Uitspraak van verwijderd op woensdag 17 juni 2015 om 11:04:
Blijven nog steeds visies en opinies net zoals vele andere zaken, maar idd. de onderbouwing van het onderzoek is aannemelijk.
Maar er is nergens een exacte omschrijving van Mohammed; zelfs niet in de koran dus we moeten maar "aannemen" wat er ons voorgeschoteld wordt.
Nog een interessant struk uit het hoofdstuk 'Allah en het zwaard' (hoofdstuk 7):
De Profeet heeft intussen enkele belangrijke regels geproclameerd: een verbod op de consumptie van alcohol, een verbod op het gokken, een verbod op de consumptie van varkensvlees, of van dieren die stierven of gewurgd werden, of als offeranden aan idolen zijn gewijd.
Opmerkelijk is hier hoe nauw hij aansluit bij de joodse wet.
Overzicht van het leven van Mohammed
Geboorte van Mohammed ± 570
Roeping 610
Begin prediking 612 of 613
Emigratie naar Abessinië 615
Boycot van Banu Hashim; 616-619
Nachtelijke reis naar Jeruzalem 619
Dood van Khadidja 619
Dood van Abu Talib 619
Abu Lahab wordt hoofd van Hashim-clan
Bezoek aan Ta'if 619
Eerste bekeerlingen van Yathrib 620
Eerste verdrag van Akaba 621
Tweede verdrag van Akaba 622
Toelating om zelf te vechten 622
<br />
Medina-periode 24 september 622-632+
Jaar 1<br /

24 september 622 - juni 623) Nakhla;<br />eerste geslaagde overval op karavaan tijdens heilige maand Radjab.
Jaar 2<br /

juni 623 - juni 624) Slag van Badr<br />Verrassing en meevaller voor Mohammed;<br />Kainuka;<br />-joden worden onderworpen en verdreven;<br />Mohammed ruimt tegenstanders op.<br />Verbond met Bedoeïenenstammen.
Jaar 3<br /

juni 624 - juni 625) Overvallen op karavanen:<br />Mekka stuurt 3.000 man tegen Medina;<br />Mohammed begaat een fout bij Uhud, wordt gekwetst,<br />maar wordt niet definitief verslagen.<br />Mekkanen trekken zich terug.
Jaar 4<br /

juni 625 - juni 626) trekt op tegen de Nadir- joden,<br />die verdreven worden naar Khaibar of Syrie;
Jaar 5<br /

juni 626 - juni 627) Mekka stuurt 10.000 man sterk leger;<br />gracht houdt ze tegen;<br />keert zich tegen Kurayza-joden die uitgeroeid worden;
Jaar 6<br /

juni 627 - mei 628) Huwelijk met Umm Habeiba,<br />dochter van Abu Sufyan;<br />Mohammed trekt zelf naar Mekka;<br />overeenkomst;<br />wapenstilstand;<br />verdrag van Hudaybiya;
Jaar 7<br /

mei 628 - april 629) Oase Khaibar ingenomen (joden);<br />bezoek en `umra' in Mekka;<br />nederlaag tegen de Byzantijnen in Muta.
Jaar 8<br /

mei 629 - april 630) rukt uit naar Mekka (december 629), amnestie;<br />naar Ta'if tegen de Hawazin-stammen;<br />slag van Hunain.
Jaar 9<br /

april 630 - april 631) gezantschappen van onderwerping,<br />tegelijk weerstand te Medina;<br />wil naar Noord- Arabië;<br />slag te Tabuk.
Jaar 10<br /

april 631 - maart 632) eerste gereformeerde bedevaart naar Mekka<br />onder leiding van Mohammed;<br />vernietiging van de afgodsbeelden.
+ 8 Juni 632.
Zijn dood heeft hij niet voorzien. Nog de laatste maand plant hij zeer actief een tocht, die hijzelf wilde leiden, naar TransJordanië in het Noorden. Tenslotte gaf hij, ondanks ernstige weerstand bij zijn volgelingen, het commando aan Usama, de jonge zoon van Zaid, om zo de dood te wreken van zijn vader, die gevallen was in de slag bij Muta. Hij had toen al een leger van 3.000 strijders verzameld.
De belangrijkste aanleiding voor deze tochten naar het Noorden was blijkbaar de weinig enthousiaste houding van de heersers van de aangrenzende gebieden tegenover zijn schriftelijke eis erkend te worden als de Profeet.
Men kan de hele activiteit van Mohammed samenvatten als volgt:
Mohammed streeft erkenning na, eerst en vooral van de Mekkanen, zijn stamgenoten, daarna van de joden, tenslotte van de omliggende stammen en rijken.
Naarmate hij slaagt worden zijn eisen strenger. Politieke onderwerping alleen is niet meer voldoende, de aanvaarding van de islam wordt essentieel, en dat is voornamelijk de ` salat' (het gebed) en de ` zakat' (de bijdragen en aalmoezen), die de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid uitdrukken aan Allah en aan zijn Profeet.
Deze `zakat' wekte nogal wat tegenstand. Mohammed was echter onverbiddelijk en hard. Eens weigerden de Banu Tamin de belasting te betalen. Mohammed zond er vijftig Arabische ruiters op af; die namen vijftig mannen, vrouwen en kinderen als gijzelaars mee.
Mohammed bedreigde al wie weerstand bood met vreselijke straffen in het hiernamaals. "Indien enige eigenaar van goud of zilver niet betaalt wat hij moet, dan zullen op de dag van de verrijzenis gloeiende platen voor hem gesmeed worden, verhit in het vuur van de hel. Zijn lenden, voorhoofd en rug zullen verzengd worden. En als de platen afkoelen, wordt alles overgedaan gedurende een dag die vijftig duizend jaar zal duren."
Niemand mag vereerd worden tenzij Allah en Mohammed als zijn Profeet. Dat wordt het grote beginsel van de islam.
Ter gelegenheid van zijn verovering van Mekka worden alle afgodsbeelden vernietigd. Die politiek wordt voortgezet in alle gebieden die door de moslims veroverd worden. Daarom worden zij ervan beschuldigd cultuurvernietigend te werk te gaan en de schuld te dragen voor het teloorgaan van zoveel oude en onvervangbare kunstwerken, al was dat eigenlijk slechts de uitvoering van de wet van Mozes, die uitdrukkelijk gebiedt alle afgodsbeelden te vernietigen.
Deze vernietiging was meer dan een symbolische daad.
Ze werd gevolgd door de uitroeiing van de ongelovigen.
Eerst worden de joden, die met hem spotten, geplunderd en verdreven, daarna uitgemoord - er was geen jood in Medina, die niet bang was voor zijn leven - later schatplichtig gemaakt (Khaibar).
Mohammed geeft uitdrukkelijk het bevel christenen en joden te bevechten.
Afvalligen werden onmiddellijk afgemaakt. Umar zou gezegd hebben: "Het zijn slechts polytheïsten; het bloed van één van hen is als het bloed van een hond". Als hij geraakt wordt door het sarcasme van bepaalde liedjeszangers en poëten, laat hij ze vermoorden ( Asma bint Marwan, een vrouw, en Ka`b ibn Ashraf, een jood).
Zijn politieke leidraad was: nooit een belediging ongewroken te laten. Deze poëten kun je vergelijken met de huidige journalisten. Ze waren bij Mohammed niet geliefd.
Hij engageert nu zelf dichters. Hij wil geleide voorlichting.
Tegenstanders laat hij vanaf 622 uit de weg ruimen: (in juni 625 moord op Safian; in mei 626 wordt Abu Rafi (jood) vermoord in zijn bed; Al Usair, een jood die vanuit Khaibar de Banu Gatafan had opgehitst, werd uitgenodigd bij Mohammed, maar werd onderweg vermoord; in april 627 worden alle mannen van een hele jodenstam, Banu Kurayza, (7-800 man), geëxecuteerd.
Het gedetailleerde verhaal getuigt van een gruwelijke wreedheid.
Mannen en vrouwen werden in afzonderlijke afdelingen voor de nacht opgesloten. Zij brachten die door al biddend... Tegelijkertijd werden er graven en grachten gedolven op de marktplaats... Als die in de morgenuren klaar waren, gaf Mohammed zelf, getuige van de tragedie, het bevel dat de gevangenen in groepjes van vijf of zes tegelijk zouden buitengebracht worden. Elke groep werd bevolen te gaan zitten op de rand van de gracht die hun graf zou worden, en daar werden ze onthoofd. Groep na groep werden ze buitengebracht en in koelen bloede afgemaakt.
Er waren bovendien nog een duizendtal gevangenen. Eén vijfde kwam Mohammed toe, die een aantal slavinnen aan zijn vrienden uitdeelde, en de rest verkocht aan Bedoeïenen in ruil voor paarden en wapens.
Mohammed is zich heel bewust van zijn terrorisme, hij zegt: "Ik werd geholpen door de terreur".
Theophanes, een monnik, die leefde van 752 tot 154 817, en een geschiedenis schreef, bevestigt dit: "Allen kregen schrik, tot in Byzantium toe".
Doorheen heel Mohammeds leven loopt anderzijds ook de rode draad van de stamverbondenheid. In het begin van zijn optreden wordt hij beschermd door zijn familie. In Yathrib vindt hij steun door zijn familiale banden. In Mekka keert hij terug en vindt hij een gunstige onderhandelingsbasis dank zij zijn huwelijk met de dochter van zijn voornaamste tegenstander Abu Sufyan.
Tegenover de Mekkanen is zijn houding dan ook enigszins anders dan tegenover de joden en de christenen, eerst worden de karavanen geplunderd, er wordt gevochten en gedood, maar door het feit dat de Mekkanen hem tenslotte willen aanvaarden, besluit hij hun amnestie te verlenen. Joden waren onverzoenlijk, Mekkanen niet, en de overige stammen onderwierpen zich.
Zijn amnestie voor de Mekkanen, ook voor hen die eens zijn vijanden waren, op voorwaarde dat zij hem erkenden, heeft hem het imago van de groothartige, edelmoedige overwinnaar bezorgd; tegelijk kreeg hij het epitheton van profeet- moordenaar door zijn optreden tegen de joden, tegen ongelovigen en tegen sommige tegenstrevers. Moslims vochten en doodden. Zij gehoorzaamden aan de orders van Mohammed: "Doe alle heidenen verdwijnen uit het Arabische schiereiland".
Er is een merkwaardige evolutie in Mohammeds houding tegenover oorlogvoering. In het begin was vechten verboden, - men moet alles aan Allah overlaten - daarna werd het toegestaan, het werd zelfs verplichtend tegen dezen die de strijd eerst aanbonden tegen de moslims, tenslotte werd het een heilige plicht om alle ongelovigen uit te roeien of te onderwerpen.
Er kan geen twijfel over bestaan, dat Mohammed en Christus op dit gebied parallelle figuren zijn. Merkwaardig is, dat ook het christelijk geloof steeds uitloopt op rellen, opstand en oorlog. Tijdens de middeleeuwen werden de Kruistochten de godsdienstige uitingen bij uitstek, opgevolgd door de Dertigjarige Oorlog, en tonen zij de merkwaardige hefboomwaarde van de godsdienstige ideeën, niet om vrede te stichten, maar integendeel om strijd en oorlog te baren.
De islam maakt geen uitzondering op deze gang van zaken.
Vanaf het begin is er de heilige oorlog, die ook door Christus als resultaat van zijn optreden wordt erkend: Jezus sprak: "Wellicht denken de mensen dat Ik gekomen ben om vrede op de wereld te brengen, en weten zij niet, dat Ik gekomen ben om tweespalt te brengen, vuur, zwaard en oorlog".
De reden is heel eenvoudig: het paranoïde karakter dat deze openbaringen inspireert is de onmiddellijke oorzaak van de haat tegen de ongelovigen. Wie niet gelooft is een vijand en moet vernietigd worden. Het recht om zo op te treden wordt rechtstreeks door God gegeven. Want Hij oordeelt de ongelovigen, die ook de bozen zijn. Ongeloof is de zwaarste misdaad, omdat het de miskenning is van de pretentie van de profeet de enige en volledige waarheid te bezitten. Het is tegelijk een persoonlijke belediging.
De Profeet of Messias heeft die waarheid rechtstreeks van God door inspiratie, visioenen of zelfs directe communicatie. Jezus verneemt bij het Doopsel en op de berg Thabor dat hij Gods zoon is. Hij heeft visioenen in de woestijn. Mohammed verneemt aan de grot Hira dat hij de Profeet is. Zijn boodschap verneemt hij van Gabriël. Wie is zo vermetel zulke waarheden te ontkennen of te bevechten, of de verkondiger ervan uit te lachen?
Doorheen de Profeet staat hij tegenover God zelf en kwalificeert zich als een goddeloze, een huichelaar, een boosdoener. Zulke mensen moeten vernietigd worden.
Dat is het fundament van de ` djihad' of heilige oorlog. Deze is onafscheidelijk verbonden met die visie op de werkelijkheid. Want de Profeet is slechts de spreekbuis van God. Gehoorzamen aan de Profeet is gehoorzamen aan God. Daarom is het niet voldoende alleen maar te geloven, het is niet voldoende de `zakat' te betalen, men moet ook behoren tot de 'mujahidin', de strijders van de heilige oorlog.
http://www.carabo.tweakdsl.nl/mohammed7.htm
Zo ga je wel een beetje begrijpen waarom ISIS zo wreed en ziek is hè...