de blowende man
staat te zeiken
met een wietlucht
om hem heen
niemand daar die luistert
hij hoort het slechts alleen
zo komt zijn urinestroom
tegen de stam van de boom
en spetters op het gras
hij kijkt van omhoog
naar omlaag schudt
zijn kuch zegt
dan hardop opgelucht
dat kwam nou van pas