weer een bomenknuffelaar op me werk die me dit liet lezen
Algemeen
Voor de vissen is de hengelsport een pijnlijke en levensbedreigende activiteit. De dieren worden immers gevangen met een haak, aan hun bek uit het water getrokken, vervolgens vastgepakt en onthaakt, hetgeen vanwege de weerhaak niet altijd zo gemakkelijk gaat. Vaak worden ze daarna nog eens urenlang in een leefnet opgesloten. Door al deze handelingen raken de vissen ernstig in de stress en lopen ze regelmatig lichte tot ernstige verwondingen op. Al dit ongerief wordt nog verergerd door van het vissen een wedstrijd te maken. Alles moet binnen de competitie zo vlug mogelijk gebeuren.
Vissen reageren heftig wanneer zij aan de haak geslagen worden. Ze zwenken met hun lichaam in allerlei richtingen, schudden heftig met de kop, spuwen gas en proberen te vluchten. De Nederlandse onderzoekers Verheijen en Buwalda constateerden op grond van deze gedragingen in 1986 dat vissen pijn en angst ervaren wanneer zij aan de haak geslagen worden. In 2003 toonden onderzoekers van het Roslin-instituut en de universiteit van Edinburgh de aanwezigheid van pijnreceptoren rond de bek en op de kop van vissen aan. Vissen zijn hoogontwikkelde gewervelde dieren met gevoel en bewustzijn, die pijn en angst kunnen ervaren.
Vissenleed
De hengelsport bezorgt de vissen angst, stress, pijn en verwondingen, die vaak de dood tot gevolg hebben. De vishaak, waarmee de vis wordt gevangen, veroorzaakt de eerste verwonding. Ook bij het onthaken, met name bij vishaken met een weerhaak, worden vaak ernstige verwondingen aan de vissenbek toegebracht. Daarnaast veroorzaken vishaken, wanneer ze met het lokvoer worden ingeslikt, dodelijke verwondingen aan de organen van de vis. Uit een enquête van het Nipo in 2002 blijkt dat 69% van de Nederlanders vindt dat de weerhaak verboden moet worden.
Nadat de vissen gevangen zijn, worden ze vaak geruime tijd in leefnetten gehouden voordat ze hun vrijheid terugkrijgen. Deze netten, die in het water hangen, veroorzaken veel stress waardoor de vissen kunnen sterven. Daarnaast kunnen vissen ernstige beschadigingen oplopen aan hun snuit en vinnen, doordat ze proberen te ontsnappen. Door het schuren tegen het leefnet beschadigt een deel van hun schubben en slijmlaag. Dit kan leiden tot infecties en schimmelaantasting, waardoor de teruggezette vis alsnog sterft.
Een ander vaak voorkomend probleem is dat hengelaars de vissen met droge handen aanpakken, waardoor de beschermende slijmlaag aan de hand vastplakt en met de onderliggende huid wordt afgescheurd. Dit is letsel vergelijkbaar met een ontvelling van de menselijke huid. Ook deze beschadigingen kunnen leiden tot ziekte en dood van de vis.
Is een vis zodanig verwond dat hij niet meer in het water teruggezet kan worden, of is hij voor consumptie bestemd, dan moet het dier op een adequate manier worden gedood. Een vis is pas dood als zijn hersenen niet meer functioneren. De hengelaar moet met een ’visdoder’ (een met lood verzwaard knuppeltje) een paar dusdanig rake klappen geven, vlak achter de ogen, boven op de kop, dat de hersenen blijvend zijn uitgeschakeld. Veel hengelaars weten niet hoe je vakkundig een vis moet doden met alle nare gevolgen vandien voor de vis.
Kinderen
De georganiseerde hengelsport heeft zich de afgelopen jaren veel moeite getroost om kinderen enthousiast te maken voor het hengelen. Zij dient zich hierbij af te vragen of het wel ethisch juist is om kleine kinderen er toe te bewegen vissen te gaan vangen. Die vraag mogen trouwens ook de ouders van kinderen aan zichzelf stellen. Vaak wordt gezegd dat het hengelen een goede manier is om de kinderen kennis te laten maken met de natuur, maar dat is dan toch een weinig diervriendelijke manier. Kinderen wordt in feite aangeleerd dat je dieren voor je plezier mag verwonden. Dat is pedagogisch niet de manier om kinderen respect voor de natuur en de dieren bij te brengen. Uit een NIPO-enquête uit 2002 blijkt 73% van de Nederlandse bevolking de hengelsport geen geschikt middel te vinden om kinderen respect voor dieren bij te brengen.
Wij hopen dat de sportvissers en de ouders van kinderen zich meer gaan realiseren dat het beschadigen van vissen zonder noodzakelijk doel ethisch niet te verantwoorden is. Dat doet men tegenwoordig immers ook niet bij andere dieren zoals paarden, katten en honden. Waarom dan wel bij vissen? Wij hopen dat ook onderwijzers en gemeentebestuurders hierbij willen stilstaan, want zij werken vaak mee aan de bijeenkomsten op school en dorpsfeesten, die de sportvissers voor kleine kinderen organiseren.
De sportvisser heeft een VISpas nodig (
www.sportvisserijnederland.nl/vispas). Kinderen beneden de veertien jaar hebben geen VISpas nodig als ze vissen met één hengel, maar ze moeten dan wel onder begeleiding vissen van een volwassene met een VISpas of vissen bij een georganiseerd evenement. Als een kind beneden de veertien jaar wil vissen zonder begeleiding of met meer dan één hengel dan moet die in het bezit zijn van een jeugdVISpas.
