
Op het Feijenoord forum dit stukje gevonden over Mario Been; ik kwam niet meer bij... (de schrijver pseudo is Ted Scholten)
Mario. Mario Mario. Wees eerlijk, ook als woeste heteroseksueel denk je bij Mario aan een prachtige verschijning. Een zongebruinde playboy met een grote muil en een enorme lul. Een vrouwenverslinder die alles kan krijgen wat zijn hartje begeerd. In de regel een succesvol persoon, al is het alleen maar dankzij zijn woest aantrekkelijke uiterlijk. Iemand als Mario Cipollini bevestigde dat beeld eens te meer. De Italiaanse wielrenner won tientallen ritten in zowel de Tour de France als de Giro d'Italia, won klassiekers en zelfs de wereldtitel. Zijn bijnaam was niet geheel toevallig "Mooie Mario". Toch is de naam Mario een ultiem voorbeeld dat naamgeneralisatie vooral gebakken lucht is. Neem dat virtuele pizzabakkertje, die na tientallen jaren nog steeds met zijn broer door pijpleidingen moet kruipen, munten moet vinden en prinsessen moet redden. Zijn pensioen is nog lang niet in zicht.
Datzelfde geldt voor Mario Balotelli. Heeft nog jaren de tijd om zijn banksaldo te spekken, maar er gaat geen week gaat voorbij of de enige zwarte Mario die we ooit zullen kennen staat in het boulevard gedeelte van de krant. Rijdt Bentleys in de prak, neukt lelijke hoeren, komt te laat voor trainingen, heeft de grootst mogelijke moeite om zich fatsoenlijk aan te kleden, gooit dartpijlen op fans. Heeft ongetwijfeld een enorme lul zoals het een echte Mario betaamd, maar Balotelli is zelf ook een enorme lul. Over enorme lullen gesproken. Wat dachten we van de vrouwelijke versie van Mario? We hebben het hier over Maria. De enige vrouw in de geschreven geschiedenis die zonder van bil te zijn gegaan zwanger is geworden. Geloof mij nou, daar is echte een flinke jongen overheen gegaan. Drie wijzen wellicht. Ik vlak zelfs de os en de ezel niet uit.
Nee hoor, lang niet alle Mario's zijn Adonissen die alles wat zij aanraken in goud zien veranderen. Mario Been is wat dat betreft een schoolvoorbeeld. De voormalig trainer van Feyenoord wordt regelmatig Pietje Bell genoemd, maar als ik naar zijn hoofd kijk denk ik eerder aan Piet Snot. Of Piet Paulusma. Pieten lijken bij voorbaat lelijk te zijn, maar dat is weer een heel ander verhaal. Mario is allesbehalve een knappe jongen en zeker geen "Mooie Mario". Hij heeft in zijn carrière ook een stuk minder gewonnen. Als speler verkwanselde hij zijn talent en als trainer etaleerde hij zijn gebrek aan een ander talent. Het talent om met mensen om te gaan, het talent om tactische meesterzetten door te voeren of het talent om de juiste spelers aan te trekken. Het bleek allemaal niet weggelegd voor Mario Been. Deze Mario kreeg het voor elkaar om topclub Feyenoord in twee jaar tijd bijna ten onder te laten gaan. Mario is een echte reuzendoder, maar vooral de reuzen die aan zijn kant staan moeten het ontgelden. Het meest laffe van allemaal is dat het wat Feyenoord betreft zelfs een slapende reus betrof. Was er een makkelijker slachtoffer te vinden? Mario Been. De man die de boeken in zal gaan als de Clini Clown die voor het zieke Feyenoord moest zorgen, maar allesbehalve een lach op het gezicht van alles wat Feyenoord is toverde. Mario Been. Om zijn kop kun je lachen. Om zijn daden allerminst.