Partyflock
 
Forumonderwerp · 750071
10 volgers · 379555x bekeken
 
Waarschuw beheerder
+14-15
donateur
Geloof jij in god?
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Dat vind ik best wel cool om te lezen xaeed, dat bepaalde dingen zelfs Islamitische raakvlakken hebben,.,. ik ben ff eten, en dan ga ik er ff wat dieper op in... ;)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 03:21:
Atonement without Sacrifice


Mooi stuk van wie of van waar het vandaan gekomen is, maar ik neem aan dat het afkomstig is van
http://courseinmiracles.com/urtext/chapter_3/section_3.htm
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 12:56:
Het lijkt bijna alsof de schrijver n profeet is, alsof hij/zij iets weet wat wij niet wisten
Dus ik wil weleens weten wie dit schrijft
Tis duidelijk dat de schrijver zwaar leunt op t Christendom, hoogstwaarschijnlijk heeft ie n Christelijke achtergrond en komt ie dus uit t Westen
Sommige dingen ben ik t mee eens, anderen niet


Njah, het is inderdaad dus zo dat 't boek waar dit uit komt een autoriteit heeft, net zoals de Koran dat dus heeft. 't is voor mij dan ook ongeveer hetzelfde als wat voor jou de Koran is.. dit is zeg maar mijn 'basis' qua religieus boek. De auteur is dus Jezus, zoals duidelijk wordt als je 't gaat lezen... ben ervan bewust dat dat een nogal controversiële claim is hoor :P Moest daar ook wel even aan wennen toen ik er net mee begon. Geloofde 't eerst niet zomaar (maar dat is ook niet per se een vereiste, daar toont 't boek begrip voor), maar ik ben open gaan staan voor dat idee en uiteindelijk ook wel gaan aanvaarden. Zelfs als 't dat niet is, dan heb ik eigenlijk nog steeds dik respect voor 't boek.. als je allemaal kunt weten wat daar in staat ben je een hele knappe kop iig in mijn ogen.. dat doe je niet zomaar even. Zeker zonder ervaring met 't schrijven van boeken. Moet je toch wel echt een literair wonder zijn om 't maar ff zo te zeggen. De stem die spreekt in 't boek is overal heel wijs, kalm, zeker en heeft een zeer sterke retoriek en is iig behept met zeer veel kennis en diepgang. Maar goed.. iig.. er wordt in 't boek op dacht ik zo'n 800 plaatsen de Bijbel en Bijbelse uitspraken gecorrigeerd die gedaan zouden door hem.. dingen worden geherdefinieerd, in een ander daglicht geplaatst en de ware betekenis van dingen wordt gegeven en tot een pad tot verlossing uiteindelijk gebracht. Je zou 't kunnen zien als een correctie op de oude religieuze paden en een herstel van de religieuze waarheid.. maar ja, ik begrijp natuurlijk als geen ander dat zeker niet iedereen dat idee aanvaarden kan. Ieder z'n ding wat dat betreft..

Maar ik ben heus niet dom en geloof echt niet zomaar dingen. Ben geen naïeveling op dat gebied. Maar weet ook m'n plekje wel.. ik kan natuurlijk niets 100% bewijzen. 't is voor mezelf dit... m'n persoonlijke geloof (wat niet wegneemt dat ik soms ff een stukkie kan posten hier :P).. dus ja.. :)
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Pffff...zal ik s fftjes teksten gaan dumpen ? Jullie duizelig worden. Ik zweer.
Waarschuw beheerder
Waarheid en het oordeel
Inleiding

Het algemene grondpatroon van Thomas’ uiteenzetting van het begrip waarheid is helder en eenvoudig. Natuurlijk, door de sterk geformaliseerde manier van redeneren is de tekst van De veritate niet gemakkelijk toegankelijk, zeker niet voor de lezer die niet vertrouwd is met de scholastieke terminologie en uitdrukkingswijze. Maar heeft men zich eenmaal door deze moeilijkheden heen geworsteld, dan frappeert de uiteenzetting toch door de helderheid en precisie waarmee het betekenisveld van waarheid in kaart wordt gebracht. Want dat is wat Thomas vooral lijkt te doen: het analyseren en beschrijven van de verschillende betekenissen waarin van waarheid wordt gesproken. De grondgedachte laat zich als volgt samenvatten: waarheid is in de eerste plaats een predikaat van onze kennis van de dingen, niet van de dingen zelf. Aristoteles had dit al gezegd: ‘het ware en het onware is in de geest, niet in de dingen’.1 Maar in de tweede plaats en in analoge zin zijn ook de dingen krachtens hun zijnsvorm (of wezen) ‘waar’ te noemen, weliswaar niet op zichzelf genomen maar in relatie tot de kennis. Zo is waarheid in de eerste plaats ‘verstandswaarheid’ (veritas intellectus) en in de tweede plaats ‘dingwaarheid’ (veritas rei): het verstand is waar in zover het overeenstemt met het gekende ding én deze betrekking van overeenstemming ook kent; en het ding is waar in zover het in wat het is beantwoordt aan zijn begrip. Het begrip waarheid heeft aldus een zekere geleedheid. Primair heeft ze haar realiteit in de logische werking van het verstand die omschreven kan worden als ‘manifesteren’, ‘tonen van het zijn’ of ‘zeggen wat iets is’, anderzijds wordt er in de kennis ook altijd iets aan het licht gebracht, de zaak waarvan men moet zeggen dat die naar zijn eigen begrip gemanifesteerd c.q. gekend wordt.
Dit alles is tamelijk elementair en helder. Het lijkt wel alsof Thomas alle met het begrip van waarheid verbonden filosofische problemen omzeilt. Zijn benadering doet zelfs wat naïef aan in de zin dat het standpunt van waaruit hij de waarheidsrelatie beschrijft impliciet blijft. Alles is bij voorbaat al gegeven: ten eerste de ‘dingen’, ieder met een eigen wezensvorm, dan het ‘menselijk verstand’, dat het vermogen heeft om de waarheid van de dingen te kennen, en ook nog het ‘goddelijk verstand’, dat de absolute bestaansgrond van alle dingen is en ze in hun waarheid fundeert. Het menselijk verstand verhoudt zich receptief ten
98
aanzien van de intelligibiliteit van de dingen, die het goddelijk verstand als het ware erin heeft gelegd. Het heeft iets bevreemdends wat Thomas doet. De beschrijving van het begripsveld van waarheid gaat samen met een realistische gerichtheid die nergens als een expliciet wijsgerige positie wordt ontwikkeld of verdedigd. Waarheid is nergens echt een probleem, zo lijkt wel. Het denken beweegt zich van meet af aan in een zijnswerkelijkheid waarin het thuis is en waarin zijn intentie op waarheid in principe vervulbaar is. De mogelijkheid dat de waarheidsintentie van het denken wel eens niet onmiddellijk aansluiting zou kunnen vinden bij wat de dingen zijn en dus niet vanzelfsprekend tot vervulling komt, wordt niet serieus overwogen. Tussen denken en werkelijkheid, waarheid en zijn, bestaat een transcendentale relatie van ‘samenklank’ (concordia) die door geen enkele empirische wanklank principieel verstoord kan worden.
Het zou te simpel zijn om Thomas’ visie op waarheid als adaequatio af te doen als een vorm van voor-modern naïef realisme dat de moderne kritische wending naar het subject nog niet heeft meegemaakt. Wel kan men zeggen dat de voor het moderne denken zo fundamentele ervaring van het subject dat zich op zichzelf teruggeworpen weet tegenover een niet vanzelfsprekend intelligibele werkelijkheid2, ongetwijfeld dat gevoel van bevreemding ten aanzien van hoe Thomas de waarheidsvraag aanpakt versterkt.
In deze bijdrage wil ik me in het bijzonder richten op de relatie tussen waarheid en het oordeelsmoment van de kennis. In artikel drie van de tekst betoogt Thomas dat waarheid primair toekomt aan het verstand in zijn oordeelsfunctie (het ‘samenstellende en scheidende verstand’). Deze benadering vanuit het oordeel komt misschien bekend en vertrouwd over. Waarheid plegen wij immers toe te schrijven aan uitspraken, proposities of oordelen. Voor de waarheidsvraag lijkt het oordeel de geprivilegieerde plaats te zijn waar het denken om zo te zeggen ‘in contact’ treedt met de werkelijkheid. In het oordeel krijgt de zaakbetrekking van de kennis haar uitdrukkelijke gestalte: hier immers wordt pas iets over de werkelijkheid beweerd wat waar of onwaar kan zijn.
De concentratie op oordelen of proposities zou ertoe kunnen leiden dat Thomas’ these van de zijnswaarheid naar de achtergrond verdwijnt. Het is daarom belangrijk vast te stellen dat Thomas niet aanvangt bij het propositionele oordeel als zou daar voor het eerst het ‘contact’ van het kennend subject met de werkelijkheid tot stand komen. In veel moderne filosofie lijkt het een vanzelfsprekend uitgangspunt te zijn dat het in de kwestie van waarheid gaat om de vraag hoe de verbinding tussen bewustzijn (of taal) met de wereld buiten het bewustzijn tot stand komt en gerechtvaardigd kan worden. Bij Thomas ligt dit iets anders. Voor hem is er van meet af aan en in beginsel al sprake van ‘contact’ tussen denken en zijn.
99
Het ‘buiten’ van de werkelijkheid is van meet af aan al ‘binnen’ in de vorm van het eerste wat het verstand van nature vat: zijnde (art.1). Voor een juist begrip van Thomas’ visie op het oordeel is dit van cruciaal belang. Voor Thomas is het oordeel een kenvorm die typerend is voor het menselijk verstand dat de bepaaldheid van zijn kennis moet ontvangen van de dingen en daarom zijn begin heeft in de zintuiglijke waarneming. Het menselijk verstand kent in eerste instantie iets anders dan zichzelf en keert vanuit dat andere terug naar zichzelf. Oordelend kennen betekent dat het verstand het object van kennis van zichzelf onderscheidt en zich daarop betrekt als op iets anders dan zichzelf. De beide aspecten van de zaakbetrekking en de zelfbetrekking van de kennis treden in het oordeel enigermate uiteen. Dit betekent voor Thomas dat het oordeel niet oorspronkelijk kan zijn vanuit het gezichtspunt van waarheid. Het fenomeen van het oordeel, en de ‘verbinding’ die hierin tot stand komt, verwijst naar een voorafgaande eenheid van denken en zijn, waar Thomas op doelt als hij spreekt over de notie van ‘zijnde’ als het eerst gekende.
Mede om deze reden zullen we deze bijdrage beginnen met een verheldering van de verhouding tussen de termen ‘waar’ en ‘zijn’. Krachtens zijn begrip drukt het ware volgens Thomas hetzelfde uit als zijnde, echter niet zondermeer maar als gekend in en door het verstand. Het ware is om zo te zeggen de ‘spiegeling’ van het zijnde in het verstand. Vervolgens zullen we artikel drie bespreken waarin Thomas de gedachte ontvouwt dat het verstand zich op de een of andere manier moet onderscheiden van zijn object wil er sprake kunnen zijn van een relatie van overstemming. Dit zich onderscheiden gebeurt door middel van het reflexieve oordeel van het verstand. Hierna komt artikel negen aan de orde, waar Thomas de notie van ‘reflexieve terugkeer’ (reditio completa) invoert om duidelijk te maken waarin de verstandsvorm van waarheid verschilt van de waarheid van het zintuiglijk kennen. Deze tekst sluit inhoudelijk direct aan bij artikel drie over het oordeel. Als laatste zullen we ingaan op het begrip van het zintuiglijk oordeel (iudicium sensus). Het zintuig, volgens Thomas, is weliswaar niet volledig reflexief, maar bezit toch een eigen oordeelsmoment en is om deze reden meer dan louter een ‘boodschapper’.
Zeggen dat is wat is
Thomas begint zijn analyse van het waarheidsbegrip bij de vraag naar de verhouding tussen ‘waar’ en ‘zijn’. Is het ware hetzelfde als het zijnde? Voor de vraag wat waarheid is dient zich vanuit de traditie een duidelijk en eenvoudig antwoord aan: het ware is simpelweg hetzelfde
100
als ‘dat wat is’ (Augustinus). Het is wellicht de meest beknopte definitie ooit, maar het raakt wel aan een wezenlijk aspect van waarheid. De betekenis van ‘waar-zijn’ lijkt herleid te kunnen worden tot eenvoudig ‘zijn’. Immers: wat waar is, is. Ter verduidelijking gebruikt Augustinus in zijn Alleenspraken het voorbeeld van een muur. Als dit een muur is, dan is het ook een ware muur, want als het geen ware muur is, zou het ook geen muur zijn, hooguit iets wat de indruk wekt een muur te zijn. Thomas wijst deze identificatie van ‘waar’ met ‘zijn’ (‘dat wat is’) niet zondermeer af, alleen is het in zijn ogen nog een onvolledige bepaling, omdat het aspect van de betrekking er nog aan ontbreekt. Formeel juister en vollediger is de bepaling van Aristoteles die ‘waar’ omschrijft als ‘zeggen van wat is dat het is’. Het ‘wat is’ is het fundament van de waarheidsrelatie, maar de relatie vindt formeel haar voltooiing in het ‘zeggen dat het is’.
Vergeleken met de definitie van Augustinus valt Aristoteles’ formulering op door de verdubbeling van het ‘is’. Het ware valt naar zijn begrip niet zondermeer samen met ‘wat is’ maar sluit een zeggen in, een akt van bevestiging of ontkenning. En dat zeggen drukt zich uit door middel van een tweede ‘is’, het ‘is’ waarmee het denken de bevestiging van een propositie uitdrukt en waarmee het zich middels de propositie betrekt op het eerste ‘is’ van de zaak. Van wat is wordt gezegd dat het is. En die twee vormen van ‘is’, die respectievelijk verwijzen naar het moment van de zaakbetrekking en naar het moment van de zelfbetrekking, vallen niet samen. Dit niet samenvallen is kenmerkend voor de intentionaliteit van het oordeel.
De aristotelische formulering ‘zeggen dat is wat is’ geeft weer hoe de waarheidsrelatie gestalte krijgt in de vorm van het samenstellende oordeel. In het oordeel worden subject en predikaat met elkaar verbonden door middel van de copula. De copula is het logische teken waarmee het verstand de waarheid van de propositie bevestigt. Het ‘is’ van het ‘zeggen dat is’ betekent niet het reële zijn, maar is datgene waarmee het denken zijn bevestiging uitdrukt, ook wanneer het een uitspraak doet over het niet-zijnde.3 Bijvoorbeeld: dat Homerus blind is, is waar (is het geval), ook al is de blindheid zelf niet iets (een zijnde) maar een beroving van een zijnde. Door van Homerus te zeggen dat hij blind is, betekent dus niet dat aan de privatie die blindheid is een positief zijn wordt toegekend. Het ‘zijn’ van de ware bevestiging drukt de logische functie van het denken uit en moet als zodanig onderscheiden worden van het reële of positieve zijn van de dingen (wat Thomas de bestaansakt, de actus essendi, noemt).
Deze tweevoudige betekenis van ‘zijn’ vindt men reeds bij Aristoteles zo van elkaar onderscheiden.4 In de Metaphysica stelt hij dat ‘zijn’ in de betekenis van ‘waar-zijn’ berust in de samenstelling van het denken en als zodanig buiten het reële ‘zijn’ valt dat het domein is
101
van de metafysica.5 Het logische zijn, dat onderwerp is van de logica, is niet een deel van het zijn in het algemeen, maar is precies dat ‘zijn’ door middel waarvan het denken zich betrekt op ieder mogelijk zijnde en zelfs op het niet-zijnde. Het is het zijn in de betekenis van ‘waar-zijn’ (of niet-zijn in de betekenis van vals-zijn) dat ‘in de geest bestaat, niet in de dingen’.
Voor Thomas is de positie van Aristoteles richtinggevend voor zijn analyse. Maar dat wil niet zeggen dat hij de platoons georiënteerde positie van Augustinus ter zijde schuift. De eigenlijke inzet van zijn uiteenzetting over waarheid is om te komen tot een synthese van beide aspecten van waarheid. Uitgangspunt daarbij is de stelling dat het ware hetzelfde is als het zijnde (ens et verum convertuntur), alleen drukt het ware zijn identiteit met het zijnde op een specifiek eigen manier uit, namelijk in de vorm van een betrekking tussen verstand en ding. Vanuit deze betrekking gezien is het verstand in de eerste plaats ‘waar’, want het verstand omvat de betrekking in zichzelf als eindterm van zijn kennen. Het verstand is niet alleen een van beide polen van de betrekking, maar het is tevens de algemene vorm van de betrekking zelf.6 Het ding is in de tweede plaats en in analoge zin waar in de zin van de bijzondere intelligibele bepaaldheid van datgene wat gekend wordt.
‘Dingwaarheid’ en ‘verstandswaarheid’ geven ieder op een bepaalde wijze uitdrukking aan de waarheidsrelatie, de één op een onmiddellijke, ‘zijnde’ wijze (dat wat waar is), de ander op een gereflecteerde, ‘gekende’ wijze (dat wat zo waar is dat het zijn waarheid ook kent en stelt). Vanuit het volle begrip van waarheid gezien staat de ‘dingwaarheid’ voor de relatie in haar onmiddellijke gestalte, dus nog niet als relatie gedacht. Daarom hoeft ‘dingwaarheid’ niet uitsluitend iets te zijn van ‘dingen’. Ook van het verstand kan men zeggen dat het in een bepaald opzicht waar is in de zin van ‘dingwaarheid’, namelijk wanneer het waar is maar zijn waarheid nog niet kent. Dat is het geval wanneer het verstand in zijn eerste werking het ‘wat’ van het ding vat en zo objectief in overeenstemming is met het ding, alleen zijn conformitas met het ding nog niet als zodanig kent en beoordeelt. Het (menselijk) verstand heeft niet van meet af aan de volle zin van ‘verstandswaarheid’. Maar als het gaat om het goddelijk verstand, dan vallen daar het aspect van de dingwaarheid en dat van de verstandswaarheid samen. In God zijn zijn en kennen identiek, hetgeen dan ook impliceert dat God zichzelf niet kent in de vorm van een oordeel (‘samenstelling’) waarin ‘verstand’ en ‘ding’ in een expliciet onderscheiden verhouding tot elkaar gesteld worden, maar in de vorm van een eenvoudige akt van intuïtie.
Thomas gebruikt de termen ‘verstand’ en ‘ding’, als de twee zijden van de waarheidsrelatie, in een zeer formele zin. ‘Verstand’ is niet direct en noodzakelijk het menselijk verstand; en ‘ding’ mag zeker niet opgevat worden in de feitelijke zin van de
102
‘voorhanden dingen’ die we buiten ons aantreffen. De gedachte is dat waarheid als zodanig niet anders begrepen kan worden dan in termen van ‘ding’ (werkelijkheid) en ‘verstand’ (kennis) en de ‘betrekking’ tussen beide. En beide termen ‘ding’ en ‘verstand’ hebben ook precies hun betekenis in hun betrekking tot elkaar. Wat bedoelt Thomas dan precies met ‘ding’? De term ‘ding’ staat voor alles wat een in zichzelf bepaalde werkelijkheid is. Res is realiteit, dus alles wat een eigen, volgens de categorieën bepaald, bestaan heeft. In het eerste artikel legt Thomas uit dat ‘ding’ dezelfde omvang heeft als ‘zijnde’. ‘Ding’ betekent het zijnde met het oog op het bijzondere wezen waardoor iets een zus of zo bepaald zijnde is. Voorts drukt ‘ding’ het aspect van eigenheid en zelfbetrokkenheid uit. Elk ding is aan zichzelf eigen en een op zichzelf betrokken werkelijkheid. Zo kan Thomas ook zeggen dat elk ding waar is in zoverre het de eigen vorm van zijn natuur heeft.7 Ook in de waarheidsdefinitie van Avicenna wordt deze ‘eigenheid’ (proprietas) van het ding aangegeven.
De term ‘verstand’ heeft in tegenstelling tot ‘ding’ de formele betekenis van de algemene betrekking tot alle mogelijke inhouden. Het verstand, zo zegt Thomas ergens8, kan op twee manieren beschouwd worden, enerzijds formeel als verstand, dat wil zeggen als een vermogen dat een universele reikwijdte heeft, en anderzijds als een ‘ding’ en een particulier vermogen. Op de eerste manier beschouwd staat ‘verstand’ voor de algemene betrekking tot alles wat op de een of andere manier zijnde is; op de tweede manier beschouwd is het verstand een particuliere werkelijkheid, een bepaald iets dat men ook kan aanduiden als een ‘ding’. Voor het thema van waarheid telt vooral de eerste beschouwingswijze van het verstand als een vermogen dat formeel geconstitueerd wordt door de algemene betrekking tot zijn object. Zo beschouwd is het verstand het vermogen tot het ware. Vanuit zijn aard is het verstand gericht op het ware en is erop aangelegd met ieder zijnde samen te komen. Het verstand is het vermogen om ‘wat iets is’ te vatten. Intellectus is het inzicht in wat iets is of het begrip van het wezen (zie artikel 12).
Waarheid is dus een relatie tussen twee termen, ‘verstand’ en ‘ding’, die in deze relatie ieder een eigen rol spelen, het ‘ding’ de rol van de bijzondere bepaaldheid van de relatie (het ‘wat’ van de kennis) en het ‘verstand’ de rol van de algemene betrekking tot ieder mogelijk ‘wat’. Beide termen staan niet buiten de relatie en kunnen ook niet los van die relatie gedacht worden. Als men over ‘ding’ spreekt, dan sluit de wezensbepaaldheid van het ding reeds een betrekking tot een constituerend (praktisch) verstand in waaraan het zijn waarheid ontleent. Elk ding is waar in relatie tot het goddelijk verstand dat het ding in zijn wezen vastgesteld heeft in overeenstemming met de idee ervan.9 Wat voor ons natuurlijke dingen zijn, zijn in
103
zekere toch weer, vanuit een metafysisch-theologisch perspectief, ‘artefacten’ (schepselen) die het product zijn van een scheppende ‘intelligentie’.
Het ding is dus niet iets ‘begripsloos’, maar het incorporeert reeds zijn eigen begrip. Als men hierop doordenkt, dan zou men moeten zeggen dat het ‘ding’, als de ene pool van de waarheidsbetrekking, daaraan niet uitwendig is maar die betrekking op een bepaalde manier is, namelijk op een onmiddellijke, zijnsmatige manier, nog niet als betrekking. Het is de bijzondere bepaaldheid van de betrekking. En tevens moet men dan zeggen dat het ‘verstand’ niet alleen een pool van de betrekking is maar die betrekking tevens in zich omvat. Of anders geformuleerd: dat de betrekking pas als zodanig in en door het verstand gesteld wordt. Dit is precies wat gebeurt in de akt van samenstelling en scheiding.
De waarheid van het oordeel
We hebben geconstateerd dat waarheid gedefinieerd wordt in relatie tot het verstand, het vermogen tot het ware. Zonder verstand zou er geen sprake zijn van waarheid. Volgens de eerder aangehaalde formulering van Aristoteles: ‘het ware en het onware is in de geest, niet in de dingen’. Aristoteles voegt er nog iets aan toe. Waar-zijn en onwaar-zijn, zegt hij, berusten in een samenstelling en scheiding van het verstand in de zin dat het ‘ware’ de bevestiging uitdrukt van wat verbonden is of de ontkenning van wat gescheiden is. Waarheid komt dus in zekere zin pas tot stand door de akt van het denken waarin het een samenstelling bevestigt of een scheiding ontkent: het is waar dat iets zus of zo is (of niet is). Buiten deze logische akt van het denken om bestaat er in strikte zin geen waarheid of onwaarheid. Want de dingen zelf affirmeren of ontkennen niet.
De ‘samenstelling’ waar Aristoteles over spreekt keert terug bij Thomas in de vorm van het ‘samenstellende en scheidende verstand’. In artikel drie zien we Thomas de leer van Aristoteles over de tweevoudige werking van het verstand introduceren. Het verstand heeft een dubbele werking, enerzijds de werking waarmee het ‘de watheden van de dingen vat’ en anderzijds de werking waarmee het ‘samenstelt en scheidt’. In dit onderscheid kunnen we de begripsfunctie en de oordeelsfunctie van het denken herkennen. Beide functies verschillen elkaar in het opzicht van waarheid. Van waarheid in eigenlijke zin is pas sprake indien het verstand oordeelt dat iets zus of zo is. Wanneer het verstand een begrip vat zonder in een oordeel dat begrip uitdrukkelijk te betrekken op de werkelijkheid, dan wordt er nog geen waarheid (= betrekking tussen begrip en werkelijkheid) gezegd. Louter het vatten van een
104
begrip impliceert immers nog geen bevestiging of ontkenning. Neem bijvoorbeeld de definitie ‘redelijk levend wezen’ (animal rationale): op zichzelf genomen is deze definitie waar noch onwaar. Alleen wanneer we deze definitie door middel van een samenstelling toeschrijven aan de mens, dan kun je zeggen dat er een ware bevestiging plaats vindt. Door middel van de samenstelling wordt de definitie uitdrukkelijk betrokken op het ‘ding’ waarvan het wezen in die definitie gevat wordt. En pas wanneer deze betrekking als zodanig gesteld wordt door te affirmeren dat ‘mens een redelijk levend wezen is’, dan treedt er de adaequatio van waarheid op.
Men zou nu kunnen tegenwerpen dat een definitie op zichzelf genomen overeenstemt met het ding waarvan ze de definitie is. Een definitie is immers altijd een definitie van iets (een ding). In een (correcte) definitie wordt ‘wat iets is’, de wezensbepaaldheid van de zaak, gevat en tot uitdrukking gebracht. Als dat zo is, moet je dan niet zeggen dat het verstand dat het begrip van iets vat noodzakelijkerwijs overeenstemt met de bepaaldheid van het ding waar dat begrip betrekking op heeft. In zekere zin klopt dat ook, aldus Thomas. Begrippen en definities zijn niet louter subjectieve gedachteconstructies die los staan van de werkelijkheid. Het verstand, in zijn eerste werking waardoor het een bepaaldheid vat, is conform aan het ding waarvan het de bepaaldheid vat. De bepaaldheid die het verstand vat is, aldus Thomas, een ‘gelijkenis’ (similitudo) van het ding. Maar goed beschouwd is hier toch eerder sprake van een (formele) identiteit dan van een relatie van overeenstemming. Het verstand is in zijn eerste werking nog louter objectief bepaald in (formele) identiteit met het ding dat het vat. Wanneer het verstand de definitie ‘redelijk levend wezen’ vormt, dan vat het daarin objectief het wezen van de mens. Maar tegelijk moet men zeggen dat het ding waar de definitie betrekking op heeft nog niet geïdentificeerd is. De definitie vat weliswaar het wezen van iets, maar identificeert niet dat iets waarvan zij de definitie is. Anders gezegd: het verstand is nog louter objectief ‘dit bepaalde ding vattende’ zonder zich te buigen over de relatie tussen zijn kennis en het ding. Zoals Thomas het elders formuleert: het verstand in zijn eerste werking is wel waar, alleen kent het zijn waarheid nog niet. En het behoort, zo voegt hij eraan toe, tot het begrip van waarheid dat ze ook in het verstand is als gekend.10 Dit laatste is essentieel. Het verstand kan dus waar zijn en objectief in overeenstemming zijn met het ding, maar dan kent het nog niet zijn waarheid. Dat is pas het geval wanneer het verstand oordeelt over de relatie van zijn kennis tot de werkelijkheid door middel van een samenstelling of scheiding: het is waar dat….
In het derde artikel van De veritate formuleert Thomas het zo dat het verstand in zijn eerste werking nog niet iets eigens heeft op grond waarvan het in een relatie van
105
overeenstemming kan staan met het ding. Een relatie is pas ten volle een relatie wanneer beide termen onderscheiden zijn van elkaar. Maar het verstand is nog niet onderscheiden van het ding wanneer het de bepaaldheid van dat ding vat. Pas wanneer het verstand oordeelt dat de bepaaldheid11 die het vat overeenkomt met het ding door in een samenstelling die bepaaldheid (als predikaat) van het ding (als subject) te bevestigen, dan heeft het verstand iets eigens.
Het doet wat vreemd aan om te spreken over ‘iets eigens’ wat het verstand moet hebben ten einde in een relatie van adaequatio met het ding te kunnen staan. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat het verstand iets van zichzelf toevoegt aan het begrip, want dan zou het begrip niet langer overeenkomen met de bepaaldheid van het ding. Wanneer het begrip inhoudelijk verandert en zo iets eigens krijgt ten opzichte van het ding, dan wordt het ook het begrip van iets anders. Het ‘eigene’ waarmee het verstand zich onderscheidt van het ding kan dus niet bestaan in een inhoudelijk kenmerk. Waarin dan wel? Thomas verwijst naar het oordeel (iudicium) van het verstand. Wanneer het verstand begint te oordelen over het ding dat het vat, dan krijgt het met dat oordeel iets eigens wat het ding buiten het verstand niet heeft. En het oordeel bestaat hierin dat het verstand zich uitspreekt over wat het van het ding vat door te zeggen dat iets is (zoals het gevat wordt). Kenmerkend voor het oordeel is dit ‘zeggen dat iets is (of niet is)’. En dit ‘zeggen dat iets is (of niet is)’ geschiedt in de vorm van een bevestigende of ontkennende uitspraak.
De gedachtegang van Thomas in artikel drie blinkt op dit punt niet uit in helderheid. Een relatie van overeenstemming, zo is de gedachte, veronderstelt dat de beide relata onderscheiden zijn. Het verstand moet iets hebben wat het ding buiten het verstand niet heeft. Dat eigene bestaat nu in het oordeel. Met het oordeel, zo lijkt Thomas te suggereren, heeft het verstand iets op grond waarvan het kan overeenstemmen met het ding. Maar als het oordeel datgene is wat de overeenstemming uitdrukt, dan is het niet duidelijk hoe het oordeel tegelijk verantwoordelijk kan zijn voor het onderscheid tussen beide relata. Een waar oordeel moet toch passen bij hoe het ding is, het moet toch zeggen dat het ding is zoals het verstand het begrijpt. Met andere woorden: het is in het oordeel zelf dat de betrekking (van verstand en ding) als zodanig gesteld en uitgesproken wordt. Het oordeel kan daarom niet opgevat worden als een van de relata van de relatie van overeenstemming, als zouden we hier het oordeel hebben en daar de zaak in de werkelijkheid om vervolgens daartussen een betrekking vast te stellen. Dat als zodanig stellen van die betrekking is precies wat in het oordeel gebeurt.
In de paralleltekst uit de Summa Theologiae beschrijft Thomas hetzelfde op een iets andere manier die mijn inziens preciezer is en daardoor ook helderder.12 De stelling is dat de
106
volle zin van waarheid pas optreedt wanneer het verstand oordeelt. De argumentatie verloopt als volgt: zoals ieder ding waar is in zoverre het de eigen vorm van zijn natuur heeft, zo is het verstand waar in zoverre het de gelijkenis (similitudo) heeft van het gekende ding; want deze gelijkenis is de ‘vorm’ van het verstand op grond waarvan het daadwerkelijk kennend is. De eigen vorm van het verstand moet ‘conform’ het gekende ding zijn, wil het verstand krachtens zijn vorm dat ding kennen. Daarom, aldus Thomas, wordt waarheid gedefinieerd door de ‘conformiteit’ van het verstand en het ding. Het kennen van deze conformiteit is nu het kennen van waarheid. In tegenstelling tot het zintuiglijk kenvermogen is het verstand in staat zijn conformiteit met het ding te kennen, ofwel de betrekking tussen het ding en dat wat het verstand ervan vat. Maar deze conformiteit vat het nog niet in zoverre het verstand van iets kent ‘wat het is’, maar wanneer het oordeelt dat het ding zich zo verhoudt als de vorm is die het ervan vat; pas dan kent en zegt het verstand waarheid. En dat doet het verstand, zo gaat Thomas verder, door samen te stellen en te scheiden: want in iedere propositie wordt een zekere vorm, betekend door het predikaat, verbonden met het ding, betekend door het subject, of ervan verwijderd.
Het onderscheid tussen de twee verstandswerkingen van begrip (apprehensio) en oordeel (iudicium) is kenmerkend voor het menselijk verstand. Het menselijk verstand zit zo in elkaar dat het niet begrijpt en oordeelt in één. De kennis is niet in een enkele akt al voltooid maar moet zich voltooien in een oordeel. Het verstand begrijpt iets en is dan in bepaalde zin waar, want conform aan het gekende ding, maar moet vervolgens terugbuigen op zichzelf om de conformiteit van zichzelf met het ding te beoordelen. Pas dan kent en zegt het ook waarheid. Belangrijk is dat in het oordeel de zaakbetrekking van de kennis gestalte krijgt in onderscheid tot de zelfbetrekking. Het verstand kent zichzelf, zijn conformitas met het gekende ding, door zich te onderscheiden van het ding en zijn kennis uitdrukkelijk erop te betrekken als op iets anders dan zichzelf. Zo past het oordeel bij een verstand dat erop aangelegd is primair iets anders dan zichzelf te kennen, en dus vanuit dat andere tot zichzelf terug te keren. Deze reflexieve terugkeer vanuit het andere is een thema dat Thomas aan de orde stelt in artikel negen.
De reflexieve zelfbetrekking van het verstand
In het negende artikel stelt Thomas zich de vraag op welke wijze het zintuiglijk kenvermogen waarheid bezit. De uiteenzetting is interessant maar ook bijzonder gecompliceerd. Thomas wil 107
de eigen wijze waarop het zintuiglijk kennen waarheid bezit bepalen via een vergelijking met het verstandelijk kennen. Het is voor hem duidelijk dat de waarneming een vorm van kennen is en dus ook in bepaalde zin waarheid bevat. De waarneming is niet louter een lichamelijke of natuurlijke functie die geheel buiten de sfeer van de geest staat, maar tegelijk is zij ook niet ten volle geestelijk. Men kan zeggen dat de waarneming ‘waar’ is omdat ze het waarneembare ding vat zoals het is, maar tegelijk kent zij haar waarheid niet en blijft zij in zekere zin aan zichzelf uitwendig.
Wat bedoelen we als we het verstand een ‘geestelijk vermogen’ noemen en in welke zin is de zintuiglijke waarneming ‘geest-in-aanzet’? Typerend voor een geestelijke natuur is haar vermogen tot zelfreflectie, haar vermogen om zich terug te buigen op zichzelf en zichzelf te kennen. Thomas verwijst hiervoor naar het neoplatoonse geschrift Liber de causis waar gesteld wordt dat een ieder die zijn wezen kent, terugkeert naar zijn wezen volgens een volledige terugkeer (reditio completa). De uitdrukking ‘volledige terugkeer’ heeft haar betekenis tegen de achtergrond van een zekere beweging die het verstand doormaakt: door iets te kennen wat buiten zich geplaatst is, treedt het verstand in zekere zin uit zichzelf om vervolgens terug te keren naar zijn akt en uiteindelijk naar zijn wezen waar de akt aan ontspringt. Maar wat betekent dit precies voor de wijze waarop het verstand waarheid bezit?
Het thema van de reflexieve terugkeer van het verstand sluit aan bij wat in artikel drie is behandeld. Thomas had daar betoogd dat er dan in eigenlijke zin sprake is van waarheid waar het verstand ‘iets eigens’ begint te krijgen ten opzichte van het ding buiten het verstand, zodat er een relatie van adaequatio kan optreden. In zijn eerste werking valt het verstand nog samen met de bepaaldheid die het vat van het ding. Je kunt wel zeggen dat die bepaaldheid van het verstand overeenstemt met het ding, alleen die overeenstemming is nog niet als zodanig gesteld in de vorm van een expliciete betrekking. Pas door middel van samenstelling en scheiding wordt de relatie van overeenstemming als zodanig gesteld en beoordeeld. Het verstand onderscheidt zich van de bepaaldheid die het vat en betrekt deze reflexief op de zaak door die bepaaldheid als predikaat te verbinden met een subject.
In de paralleltekst uit de Summa, die we in de vorige paragraaf aangehaald hebben, formuleert Thomas het op een iets andere wijze. Men kan zeggen dat het verstand waar is indien de bepaaldheid van zijn kennis formeel overeenkomt met het gekende ding, dus indien het verstand ‘conform’ het gekend ding is. Waarheid wordt gedefinieerd door de relatie van conformitas tussen het verstand en het ding. Dus je kunt zeggen dat het verstand waar is in zoverre het in zijn bepaaldheid conform het gekend ding is, maar dat het pas zijn waarheid kent wanneer het zijn eigen geconformeerd zijn aan het ding kent en in een oordeel uitspreekt.
108
Het gaat er dus om dat het verstand niet alleen waar is maar zijn waarheid ook kent. Het behoort tot het begrip van waarheid, aldus Thomas, dat het in het verstand is ‘als gekend in de kenner’.
In het negende artikel formuleert Thomas het als volgt. In het verstand is er waarheid enerzijds als gevolg van zijn akt en anderzijds ook als gekend door het verstand. We kunnen hier de beide aspecten van zaakbetrekking en zelfbetrekking van waarheid in herkennen. Het verstand is enerzijds waar indien het in zijn akt betrokken is op de zaak en deze naar waarheid vat of ‘stelt’. Thomas spreekt hier opvallenderwijs van een iudicium van het verstand, alleen bedoelt hij hiermee niet het eigenlijke oordeel van het samenstellende en scheidende verstand, maar de stellende kwaliteit van de akt waardoor de zaak in z’n zijn gevat wordt. Het iudicium is hier nog niet onderscheiden van de apprehensio van het verstand. Anderzijds en ten volle is het verstand waar door zich reflexief op zichzelf te betrekken en zijn waarheid (zijn overeenstemming met de zaak) als zodanig te kennen. Dit laatste aspect beschrijft Thomas heel precies. Het verstand kent waarheid indien het reflecteert op zijn akt, niet alleen zo dat het zijn akt kent maar dat het de verhouding (proportio) van zijn akt tot de zaak kent. Deze verhouding van de akt tot de zaak kan niet gekend worden tenzij de natuur van die akt gekend wordt; en de natuur van de akt wordt niet gekend tenzij de natuur van het actieve principe gekend wordt, dat is het verstand zelf wiens aard het is zich aan de dingen te conformeren.
De gedachtegang is beknopt en moeilijk. Wat Thomas bedoelt is ongeveer dit. Voor de volle zin van waarheid is het niet voldoende dat het verstand in zijn akt de bepaaldheid van de zaak vat, het moet ook in staat zijn de verhouding van zijn akt tot de zaak te kennen en te beoordelen. Nu zou men kunnen denken dat het verstand, om de waarheid van zijn kennis te beoordelen, deze kennis moet kunnen vergelijken met de zaak door zich opnieuw een begrip van de zaak te vormen. Maar op deze manier gedacht ontstaat er een onoplosbare aporie. Het verstand kan immers niet zijn begrip van de zaak vergelijken met de zaak zelf, tenzij door opnieuw een begrip daarvan te vormen, maar dan vergelijkt het twee begrippen met elkaar. In de rationalistische traditie van de 17e eeuw speelt dit probleem van de ‘buitenwereld’ een centrale rol. Het heeft bijvoorbeeld Berkeley verleid tot het opgeven van de notie van een ‘ding’ buiten het verstand, omdat het verstand zijn eigen voorstellingen nooit zou kunnen vergelijken met wat buiten het verstand ligt. Op het moment dat dit probleem zich aan het bewustzijn opdringt, valt ieder ‘naïef’ realisme in duigen omdat de ‘werkelijkheid’ van dit realisme voor het verstand in zekere zin onbereikbaar wordt.13
De gedachtegang in artikel negen heeft met dit kenkritisch probleem te maken. Maar Thomas beschrijft de verhouding tussen het verstand en de werkelijkheid niet op de manier 109
die tot een onontwarbare aporie leidt. De vooronderstelling die aan de aporie ten grondslag ligt is dat het verstand primair zijn eigen voorstelling kent en vervolgens zijn voorstelling zou moeten kunnen vergelijken met het ding buiten het verstand om op deze manier de vermeende zaakbetrekking van de kennis kritisch te toetsen. Thomas beschrijft de situatie niet zo dat het verstand als het ware in zichzelf opgesloten zit; integendeel, het verstand is in zijn akt aanvankelijk gericht op het andere, op het ding dat het vat, en moet naar zichzelf terugkeren door zich van het ding te onderscheiden en zijn kennis erop te betrekken. Deze terugkeer bestaat hierin dat het verstand reflecteert op zijn akt en op de verhouding van de akt tot het ding; deze verhouding tussen het ding en wat het verstand ervan in zijn akt vat kent het slechts indien het de natuur van zijn akt kent, en deze kent het slechts indien het de natuur van het actieve principe kent, dat is het verstand zelf. De terugkeer moet dus volledig zijn. Het is niet voldoende dat het verstand alleen zijn bijzondere akt kent, de akt die gekarakteriseerd kan worden als ‘dit bijzondere ding vattende’, maar het verstand moet zichzelf in zijn bijzondere akt kunnen begrijpen als in overeenstemming met zijn algemene natuur die erop aangelegd is met de dingen overeen te komen. Anders gezegd: het verstand kent pas waarheid wanneer het zich in zijn bijzondere akt reflexief bemiddelt met de algemene betrekking tot de dingen die het zelf is.
Het gaat dus om de verhouding, de proportio, van de akt tot het ding waar het verstand in zijn akt op gericht is. Het verstand kent niet alleen het ding, het kent tevens de verhouding van zichzelf tot het ding, en deze verhouding kent het pas indien het de bijzondere bepaaldheid van zijn akt bemiddelt met de algemene betrekking tot de dingen die het verstand is. Het zintuiglijk kennen, zegt Thomas, is niet in staat deze verhouding van zichzelf tot het waarneembare ding te kennen, want omdat de waarneming aan een orgaan gebonden is, kan ze niet bij zichzelf komen. De waarneming, anders gezegd, is in haar akt gebonden aan de feitelijke situatie waarin ze staat en kan deze situatie niet overstijgen door haar akt reflexief te betrekken op het ding dat ze waarneemt. Ze neemt haar object waar zoals die precies aan haar gegeven is. Ik neem deze tafel waar zoals de tafel relatief tot mij als waarnemer zich voordoet. De waarneming valt met zijn bijzondere bepaaldheid samen zodat ze zich feitelijk aantreft als dit of dat waarnemend. Het zintuiglijk kennen is dus wel waar, maar is niet in staat zijn waarheid te kennen in de vorm van een geestelijk zelfbezit.14 Is dit nu een deficiëntie? Of is dit precies, volgens Thomas, wat de zintuiglijkheid is?
110
Het waarnemingsoordeel
Er bestaat met name in de platoonse traditie van de filosofie een diepgeworteld wantrouwen jegens de zintuigen wat betreft hun bijdrage aan de kennis van de waarheid. De klacht luidt dat de zintuigen bedrieglijk en misleidend zijn; ze zijn niet in staat door te dringen tot de waarheid maar representeren slechts de dingen in hun veranderlijke schijn. De ware filosoof, zo wordt bijvoorbeeld in Plato’s Phaedo gesteld, wendt zich af van de lichamelijke zintuigen en tracht louter en alleen door het denken de waarheid te bereiken.15 Binnen de traditie van de Academie heeft Plato’s depreciatie van de zintuigen voedsel gegeven aan een sceptische houding binnen de filosofie. In het boek Contra Academicos zien we Augustinus worstelen met zijn eigen voormalig scepticisme dat uit het illusoire karakter van de waarneming concludeerde tot een principiële onzekerheid van iedere kennis. In discussie met de Academici komt Augustinus tot het inzicht dat de sceptische kritiek in zekere zin teveel verwacht van de zintuigen. De sceptici zouden een misleidende waarneming teveel gelijk stellen met een onwaar oordeel. Maar goed beschouwd zijn, aldus Augustinus, de zintuigen niets meer dan trouwe (en betrouwbare) boodschappers die niets anders doorgeven dan zoals ze door de dingen aangedaan worden. Hij verlegt daarmee het oordeelsaspect van de zintuigen naar de rede (ratio) die boven de zintuigen staat en oordeelt over wat zij aanbieden in het licht van de waarheidsnorm (regula veritatis). Voor een fout oordeel zijn dus de zintuigen niet verantwoordelijk maar de rede die onjuist oordeelt over de zintuiglijke beelden. Zo worden de zintuigen ontlast van een te hoge verwachting die gemakkelijk tot scepticisme voert. De zintuigen kennen niet de waarheid, ze staan in zekere zin buiten het waarheidslicht van de geest, maar het zou onjuist zijn ze om die reden te beschouwen als een vorm van deficiënte rationaliteit.
Augustinus’ poging de zintuigen vrij te pleiten van de beschuldiging dat ze bedrieglijk zouden zijn, schiet in Thomas’ opvatting te ver door. Augustinus legt alle nadruk op het zuiver receptieve karakter van de waarneming. De zintuigen berichten zoals ze aangedaan worden. Dit aangedaan worden (affici), aldus Thomas, is precies het waarnemen. Daarom is het wel correct te zeggen dat we ons niet vergissen in het feit dat we iets waarnemen, maar tegelijk is het wel zo dat we het waarneembare ding anders kunnen waarnemen dan het is. De waarneming kan zich vergissen in haar oordeel omtrent de gesteldheid van wat ze waarneemt, niet in haar oordeel omtrent de gesteldheid van zichzelf. Dit onderscheid dreigt bij Augustinus verloren te gaan, doordat hij het oordeelsmoment geheel en al bij de rede legt.
111
In de opvatting van Thomas is er wel reden om te spreken van een oordeel van het zintuig, niet in de zin van een deficiënte redeoordeel dat de neiging heeft schijn als zijn uit te spreken, maar een oordeel omtrent het waargenomen voorwerp dat maakt dat het zintuig een eigensoortig kenvermogen is. Op deze manier wil hij vermijden de zintuiglijke waarneming of te rationaliseren of juist te naturaliseren. De zintuiglijkheid vormt een uitdaging aan de filosofie juist omdat ze noch zuiver natuurlijk is noch voluit rationeel en reflexief. Daarom is de mogelijkheid van dwaling en vergissing in de waarneming ook zo interessant en moeilijk te begrijpen. Het kan dan immers niet gaan om een natuurlijk defect (bv. kleurenblindheid) noch om een verkeerde interpretatie van de op zichzelf correcte waarneming.
In het negende artikel karakteriseert Thomas de eigen aard van de zintuiglijkheid in termen van een ‘beginnende terugkeer’. Het zintuig is een vermogen dat halfweg tussen de geest en de natuur in staat. Zijn werking is niet louter natuurlijk, zoals het vuur dat zonder dat van zichzelf te weten verwarmt, noch geheel en al geestelijk in de zin dat het volledig tot zichzelf terugkeert en zijn waarheid ook kent. Die beginnende terugkeer van het zintuig bestaat hierin dat het zintuig niet alleen het waarneembare voorwerp kent maar ook zijn akt van waarnemen. Het buigt zich enigermate terug over zijn akt en neemt zijn waarnemen ook waar. Thomas zegt er weinig meer over. Maar ik denk dat men zijn bedoeling verkeerd zou begrijpen als men van die reflectie een tweede akt maakt, als zou het zintuig door middel van één akt iets waarnemen en dan door middel van een tweede akt zijn eigen waarnemen kennen.16 Het is immers niet zo dat men eerst iets roods waarneemt en dan in tweede instantie zich bewust wordt van het feit dat men iets roods waarneemt. Strikt genomen zou je het zo moeten formuleren dat je het zien van iets roods ook ziet, het proeven van een smaak ook proeft, het horen van een geluid ook hoort. Is het niet vreemd om te zeggen dat je het horen hoort? De akt van het horen geeft toch geen geluid. Maar stel dat je een geluid hoort en je hoort het horen niet. Dat zou zoiets als een onbewuste waarneming zijn, een waarneming van een object zonder terug te keren naar de akt van de waarneming. Voor Thomas zou dit geen eigenlijke waarneming zijn, slechts een natuurlijke werking, die pas in tweede instantie in het bewustzijn treedt, een bewustzijn van de waarnemingsakt in zijn feitelijke gesteldheid: ik ben me ervan bewust iets roods waar te nemen. Voor Thomas zou daarentegen gelden dat je pas iets waarneemt, indien je tegelijk ook het waarnemen waarneemt. Het aangedaan worden van het zintuig is het waarnemen en niet een voorfase van de bewuste waarneming.
Dit is belangrijk om te begrijpen wat Thomas bedoelt met het waarnemingsoordeel. In het zintuiglijk kenvermogen bestaat er waarheid, zo stelt hij, als gevolg van de akt ervan, namelijk zolang het oordeel van het zintuig het ding betreft in zoverre het is. Het zintuiglijk 112
vermogen oordeelt over de dingen die het waarneemt, hoewel het niet de waarheid waardoor het waar oordeelt kent. Het genoemde oordeel (iudicium sensus) valt hier samen met de apprehensie-akt van de waarneming. Het is, zo kan men zeggen, de stellende kwaliteit van de waarnemingsakt zelf. Het zintuig is waar indien het de dingen vat zoals ze zijn. En dus kan er dwaling of vergissing (falsitas) optreden in het zintuiglijk kennen wanneer het de dingen anders vat of beoordeelt dan ze zijn.17
Maar hoe kan het zintuig iets anders vatten dan het is? Het neemt toch altijd iets waar overeenkomstig de wijze waarop het aangedaan wordt? Hoe kan het zintuig zich vergissen anders dan op de wijze dat de op zichzelf correcte waarnemingsgegevens verkeerd worden geïnterpreteerd? Om te verduidelijken hoe en in welke zin het zintuig kan dwalen in zijn oordeel over wat het waarneemt differentieert Thomas tussen verschillende ‘objecten’ van de waarneming. Er zijn in totaal drie soorten van waarnemingsobjecten. Allereerst het zogenaamde ‘eigen object’ van iedere waarnemingszin, kleur van het oog, geluid van het oor, etc. In het waarnemen van het ‘eigen object’ is vergissing uitgesloten. In het zien van iets roods kan ik mij, normaal gesproken, niet vergissen. Want de kwaliteit rood bepaalt direct mijn zien ervan. Het oordeel omtrent de ‘eigen objecten’ is altijd waar, tenzij er sprake is van een defect van het zintuig. Ieder kent het verschijnsel dat wanneer je ziek bent het zoete bitter smaakt. Door de ziekte functioneert de smaakzintuig niet naar behoren en proeft dan het zoete niet als zoet. Maar een gezond zintuig, in normale omstandigheden (dus geen gekleurde bril) oordeelt altijd correct over het eigen waarnemingsobject. Normaal gesproken smaakt het zoete ook zoet en toont het rode zich als rood.
Maar daarnaast zijn er ook waarnemingskwaliteiten die minder specifiek aan een enkel zintuig gebonden zijn, zoals beweging, grootte, gestalte. Aristoteles noemde deze de ‘sensibilia communia’. Als het gaat om deze ‘gemeenschappelijke objecten’, dan bestaat het oordeel van het zintuig in een zeker schatten, bijvoorbeeld het schatten van grootte, afstand of snelheid. Een voorbeeld hiervan is de zon die laag aan de horizon groter lijkt dan als hij hoog aan de hemel staat. Het zien van de zon gaat samen met een zekere relatieve schatting van de grootte ervan, en daarin kan de waarneming zich vergissen. Het gaat hier niet om een oordeel dat toegevoegd wordt aan de waarneming, als zou de waarneming alleen een puur gegeven presenteren dat vervolgens voorwerp is van een schatting en beoordeling. De vergelijkende schatting van de grootte van de zon is een oordeel van de waarnemingsakt zelf.
Voorts spreekt Thomas ook nog van het ‘bijkomstige waarnemingsobject’ (sensibilia per accidens). Bijvoorbeeld als je zegt dat je een mens ziet, dan betreft het zien niet zozeer de mens als zodanig maar het gekleurde iets waaraan het toekomt (accidit) een mens te zijn. Je
113
neemt de mens waar krachtens het feit dat het een gekleurd en dus zichtbaar voorwerp is. Het is bij uitstek op dit terrein dat het waarnemingsoordeel zich kan vergissen. Men kan bijvoorbeeld van verre een mensachtig figuur waarnemen en menen een mens te zien, terwijl het in werkelijkheid een vogelverschrikker is. Men kan zich afvragen in hoeverre dit echt een oordeel van het zintuig is. Het genoemde voorbeeld zou immers ook zo uitgelegd kunnen worden dat het zintuig iets waarneemt en dat het verstand vervolgens de op zichzelf correcte waarneming verkeerd interpreteert. Dat het waargenomen voorwerp een mens zou zijn is dan een identificatie die buiten de waarneming als zodanig valt maar zaak is van het verstand. Thomas ziet dat zo niet. Ook het ‘bijkomstig object’ is voor hem een echt waarnemingsobject. Dus ik meen een mens te zien, en niet: ik zie iets waarvan ik vervolgens meen dat het een mens is. Het oordeelsmoment ligt volgens Thomas reeds in de waarnemingsakt, en dus ook de mogelijkheid van dwaling en vergissing. Hierin is de zintuiglijkheid reeds geest in aanzet.
Bij wijze van slot
De eerste quaestio van De veritate is een fundamentele uiteenzetting van het begrip waarheid en van de verschillende manieren waarop waarheid wordt geprediceerd. Het is een bijzondere tekst die weinig van zijn wijsgerige betekenis en waarde heeft verloren. Wel kan de uiteenzetting bevreemding wekken bij de hedendaagse lezer omdat allerlei vraagstellingen en motieven die in de moderne reflectie op de waarheidsvraag centraal staan bij Thomas lijken te ontbreken, in het bijzonder hermeneutische, epistemologische en transcendentaalfilosofische overwegingen en benaderingen. Thomas neemt zijn uitgangspunt niet in de mens die, zich bewust van zijn eindigheid (d.w.z. dat de mens zich tot de werkelijkheid verhoudt op een manier die voor de werkelijkheid zelf als toevallig begrepen moet worden), de vraag stelt naar de mogelijkheidsvoorwaarden van ware (objectief geldige) kennis. Zijn uitgangspunt ligt veeleer in een absoluut (of transcendentaal) moment van het kennen dat bestaat in een intrinsieke gerichtheid op het zijn. De vraag is niet zozeer of wij, als eindige en beperkte mensen, wel in staat zijn de waarheid te kennen, want waarheid kennen dat is precies wat kennen is; Thomas gaat ervan uit dat de mens een kennend wezen is, een wezen dat toegerust is met een ‘verstand’. En ‘verstand’ is het vermogen tot het ware, tot het begrijpen van dat wat is. Als een wezen met verstand staat de mens uit naar het geheel van het zijn. Thomas vertrekt vanuit de overtuiging dat de mens ‘transcendentale openheid’ is. Moet deze overtuiging, zo kan men zich afvragen, dan niet eerst formeel bewezen worden? Bijvoorbeeld door middel
114
van een twijfelexperiment, waardoor de spontane realistische zijnsgerichtheid van het denken opgeschort wordt. Dit is de weg die de moderne filosofie gegaan is. En deze weg heeft zijn eigen filosofische legitimiteit, zoals onder meer blijkt uit de methodische rationaliteit van de moderne wetenschap. Maar waar Thomas misschien nog vanzelfsprekend van uitgaat, nl. dat de dingen in zichzelf ‘iets zijn’, dat ze een intelligibel karakter hebben, en dat het in het kennen er finaal om gaat de dingen in hun eigen aard te vatten, dat zou juist nu, minder vanzelfsprekend, een nieuwe actualiteit kunnen hebben in onze verwetenschappelijkte cultuur waarvan de dominante vorm van rationaliteit steeds minder raad weet met de intrinsieke zin en aard van de dingen (zie hierover de bijdrage van Herman Berger). In zekere zin leven wij cultureel en intellectueel gezien nog steeds in de aporetische situatie van Berkeley.

Waarheid en het oordeel
Inleiding
Het algemene grondpatroon van Thomas’ uiteenzetting van het begrip waarheid is helder en eenvoudig. Natuurlijk, door de sterk geformaliseerde manier van redeneren is de tekst van De veritate niet gemakkelijk toegankelijk, zeker niet voor de lezer die niet vertrouwd is met de scholastieke terminologie en uitdrukkingswijze. Maar heeft men zich eenmaal door deze moeilijkheden heen geworsteld, dan frappeert de uiteenzetting toch door de helderheid en precisie waarmee het betekenisveld van waarheid in kaart wordt gebracht. Want dat is wat Thomas vooral lijkt te doen: het analyseren en beschrijven van de verschillende betekenissen waarin van waarheid wordt gesproken. De grondgedachte laat zich als volgt samenvatten: waarheid is in de eerste plaats een predikaat van onze kennis van de dingen, niet van de dingen zelf. Aristoteles had dit al gezegd: ‘het ware en het onware is in de geest, niet in de dingen’.1 Maar in de tweede plaats en in analoge zin zijn ook de dingen krachtens hun zijnsvorm (of wezen) ‘waar’ te noemen, weliswaar niet op zichzelf genomen maar in relatie tot de kennis. Zo is waarheid in de eerste plaats ‘verstandswaarheid’ (veritas intellectus) en in de tweede plaats ‘dingwaarheid’ (veritas rei): het verstand is waar in zover het overeenstemt met het gekende ding én deze betrekking van overeenstemming ook kent; en het ding is waar in zover het in wat het is beantwoordt aan zijn begrip. Het begrip waarheid heeft aldus een zekere geleedheid. Primair heeft ze haar realiteit in de logische werking van het verstand die omschreven kan worden als ‘manifesteren’, ‘tonen van het zijn’ of ‘zeggen wat iets is’, anderzijds wordt er in de kennis ook altijd iets aan het licht gebracht, de zaak waarvan men moet zeggen dat die naar zijn eigen begrip gemanifesteerd c.q. gekend wordt.
Dit alles is tamelijk elementair en helder. Het lijkt wel alsof Thomas alle met het begrip van waarheid verbonden filosofische problemen omzeilt. Zijn benadering doet zelfs wat naïef aan in de zin dat het standpunt van waaruit hij de waarheidsrelatie beschrijft impliciet blijft. Alles is bij voorbaat al gegeven: ten eerste de ‘dingen’, ieder met een eigen wezensvorm, dan het ‘menselijk verstand’, dat het vermogen heeft om de waarheid van de dingen te kennen, en ook nog het ‘goddelijk verstand’, dat de absolute bestaansgrond van alle dingen is en ze in hun waarheid fundeert. Het menselijk verstand verhoudt zich receptief ten
98
aanzien van de intelligibiliteit van de dingen, die het goddelijk verstand als het ware erin heeft gelegd. Het heeft iets bevreemdends wat Thomas doet. De beschrijving van het begripsveld van waarheid gaat samen met een realistische gerichtheid die nergens als een expliciet wijsgerige positie wordt ontwikkeld of verdedigd. Waarheid is nergens echt een probleem, zo lijkt wel. Het denken beweegt zich van meet af aan in een zijnswerkelijkheid waarin het thuis is en waarin zijn intentie op waarheid in principe vervulbaar is. De mogelijkheid dat de waarheidsintentie van het denken wel eens niet onmiddellijk aansluiting zou kunnen vinden bij wat de dingen zijn en dus niet vanzelfsprekend tot vervulling komt, wordt niet serieus overwogen. Tussen denken en werkelijkheid, waarheid en zijn, bestaat een transcendentale relatie van ‘samenklank’ (concordia) die door geen enkele empirische wanklank principieel verstoord.
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Wow..

Bij teksten van zo'n grote omvang is 't misschien handig stukken ff op te delen via [hidden=*titel van het stukje tekst wat je wilt hidden]*de tekst[/hidden}
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op dinsdag 1 maart 2011 om 23:32:
Dat idee komt dus uit de esthetiek. Wat heeft echte waarde? Wat geeft die echte voldoening die men diep van binnen nastreeft? Toch zeker geen hedonistisch paradijs. Dat gaat uiteindelijk simpelweg vervelen. Wat je zoekt is een diepere waarde.

Een schilderij heeft ook meer betekenis als het uit verschillende tinten bestaat. Wat kunst van kitsch onderscheidt, is de harmonie tussen duistere en heldere kleuren.

Ergens is dit niet het beste nieuws dat je zou willen horen. Even een omweggetje: yin/yang is een vrij hopeloos concept. Hoe meer goede dingen je meemaakt, hoe meer slechte dingen je onvermijdelijk ook zullen gebeuren. En dit is dan een principe waaraan niet te ontsnappen valt.
Dat it's all GOOD principe is hier een bescheiden verbetering op... je hebt nog steeds goed en kwaad maar samen zijn ze tenminste nog iets hogers. Een hoger goed.
Het is jammer dat het niet "it's all good" is. Dat er alleen goed zou zijn en gewoon helemaal geen kwaad... maar het grotere goed, wat wij dus diep van binnen nastreven, bestaat helaas niet uit louter "lager" goed maar helaas ook uit lager kwaad. En dit spiraalt vervolgens omhoog.

Het kwaad in de wereld maakt een metafysica bestaande uit puur goed simpelweg onmogelijk. Gelukkig is het uitzichtloze yin/yang principe niet het enige waarin het kwade zijn plaats kent.


Klopt het dat je donkere en duistere kleuren vergelijkt met goed en slecht ? Maar waarom is een schilderij bestaande uit meerdere tinten méér waardevol ?
De 'waarde' die een schilderij geeft is even relatief als goed en slecht. Het ligt beide bij de ontvanger, degene die ervaart. Een schilderij (het eindresultaat) is volgens jou altijd goed (want; het schept of is 'waarde') ? Ofwel; waarde = goed ? Vind het maar een raar argument. De estethiek is juist een stroming die relativiteit spreekt...
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:14:
Wow..

Bij teksten van zo'n grote omvang is 't misschien handig stukken ff op te delen via [hidden=*titel van het stukje tekst wat je wilt hidden]*de tekst[/hidden}


't was iets van 5 x zo groot maar partyflock vond het klaarblijkelijk teveel :/
Hidden zal er toe leiden dat jullie dit niet gaan lezen, dusch... nee sorrie
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 15:20:
Hidden zal er toe leiden dat jullie dit niet gaan lezen, dusch... nee sorrie


Alsof we 't nu wel gaan lezen :P

tl;dr
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 15:17:
De estethiek is juist een stroming die relativiteit spreekt...


Is dat zo? Ben er nog niet zo heel erg in thuis, maar ik had wel begrepen dat estethiek naar absolute waarde op zoek gaat. Principes die achter kunst zitten. Één van die principes is dan dat variatie meer waarde toevoegt; dat een harmonie van verschillende kleuren een diepere waarde aanboort.
Waarschuw beheerder
Tis een interessante tekst hoor. Ekt waar...
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:25:
Is dat zo? Ben er nog niet zo heel erg in thuis, maar ik had wel begrepen dat estethiek naar absolute waarde op zoek gaat. Principes die achter kunst zitten. Één van die principes is dan dat variatie meer waarde toevoegt; dat een harmonie van verschillende kleuren een diepere waarde aanboort.


Naja, mag eigenlijk ook niet zeggen wat ik zei. De esthetica dekt vele ladingen, vanaf de romantiek (maar ook ten tijde van plato enzow) is 't de omschrijving van 'het schone' (sof dat absoluut bestaat of kan bestaan) maar esthetiek betekend eigenlijk gewoon (kunst)gevoel of (zintuigelijke) ervaring (ten tijden van kant was het ook gwn; kunstleer). 't klopt inderdaad dat er binnen de esthetiek leidingen lopen die trachten absolute waarde te voeren. Behoorlijk contradictoir kijkend naar de betekenis van het woord zelf iig.
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 15:20:
t was iets van 5 x zo groot maar partyflock vond het klaarblijkelijk teveel :/
Hidden zal er toe leiden dat jullie dit niet gaan lezen, dusch... nee sorrie


Integendeel juist... als je een tekst zo neerzet:

logica volgens Dhr.

het waarnemingsoordeel

waarheid en het oordeel



wordt 't juist aantrekkelijker om te lezen.. zo ben je ook meer geneigd 't rustig in etappes te lezen ipv dat je ineens overvallen wordt met een betonblok tekst dat vanwege z'n omvang juist afschrikt :)
Waarschuw beheerder
Mmm heb t geprobeerd maar dan wordt mn post een leeg blok :S

Maar pdf'jes uploaden kan natuurlijk ook :)

http://pdfcast.org/pdf/thomas
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
No matter what I do... t blijft een lege post :(
 
Waarschuw beheerder
Kutje.. stuur maar ff, dan doe ik 't wel voor je :lol:
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Trouwens. Had gister weer even een realiteitsinzinking...
zat met mn meisje in de trein...vroeg k op wie ze gestemd had...
PVDA :lol:
vroeg k waarom...
ja anders kan ze geen huisje kopen...
besefde me gwn weer hoe egoïstisch de linkse medemens is :/
Kan afentoe best hard aankomen zo een klap... hoe manipulerend is die stempel 'socialistisch' eigenlijk wel niet ? Het moet eerlijker Cohen ? :lol:
Rot toch op..
Jullie rijk ? Dan wil ik ook meer! Meeehh... jankhoeren.

(kzeg dit trouwens even om te polsen of mijn reactie (die t zelfde was als hier beschreven) terecht een zwijg/negeerperiode uitlokte van minimaal 15 minuten :S


Maar thanks doozje, zal zo even sturen middels PM :9
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Ik heb niet gestemd trouwens
Ik denk dat ik gewoon nooit meer ga stemmen
Heb niet echt t gevoel dat ik ook maar enigszins invloed heb op wat dan ook in de politiek
Ik weet, als iedereen zo dacht, blabla
Maar heb t gewoon btje gehad
Weet toch nooit op wie ik moet stemmen, heb altijd de keuze tussen n douchebag en n asshole, fuck dat
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:37:
Mag je niet weten


Flauw hoor :'(
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 15:20:
't was iets van 5 x zo groot maar partyflock vond het klaarblijkelijk teveel


haha dat moet n flinke tekst zijn geweest, kun je geen link plaatsen dan? Maybe dat ik t wel lees, als jij vindt dat t echt de moeite waard is..

@Dooz
Ik heb geen zin om weer kleine (of grote) dingetjes uit de teksten die je plaatste dr uit te gaan halen en bekritiseren..
Heb net n uurtje buiten gezeten, in t zonnetje, in n natuurgebied.. is wel chill vind ik..
Soms moet je wat minder nadenken en lezen en gewoon eens in de natuur zitten en niet meer doen dan staren naar de wereld om je heen O:)
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:52:
Ik heb niet gestemd trouwens
Ik denk dat ik gewoon nooit meer ga stemmen
Heb niet echt t gevoel dat ik ook maar enigszins invloed heb op wat dan ook in de politiek
Ik weet, als iedereen zo dacht, blabla
Maar heb t gewoon btje gehad
Weet toch nooit op wie ik moet stemmen, heb altijd de keuze tussen n douchebag en n asshole, fuck dat


Same here.... interesse in politiekefilosofie is ook best wel verdwenen...
denk liever aan t grotere plaatje dat voorbij gaat aan de allerdaagse beslommeringen die de politiek tracht op te lossen voor Jan en grietje...
internationale politiek en verhoudingen blijf k nog wel altijd interessant vinden maar dat komt haast nooit aan bod...zelfs t europese vraagstuk niet... wat eig. juist enorm belangrijk is...

Tekst wordt zo geplaatst door Dozart Xaeed.. Denk dat je het wel interessant vind. Tgaat over de denkwijze van Thomas, n christelijke van n paar eeuwen terug die met t ontologisch godsbewijs kwam...
wat je een tijd terug erg interessant vond...
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:58:
Soms moet je wat minder nadenken en lezen en gewoon eens in de natuur zitten en niet meer doen dan staren naar de wereld om je heen


veel vd grote filosofen deden niet anders.... Nietzsche hield b.v. wandelingen door de bergen in z'n up...
voor mij werkt rennen/joggen erg goed...
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
't interessante stukje dat Stardust postte maar niet kon hidden :P


Waarheid en het oordeel
Inleiding
Zeggen dat is wat is
De waarheid van het oordeel
De reflexieve zelfbetrekking van het verstand
Het waarnemingsoordeel
Bij wijze van slot
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 15:58:
@Dooz
Ik heb geen zin om weer kleine (of grote) dingetjes uit de teksten die je plaatste dr uit te gaan halen en bekritiseren..
Heb net n uurtje buiten gezeten, in t zonnetje, in n natuurgebied.. is wel chill vind ik..
Soms moet je wat minder nadenken en lezen en gewoon eens in de natuur zitten en niet meer doen dan staren naar de wereld om je heen O:)


U heeft helemaal gelijk (Y) Ik ga ook ff naar buiten zo.. tis lekker weer.
En bekritiseren hoeft niet.. ik vond 't gewoon ff leuk om te delen. jwt andere visies delen en zo.. :smoke:

Wel grappig dat sommige overeenkomen met de leer van Ieshlam..

Ben ook weg nu.. latuhr B)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 16:01:
Weet toch nooit op wie ik moet stemmen, heb altijd de keuze tussen n douchebag en n asshole, fuck dat


But... all elections are between a giant douche and a turd sandwich!
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 15:44:
kzeg dit trouwens even om te polsen of mijn reactie (die t zelfde was als hier beschreven) terecht een zwijg/negeerperiode uitlokte van minimaal 15 minuten


Bedoel je dat jij haar ging negeren of andersom?
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 16:01:
Same here.... interesse in politiekefilosofie is ook best wel verdwenen...
denk liever aan t grotere plaatje dat voorbij gaat aan de allerdaagse beslommeringen die de politiek tracht op te lossen voor Jan en grietje...
internationale politiek en verhoudingen blijf k nog wel altijd interessant vinden maar dat komt haast nooit aan bod...zelfs t europese vraagstuk niet... wat eig. juist enorm belangrijk is...

Tekst wordt zo geplaatst door Dozart Xaeed.. Denk dat je het wel interessant vind. Tgaat over de denkwijze van Thomas, n christelijke van n paar eeuwen terug die met t ontologisch godsbewijs kwam...
wat je een tijd terug erg interessant vond...


Oke ben benieuwd :)
Ik heb precies hetzelfde, ik vind globale gebeurtenissen dan wel interessant, maar binnenlandse politiek heeft mij nooit veel geboeid.. op de een of andere manier lijkt t altijd btje op n poppenkast

Uitspraak van Sisyphus op vrijdag 4 maart 2011 om 16:03:
veel vd grote filosofen deden niet anders.... Nietzsche hield b.v. wandelingen door de bergen in z'n up...
voor mij werkt rennen/joggen erg goed...


Ja vooral als je als wij leeft in n wereld van beton, plastic en staal en sociale en financiele druk erg zwaar weegt op je schouders is t soms wel eens goed om je af te zonderen en alles even los te laten

Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:07:
Waarheid en het oordeel


Ik zal er eens aan beginnen als ik tijd en zin heb :)

Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:10:
Ben ook weg nu.. latuhr


Fijne dag! (Y)

Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:30:
But... all elections are between a giant douche and a turd sandwich!


Haha ja dat was t ik wist dat ik t fout had toen ik asshole zei want kon me niet herinneren dat ze ook echt n asshole hadden getekend :P

Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:34:
Bedoel je dat jij haar ging negeren of andersom?


Zij hem natuurlijk kom op man das vrouw-eigen tog :P
Die ene Belgische chick negeert ons al maanden nu, ze leest wel nog stiekem mee hoor, she's just giving us the silent treatment hehe
Ben ook weg menschen

Ow en Tyharo.. goeie keuze :P (Y)
 
Waarschuw beheerder
Xaeed, i know what you did last afternoon!

Jij hebt bij meggelveld gezeten!
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:34:
Bedoel je dat jij haar ging negeren of andersom?


Andersom :/

Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:58:
Ja vooral als je als wij leeft in n wereld van beton, plastic en staal en sociale en financiele druk erg zwaar weegt op je schouders is t soms wel eens goed om je af te zonderen en alles even los te laten


Inderdaad... levensgeluk ligt daarom volgens mij ook gemiddeld ook hoger buiten de randstad...
we lost touch with nature... wat meer is dan de aarde voelen maar ook het zien van weinig dan bomen (de afwezigheid van sociale druk, beton, etc)
niet dat je dat mi echt kan meten maarja... :P
Ik woon maar 20min van t strand dus dat is iig wel lekker.


Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:58:
Zij hem natuurlijk kom op man das vrouw-eigen tog
Die ene Belgische chick negeert ons al maanden nu, ze leest wel nog stiekem mee hoor, she's just giving us the silent treatment hehe


:lol: hehe inderdaad
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:07:
't interessante stukje dat Stardust postte maar niet kon hidden


Thanks :lief:
 
Waarschuw beheerder
Homopinguïns adopteren kuiken
03-06-2009 15:40
BREMERHAVEN (ANP/DPA) – Twee homoseksuele pinguïns in de dierentuin van het Noord–Duitse Bremerhaven zijn vader geworden. Zij hadden een ei uitgebroed dat door de ouders was verstoten.
De beide vaders zijn erg zorgzaam voor het kuiken, aldus de dierenarts van de dierentuin woensdag. De homopinguïns voeden het kindje met visbrei. Een naam heeft het geadopteerde diertje nog niet, omdat het geslacht nog niet is bepaald.



:lol:
Waarschuw beheerder
Hopen dat de conservatieve christelijke amerikanen dit niet lezen, anders; bureau-jeugdzorg voor de deur bij t homo-stelletje.
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 16:07:
't interessante stukje dat Stardust postte maar niet kon hidden


heeft hij dat zelf geschreven?
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Mindkontroller op vrijdag 4 maart 2011 om 19:02:
heeft hij dat zelf geschreven?


Nee.. is geloof ik van z'n opleiding of zo...
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Mindkontroller op vrijdag 4 maart 2011 om 19:02:
heeft hij dat zelf geschreven?


lol


Uitspraak van verwijderd op vrijdag 4 maart 2011 om 19:03:
Nee.. is geloof ik van z'n opleiding of zo...


idd...naja was mn opleiding
Waarschuw beheerder
Damens en heren,

ik ben momenteel de film; From Aristotle to Hawking (met NL subs) aaan het downloaden


This comprehensive documentary focuses on philosophical and scientific theories throughout time from the ancient Greeks to the 21st century. It describes, in 12 episodes, what the ancient Hellenes believed about man, the soul and the universe and why there was never a beginning to the universe.

Is there a BIG BANG? If so, what comes first, the fact or the law? What is space? Why does the universe expand? Could everything end in zero and our life have merely been a beautiful fairytale?

Is there a universal god? Where do Quantum Mechanics lead us? Can the entire universe fit inside a molecule in the mind of humans? Is the “human principle” a reality? Are the man and the Universe two universes, and one fits inside the other? Are humans etermal in an eternal world?

What is God? Who created the world? Who overseas the world’s functioning? Is the universe theocratic? How does God’s mind work? Is a man part of the universal God? Does man participate in the creation of the world?

How does nature work? How does nature’s clock work? Do animals and plants have souls? Could animals have “knowledge of the future”? Could the entire kingdom of nature be the “hard disk” of a computer? What is birth, reproduction, death and birth once again?


Leuke vragen toch ? Mischien wat voor jullie om te downloaden

Groetjes

Sisydust
 
Waarschuw beheerder
En voor de satanist of de gewone cinefiel die het nog niet gezien heeft:

Zender:SBS 6
Datum: 6 maart 2011
Uitzendtijd: 00:05 - 02:15 uur

Jaar van premiere: 2004
Exorcist: The beginning
Regisseur: Renny Harlin
Acteurs: Stellan Skarsgård, Izabella Scorupco, Antonie Kamerling
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op zaterdag 5 maart 2011 om 13:25:
and why there was never a beginning to the universe


Als t universum geen begin had dan waren wij hier nu niet :P
Als ik jou in n auto zet en je naar n eindbestemming stuur en ik zeg dat je wielen n oneindig aantal keer moeten ronddraaien voordat je je bestemming kunt bereiken..
Zul je dan ooit aankomen op je eindbestemming?
Op dezelfde manier zouden we nooit in t heden (vandaag, dit moment) kunnen eindigen als er n oneindig aantal momenten aan vooraf zouden gaan
Want n eeuwigheid kan niet tot n einde komen
Een eeuwig aantal momenten zouden eeuwig voortduren en we zouden nooit in t heden belanden
Net zoals je nooit op je eindbestemming zou komen als je wielen voor eeuwig moeten draaien
Dit houdt in dat t universum n begin moet hebben gehad, aangezien vandaag (of dit moment) n reeks momenten (het verleden) ten einde kwam
Die reeks is niet eeuwig, anders zou er nooit n einde aan kunnen komen
We kennen geen eeuwigheid
We benaderen t idee van eeuwigheid in abstracte termen dmv wiskundige voorbeelden
Steeds de helft nemen van n getal zou nooit leiden tot t bereiken van t nul-punt
Maar dit is abstract en wij leven in de werkelijkheid.. in de werkelijke wereld waarin we bestaan is niets eeuwig
De Grieken hadden t fout
Het universum moet n begin hebben gehad
En stellen dat de BigBang t gevolg is van t einde van n ouder universum is geen oplossing
Want dan moet dat universum dat hieraan voorafging eindig geweest zijn en n begin hebben gehad
Het geheel kan nooit eeuwig zijn
Alles wat begint te bestaan in n moment heeft n oorzaak
Niets begint te bestaan uit niets
Als er niets is kan dat niets nooit zichzelf tot iets maken
Er is n oorzaak nodig, n veroorzaker, n schepper
Dit leidt uiteindelijk tot God natuurlijk
 
Waarschuw beheerder
Big bang.. ik weet ook niet zo of ik daar nou zo in moet geloven. In feite is dat ook maar een theorie. Ik denk dat dit bestaan er gewoon op een gegeven moment was.. op den duur was er 'iets' dat zichzelf in dit bestaan waarnam, en zo zal het balletje denk ik ongeveer gaan rollen zijn.
Waarschuw beheerder
Xaeed, alles wordt behandeld... heb net deel I gezien...
tis geen docu die tracht de waarheid over te brengen... tis r eentje in de categorie van; leer en concludeer zelf maar een eind raak...
 
Waarschuw beheerder
Just saying O:)
 
Waarschuw beheerder
Ik vind 't idee gewoon zo raar... eerst is er dan zeg maar 'helemaal niks' en in dat 'niks' ontstaat dan ineens vuur (even heel simpel gezegd :P), en een explosie, en in die explosie ontstaat ineens het 'iets' en breid zich dan vervolgens uit en uit en uit...

Maar goed, ik zit hier nu over na te denken en het word alweer blanco in my mind :lol: Laat maar hangen... :P
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 14:13:
De Grieken hadden t fout
Het universum moet n begin hebben gehad


Aristoteles (een griek) stelde dat t universum een begin had hoor...

volgens hem:

Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 14:13:
Er is n oorzaak nodig, n veroorzaker, n schepper


naar zijn idee was dat de 1ste onbewogen beweger (God)

Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 14:13:
En stellen dat de BigBang t gevolg is van t einde van n ouder universum is geen oplossing
Want dan moet dat universum dat hieraan voorafging eindig geweest zijn en n begin hebben gehad
Het geheel kan nooit eeuwig zijn
Alles wat begint te bestaan in n moment heeft n oorzaak
Niets begint te bestaan uit niets


Zoals het net werd uitgelegd bestond de bing bang wel degelijk uit iets, namelijk; pure energie die enorm heet werd/was...
xaeed ga t aub even kijken... tis echt wat voor jou...de (kritische) vragen die volgen op t idee van big-bang (over eeuwigheid en zo) komen ook aan bod...
volgens mij staat t ook op youtube in delen opgedeeld (Y)
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 14:39:
Ik vind 't idee gewoon zo raar... eerst is er dan zeg maar 'helemaal niks' en in dat 'niks' ontstaat dan ineens vuur (even heel simpel gezegd ), en een explosie, en in die explosie ontstaat ineens het 'iets' en breid zich dan vervolgens uit en uit en uit...


Jea... een geen enkele wetenschapper kan 't nou echt logisch maken...
er wordt dan gwn heel snel gezegt; t ligt buiten ons bevattingsvermogen (van/over t universum en natuurwetten)....
zelfde argument wat wordt aangehaald bij God...
wat dat betreft zijn de 2 oplossingen stiekem wel erg verwant...
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Sisyphus op zaterdag 5 maart 2011 om 14:41:
Aristoteles


Ja klopt, Aristoteles wordt door sommige Moslims dan ook gezien als boodschapper van God, of iig iemand die op t juiste pad was..

Uitspraak van Sisyphus op zaterdag 5 maart 2011 om 14:41:
Zoals het net werd uitgelegd bestond de bing bang wel degelijk uit iets, namelijk; pure energie die enorm heet werd/was...
xaeed ga t aub even kijken... tis echt wat voor jou...de (kritische) vragen die volgen op t idee van big-bang (over eeuwigheid en zo) komen ook aan bod...
volgens mij staat t ook op youtube in delen opgedeeld


Aight is cool

Uitspraak van Sisyphus op zaterdag 5 maart 2011 om 14:44:
Jea... een geen enkele wetenschapper kan 't nou echt logisch maken...
er wordt dan gwn heel snel gezegt; t ligt buiten ons bevattingsvermogen (van/over t universum en natuurwetten)....
zelfde argument wat wordt aangehaald bij God...
wat dat betreft zijn de 2 oplossingen stiekem wel erg verwant...


Wetenschap kan gewoon niet verder gaan dan Planck's moment
Daarvoor is geen daarvoor
Tijd begint daar te bestaan
Dus wat eraan vooraf ging is n raadsel.. vraag me wel af óf ze er ooit achter zullen komen.. en óf ze er wel achter kúnnen komen
Voor zover ik t begrijp nog niet.. ze speculeren veel, maar je kunt niet meten wat onmeetbaar is, pre-BB valt buiten de wereld vd wetenschappelijke instrumenten
Hier betreedt je de wereld van de filosofie
Veel moderne wetenschappers zijn (hoe ik t zie) dan ook gewoon de oude filosofen, in n witte jas, vermomd als scientists
Dit ligt trouwens weer erg in lijn met t Kalam-onderwerp
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 15:24:
Veel moderne wetenschappers zijn (hoe ik t zie) dan ook gewoon de oude filosofen, in n witte jas, vermomd als scientists


Filosofie (met name aristoteles) is dan ook de moeder van alle wetenschappen. 't recente onderscheid tussen filosofie en wetenschap staat niet altijd zo stevig als men wilt doen vermoeden...



Uitspraak van verwijderd op zaterdag 5 maart 2011 om 15:24:
Ja klopt, Aristoteles wordt door sommige Moslims dan ook gezien als boodschapper van God, of iig iemand die op t juiste pad was..


En terecht... ook daarom moet juist jij je verdiepen in de logica die hij ons gegeven heeft...! Had je al eens een pdf-bestandje gegeven van zn syllogisme en zo
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
DOOOOOOOOOOOOOOOOOOOZART, jij moet morgenmiddag even je tv aanzetten

In De begraafplaats van Praag, de nieuwe roman van de Italiaanse schrijver Umberto Eco, leidt de notoir onbetrouwbare verteller Simone Simonini ons rond door de negentiende eeuw waar tal van duistere complotten gesmeed worden en waarin de vervalsing van de Protocollen van de Wijzen van Zion, het invloedrijkste antisemitische geschrift aller tijden, een centrale plaats innemen. Eco: "Ik ben geïnteresseerd in vervalsingen, omdat ik geïnteresseerd ben in de waarheid."

De Protocollen van de Wijzen van Zion doken (in het westen) voor het eerst op na de Eerste Wereldoorlog. Het is misschien wel de beruchtste vervalsing aller tijden. Het zou het verslag bevatten van het eerste Zionistische Congres in 1897 te Bazel. Het document bestond uit 80 pagina’s met aanbevelingen om de christelijke maatschappij omver te werpen en de tijd rijp te maken voor een Joodse suprematie.

De tekst van de Protocollen zou gebaseerd zijn op de roman Biarritz (1868) van de Duitse schrijver Hermann Goedsche (1815-1878), onder het pseudoniem Sir John Retcliffe. Een van de hoofdstukken bevatte een beschrijving van een nachtelijke bijeenkomst van dertien joden op de joodse begraafplaats van Praag, waarbij de aanwezigen het vorderen van de joodse samenzwering bespraken. Biaritz zou overigens weer bronmateriaal bevatten van het boek De dialoog in hel tussen Machiavelli en Montesquieu van de Franse revolutionaire satiricus Maurice Joly. Dit boek, dat tegen Napoleon III gericht was, was geïnspireerd op het feuilleton De wandelende jood van Eugène Sue (1804-1857), dat niet tegen joden is gericht, maar tegen de jezuïeten.

De begraafplaats van Praag begint met het geheugenverlies van Simone Simonini. Hij weet niet meer wie hij is. Door in een dagboek te schrijven hoopt hij dat zijn herinneringen terugkeren. Simonini's reconstructie maakt duidelijk met wie we hier te maken hebben. Eigenlijk haat hij iedereen: jezuïeten, vrijmetselaars, revoluties en vrouwen, maar bovenal heeft hij een hekel aan joden. Zijn antisemitische opvattingen heeft hij van zijn grootvader met de paplepel binnengekregen.

Als notaris verdient Simonini zijn geld met het vervalsen van documenten. Als hij de chaos van het Italiaanse Risorgimento verruilt voor Parijs blijkt hij als kundig vervalser makkelijk zijn geld te kunnen verdienen. Doordrenkt van haat plagieert hij de bronnen van o.a. Maurice Joly en Hermann Goedsche die hij samensmelt tot het document Protocollen van de Wijzen van Zion, dat hij aan diverse regeringen verkoopt. Het verhaal over deze duistere samenzwering krijgt een behoorlijke staart: in Mein Kampf refereert Hilter aan de Protocollen.



http://boeken.vpro.nl/programmas/24214180/afleveringen/44521484/
Sorry voor alle opdrachten trouwens :lol:
laatste aanpassing