De Marokkaanse vrouwenbeweging heeft veel voor elkaar gekregen, maar één ding nagelaten: het familierecht ontdoen van zijn islamitische karakter.
De hervorming van de familiewetgeving, vijf jaar geleden, wordt algemeen gezien als een grote overwinning van de Marokkaanse vrouwenbeweging op de conservatieve krachten in het land. Sinds 5 februari 2003 zijn man en vrouw voor de wet een stuk gelijker. Toch juicht in het progressieve kamp niet iedereen mee. Er zijn er die vinden dat de vrouwenbeweging in haar eisen veel verder had moeten gaan.
Zoals prof. dr. Abdessamad Dialmy, als socioloog verbonden aan Universiteit Mohammed V van Rabat. Deze zestiger, die zichzelf een ’militant feminist’ noemt, heeft zijn werkende leven lang onderzoek gedaan naar ’de kwestie van de vrouw’ in Marokko. Schijnbaar terloops merkt hij in zijn meest recente boek, ’Le féminisme au Maroc’, op dat indertijd ’geen enkele vrouwenorganisatie heeft geopteerd voor secularisatie van de familiewetgeving’.
Het blijkt een van zijn belangrijkste punten van kritiek op de Marokkaanse vrouwenbeweging. In een café in het centrum van de stad legt Dialmy uit dat „niemand heeft voorgesteld het familierecht te moderniseren door het te ontdoen van zijn islamitische karakter. Terwijl bijvoorbeeld ons strafrecht wél seculier is. We hakken een dief zijn hand niet meer af. Waarom de zoon dan nog wel een twee keer zo groot erfdeel geven als de dochter?”
De socioloog ziet achter alle bepalingen van de nieuwe Mouddawana het islamitisch recht nog doorschemeren. „Polygamie? Nog steeds mogelijk. Je vrouw verstoten, idem dito. De nieuwe wetgeving maakt het moeilijker, maar spreekt het islamitisch recht nergens tegen. Feitelijk is de Mouddawanna niet meer dan een moderne, meer egalitaire, gefeminiseerde versie van de sharia.”
Volgens Dialmy heeft de vrouwenbeweging helaas politiek correct willen blijven. „Ze hebben hervormingen geëist in naam van de islam, op grond van een vrouwvriendelijker lezing van de Koran. Terwijl ze de religie erbuiten hadden moeten laten, en een seculiere familiewet hadden moeten eisen. Maar dat hebben ze niet aangedurfd, of ze hebben pragmatisch willen blijven. Maar volgens mij had het gekund.”
Pragmatisch: dat is het tweede punt van kritiek op de Marokkaanse vrouwenbeweging. De socioloog verwijt de beweging een gebrek aan theorievorming. „Het feminisme hier is activistisch, gericht op praktische doelen. Scholing, armoedebestrijding, gezondheid, de hervorming van de familiewetgeving.”
Dialmy ontkent geenszins dat de vrouwenbeweging veel nuttig werk verzet, op allerlei plekken actief is, hulp biedt aan ongetrouwde of in de steek gelaten moeders, bijstand verleent aan mishandelde vrouwen, maar, voegt hij eraan toe, „men heeft nooit een theoretisch kader ontwikkeld. Daardoor kun je eigenlijk niet spreken van een typisch Marokkaans feminisme. Terwijl het land dat wel nodig heeft. Niemand heeft er bijvoorbeeld over nagedacht hoe je de burger kan uitleggen dat je niet onmiddellijk een afvallige bent maar moslim blíjft als je om een seculiere wet vraagt.”
Derde en laatste punt van kritiek op de Marokkaanse vrouwenbeweging behelst het feit dat men, volgens Dialmy, mannen buitensluit. „En die heb je toch nodig als je de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw wilt veranderen.” De socioloog ziet de nog altijd bestaande ongelijkheid tussen man en vrouw als een sociale constructie, niet als een biologisch gegeven. „Maar feministen houden die sociale constructie in stand als ze hun beweging gesloten houden voor mannen. Het geslacht, het biologische verschil, bepaalt of je erbij mag horen of niet. Zo maken ze zich zelf schuldig aan wat ze veroordelen.”
KIJK JE UIT DAT PAPPA NIET JE PARTYFLOCK ZIET

ooh en fake (maar dat wist iedereen hier al)