Leuk paradox hebben jullie hier
Wat is weten?
Wat is niet weten?
Als je iets niet weet, wat weet je dan? Dan weet je dat je niet iets weet.
Als je iets weet, wat weet je dan? Dan weet je dat je iets weet.
Wat is het verschil tussen deze twee zinnen?
Zin 1 'is' af, altands, het antwoord van de vraag is de tegenstelling van het antwoord.
Oftewel, de vraag is het antwoord en het antwoord is de vraag.
Wat is de vraag dan?
Men stelt een vraag, voor een antwoord (zeg me als dat niet zo is).
Als de vraag direct de tegenstelling weergeeft, dan is het indirect de stelling die er is.
Wat is dan, is?
Als de stelling de tegenstelling weergeeft, welke is dan waar.
Enkelvoud in de derde persoon van de tegenwoordige tijd is zijn
derde persoon tegenwoordige tijd (present) enkelvoud van to be" •meest •koppelwerkwoord zijn. •ijs (bevroren water).
Wat is de tegenwoordige tijd? Nu
Wat is de verleden tijd? Geweest
Dus NU in de verleden tijd IS nooit wat geweest
Als je dan aanneemt, lijkt het me dat je de vraag beantwoord hebt. Ja maar, hoe weet je dan het antwoord het ware antwoord is. Nou, als iets nooit is geweest, dan is het altijd geworden.
Ok. Maar wat is worden?
Als we aannemen dat worden iets is, dan is is ontstaan. Wat betekend dan ontstaan? Stel dat iets is ontstaan, hoe kunnen we weten wat ontstaan is? Of je kunt de vraag formuleren zoals. Hoe kun je weten, en weten wat weten is, als de vraag pas gesteld word, als het ontstaan al is gebeurt. Dan weten we wat is gebeurt. Wat we niet weten is wat zal worden. Je kunt dus aannemen dat de vraag het gevolg is van de oorzaak
Wat kunnen we aannemen hieruit. Dat er geen gevolg zonder oorzaak kan ZIJN en dat de oorzaak van het gevolg IS
Wat is oorzaak? Het gevolg van IS. En IS kan pas WORDEN na de oorzaak.
Wat hebben we daar aan?
Oorzaak heeft gevolg nodig en gevolg heeft oorzaak.
IS hier een waarheid uit te trekken?
JA, de waarheid IS dat het niet waar IS
Het IS dus wat het IS en het ZAL dus zijn wat het ZAL worden
Wat hebben we hieraan.
Het antwoord op het antwoord is de vraag op de vraag
Dus als de vraag het antwoord IS dan is de vraag het antwoord op het antwoord van de vraag
Wat is de vraag? Dat is nou net de vraag
een antwoord zonder vraag is het weten
Wat is weten
een aanname gebaseerd op het weten van niet weten
Wat hebben we hieraan
We willlen weten wat niet weten is
We willen niet willen
We willen niet weten
wat kunnen we daar weer mee?
We kunnen niet willen weten, omdat niet willen weten de oorzaak van het geloof op het gevolg
Het geloof in het gevolg is de oorzaak van het weten
De oorzaak dat we willen weten is het gevolg van het geloof
Wat is geloven? Denken te weten dat niet weten het weten het niet weten het weet op het niet weten weet niet te weten weet niet weten weet niet weten weet niet weten weet niet weten weten
weet
niet weten
weet
niet weten
Als je aanneemt de de tegenwoordige tijd, nu is. Is nu ZIJN
Als je aaneemt dat de verleden tijd, is geweest, dan IS ZIJN geworden
Waarheid?
Er is geen waarheid, dat is waar. Altands, dat denken we
Wat is de rede om te vragen. Vragen is de rede dat de rede de vraag is
Heeft de rede zin? Dat is de vraag. De vraag op wat? De rede? Wat is de rede dat er rede moet zijn? De rede is dat er zonder rede geen vraag is. Waarom is er dan geen vraag?
Als er zin in leven is, is er onzin van niet leven.
Wat is onzin. Iets wat geen zin heeft.
Dus er moet geen zin zijn om te leven om de onzin rede te geven om te leven
Is leven onzin
De zin heeft onzin nodig om het leven rede te geven
Wat is volgens jou de zin in onzin dan?
De antwoord van de vraag op de aanneme van het geloof.
Wat ik geloof geloof ik
Wat allen weten is dat we alle zijn.
Als we alle zijn is het antwoord dat we zullen worden wat we zijn.
Denken is verwerpen van weten, want ik weet dat wij denken, dat weet ik zeker. Ik is 1, wij zijn alle.
Wij zullen altijd weten 1 te zijn, omdat we alle denken+
het antwoord op de vraag luid dan als volgt
alle is 1 en 1 is alle
Antwoord
leerling: Wat is Vraag?
leeraar:.....
Leerling: Wat is vraag?
Leeraar: …..
Leerling: Waarom antwoord je niet
leeraar: Wat is vraag!
Leerling: Ja
Leeraar:...
leerling: Nou?
Leeraar: ….
Als ik jan een vraag stel, en jan geeft antwoord
Dan is het antwoord op de vraag toch beantwoord door jan?
Ja, het antwoord op de vraag is gegeven door jan
Niets waar!
Hoezo?
Om die en die en die rede?
Hoezo leg je dat uit?
Om het antwoord op mijn vraag uit te leggen
Waarom?
Omdat je het niet geloofd!
Dat is geen vraag!
Wat dan?
Dat is jou antwoord!
Dus mijn antwoord op jou vraag, is werklijk jou vraag op mijn antwoord.
Nou dan, vraag het dan niet!
Wat dan?
De vraag is jou antwoord en jou antwoord is de vraag
Nu draai je het om
Niet waar
Wel waar
Waarom vraag je het dan?
Tja, dat is de vraag
ie en d
Niet waar!
Wel waar!
Hou op!
Nee!
Waarom?
Om die en die en die rede!
Dat is jou antwoord
Ja
ok
Dus je geloofd me?
Nee!
Waarom niet?
Om die en die en die rede
ok
Ok, ja of nee
Geen idee!
Wel idee?
Jou idee
ok
Ik heb gelijk!
Nee!
Waarom niet?
Gewoon
Dat is geen antwoord op de vraag
klopt!
Dus ik heb gelijk!
Nee
Dus je kunt niet uiteleggen waarom ik geen gelijk hebt
Waarom zal ik!
Ja, waaro zal je
Omdat jij de vraag beantwoord en ik niet
Wat is volgen jou het antwoord
Dat heb ik al gezegt
Ja maar dat klopt niet
Jawel
Hoezo?
Dat doet er niet toe
Jawel
Waarom?
Omdat dat de waarheid is
Nee
Waarom nee?
Waarom ja?
Omdat ik dat vind!
Dat vind jij!
Klopt
Dus wat ik antwoord klopt?
Nee
Waarom?
Daarom!
Daarom is geen rede
Jawel!
Waarom dan?
Gwwoon omdat!
Omdat wat!
Omdat ik dat vind!
Dat vind jij!
Klopt!
Maar dat klopt niet!
Dat vind jij!
Dat klopt!
Waarom
Daarom
Daarom is geen rede
Wat is de rede dan?
De rede is de vraag
Dus mijn antwood is de rede van de vraag
Ja!
Dan is dat het antwoord
Maar die klopt toch niet volgens jou?
Juist, die klopt niet
Wat is daar de rede van
De rede is om deze deze en deze
Waarom die die en die
Om die rede
Juist daarom!
Daarom is geen rede
Dat klopt
Nou dan
Precies
Dus ik heb gelijk
Nee
Waarom
Daarom
Daarom is geen rede volgens jou
Daar is alleen een rede als ik vind dat dat de rede is
Nou dan!
Nou dan wat?
Dan is dat het antwoord
Klopt
dus mijn antwoord klopt!
Dat niet!
Waarom dan
Omdat dat jij geloofd wat jij geloofd
Dat geloof ik
Ik niet?
Waarom
Waarom wat?
Omdat jij dat vind
Klopt
Ik ja
Ja jij
Dus wat ik zeg ik nee en wat jij zegt is ja
klopt
nou dan!
Wat is dan uiteindelijk het antwoord
Het antwoord is wat ik zeg dat het antwoord is
Daarom is het ook een vraag
En die heb ik beantwoord
Niet!
Jawel
Niet
Waarom is mij antwoord geen antwoord dan?
Omdat het niet waar is!
Daar gaat de vraag niet over!
Jawel!
Dus als ik antwoord geeft op een vraag, maar het antwoord is niet waar, dan is het ook geen antwoord.
Klopt, er is dan nooit een vraag geweest
Jawel
Niet
Er staat toch een vraagteken
Ja
Dan is het toch een vraag
Het antwoord is de vraag of jij vind dat mijn antwoord de juiste is
Dus dan stel je een vraag over de vraag
Ja
Dus het antwoord is pas een antwoord als er op het antwoord een antwoord op het antwoord word gegeven.
Dat klopt
Stel dat dat waar is, wat houd de vraag in dan?
Dat er een antwoord is
Die is er al
Nee hoor die is er nooit geweest
dus je bent het met me eens
Wat jij wilt
is dat je antwoord?
Dat is mijn antwoord
Waarom?
Daarom
Leg ik het nog een keer uit
Waarom?
Daarom
Waarom probeer je daarom uit te leggen
Waarom ik dat doe?
Ja
om antwoord te geven
Antwoord op wat?
Op de vraag
Doe dat dan!
Dat doe ik toch!
Dan ben je toch klaar
Klopt, alleen jij ziet dat niet in
Wat moet ik inzien dan?
Het antwoord
Waarom geef je antwoord
Omdat dat gevraagd word
klopt
nou dan
nou dan wat
Dat wat ik antwoord
klopt
dus mijn antwoord klopt?
Ja, het is immers mijn antwoord
Dus wat jij antwoord is het antwoord
Ja
Dan ben je toch klaar?
Nee
Waarom niet?
Omdat het niet klopt
het klopt wel!
Nou dan, als het klopt het ik gelijk
juist
dus ik heb gelijk?
Ja
maar net vond je nog van niet
dan vind ik nogsteeds
Dus het klopt, omdat ik dat zeg
Het klopt wat jij zegt!
Nou dan
Dat heeft dus met jou te maken
Ja het is toch mijn antwoord
Klopt, en niet de mijne
Wat is de jouwe dan?
Niet de jouwe
Wie heeft er dan gelijk?
Degene met het laatste woord
Die heb ik
Nee die neem jij
daarom heb ik die
dus jij hebt gelijk?
Ja
Waarom
omdat ik overal op antwoord waar jij op antwoord
Dus mijn antwoord is in werklijkheid de vraag naar het antwoord
Ja
hoe kan ik antwoorden dan?
Door gelijk te hebben
dus degene wie gelijk heeft heeft het antwoord
Dan ik het geen vraag
jawel, alleen er is maar 1 antwoord
En dat is?
Dat wat ik zeg
Dus jij geeft een antwoord op de vraag
Ja
Nou dan is de vraag toch beantwoord
klopt, alleen het antwoord is verkeert
niet
wel
ok, dus de vraag is de waarheid
het antwoord op de vraag is de waarheid
wat is de waarheid dan?
Dat ik antwoord
dus dat wat jij antwoord is waar
Ja
Dan heb je toch de vraag geantwoord?
Klopt
Hoe vraag je wat mijn antwoord is dan?
Om ervoor te zorgen dat het antwoord van mij het ware is
dat is het toch ook
klopt, dat probeer ik uit te leggen
Waarom?
Daarom!
Daarom is geen rede
waarom leg je het uit dan?
Om er rede aan te geven
dus daarom is de rede
mijn daarom is jou rede
Wat is het antwoord dan
mijn vraag op jou antwoord
Dus er is geen antwoord
Jawel, die van mij!
Niet waar
waarom niet
om die en die en die rede
en waarom dat?
Daarom!
Daarom heeft toch geen rede?
Dat ligt eraan!
Waaraan?
Aan jou geloof!
Dus mijn geloof is jou antwoord
Ja
dus het gaat om mij?
Het gaat om jou ja
wat heb ik met jou ted maken
niets
waarom maakt het wel uit dan
het maakt uit omdat het de waarheid is
dus als jou waarheid mijn waarheid ook is heb jij gelijk
juist, je begint het eindelijk te begrijpen!
Ja ik snap het
wat snap je?
Dat ik gelijk heb!
Huh? Dat ik gelijk heb!
Waarom?
Dat gaf je net zelf toe!
Ja, dat klopt
Dus?
Jij heb pas gelijk als ik vind dat jij gelijk hebt!
Juist!
Dus je hebt pas gelijk als ik vind dat jij gelijk hebt?
Juist
Dan heb ik dus eerder gelijk dan jou?
Jij hebt gelijk omdat ik dat heb laten inzien aan jou
Dus de waarheid is is pas waarheid als ik dat vind
Juist, als jij dat vind door mij
wat heeft dat met jou te maken
Alles!
Alles?
Dus alles is pas alles als ik alles alles vind
juist, en dat alles heb je begrepen omdat ik je deb laten begrijpen
Dus ik ben het antwoord op jou vraag
ja
dus ik ben de waarheid?
Jij bent de waarheid als je mijn antwoord als antwoord ziet
Dus ik ben de waarheid
ik heb de waarheid en jij niet
hoezo
om die en die en die rede
6
Nou dan!
Klopt!
Nou dan!
Nou dan wat?
Dat
Dat?
Ja!
Wat klopt hiet niet aan dan!
Niets?
Nee
Wat dan
Vraag?
Leerling: Wat is vraag?
Leraar: Dat!
Leerling: Wat?
Leraar: Dat:
Leerling: Dus de vraag is dat?
Leeraar: Dat is de vraag
Antwoord:
Leerling: Wat is antwoord?
leeraar: De vraag
Leerling: Dus de vraag is antwoord?
Leeraar: De vraag is antwoord
Leerling: Wat is vraag?
Leraar: Dat is de vraag
Antwoordvraag:
Leerling: Wat is antwoordvraag?
Leeraar: Dat!
Leerling Wat?
Leraar: Dat
leerling: antwoordvraag is dat?
leeraar: Wat is dat
Leerlinr: Antwoordvraag
leraar: Dat is wat
Leerling: Wat is dat
leeraar: Antwoordvraag
Leerling: Antwoordvraag is antwoordvraag
Leeraar: Antwoordvraag is antwoordvraag
leerling: Wat is antwoordvraag?
Leeraar: Dat
Leerling: Dat?
Leeraar: Wat?
Leerling: Dat
Leerling: Wat is antwoordvraag?
Leeraar: Dat!
Leerling Wat?
Leraar: Dat!
leerling: Dat is antwoordvraag?
leeraar: Dat is vraagantwoord!
Leerlinr: Dat vraag ik niet!
leraar: Wat dan?
Leerling: Dat!
leeraar: Dat zij ik toch!
Leerling: Waarom?
Leeraar: Daarom
leerling: Daarom is geen rede
Leeraar: Daarom
Vraagantwoord:
Leerling: Wat is vraagantwoord?
Leeraar: Dat!
Leerling: Wat?
Leraar: Dat
leerling:Vraagantwoord is dat?
leeraar: vraagantwoord is dat
Leerling: Wat is dat?
leraar: vraagantwoord
Leerling: Dat is dat
leeraar: Dat is dat
Leerling: Wat is vraag
Leeraar: Dat
leerling: Wat is vraag
Leeraar: Dat
leerling: Wat is vraag
leeraar: DAAAAAT
leerling Wat is er?
Leeraar: Niets
leraar: Jawel
Leerling: Hoezo moet er iets zijn?
leeraar: Er is nooit wat geweest
leerling: Wat dan?
leeraar: Dat
leerling: Dat zeg ik toch
leeraar: Wat?
Leerling: Dat
leeraar: nou dan
leerling: daarom
leeraar: waarom?
leerling: Is dat een vraag?
Leeraar:
Dat is het antwoord