VerbergenWikipedia krijgt een nieuw uiterlijk.
Help ons fouten te vinden en de gebruikersinterface-vertalingen af te maken. (before 25/08/2010).
Mohammed
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voor andere personen met deze naam, zie Mohammed (voornaam)
Arabische kalligrafie van de naam van Mohammed. Het is onder de meeste moslims niet gebruikelijk om Mohammed af te beelden.Mohammed (Arabisch:, Moehammad) (Mekka, 569/570/571 - Medina, 8 juni 632) wordt door moslims beschouwd als profeet en voltooier van het monotheïstische geloof van Abraham. In de islam wordt hij als de laatste profeet en boodschapper gezien die de uiteindelijke openbaring van God, de Koran, heeft ontvangen. Door moslims wordt hij daarom aangeduid als het Zegel der Profeten.
Veel moslims zeggen op basis van Ahadith vaak na het horen van de naam Mohammed sallallahu alaihi wa sallam ("zegeningen en vrede met hem" of "vrede zij met hem"), in geschreven tekst vaak afgekort als 's(a)ws' of '(z)v(z)mh'.
Inhoud [verbergen]
1 Levensloop
1.1 Jeugd
1.2 Profeetschap in Mekka
1.2.1 Eerste volgelingen
1.2.2 Machtsstrijd in Mekka
1.2.3 Vertrek naar Yathrib
2 Medina
2.1 Verdrag van Medina
2.2 Slag bij Badr en Oehoed
2.3 Terugkeer naar Mekka
3 Mohammeds vrouwen
4 Boodschap
5 Joden en christenen
6 Visies en opinies
6.1 De islam over Mohammed
6.2 Het uiterlijk van Mohammed
6.3 Enkele andere religieuze en humanistische visies op Mohammed
6.4 Enkele hedendaagse opinies over Mohammed
6.5 Historisch-kritische kanttekeningen
6.5.1 Betrouwbaarheid van de overleveringen
6.6 Gezegde
7 Externe link
[bewerken] Levensloop
Er zijn geen bronnen uit de tijd van Mohammed waarop een biografie gebaseerd kan worden. Het oudst bekende geschrift is de Sira van Ibn Ishaq (plusminus 750), latere biografieën zijn (deels) daarop gebaseerd.
Perzische miniatuur uit de 16e eeuw. Mohammed komt met Buraq, een hemels dier, aan in de hemel. Zijn gezicht is niet afgebeeld.[bewerken] Jeugd
Zie Geboortejaar van Mohammed voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Zie ook Stamboom van Mohammed
Verschillende gedichten uit de klassieke Arabische literatuur ondersteunen de traditionele visie, dat de afstamming van Mohammed van de stam van Haashim, een verarmde substam van de Qoeraisj is. De stam Qoeraisj komt voort uit het volk van Adnaan die een afstammeling van Haidir (Hadar) is. Hadar is de achtste zoon van profeet Ismaël (Genesis 25:13-15). Mekkaanse tegenstanders van Mohammed bekritiseerden hem met het argument, dat ze hem en zijn boodschap geloofd zouden hebben als hij een van de vooraanstaande mannen van de twee steden (Mekka en at-Thakif) zou zijn geweest.
Over zijn vader Abdallah ("dienaar van God"), die vlak voor de geboorte van Mohammed gestorven zou zijn, is weinig bekend. Zijn grootvader van vaders zijde wordt Abd al-Moettalib genoemd. Over hem is eveneens weinig bekend. Zijn moeder Aminah bint Wahab was afkomstig uit Medina en overleed toen hij zes jaar was. Tot zijn achtste was hij bij zijn grootvader in huis maar toen die stierf werd zijn opvoeding voortgezet door zijn oom, Aboe Talib. Uit historische bronnen zijn Mohammeds ooms Aboe Talib, Hamza en Abd al-Oezza bekend. Uit de Islamitische traditie is ook bekend dat Mohammed in zijn jonge jaren als schaapherder heeft gewerkt voordat hij een koopman werd.
Polytheïsme en geestenverering kenmerkten de Arabische wereld toen Mohammed opgroeide, hoewel er ook Joodse stammen (met name in Medina) waren en groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was in die tijd een handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen. Handelaars en andere reizigers namen hun religies en (af)godsbeelden mee en velen daarvan werden in Mekka neergezet, vooral rond de Ka'aba. De Ka'aba was in de tijd van Mohammed een universeel religieus heiligdom waar 360 goden werden aanbeden. De stam Qoeraisj had vanouds het beheer over de Ka'aba. Mohammed groeide op in de stad en ontmoette daar voldoende rondreizende bedoeïenen en kooplieden uit allerlei windstreken om iets meer te weten te komen over deze religies. Ook nam zijn oom hem tenminste één keer mee naar Syrië. Eén van de bijnamen die zijn stadgenoten hem volgens de overlevering gaven was al-Amin, de betrouwbare.
Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe Chadidja, die handelskaravanen bezat. Zij had hem kort daarvoor in dienst genomen als leider van een van haar karavanen. Reizend als Chadidja's handelsvertegenwoordiger kwam Mohammed in contact met joden en christenen. Hij kwam daarbij in aanraking met hun godsdienst.
[bewerken] Profeetschap in Mekka
Volgens de tradities zou Mohammed zich in de maand ramadan in het jaar 610 teruggetrokken hebben in de grot van Hira toen hem de engel Gabriël verscheen en hem aanwees als profeet van God. Hij zou toen 40 jaar oud geweest zijn. De eerste vijf regels van Soera De Bloedklomp vormen volgens een meerderheid van de Koranexegeten het begin van de openbaringen die Mohammed gedurende de volgende 22 of 23 jaar via Gabriël van God zou hebben ontvangen. Deze openbaringen werden later samengevoegd in de Koran.
Na ongeveer twee jaar begon Mohammed in Mekka als profeet op te treden en riep hij zijn plaatsgenoten op geen afgoden meer te aanbidden. Zijn boodschap van monotheïsme, politieke eenheid en sociale bewogenheid stuitte op verzet van de heersende klasse die zijn rijkdom en aanzien mede aan de veelgodencultus rond het heiligdom in Mekka te danken had.
In sommige authentieke Ahadith worden wonderen overgeleverd die Mohammed heeft verricht. Zo liet hij op verzoek voor een wonder van de heidense Mekkanen de maan splijten (sahieh Boechari, Volume 4, Boek 56, Nummer 831) en liet hij water uit zijn vingers stromen (sahieh Boechari 3576/sahieh Muslim 1856) waarmee hij aan het gebrek aan water bij zijn metgezellen een einde maakte terwijl ze met vijftienhonderd man waren.
[bewerken] Eerste volgelingen
Een 15e-eeuwse illustratie van een predikende Mohammed, door Al-Biruni.Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Chadidja, zijn vriend en koopman Aboe Bakr, zijn minderjarige neef Ali, zijn geadopteerde zoon Zayd en de rijke koopman Oethman ibn Affan. Vanwege zijn sociale boodschap trok hij in het begin met name armere Mekkanen en slaven aan. In de dertien jaar dat Mohammed in Mekka predikte verzamelden zich ongeveer 70 families om hem heen.[1]
[bewerken] Machtsstrijd in Mekka
De heersende klasse voelde zich door het optreden van Mohammed dermate bedreigd dat ze hem het leiderschap over Mekka aanboden op voorwaarde dat hij met zijn predikingen ophield. Toen Mohammed dat weigerde, riep een aantal leidende figuren op tot een boycot van de clan van Mohammed, die twee jaar duurde. Zij raakten gedurende die tijd economisch en sociaal volledig geïsoleerd. In die tijd overleed Chadidja en niet lang na het opheffen van de boycot ook zijn oom en beschermer Aboe Talib ibn Abdul Muttalib, wat zijn tegenstanders in de gelegenheid stelde om openlijk te speculeren over mogelijkheden om Mohammed uit de weg te ruimen.
[bewerken] Vertrek naar Yathrib
In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om successievelijk naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en vertrok hij 's nachts in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was.
Deze migratie staat bekend als de hidjra en is later als begin van de islamitische jaartelling gaan gelden.
[bewerken] Medina
afbeelding van Mohammed in Medina uit een Arabisch middeleeuws manuscript.Mohammed vestigde zich in Yathrib. Zijn dromedaris werd bij aankomst losgelaten en wees zo de plaats aan van Mohammeds huis. De plaatsnaam werd omgedoopt in Medinat-un-Nabawi ('stad van de profeet'), later afgekort tot Medina. In Medina zou Mohammed naast zijn religieuze functie op een later tijdstip ook een politiek-militair profiel aannemen als opperbevelhebber van het moslimleger.
[bewerken] Verdrag van Medina
Volgens de tradities sloot Mohammed een verdrag met de Arabische en Joodse stammen dat bepaalde dat ieder zijn eigen religie vrij kon belijden, vijandigheden tussen moslims verbood en voorschreef dat geschilpunten ter beoordeling aan Mohammed werden voorgelegd. Tevens zouden de partijen elkaar steun verlenen in het geval een van hen door een vijand zou worden aangevallen.
Het Verdrag maakte weliswaar een einde aan de onderlinge vijandigheden tussen partijen in Yathrib, maar met de komst van Mohammed en zijn getrouwen ontstond een nieuw conflict, namelijk tussen moslims en niet-moslims. Het is onzeker of het overgeleverde verdrag hetzelfde is als het verdrag dat de strijdende partijen in Yathrib ondertekenden.
[bewerken] Slag bij Badr en Oehoed
Om in de landbouwenclave aan inkomsten te komen waren de moslims aangewezen op de steun van de inwoners van Medina, die mede daarom 'helpers' (ansaar) werden genoemd. De moslims waren gemigreerd uit Mekka maar hadden al hun bezittingen achtergelaten. De Qoeraisj waren van plan om deze bezittingen van de moslims te gaan verhandelen. Zo vertrok er dus een karavaan met de bezittingen van de gemigreerde moslims.
Mekka stuurde in 624 een leger om deze belangrijke karavaan te beschermen. Mohammed besloot om deze bezittingen niet zomaar in de handen van de Qoeraisj te laten. Bij Badr, een oase op de karavaanroute tussen Mekka en Medina, kwam het tot een treffen. De karavaan bleef in handen van de Mekkanen, maar het leger van de Mekkanen werd door het aanzienlijk kleinere leger van de moslims onder leiding van Mohammed verslagen. Volgens de overlevering was dat te danken aan de tussenkomst van engelen, die het aantal van de moslims schijnbaar deed toenemen.
In 626 versloeg een leger van circa 3000 Mekkanen het duizendkoppige leger van moslims bij Oehoed. De moslims moesten zich in Medina terugtrekken.
In 627 stuurde Mekka een leger van 10.000 soldaten naar Medina om de moslimgemeenschap definitief te vernietigen. De moslims hadden echter een gracht gegraven, een techniek die nieuw was voor de Arabieren die gewend waren om man tegen man te vechten. Na twee weken beleg moest het leger zich terugtrekken, niet in staat de vesting van Medina binnen te komen. Deze gebeurtenis staat bekend als de loopgravenoorlog of 'Slag van de gracht'. Essentieel zijn de onderhandelingen van de Qoeraisj met de joden van Banoe Koraiza om via het zuiden van de oase van Medina waar deze joden woonden, de stad binnen te trekken[2].
Meteen hierna keerde Mohammed zich tegen de joodse stam Banoe Koraiza, omdat zij de aanval gedeeltelijk betaald zouden hebben en zelfs op de been hebben gebracht. Na een beleg van 25 dagen gaf de stam zich over. Mohammed liet de joden hun eigen rechter aanwijzen, die vervolgens de joodse wetten toepaste; op basis van Deuteronomium 20:10-17 veroordeelde de aangewezen rechter de mannen van de stam collectief tot de dood en de vrouwen en kinderen tot slavernij. Soera De Partijscharen zegt hierover dat de Mensen van het Boek die de tegenstanders van de moslims helpen schrik zijn aangejaagd. [3] Hoewel deze daad als antisemitisch opgevat kan worden, kan dit weerlegd worden door het feit dat na 627 kleine groepen joden in Medina bleven leven zonder verdere represailles[4].
Al voor de Slag van de Gracht wilde Mohammed het bloedgeld verhogen, maar volgens de overlevering zou tijdens de onderhandelingen met de joden aan Mohammed zijn geopenbaard dat de joden hem wilden vermoorden. De joodse vesting werd twee weken belegerd, waarna de palmbomen werden gehakt, iets wat de joden zo'n angst inboezemde, dat zij vroegen te mogen vertrekken. Met alles wat zij mee konden nemen, vertrokken zij naar Khaybar.[5]
Na het Verdrag van Hoedaibijja echter, waarbij een wapenstilstand tussen de moslims met de Qoeraisj werd gesloten, besloot Mohammed zijn aandacht te richten op het gevaar in het noorden, Khaybar. Met 600 man werd gepoogd in de Slag bij Khaybar de plaats in te nemen die als onneembaar gold. Met het kleine leger leek Mohammed gedoemd te zijn deze Slag te verliezen, maar de onderlinge verdeeldheid in het stammensysteem aan de joodse zijde leek Mohammed in de hand te werken. Ondanks dat de overleveringen spreken van een snelle overwinning, moet de strijd een maand in beslag hebben genomen. Nadat de joden een vredesvoorstel deden aan Mohammed werd deze geaccepteerd met Koranistisch voorschrift. Het was precies het soort overeenkomst dat de Arabieren in de sedentaire gebieden regelmatig sloten met de bedoeïen; in ruil voor de helft van de dadeloogst zou Mohammed voor militaire bescherming zorgen. Het nabijgelegen Fadak hoorde van deze overeenkomst en anticipeerde op een mogelijke aanval. Ook de Fadakse joden besloten zich over te geven onder dezelfde voorwaarde. Om dit alles te bezegelen trouwde Mohammed de dochter van zijn voormalige vijand.[6]
Omringende Arabische stammen begonnen nu de kracht van Mohammed te erkennen en waren bereid om verdragen met hem te sluiten.
Mohammed reist op een ezel terug naar Mekka met op de achtergrond de vier aartsengelen[bewerken] Terugkeer naar Mekka
In 628 trok Mohammed met 1500 ongewapende volgelingen in ihram (pelgrimskledij) en voorzien van een groot aantal offerdieren naar Mekka met het doel de hadj te verrichten, maar de toegang tot de stad werd hem ontzegd. De Qoeraisj en de moslims kwamen wel een tienjarig bestand overeen, het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, dat de moslims in staat stelde om het jaar daarop de kleine bedevaart, de oemra, te verrichten. Voor de zekerheid trokken de Mekkanen zich terug op de omringende heuvels. Na vijf dagen verblijf in Mekka keerden de moslims weer terug naar Medina.
In januari 630 schonden de Mekkanen het verdrag van al-Hoedaibiyya ,doordat enkele Qoeraisjieten de clan Bakr hielp bij het doden van een aantal leden van de met Mohammed verbonden clan Choezaa'a. Daarop overvielen de moslims met een leger van 10.000 soldaten Mekka. Mohammed kondigde algehele amnestie voor de Qoeraisj af, op voorwaarde dat zij zich niet tegen Mohammeds heerschappij zouden verzetten. Na de terugkeer in Mekka werd de Ka'aba door Mohammed gezuiverd van de in totaal 360 afgoden in en rondom de Ka'aba. Elf Qoeraisjieten werden uiteindelijk ter dood gebracht.
In zijn laatste levensjaren zou Mohammed een aantal brieven naar naburige heersers hebben gestuurd, met daarin een uitnodiging de islam te accepteren. Hij zou brieven hebben geschreven aan de volgende wereldleiders:
De Romeinse keizer Herakleios. Hoogstwaarschijnlijk heeft de brief de keizer niet eens bereikt. Ook zou Abu Sufyan ibn Harb, toen nog geen moslim maar een mede-ondertekenaar van het Verdrag van al-Hoedaibiyyah, een onderhoud met Heraclius hebben gehad. Heraclius zou onder de indruk zijn geweest maar om politieke redenen niet tot de islam hebben willen bekeren.
De negus van Abessinië, die reeds eerder een deel van de moslims onderdak had gegeven toen zij in Mekka werden vervolgd. De negus zou een positief antwoord hebben teruggestuurd waarin hij zou verklaren de islam te willen accepteren. Vrij snel daarop overleed de negus echter.
Muqawqis, door sommige bronnen patriarch Cyrus van Alexandrië, die namens de Romeinen Egypte bestuurde. Hoewel moslims de brief aan Muqawqis als authentiek zien, wordt deze authenticiteit door sommigen betwist. Muqawqis zou Mohammed twee concubines hebben teruggestuurd, maar zijn antwoord was ontwijkend en hij bekeerde zich niet.
Sjah Khusro II van Iran. Deze zou de brief direct hebben verscheurd en nam overigens niet de moeite te reageren. Wellicht was de reden voor deze reactie dat Mohammed zijn naam voor die van Khusro had geschreven, wat Khusro als een belediging ervoer.
Munzir ibn Sawa Al Tamimi, die voor de Iraniërs in Bahrein als gouverneur optrad. Hijzelf en een groot deel van zijn onderdanen bekeerde zich.
Hauda bin Ali, de heerser van Al-Yamama, een woestijngebied in westelijk centraal-Arabië. Deze wilde zich alleen bekeren indien hij een hoge post zou krijgen binnen de oemma, wat Mohammed weigerde.
Harith ibn Abi Shamir al-Ghassani, Ghassanidische gouverneur van Damascus, toentertijd deel van het Oost-Romeinse Rijk. Hij zou de brief als beledigend hebben ervaren.
Jaifer en `Abd al-Jalani, twee broers die de Azd stam in het huidige Oman bestuurden, ontvingen de brief en bekeerden zich tot de islam.
In maart 632 volbracht Mohammed zijn enige hadj. Tijdens de reis hield hij een preek waarin hij een aantal richtlijnen op religieus en sociaal gebied nogmaals uiteenzette en afscheid nam van zijn volgelingen.
Na een kort ziekbed overleed Mohammed rond de middag op maandag 8 juni 632 in Medina. Hij was toen 62 of 63 jaar oud. Zijn vriend en schoonvader Aboe Bakr volgde hem op als leider (kalief) van de moslims. Mohammed werd begraven in de kamer waar hij stierf en die later tot de Moskee van de profeet werd omgebouwd. Dit omdat islamitisch gezien de lichamen van profeten niet verplaatst mogen worden.
[bewerken] Mohammeds vrouwen
In de Hadith van Bukhari (1:282) staat dat Mohammed op enig moment negen vrouwen heeft gehad. Als profeet had hij deze bevoegdheid in een openbaring van God gekregen; voor de andere moslims gold en geldt de beperking zoals geopenbaard in Soera De Vrouwen, waar in aya 3 een beperking van vier vrouwen wordt opgelegd die allen gelijkwaardig behandeld behoren te worden.
Achter elke naam van een vrouw staat de huwelijksdatum (voor zover bekend), of ze maagd, weduwe of gescheiden was, of er een politieke reden voor het huwelijk was en of ze Mohammed overleefde.
Khadijah bint Khuwaylid trouwde in 595 na Chr.; weduwe; stierf in 619
Sawada bint Zama trouwde snel na 619; weduwe; stierf na Mohammed
Aïsja trouwde op zesjarige leeftijd circa 622; huwelijk werd pas op latere leeftijd geconsummeerd ; stierf na Mohammed circa 678
Hafsa bint Umar trouwde tussen circa 624-625; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed
Zaynab bint Khuzayma trouwde circa tussen 626-627; weduwe; stierf kort daarna
Umm Salama Hind bint Abi Umayya trouwde in 626; weduwe; stierf na Mohammed
Zaynab bint Jahsh trouwde circa tussen 625-627; weduwe en gescheiden; stierf na Mohammed
Juwayriya bint al-Harith trouwde circa tussen 627-628; weduwe, waarschijnlijk politiek huwelijk; stierf na Mohammed
Umm Habibah trouwde in 629; weduwe, politiek huwelijk; stierf na Mohammed
Safiyya bint Huyayy trouwde in 629; weduwe, gevangengenomen tijdens een veldslag; stierf na Mohammed
Maymuna bint al-Harith trouwde in 629; weduwe; stierf na Mohammed
Maria al-Qibtiyya; Egyptische (naam verwijst naar "Maria de Koptische"); ze was als slavin gegeven aan Mohammed door de heerser van Egypte. Velen beweerden dat ze slavin bleef; anderen beweerden dat ze toch deels vrijheid verkreeg; getrouwd circa tussen 628-629; ze was de moeder van Mohammeds enige zoon Ibrahim, die maar kort geleefd had en stierf in 630; stierf na Mohammed
[bewerken] Boodschap
Mohammed ontvangt in een openbaring een gedeelte van de Koran tijdens een slagDiverse Koranverzen benadrukken dat Mohammed geen stichter van een nieuwe religie was. Zijn taak bestond alleen uit het oproepen van de schepping en de mensheid[7] om terug te keren tot de oorspronkelijke religie, die in de Koran wel de religie van Ibrahim wordt genoemd, en om te waarschuwen voor de Dag des oordeels. De Koran leert dat God zich al eerder tot andere volken had gericht, maar zich nu voor het eerst rechtstreeks tot de Arabieren richtte.
Soera De Kantelen 157-158 stelt:
"Hun, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt het kwade, veroortooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is neergezonden volgen, zullen gewis slagen. Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van God, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in God en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in God en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden."
[bewerken] Joden en christenen
Omdat Mohammed met joden en christenen in aanraking kwam, wordt door islamologen verondersteld dat hij de joodse en christelijke leer 'bewerkte' of er elementen uit overnam. In die visie is Mohammed dan ook de auteur, of tenminste de redacteur van de Koran. Moslims gaan er daarentegen van uit dat de Koran in opdracht van God door de engel Gabriël (Jibriel) aan Mohammed geopenbaard werd.
De voor de Arabieren revolutionaire religieuze ideeën worden in de Koran nadrukkelijk in verband gebracht met de Mensen van het Boek (ahl al-kitab), een uitdrukking die verwijst naar de joodse en christelijke gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. Soera Jonas 94 daagt de tegenstanders van Mohammed zelfs uit om de Mensen van het Boek te consulteren voor onweerlegbaar bewijs voor de waarheid van zijn boodschap: "En als u over hetgeen Wij tot u hebben nedergezonden twijfelt, vraagt dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen."
Toch konden joden en christenen het met die boodschap niet zomaar eens zijn. Het voornaamste twistpunt vormt de status van Jezus: volgens de joden géén profeet, volgens christenen méér dan een profeet en zelfs Gods zoon. Ook konden joden en christenen in Mohammed niet zomaar een profeet zien; deden zij dat wel, dan bekeerden zij zich tot de islam.
[bewerken] Visies en opinies
[bewerken] De islam over Mohammed
Volgens de islam is Mohammed de langverwachte laatste profeet en boodschapper van God die, na een reeks profeten uit Israël, voor de gehele mensheid zou komen met een universele wet. Zijn komst zou dan ook plaatsvinden in een periode tussen nà de eerste en vóór de tweede komst van de messias. Hiermee ontbindt volgens de islam Mohammed zowel de Thora als het Evangelie, die niet zuiver overgeleverd zouden zijn. Moslims zien het Evangelie als een aanvulling op de Thora, terwijl de Koran de vervanger van de Thora is. De komst van de messias zal daarom onder de wetten van de Koran vallen en niet onder die van de Thora. De komst van Mohammed manifesteert volgens de islam het verbond van God met de mensheid. De Koran (Soera De Profeten 107) zegt namelijk het volgende;' En Wij hebben u slechts als genade voor de werelden gezonden.' Moslims geloven dat Mohammed in het Oude Testament door Mozes en Jesaja en in het Evangelie door Jezus is voorspeld. Mohammed is een profeet en zal niet terugkeren als messias.
Er is ook een Hadith overgeleverd waarin Mohammed het volgende zegt;',,Waarlijk, ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man gebouwd wordt, een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: “Was die laatste hoeksteen maar ook geplaatst?” Toen zei de Profeet: ,,Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten'. (Overgeleverd door al-Boecharie)
Belangrijk is dat Mohammed zijn hele leven eraan gewijd heeft de eenheid van God te prediken; de Koran waarschuwt onophoudelijk dat geen enkel schepsel de eer gegeven mag worden die alleen aan God verschuldigd is. Mohammed zelf waarschuwt ook om hem niet te vereren zoals de christenen Jezus vereren. Aboe Bakr zou bij het overlijden van Mohammed hebben gesproken: Mensen, als iemand Mohammed aanbidt, Mohammed is dood, maar als iemand God aanbidt, God leeft en zal niet sterven. Daarop reciteerde Aboe Bakr soera Het Geslacht van Imraan: En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt?...[8]
[bewerken] Het uiterlijk van Mohammed
In de Koran wordt nergens gesproken over het uiterlijk van Mohammed. De paar bekende afbeeldingen van Mohammed staan in geschriften uit Perzië, het huidige Iran, die voor de culturele elite waren bedoeld. Nu nog nemen sjiieten een wat lossere houding aan tegenover afbeeldingen dan soennieten. In de Hadith is echter wel informatie te vinden van zijn metgezellen die de profeet beschrijven. Volgens de meest gezaghebbende overleveringen van Al-Bukhari en Muslim was Mohammed van gemiddelde lengte, niet dik, had een wit rond gezicht met volle zwarte baard waarin maar weinig grijze haren zaten. Zijn gezicht zou schijnen als de maan als hij vol was. Hij had brede schouders, halflang haar, donkere ogen en lange oogleden. Als hij liep, was het of hij een heuvel afdaalde. Hij had ook een moedervlek zo groot als een duivenei tussen zijn schouderbladen, die in de traditie bekend werd als het ‘zegel der profeten’.
Een andere beschrijving vinden we van Oemm Ma'bad al-Khoezaa'iyyah, die door Mohammed en zijn metgezellen werd bezocht:
Ik zag een man die grote schoonheid bezat en een stralend gezicht en een mooi uiterlijk had. Hij was niet ontsierd door magerheid, noch was hij mismaakt door een klein hoofd. Hij was bijzonder aantrekkelijk. Zijn pupillen waren pikzwart en zijn wimpers waren lang en gebogen. Zijn stem was scherp en lichtelijk hees. Hij had een lange nek en een volle, maar niet al te lange baard. Zijn wenkbrauwen waren lang, dun en doorlopend. Wanneer hij zweeg, straalde hij waardigheid uit en wanneer hij sprak, werd hij omvat door heerlijkheid. De schoonste en prachtigste mens van veraf, de meest bekoorlijke en bevallige mens van dichtbij. Zijn woorden waren zoet en beslissend. Hij sprak niet te weinig en niet teveel. Zijn woorden waren als parels die van een koord rolden. Hij was van gemiddelde lengte: hij was niet te lang, noch was hij te kort waardoor men op hem neer zou kijken. Hij was als een twijg tussen zijn twee metgezellen. De meest glansrijke en achtenswaardige van de drie. Zijn metgezellen omringden hem: wanneer hij sprak, luisterden zij naar hem en wanneer hij beval, haastten zij zich naar zijn bevel. Hij werd geëerd en gevolgd. Hij was geen geprikkelde man, noch was hij iemand die onzinnigheid sprak .
Overgeleverd in Zaad al-Ma'aad (3/57), door Hoebaysh ibn Khaalid.
[bewerken] Enkele andere religieuze en humanistische visies op Mohammed
Sommige humanisten zien Mohammed, net als Jezus en Boeddha, als een belangrijk ethisch leider.
In de Middeleeuwen stond Mohammed onder de joden bekend als 'ha-meshuggah' ("de kwade" of "de bezetene", vergelijk het Nederlandse woord 'mesjogge'). De titel wordt onder andere in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt voor degenen die zichzelf als profeten beschouwden, maar vals waren. Voor veel joden is de ernstig afwijkende hervertelling door Mohammed van oude verhalen onverteerbaar.
Mohammeds ontkenning van de goddelijke status van Jezus gaat in tegen de christelijke dogmatiek. In Soera Pracht en Praal 81 staat te lezen (vertaald) “Indien de Barmhartige een zoon had, dan zou ik de eerste der aanbidders zijn.” Christenen beschouwen Mohammed als een valse leraar (2 Petrus 2:1). Anderen gaan nog een stap verder en beweren dat Mohammed werd geïnspireerd door Satan. Mohammed zou een van de vele valse leraren zijn.
Veel middeleeuwse christenen meenden dat de stichting van de islam een schisma binnen het christendom was, en dat Mohammed oorspronkelijk een christelijke priester was. In De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri wordt Mohammed samen met Ali in de negende kloof van de achtste kring van de Hel geplaatst als zijnde schismaticus.
Volgens het Bahá'í-geloof is Mohammed niet de laatste profeet (maar wel de laatste van de profetische cyclus, die met Adam was begonnen), maar Bahá'u'lláh, die wordt beschouwd als de, tot nu toe, laatste in de reeks Boodschappers van God.
Ook een deel van de Ahmadiyya-moslims geloven dat Mohammed niet de laatste profeet was.
[bron?]
[bewerken] Enkele hedendaagse opinies over Mohammed
Mohammed wordt vaak verdedigd middels het argument dat het een andere tijd betrof, terwijl niet-gelovige, hedendaagse opiniemakers daartegen inbrengen dat een profeet zijn tijd vooruit zou moeten zijn. Veel zaken worden volgens moslims niet in de juiste context geplaatst. Zij zeggen dat er ook in het Oude Testament sprake is van buitensporig geweld, zoals Sodom en Gomorra, en wijzen er op dat ook Jezus in het Nieuwe Testament over slaven spreekt. Plaats en tijd zijn niet alleen belangrijk voor hen die kritiek leveren op Mohammed, maar ook voor hen die de islam aanhangen, zoals tafsir duidelijk maakt. [bron?]
[bewerken] Historisch-kritische kanttekeningen
Buiten de islamitische overlevering is er over het optreden van Mohammed in de periode in Mekka weinig informatie te vinden. Wat we over hem weten, weten we uit de Koran, Korancommentaren en mondeling overgeleverde uitspraken van volgelingen. Moderne historici kunnen niet anders dan zeer omzichtig omgaan met deze informatie. De profeet staat niet vermeld in enig bekend historisch document van buurvolkeren. In de koran komt het woord Mohammed slechts viermaal voor, maar onduidelijk is of het om een eigennaam of een bijvoeglijk naamwoord gaat, dat met 'de prijzenswaardige' vertaald kan worden en of daar inderdaad de historische Mohammed mee wordt bedoeld. In de Korantekst komt wel een naamloze jij-figuur voor, die soms gezant of profeet wordt genoemd.
In de Ahadith[bron?] zijn verschillende aanwijzingen te vinden die er op duiden dat Mohammeds optreden een sterk pathologische achtergrond kan hebben gehad. Eerder al was de mogelijkheid geopperd dat Mohammed aan epilepsie[9] leed, wat door stimulatie van de temporale kwab tijdens epileptische aanvallen tot visioenen zou hebben geleid.
[bewerken] Betrouwbaarheid van de overleveringen
De oudste biografie van Mohammed is die van Ibn Ishaaq en dateert van rond 750, meer dan een eeuw na de dood van de profeet. Dit is een verzameling mondeling overgeleverde uitspraken van tijdgenoten die niet beschouwd kan worden als objectieve en verifieerbare geschiedschrijving in de moderne zin van het woord. Volgens sommige islamologen lijken biografieën van de profeet vooral bedoeld om passages in de Koran achteraf van een context te voorzien en zijn het alleen al daarom geen betrouwbare historische bronnen.[10][11]
Wim Raven wijst erop dat er verschil van mening tussen moslimgeleerden en westerse islamologen en oriëntalisten bestaat over de vraag of de talloze overleveringen over Mohammed inderdaad als historisch betrouwbaar materiaal mogen worden beschouwd. Moslimgeleerden geloven dat dit materiaal in grote lijnen met de werkelijkheid overeen komt, westerse geleerden hebben daarentegen hun ernstige twijfels, met name omdat nauwelijks enige brontekst met zekerheid in de eerste eeuw van de islam te dateren zou zijn en van vele teksten elkaar tegensprekende varianten bestaan. Niet-islamitische bronnen, die soms heel oud zijn, zouden een heel ander beeld opleveren dan islamitische bronnen.[12]
De pogingen om feit en fictie in de beschikbare bronnen van elkaar te onderscheiden hebben tot nu toe weinig bruikbare resultaten opgeleverd voor een kritische beschrijving van de historische persoon Mohammed en de rol die hij speelde in de islam. Harald Motzski stelt dat het onderzoek op dit moment gevangen is in een dilemma. Aan de ene kant is het volgens Motzki niet mogelijk een historische biografie te schrijven zonder ervan beschuldigd te worden de bronnen kritiekloos over te nemen, terwijl het aan de andere kant onmogelijk is om op basis van een kritische beschouwing van die bronnen een bruikbare biografie te schrijven.[13] Arthur Jeffrey veronderstelde in 1926 dat er misschien gewacht moet worden op verder onderzoek naar de vroege bronnen voordat er uitspraken kunnen worden gedaan over de historische Mohammed.[14][15]
[bewerken] Gezegde
"Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan" is een Nederlandse uitdrukking. Het betekent dat als het geluk niet naar je toe komt, moet je naar het geluk toe gaan. De vroegste verschijning van de uitdrukking is in het Engels in het werk "Essays", hoofdstuk 12, van Francis Bacon, dat in 1625 werd gepubliceerd, If the mountain won't come to Muhammad, Muhammad will go to the mountain.
[bewerken] Externe link
PDF versie van biografie Ar-Raheeq Al-Makhtum
Referenties
Karen Armstrong: Islam, geschiedenis van een wereldgodsdienst, 3e druk, 2005, pp. 65-66
Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 219, ISBN 90 414 0246 2
Gabriël Mandel Khan Mohammed, de profeet, blz. 59, ISBN 90 5466 790 7
Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 224, ISBN 90 414 0246 2
Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 207-208, ISBN 90 414 0246 2
Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 249-250, ISBN 90 414 0246 2
Een beknopte ilmihal, een beknopt handboek van de essentiële islamitische leer, Fazilet Nesriyat ve tic. a.s., Istanbul, circa 2005, blz 13
Mohammed, een poging tot begrip van de islam, Karen Armstrong, Uitgeverij Anthos, 2e druk, 1997, blz. 276-277, ISBN 90 414 0246 2
Theophanes (752-817): Chronographia
Karl-Heinz Ohling & Gerd-R. Puin, Die dunklen Anfänge, neue Forschungen zur Entstehung und frühen Geschichte des Islam, Berlin, 2005. Twaalf wetenschappers uit verschillende landen uiten in dit boek hun twijfels over het traditionele verhaal over de beginperiode van de islam. Recensie in Trouw, 3 maart 2006. Overigens komen hun conclusies niet allemaal met elkaar overeen.
Hans Jansen, De historische Mohammed. De Mekkaanse verhalen, Amsterdam, 2005. Recensies in NRC, RD en Trouw
Wim Raven in zijn inleiding bij: Ibn Ishaaq: Het leven van Mohammed, de vroegste Arabische verhalen, Amsterdam, 1980. Raven werkt dit niet verder uit.
Vertaald van: S.A. Nigosian, Islam: Its History, Teaching, and Practices, p. 6. Gedeeltelijk in te zien via books.google.com
The Quest of the Historical Muhammad, The Muslim World, vol. 16: 327-48,1926 [1]
Voor meer over de vergelijking van de historische benadering van Mohammed met historisch onderzoek naar Jezus en de problemen die bij beiden oprijzen, zie b.v. F. E. Peters, The Quest of the Historical Muhammad, International Journal of Middle East Studies, Vol. 23, No. 3. (Aug., 1991), pp. 291-315, met een uitgebreid notenapparaat.
Profeten binnen de islam, genoemd in de Koran
Adam Idries Nuh Hud Salih Ibrahim Lut Ismail Ishaq Yaqub Yusuf Ayyub
Adam Henoch Noach Eber Shelah Abraham Lot Ismaël Izaäk Jakob Jozef Job
--------------------------------------------------------------------------------
Shu'aib Musa Harun Zulkifl Dawud Suleyman Iljas Al-Jasa Yunus Zakarya Yahya Isa Mohammed
Jetro Mozes Aäron Ezechiël David Salomo Elia Elisa Jona Zacharia Johannes Jezus
Islam (portaal)
Geloof & gebruik: Allah · Hadj · Salat · Sjahada · Tawhid · Sawm · Vijf Zuilen · Wudu · Zakat · Zuilen van geloof
Kalender: Asjoera · Hidjra · Mawlid · Offerfeest · Ramadan · Suikerfeest
Personen: Aboe Bakr · Aïsja · Ali · Helpers · Metgezellen · Mohammed
Stromingen: Ahmadiyya · Alevitisme · Ibadisme · Madhhab · Sjiisme · Soefisme · Soennisme
Wet & Recht: Fiqh · Hadith · Koran · Sharia · Soennah · Tafsir
Mediabestanden
Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Muhammad op Wikimedia Commons.
Ontvangen van "
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mohammed"
Categorie: Mohammed
Verborgen categorieën: Wikipedia:Artikel mist referentie sinds juni 2008 | Wikipedia:Artikel mist referentie sinds december 2009
Persoonlijke instellingen
Nieuwe functionaliteit Niet aangemeldOverlegpagina IP-adresBijdragen IP-adresAanmelden / registreren Naamruimten
Artikel Overleg VariantenWeergaven
Lezen Bewerken Geschiedenis HandelingenZoeken
Navigatie
Hoofdpagina Vind een artikel Vandaag Categorieën Recente wijzigingen Nieuwe artikelen Willekeurige pagina Informatie
Gebruikersportaal Snelcursus Etalage Hulp en contact Donaties Hulpmiddelen
Links naar deze pagina Verwante wijzigingen Bestand uploaden Speciale pagina's Permanente verwijzing Deze pagina citeren Afdrukken/exporteren
Boek makenDownloaden als PDFPrintervriendelijke versiein andere projecten
MediabestandenIn andere talen
Acèh Afrikaans Alemannisch Aragonés Anglo-Saxon Asturianu Azrbaycan Žemaitška Bikol Central () Bislama Brezhoneg Bosanski Català Cebuano Soranî / esky Cymraeg Dansk Deutsch Zazaki English Esperanto Español Eesti Euskara Suomi Võro Føroyskt Français Frysk Gaeilge Gàidhlig Galego Hawai`i Fiji Hindi Hrvatski Magyar Interlingua Bahasa Indonesia Ido Íslenska Italiano Basa Jawa Qaraqalpaqsha Kurdî Kernewek Latina Lumbaart Lietuvi Latviešu Bahasa Melayu Malti Mirandés Nedersaksisch Norsk (nynorsk) Norsk (bokmål) Occitan Pangasinan Polski Português Runa Simi Român Sicilianu Scots Srpskohrvatski / Simple English Slovenina Slovenšina Soomaaliga Shqip / Srpski Basa Sunda Svenska Kiswahili lnski Türkmençe Tagalog Türkçe /Tatarça Uyghurche / O'zbek Ting Vit Walon Winaray Wolof Yorùbá Vahcuengh Bân-lâm-gú Deze pagina is het laatst bewerkt op 18 aug 2010 om 10:36.
De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Zie de Gebruiksvoorwaarden voor meer informatie.
Wikipedia® is een geregistreerd handelsmerk van de Wikimedia Foundation, Inc., een organisatie zonder winstoogmerk.
Privacybeleid Over Wikipedia Voorbehoud