camera’s voor de televisie, nog stevig. Vooraf is over deze zaak ook al veel gezegd en geschreven.
Het slachtoffer namelijk was de vriend van een bekende Nederlander.
Dus heel belangrijk.
Ik hoorde dat Joshua Bathoorn vooral heel erg wordt gemist door zijn naasten.
Zijn moeder had een verdrietige brief aan de rechtbank geschreven.
Over hoe belangrijke dingen in het leven ineens relatief zijn geworden.
De steek met het mes was zo gebeurd.
Arron B. was geschrokken toen hij ineens bloed zag, zegt hij.
Hij had geroepen tegen zijn vriendin die zich angstig in de wc had opgesloten dat ze 112 moest bellen.
Daarna was hij het huis uitgerend (gelopen) en in zijn grijze auto naar een vriend gereden.
Daar had hij verteld dat hij ‘die jongen’ had geprikt.
Toen had hij de contactfunctionaris minderheden van de regiopolitie Groningen gebeld.
Die kende hij wel.
Ze spraken af bij de pinautomaat van de SNS-bank.
Daar werd hij, ruim twee uur nadat hij het bloed had gezien, op eigen verzoek aangehouden.
Op dat moment hoorde hij dat Joshua Bathoorn nog voordat de 112-ambulance was gearriveerd, was overleden.
Zijn advocaat zegt: ‘Arron meldde zich vrijwillig bij de politie om uit te leggen dat wat er was gebeurd, een ongeluk was geweest.’
Maar dat lijkt de officier van justitie een te mooie voorstelling van zaken.
In haar ogen heeft Arron willens en wetens gestoken, dan wel het risico aanvaard dat Joshua Bathoorn het leven zou laten.
Niet voorbedacht, maar toch.
Doodslag.
Arron B. en Joshua kenden elkaar wel.
Van de stad. En van Dunja.
Joshua was al jaren bevriend met Dunja.
Arron B. had in april verkering met haar gekregen.
Dat ging een paar maanden heel goed en toen niet meer.
Hij zou haar mishandeld hebben.
Eén ongelukkige klap, zegt de advocaat.
Op 8 augustus had Dunja het uigemaakt.
Joshua hoort van de mishandeling en is boos.
In de nacht van vrijdag 9 op zaterdag 10 augustus kwam hij Arron rond 03.00 uur tegen de Poelestraat, in de binnenstad van Groningen.
Joshua sloeg zijn arm om de nek van Arron, gaf hem een knietje en zei dat ie te ver is gegaan.
De beveiligingscamera’s registreerden armgezwaai en het knietje.
Joshua – hij was vrolijk die nacht – belandde rond 05.00 uur met vrienden in bar Santana.
Daar kreeg hij ruzie met een Antilliaan.
En wel zo dat hij rond 08.00 uur uit de zaak werd gezet.
Vrienden brachten hem naar de H.L. Wicherstraat, naar het huis van Dunja.
Joshua was op dat moment relaxed zeiden ze, niet opgefokt.
Dunja had hem, een uurtje eerder al, een sms’je gestuurd. Of hij zin had om nog even lang te komen.
Samen dronken ze thee.
Elders in de stad werd Arron B. wakker.
Vrienden zeiden later dat hij die nacht wat stilletjes was geweest.
Dat dat knietje hem misschien niet lekker zat.
Even na 09.00 uur belde Joshua vanuit het huis van Dunja naar Arron B.
Die nam de telefoon niet op, want lag nog te slapen.
Joshua belde, zo zou Dunja later hebben verklaard, omdat hij wil dat Arron zijn excuses moet aanbieden.
Arron B. werd niet lang daarna wakker en zag dat hij is gebeld.
Dunja.
Hij belde terug.
Kreeg – tot zijn stomme verbazing – Joshua Bathoorn aan de lijn.
De man van het knietje.
In het huis bij zijn vriendin die het net had uitgemaakt, maar volgens hem nog niet heus.
In nota bene het huis ook dat hij de afgelopen maanden als de zijne was gaan beschouwen.
Waar hij klusjes had gedaan en leuke dingen met de kinderen.
Bathoorn zou hebben gezegd: ‘Hier komen en anders kom ik je halen.’
Arron B. belde een vriend om raad.
De vriend waarschuwde: geen wapens.
Hij belde ook zijn neef, die nachtportier is en goed is in het slechten van conflicten.
De neef gaf geen gehoor.
Tegen 09.30 uur reed Arron de H.L. Wicherstraat in.
Om te praten, zegt hij.
Om de confrontatie aan te gaan, zegt de officier.
Joshua Bathoorn zag hem komen, rende de trap af naar beneden, naar buiten.
Vechtpartij.
Omwonenden zagen het.
Vechtend gingen ze de trap op, de woning in.
Dunja sloot zich zelf met haar kindje op in het toilet.
Buren hoorden haar gillen.
Arron zegt dat hij bang was daar in die woning.
Hij voelde, zegt hij, dat Bathoorn hem wilde neersteken.
Getrek in de keuken waar op de vaatwasser een blok met messen stond.
In de woonkamer zag Arron hoe Bathoorn achter de computer rommelde.
Arron B. dacht dat hij iets scherps zocht om mee te prikken.
Bathoorn stond bij de computerkast met de rug naar hem toe.
Arron pakte hij hem bij de schouder.
Bathoorn draaide zich om.
In die draai zou het zijn gebeurd.
Toen stak Arron B. willens en wetens, zegt de officier van justitie
Toen viel Joshua Bathoorn in het mes dat Arron vasthield, zegt de advocaat.
Er zijn 3-D foto’s gemaakt van de steekwond.
Zo is de insteekrichting van het mes vastgesteld.
De officier: ‘Er is bovenhands gestoken. Dat rijmt niet met een val, met de verklaring van de verdachte.’
De advocaat: ‘Het mes is niet onderzocht op vingerafdrukken. Dat zou duidelijkheid kunnen bieden, bijvoorbeeld hoe Arron het mes heeft vastgehouden.’
De officier zegt dat uit alles blijkt dat de verdachte boos was, misschien was er wel sprake van gekrenkte trots, en dat het duidelijk is dat de verdachte boos de confrontatie zocht.
De advocaat zegt dat het duidelijk moge zijn dat Joshua Bathoorn die nacht met dat knietje de confrontatie zocht, daarna in bar Santana agressief was en ook ’s ochtends in de vroegte voor de woning van Dunja de agressor was. En waren er niet sporen van alcohol en cocaïne in zijn bloed aangetroffen? Nou dan.
Arron B. spreekt in de rechtszaal met gebroken stem.
Soms ligt zijn voorhoofd op de tafel.
Tien jaar geleden is hij veroordeeld voor een gewapende overval.
Daarna is hij, zegt hij, een andere jongen geworden.
Zegt tegen de rechters dat hij de dood van Joshua Bathoorn zeer betreurd.
En dat hij bang was.
Dat al veel van zijn vrienden en broers zijn vermoord.
Dat Joshua Bathoorn een grote kerel was en hij in vergelijking maar een klein mannetje.
Zegt: ‘Ik leef bang.’