Uitspraak van permanent verbannen op woensdag 25 maart 2009 om 14:38:
wijf..
Wijf
Engels wife, Duits Weib, in de betekenis van echtgenote. Het oorspronkelijk Germaanse woord wiba betekende eigenlijk de gesluierde. Het woord is verwant aan woorden die omwinden of omhullen betekenen. Van oorsprong werd hier een gehuwde vrouw met aangeduid. Het haar van de bruid werd omhuld met een doek. De herkomst van de bruidsluier is hierin waar te nemen.
wijf
mens, vrouw, vrouwmens, vrouwspersoon
echtgenote, eega, gade, gemalin, vrouw
Wijf
Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (wijven), vrouw; echtgenoot; [figuurlijk] gemeene vrouw; [figuurlijk] geen oud - bleef aan het spinnewiel, al wat lopen kon kwam op de been.
~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), als eene vrouw; verwijfd, vertroeteld.
~ACHTIGHEID, v. [geen meervoud] verwijfdheid; lafheid, gebrek aan moed.
~JE, (B. -N), o. (-s), kleine vrouw; [figuurlijk] vrouw (als woord van liefkozing, scherts enz.); het vrouwelijke dier.
~SCH, [bijvoegelijk naamwoord] wijfachtig.
WIJF
-bijdehante vrouw -del -echtgenote -kol -koof -onuitstaanbare vrouw -Persoonsbenamingen -toot -vrouw -xantippe -teef -kert -feeks -boosaardige vrouw