Poll, geopend op maandag 30 januari 2012, looptijd van 5175.2 dag.
verban de smartphone van de dansvloer?
| 24 | 59% | ja, irritante mensen die de hele avond op hun schermpje staren, of foto's/filmpjes schieten ipv losgaan |
| 11 | 27% | wat is een smartphone |
| 6 | 15% | nee, ik wil net als de dj(van tegenwoordig) m'n mail kunnen checken/virtueel kunnen socializen |
‘Het is moeilijk te verwoorden hoe slecht ik behandeld ben in de Berghain afgelopen nacht. Met hooggespannen verwachting ging ik samen met twee vrienden naar de beroemde club in Berlijn. We liepen naar binnen, mochten doorlopen naar de jassen- en tassen-controle (waar geen commentaar werd geleverd op de inhoud), en betaalde daarna de entree. We hadden het ontzettend naar ons zin, waarop ik besloot om een foto te maken van mijn vriendin. Plotseling kwam een razende man op me af stappen die de camera uit mijn hand greep. Ontzettend agressief trok hij me aan mijn arm de trap af en zette mij de club uit, met als uitleg dat het niet toegestaan is om foto’s te nemen in de Berghain.’
De tekst hierboven is een quote van een verontwaardigde Engelsman nadat hij uit wat misschien wel de beroemdste underground nachtclub van de laatste tien jaar was gezet. Een club die optreedt tegen iets dat inherent is aan deze tijd, maar eigenlijk haaks staat op veel basisprincipes van clubcultuur. Want hoe normaal is de onontkoombaarheid van smartphones in het nachtleven eigenlijk?
Innerlijke wroeging
Ik zeg het meteen maar, ik heb een grote afkeer van telefoons en camera’s in het clubleven. Ondanks mijn afkeer betrap ik mijzelf er niettemin namelijk regelmatig op mijn telefoon op de dansvloer te gebruiken. Zelden maak ik een filmpje of foto van een optreden. Waarom doen mensen dat? Als ik de zaal in kijk, zie ik vaak meer iPhone-frontjes op de DJ-booth schijnen dan dat er gezichten te zien zijn. De vraag die op zulke momenten door mijn hoofd schiet is waarom iedereen toch door een beeldscherm loopt te staren als we zo graag grof geld betalen om de live-experience mee te maken. ‘Om het moment te vereeuwigen’, zullen de meeste aspirant-cineasten waarschijnlijk antwoorden. Vanuit individueel perspectief gezien een ongelofelijk kul-argument natuurlijk, want er is altijd wel iemand anders die zijn registratie op het net knalt.
Daarentegen betrap ik mijzelf er regelmatig op dat ik uit een reflex mijn telefoon erbij pak als mijn dansvloerpartners verdwijnen voor een drankje, een snuifje of een sanitaire stop. En als ik niet gebeld ben, dan maar midden op de dansvloer mijn mail sta te checken. Omdat het algemeen geaccepteerd is dat ik het kastje in mijn achterzak gebruik, is het bijna onmogelijk om de dagelijkse realiteit achter mij te laten, en mijzelf te laten opgaan in de avond. Was het op zo’n moment maar breed gedragen dat iemand mij terechtwijst, zoals je wel eens leest in verhalen over legendarische clubs van vroeger. Neem bijvoorbeeld de cases die Ministry of Sound-oprichter Justin Berkmann meemaakte toen hij voor de eerste keer de Paradise Garage bezocht. Toen hij bij zijn eerste entree in de club overdonderd stond te staren, kreeg hij direct een duw en een snauw van een mede-clubber, of hij wel wist dat hij op de ‘dans’-vloer stond.
Professor Barabas
Laten we voor het gemak de definitie van clubcultuur proberen te bepalen aan de hand van onderzoekers die zich in het fenomeen hebben verdiept. William Hardy McNeill onderzocht in zijn boek Keeping Together in Time: Dance and Drill in Human History het belang van dans voor de saamhorigheid van groepen. Hij spreekt hierin over community-dancing, wat hij beschrijft als een proces waarbij verschillende personen door ritmisch te bewegen een gezamenlijk geheel creëren, dat een bindend en saamhorig effect tot stand brengt en kan leiden tot een gemeenschappelijke euforie en zelfs een roeservaring. Door te participeren in een emotionele gemeenschap, wordt in een club of party een groepsethos gegenereerd, dat wordt gekenmerkt door een kortstondige kwaliteit en het ontbreken van de vaste routine die zo typerend is voor het dagelijks leven.
Randall Collins onderzocht de voorwaarden waaronder een collectieve roes ontstaat. Hier zijn volgens hem een gezamenlijke oriëntatie en stemming, fysieke nabijheid en afgrenzing van buitenstaanders voor nodig. Hierdoor is er niet alleen sprake van een groot inlevingsvermogen tussen vrienden, maar ook met vreemden.
Nou ben ik professor Barabas niet, maar wanneer we de buitenwereld en daarmee de dagelijkse realiteit niet los weten te laten, vervaagt dan niet ook het hele principe waarvoor we met zijn allen die 15 euro p.p. hebben neergelegd? Leidt de smartphone niet iedere clubber af van de redenen waarvoor we in eerste instantie gekomen zijn, zoals de muziek, het dansritueel, het hedonistische gedrag en de gemeenschappelijke roeservaring? Gedragingen die tevens behoorlijk intiem zijn, en waarbij de wetenschap dat die direct via ‘sociale’ media verspreid kunnen worden het alleen maar moeilijker maken om buiten de realiteit van de dag te treden. Voor de Berghain is dit de voornaamste reden om camera’s te weren uit de clubs, maar zou het niet ook een gegronde motivatie zijn om op te treden tegen de smartphone? Waarom immers zoveel aandacht en passie investeren in de clubervaring als de grote spelbreker er één is van broekzakformaat?
Wijzelf zijn het grote gevaar
De aanleiding van dit artikel was een interview dat collega Job de Wit zeer recent had met François Kevorkian, de toch wel legendarische New Yorkse dj die al sinds het begin van dj-cultuur in de jaren zeventig draait en nog steeds wekelijks de hele wereld over vliegt. Hij vertelt: ‘Jonge mensen zijn meer geïnteresseerd in hun mobieltje en in foto’s maken in de club. Dat weerhoudt ze ervan om echt diep in de muziek te zitten. Vroeger was uitgaan meer een ceremonie, een ritueel, echt iets dieps. Er zijn nog steeds van zulke plekken, maar niet veel. Ik zie dat ook niet meer terugkeren.’ Op de vraag of het een goed idee zou zijn als mensen in een club of op een festival bij de entree hun iPhone of BlackBerry moesten inleveren antwoordt Kevorkian: ‘Jazeker! Ze zouden er kluisjes voor moeten hebben. Iemand zou het initiatief moeten nemen en het invoeren.’
François Kevorkian
De Britse sociologe Sarah Thorton zei al in haar studie naar clubcultuur dat de grootste bedreiging van de underground niet de wet is, maar de media, die de kennis van de subcultuur verspreidt naar de rest. Nou stamt haar studie uit 1995, dus kon ze niet weten dat wij clubbers een kleine twintig jaar later zélf het medium zouden zijn, en daarmee dus de grootste bedreiging voor underground clubcultuur – voor zover haar definitie van underground nog bestaat natuurlijk.
Begrijp me niet verkeerd, het is niet zo dat iedere club of elk feest hinder ondervindt van door Android en iOS gestuurde gear. Wanneer het goed wordt ingezet, kan het juist een extra dimensie geven aan een evenement. Denk aan Richie Hawtin die zijn publiek bij zijn optredens betrekt via een speciaal ontwikkelde applicatie, of een evenement waarbij je door je iPhone in te pluggen zelf de dj wordt. Of wat te denken wanneer je op een godsverloren moment het Cooldown Café bent binnenstappen? Dan is je telefoon toch echt een handig instrument om je bronstige bui te verzilveren zonder tussenkomst van bierviltjes.
Maar mijn pleidooi draait om evenementen die de pure dance-cultuur belichamen. Evenementen die draaien om de muziek, om de ceremonie, zoals Kevorkian het zo mooi verwoordt. Een cultuur die mede door de smartphone aan kracht lijkt te hebben ingeboet. Niet op de kwantiteit, maar de kwaliteit ervan. Berghain is nu nog een uitzondering, maar het is niet onwaarschijnlijk dat hun camerabeleid er juist mede voor zorgt dat de club zo tot de verbeelding spreekt.
De tekst hierboven is een quote van een verontwaardigde Engelsman nadat hij uit wat misschien wel de beroemdste underground nachtclub van de laatste tien jaar was gezet. Een club die optreedt tegen iets dat inherent is aan deze tijd, maar eigenlijk haaks staat op veel basisprincipes van clubcultuur. Want hoe normaal is de onontkoombaarheid van smartphones in het nachtleven eigenlijk?
Innerlijke wroeging
Ik zeg het meteen maar, ik heb een grote afkeer van telefoons en camera’s in het clubleven. Ondanks mijn afkeer betrap ik mijzelf er niettemin namelijk regelmatig op mijn telefoon op de dansvloer te gebruiken. Zelden maak ik een filmpje of foto van een optreden. Waarom doen mensen dat? Als ik de zaal in kijk, zie ik vaak meer iPhone-frontjes op de DJ-booth schijnen dan dat er gezichten te zien zijn. De vraag die op zulke momenten door mijn hoofd schiet is waarom iedereen toch door een beeldscherm loopt te staren als we zo graag grof geld betalen om de live-experience mee te maken. ‘Om het moment te vereeuwigen’, zullen de meeste aspirant-cineasten waarschijnlijk antwoorden. Vanuit individueel perspectief gezien een ongelofelijk kul-argument natuurlijk, want er is altijd wel iemand anders die zijn registratie op het net knalt.
Daarentegen betrap ik mijzelf er regelmatig op dat ik uit een reflex mijn telefoon erbij pak als mijn dansvloerpartners verdwijnen voor een drankje, een snuifje of een sanitaire stop. En als ik niet gebeld ben, dan maar midden op de dansvloer mijn mail sta te checken. Omdat het algemeen geaccepteerd is dat ik het kastje in mijn achterzak gebruik, is het bijna onmogelijk om de dagelijkse realiteit achter mij te laten, en mijzelf te laten opgaan in de avond. Was het op zo’n moment maar breed gedragen dat iemand mij terechtwijst, zoals je wel eens leest in verhalen over legendarische clubs van vroeger. Neem bijvoorbeeld de cases die Ministry of Sound-oprichter Justin Berkmann meemaakte toen hij voor de eerste keer de Paradise Garage bezocht. Toen hij bij zijn eerste entree in de club overdonderd stond te staren, kreeg hij direct een duw en een snauw van een mede-clubber, of hij wel wist dat hij op de ‘dans’-vloer stond.
Professor Barabas
Laten we voor het gemak de definitie van clubcultuur proberen te bepalen aan de hand van onderzoekers die zich in het fenomeen hebben verdiept. William Hardy McNeill onderzocht in zijn boek Keeping Together in Time: Dance and Drill in Human History het belang van dans voor de saamhorigheid van groepen. Hij spreekt hierin over community-dancing, wat hij beschrijft als een proces waarbij verschillende personen door ritmisch te bewegen een gezamenlijk geheel creëren, dat een bindend en saamhorig effect tot stand brengt en kan leiden tot een gemeenschappelijke euforie en zelfs een roeservaring. Door te participeren in een emotionele gemeenschap, wordt in een club of party een groepsethos gegenereerd, dat wordt gekenmerkt door een kortstondige kwaliteit en het ontbreken van de vaste routine die zo typerend is voor het dagelijks leven.
Randall Collins onderzocht de voorwaarden waaronder een collectieve roes ontstaat. Hier zijn volgens hem een gezamenlijke oriëntatie en stemming, fysieke nabijheid en afgrenzing van buitenstaanders voor nodig. Hierdoor is er niet alleen sprake van een groot inlevingsvermogen tussen vrienden, maar ook met vreemden.
Nou ben ik professor Barabas niet, maar wanneer we de buitenwereld en daarmee de dagelijkse realiteit niet los weten te laten, vervaagt dan niet ook het hele principe waarvoor we met zijn allen die 15 euro p.p. hebben neergelegd? Leidt de smartphone niet iedere clubber af van de redenen waarvoor we in eerste instantie gekomen zijn, zoals de muziek, het dansritueel, het hedonistische gedrag en de gemeenschappelijke roeservaring? Gedragingen die tevens behoorlijk intiem zijn, en waarbij de wetenschap dat die direct via ‘sociale’ media verspreid kunnen worden het alleen maar moeilijker maken om buiten de realiteit van de dag te treden. Voor de Berghain is dit de voornaamste reden om camera’s te weren uit de clubs, maar zou het niet ook een gegronde motivatie zijn om op te treden tegen de smartphone? Waarom immers zoveel aandacht en passie investeren in de clubervaring als de grote spelbreker er één is van broekzakformaat?
Wijzelf zijn het grote gevaar
De aanleiding van dit artikel was een interview dat collega Job de Wit zeer recent had met François Kevorkian, de toch wel legendarische New Yorkse dj die al sinds het begin van dj-cultuur in de jaren zeventig draait en nog steeds wekelijks de hele wereld over vliegt. Hij vertelt: ‘Jonge mensen zijn meer geïnteresseerd in hun mobieltje en in foto’s maken in de club. Dat weerhoudt ze ervan om echt diep in de muziek te zitten. Vroeger was uitgaan meer een ceremonie, een ritueel, echt iets dieps. Er zijn nog steeds van zulke plekken, maar niet veel. Ik zie dat ook niet meer terugkeren.’ Op de vraag of het een goed idee zou zijn als mensen in een club of op een festival bij de entree hun iPhone of BlackBerry moesten inleveren antwoordt Kevorkian: ‘Jazeker! Ze zouden er kluisjes voor moeten hebben. Iemand zou het initiatief moeten nemen en het invoeren.’
François Kevorkian
De Britse sociologe Sarah Thorton zei al in haar studie naar clubcultuur dat de grootste bedreiging van de underground niet de wet is, maar de media, die de kennis van de subcultuur verspreidt naar de rest. Nou stamt haar studie uit 1995, dus kon ze niet weten dat wij clubbers een kleine twintig jaar later zélf het medium zouden zijn, en daarmee dus de grootste bedreiging voor underground clubcultuur – voor zover haar definitie van underground nog bestaat natuurlijk.
Begrijp me niet verkeerd, het is niet zo dat iedere club of elk feest hinder ondervindt van door Android en iOS gestuurde gear. Wanneer het goed wordt ingezet, kan het juist een extra dimensie geven aan een evenement. Denk aan Richie Hawtin die zijn publiek bij zijn optredens betrekt via een speciaal ontwikkelde applicatie, of een evenement waarbij je door je iPhone in te pluggen zelf de dj wordt. Of wat te denken wanneer je op een godsverloren moment het Cooldown Café bent binnenstappen? Dan is je telefoon toch echt een handig instrument om je bronstige bui te verzilveren zonder tussenkomst van bierviltjes.
Maar mijn pleidooi draait om evenementen die de pure dance-cultuur belichamen. Evenementen die draaien om de muziek, om de ceremonie, zoals Kevorkian het zo mooi verwoordt. Een cultuur die mede door de smartphone aan kracht lijkt te hebben ingeboet. Niet op de kwantiteit, maar de kwaliteit ervan. Berghain is nu nog een uitzondering, maar het is niet onwaarschijnlijk dat hun camerabeleid er juist mede voor zorgt dat de club zo tot de verbeelding spreekt.
Brong: http://www.djbroadcast.nl/features/featureitem_id=1753/Verban_de_smartphone_van_de_dansvloer.html

















