Partyflock
 
Forumonderwerp · 750071
11 volgers · 402285x bekeken
 
Waarschuw beheerder
+14-15
donateur
Geloof jij in god?
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 15:55:
Mensen die ufo's zien, zijn psychisch niet helemaal oke.


Zag er gister nog een toen ik mn dog uitliet 's nachts
Zag n licht-groen-achtig licht heel snel richting t Westen bewegen
Voor mn gevoel leek t heel dichtbij
Stenen uit de ruimte verbranden dacht ik in de derde laag van de atmosfeer
Leek iig te dichtbij , sof t maybe 50 meter boven me was
Maar afstanden inschatten is lastig
Kweenie wat t was
Het vloog
Dus..
Was t n UFO
Waarschuw beheerder
Unindentified Flying Object...kan vanalles zijn idd...vliegen + niet weten wat het is? Dan is het een UFO... ;p
 
Waarschuw beheerder
Alles wat ik nu ga typen komt van deze site: dus tevens mijn bron en auteur staan hier.
Ik citeer wat er op die site staat......http://www.nikhef.nl/~a17/aarde/aarde.html
De eerste 10 afleveringen geciteerd....De rest, check de link.
Auteur: Mr.Drs. A.Börger

_____________________________________________________________

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mr.Drs.A.Börger.

Aflevering No.1.

Vanwaar, waarheen en waarom?
Deze vragen hielden de menschen rusteloos bezig en op aller-
lei wijzen trachtten zij zichzelve hierop antwoord te geven.
Vanuit het doffe natuurlijke bewustzijn, dat de voorhanden
werkelijkheid, de zichtbare wereld, het ware niet is, groeide
hooger bewustzijn, geestelijk inzicht, maar ook al stelde men
Goden en later één God, de vraag bleef, want het vanwaar?
bleef voor de geloovigen, ook al zeiden zij, dat God is van
eeuwigheid tot eeuwigheid - ze begrepen het niet, ze begrepen
God niet, verklaarden hem zelfs principieel onbegrijpelijk.
In het grauwe verleden en ook later tot in den modernen tijd,
was er het vertrouwen, dat alles, wat rondom de aarde is in
het heelal, geschapen is ten behoeve en vermaak der aard-
bewoners; een bewijs, dat de mensch zichzelve van oudsher
niet onderschatte.
De aarde was, meende men, het middelpunt van het heelal en
om, en ten behoeve van deze aarde bewoog zich alles.
Dit geloof: dat de aarde het middelpunt is, is sinds lang
ter ziele, al heeft het moeite gekost, het te overwinnen.
Wij spreken nu niet van de primitieven en heel die menschheid,
die primitiever is dan het Westen; wij spreken dus niet van
Afrika, Australië, het Verre Oosten, maar van West-Europa,
waar eerst enkele klassieke wijsgeeren in Griekenland en tien-
tallen eeuwen later Copernicus beweerden, dat niet de aarde,
maar de zon het middelpunt was. De Grieken noch Copernicus
konden hun stelling bewijzen; de eerstgenoemden vonden in
het geheel geen gehoor, terwijl de theorie van Copernicus
ruimschoots bijval vond. Hij publiceerde zijn boek ( De Orbium
Coelestium Revolutionibus : Over de bewegingen der hemel-
lichamen in 1530).
Zooals gezegd, kon hij het bewijs in exact-wetenschappelijken
zin niet leveren; hij kon slechts redeneeren. De telescoop
was n.l. nog niet uitgevonden; dit geschiedde eerst in 1608,
waarna Galilei in staat was bewijzen ( in bovenvermelde be-
teekenis ) te leveren. Veel plezier beleefde hij er niet van,
want de roomsche kerk accepteerde deze ontdekkingen niet,
wars als ze was en is van elke wetenschap, voorzooverre deze
haar geloofsdogmatiek aantast. Zij kan niet anders, want voor
haar is het geloof het ware, en dan niet het geloof van het
subject, zooals het groeit en leeft in diens ziel, maar het
geloof, zooals de kerk het voorschrijft.


-2-

Wie dit aanvalt, valt de kerk aan. Derhalve is er met Rome
niets vernuftigs aan te vangen. Het stoelt in en handhaaft zich
door onwetendheid. Desondanks zegevierde de opvatting dat de
zon het middelpunt van het heelal is, een opvatting, welke
sindsdien alweer is overwonnen. Thans is men van meening dat
de zon een aanmerkelijk einde van dit middelpunt verwijderd is,
en het doet eenigszins komisch aan te bedenken, dat men met
alle geweld de plaats der zon wil bepalen in het eindelooze.
Dergelijke wetenschappelijkheden echter hebben haar nut en zijn
verder typeerend voor het verstand - dit ter onderscheiding van
de rede - hetwelk niet anders kan doen dan alles bepalen t.a.v.
het andere, het erbuiten liggende, omdat het opgaat in rela-
tiviteit.
Welbegrepen is dan ook Einsteins leer de triomph van het ver-
stand, al gaat zijn theorie het verstand der meesten verre te
boven. Wij willen echter op deze zaak niet vooruit loopen en
zullen daarom terugkeeren tot de aarde, welker beteekenis niet
minder werd, toen men ontdekte, dat zij niet het middelpunt was
en dat er meer en ook grootere planeten (zwervers) zijn, die
eveneens om de zon draaien.

De Aarde. Hoe is zij ontstaan? Waar ligt het begin?
Dit zijn de vragen, die den menschen het meest bezighouden op
dit gebied, want "er moet toch een begin geweest zijn."
Maar waar een begin is, is een einde.
Dit geldt ook voor het heelal.
Wanneer het heelal een begin heeft, moet er ook een einde zijn
geweest, toen het begon.
Kerk en bijbel leeren, dat God het heelal en ook de aarde schiep,
en de bijbel leert dit op simpele, primitieve wijze. Toch is dit
scheppingsverhaal niet zoo onwijs, als menig vrijdenker of atheïst
beweert. God schiep immers door zijn woord, d.w.z. het heelal
ontstond door de macht van het woord, door logos, de rede.
Eerst was er volgens den primitieven dichter van het scheppings-
verhaal de chaos ( Genesis 1:2), dan schept God het licht en
later, eerst op den vierden dag, zon, maan en sterren.
En ook nu weer lacht menig atheïst, omdat God eerst het licht
en daarna pas de lichtende hemellichamen schiep, maar hierin
zit niet de fout in 's dichters verbeelding.
Het licht is natuurlijke abstractie, het is een iets van niets
en niemendal, abstracte materie, materieele abstractie. Het is
dus het begin der materie.
En wanneer men later nogmaals lacht bij het Kaïnsverhaal, omdat
Kaïn naar een ander land gaat, waar hij zich een vrouw zocht, dan
is dit inderdaad begrijpelijk, n.l. dat er gelachen wordt door hen
die van den primitieven dichter en van het primitivisme in het


-3-

algemeen niets of bitter weinig weten; wie dit echter wel weet,
weet ook, dat een primitief geen last heeft van logica. Voor dien
dichter was het verhaal volkomen in orde; slechts voor ons niet.
Men verwijte het echter niet den dichter, want dan zou men hem
zijn primitivisme verwijten.

Overigens heeft dergelijke vrij botte critiek haar goede zijde,
omdat zij beteekent een verwerpen van het blindelings gelooven
van allerlei onhoudbare uitspraken. Wie echter niet verder komt
dan dit verwerpen, is nog niet bijster ver.
Het is heel eenvoudig om te zeggen: ik geloof niet in een God,
hij bestaat niet. Maar hoe dan verder?
"Alles wat is, moet toch ergens vandaan komen", zeggen zij, die
gelooven of gelooven willen, al is het maar in het materialisme.
Als het "ergens vandaan komt", was het er overigens al.
Misschien zal het tenslotte juister blijken te zeggen, dat het
nergens vandaan komt.

Wie zegt, dat God de aarde schiep, zooals de bijbel het voorstelt,
waarbij God als schepper buiten zijn schepping blijft, scheidt de
geest van de materie, rukt ze uiteen. En wanneer dan later de
critiek op het geloof God niet meer aanvaarden kan en hem ver-
werpt, vervalt men vanzelfsprekend tot materialisme en verwacht
van de wetenschap, dat ze buiten den geest om de wereld zal
verklaren. En de wetenschap verklaart zich bereid aan deze opdracht
gevolg te geven, waarbij ze niet bemerkt, dat zij uitgaat van wat zij
zegt niet te zijn. Ze zocht immers naar een redelijke verklaring,
van het bestaande; tracht de bestaande wereld in en door het
denken te verklaren. Zij praesumeert dus den geest, ook al verklaart
zij het denken als resultaat van chemische processen. Immers gaat
ze dan uit van een planmatig, een redelijk verloop van die processen.
Waartoe zou zij zich anders moeite geven?
Tenslotte echter komt het rationalistisch-materialistisch denkende
verstand op een punt, waar het zich tevreden moet stellen met
hypothesen, d.w.z. met de uitspraak: Wij weten het niet.
Soms zegt het: we kunnen het niet weten; de laatste waarheid
blijft ons verborgen; dus: het denken is onvolmaakt; wij conclu-
deeren en redeneeren volgens logische wetten, maar alles wat wij
zeggen is maar een bewering voor de vaak, want de laatste waar-
heid kunnen wij nooit weten, en we werken met een onvolmaakt werk-
tuig.
Maar deze laatste waarheid is toch ook in elken zonsopgang, in elk
blad, dat van een boom valt, in de vlucht van een vogel. Zoo men
het nog niet wist, wende men zich tot de dichters, die van al
deze gebeurtelijkheden de waarheid, het wezen aanvoelen en trachten
te zeggen.


-4-

Het is vrij treurig te constateeren, dat de wetenschap zegt,
dat het denken te kort schiet. Maar het is ook zoo heel waar,
niet dat het denken, maar dat haar denken, het rationalistisch-
materialistische, te kort schiet.
Het verstand praesumeert de rede, maar kent haar niet, ontkent
haar zelfs. Daarom kan het de werkelijkheid niet ten volle ver-
klaren, ofschoon wij de vaak duizelingwekkende preastaties van
het verstand niet moeten onderschatten.
Verder moet men in het oog houden, dat de exakte wetenschap
met hypothesen moet werken, juist omdat zij exakt is, d.w.z. op
waarneming van feiten berust.
Er was eens een tijd, dat er niet werd waargenomen: het z.g.
grauwe verleden, de nacht der tijden. Bij dien drempel houdt elke
exaktheid op en is men aangewezen op het rijk der fantasie
(het tegendeel dus der exaktheid), waaraan en waarin men zooveel
en zoo weinig houvast kan zoeken, als men zelf wil.
Zoo is er o.a. de fantasie (hypothese), dat er eens, millioenen,
milliarden, billioenen jaren geleden een reusachtig groote ster,
veel grooter dan de zon, dit hemellichaam op een zoo "nabije"
afstand passeerde - men denke zich dit nabij niet al te nabij -
dat er groote stukken uit de zon gerukt werden, waaruit dan op
den duur de planeten zijn ontstaan.
De grond, waaruit deze hypothese geboren is, is de wetenschappe-
lijke behoefte om voor alles een oorzaak te vinden. In de weten-
schap dweept men met en zweert men bij de wet van oorzaak en gevolg,
welke zich voor het verstand laat gelden als een eindelooze keten,
aangezien niet alleen elk gevolg, maar ook elke oorzaak een oorzaak
hebben moet.
Waarmede dan gezegd is en dit is juist - dat elke oorzaak tevens
gevolg is ( van een andere oorzaak), dat dus in het algemeen
gezegd de oorzaak zich verkeert tot, omslaat tot gevolg.
Deze causaliteitswet is niet anders dan de oppervlakkige ver-
schijning van het redelijk zijn der wereld, van dienzelfde redelijkheid
hetwelk alle denken, ook dat van het exakte verstand, onderstelt,
stilzwijgend, gedachteloos desnoods, aanneemt, omdat het anders
zichzelf bespottelijk zou maken, n.l. wanneer het het niet zou aan-
nemen.
Waarom het het aanneemt?
Omdat het zichzelf onmiddellijk weet; onmiddellijk, want het is
zichzelf; maar omdat het een onmiddellijk weten is, begrijpt het
zichzelf en zijn rede d.w.z. de waarheid, het wezen van het denken
nog niet.
Eerst Kant is over het denken gaan denken, maar de meeste weten-
schapsmenschen hebben hem niet niet nagevolgd, hebben van zijn ontzag-


-5-

wekkende arbeid nooit kennis genomen en voorzooverre ze hem
wel navolgden, wel kennis van zijn wijsheid namen, hebben zij hem
veelal niet begrepen. Dit zijn de lieden, die zich gaarne
"Kantkenners" noemen.
De meeste wetenschapsmenschen gaan wel uit van het zijn der rede,
maar bemoeien zich er niet mede en werpen zich met alle macht
op de causaliteitswet en dgl., wat overigens zijn verdienste
heeft, omdat zij door deze kortzichtigheid en eenzijdigheid een
enorme macht zijn en kracht ontwikkelen.

Waarmede niet gezegd wordt, dat het zuivere denken zulks niet
doet. Het is echter niet eenzijdig en telt daarom in de wereld
niet mede, want de wereld gelooft in eenzijdigheid, aangezien zij
daarvan de resultaten ziet.

Wanneer men ons dus zegt, dat alles een oorzaak heeft, zijn wij
het daarmede volkomen eens, al zijn wij niet bepaald diep getroffen
door deze mededeeling.
En wanneer men erbij voegt, dat dus ook voor het ontstaan van onze
aarde een oorzaak moet zijn geweest, gaan wij ook daarmede accoord.
De aarde is immers: een bol ( tenminste zoo ongeveer) van buiten
hard en koel en van binnen heet en week.
Dus! Ja dus. Eens was zij een vuurbal, een gasbol zeggen de
sterrekundigen; een bol van gloeiend gas.
Accoord. Maar stop nu eens even. Dus een bol van gloeiend gas.
Wat is gas, en wat wil dat zeggen: gloeien?
Wij worden overstelpt met woorden, die evenzoovele begrippen zijn
maar niemand - althans bijkans niemand - geeft zich de moeite
om zich af te vragen, waarover hij eigenlijk spreekt, welke de
inhoud is van die begrippen.
Wij zullen niet in dezelfde fout vervallen. Wij zullen niet uitgaan
van hypothesen, noch van God, maar zeer "exakt" van deze onze
oude aarde met al wat daarop en daaromheen is, en wij zullen
de begrippen, waarmede wij werken, doordenken.
Wij zullen ons niet druk maken over de causaliteitswet, want wij
weten wel, dat er een of andere oorzaak moet geweest zijn.
Wat ons zal bezighouden is niet slechts, wat er eenmaal gebeurd
is, maar wat er dagelijks gebeurt in het heelal, wat dit heelal
in zijn oneindige beweging eigenlijk uitdrukt.
---

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mr.Drs.A.Börger.

Aflevering No.2

De aarde is een der ontelbare hemellichamen, welke het heelal
doorkruisen - het heelal, dus het geheele al, het al wat is
omvattende, waar dus niets buitenvalt, dat wat dus geen grens
heeft, het onbegrensde.
"Zooiets kan ik mij niet voorstellen," zegt menigeen.
Ik ook niet, maar ik kan het wel denken, begrijpen.
Voorstellen wil zeggen: zich iets voorstellen, een bepaaldheid,
dus een begrensdheid. Aan het voorstellen is het beeld verbonden,
het zintuigelijk begrensde dus. Derhalve kan men zich het heelal
niet voorstellen, maar wel zijn blik verliezen in de eindelooze
ruimte.
In vroeger eeuwen dacht men, dat de melkweg de grens was van het
heelal. Een dichterlijke geest bezong hem als het pad, waarover
God wandelde ("Gij, O melkweg, zijt zijn pad"), maar de moderne
optische instrumenten hebben den sterrekundigen geleerd, dat de
melkweg slechts de begrenzing is van het sterrenstelsel ( de
sterrenstad) waartoe de aarde behoort, en dat er buiten onze
sterrenstad andere sterrensteden liggen en wel op aanmerkelijke
afstanden van de onze.
In den gedachtengang van voormelden dichter voortgaande, moeten
we concludeeren, dat God dus nog heel wat verder van ons ver-
wijderd is, dan hij veronderstelde.
Het verdient opmerking, dat in denzelfden veel voorkomenden
gedachtengang God zich buiten zijn schepping bevindt, zoodat hij
eigenlijk niet tot het heelal behoort, terwijl hij bovendien dan
niet oneindig is en bovendien niet alom tegenwoordig. God is dan
ergens en tevens iemand, die het heelal maakte ( zoo ongeveer als
een meubelmaker een tafel), maar dit is in strijd met zijn altijd
weer verkondigde oneindigheid en alomtegenwoordigheid.
Maar als hij niet ergens en niet iemand is, kan hij slechts nergens
en niemand zijn. Dan zou dus het heelal en ook onze aarde door
niemand geschapen zijn.
Maar hoe is ze dan ontstaan? Want ze moet toch ontstaan zijn, omdat
ze er is, omdat ze bestaat.
Nu moet men het bestaan niet al te onwrikbaar opvatten, want al
wat bestaat verandert voortdurend, ook al nemen wij de veranderingen
niet waar en al ziet een bestaand object er ook nog zoo soliede
uit, omdat de veranderingen moeilijk waarneembaar zijn.
Een berg slijt; het water van een rivier stroomt voorbij, zijn bed-


- 2 -

ding en oever worden uitgeslepen; al wat leeft groeit en sterft
af. Dit alles bestaat, maar heel dit bestaan is verandering, vorm-
verandering, welke tenslotte het bestaande doet ophouden te
bestaan in den vorm, waaronder wij het kenden.
Eens waren de bergen veel hooger, eens de rivieren veel breeder
en ondieper; eens waren er mammoets en sauriërs - deze zijn
geheel verdwenen; het zijn z.g. voorwereldlijke dieren, waarmede
men bedoelt te zeggen, dat zij leefden in den "nacht der tijden".
Eens waren er op aarde geen menschen.
Waar zijn ze dan vandaan gekomen?
Dit kunnen we slechts beredeneeren, want evenals een mensch zijn
geboorte niet weet in den zin van het zich bewust herinneren
van die gebeurtenis, evenmin weet de menschheid haar geboorte in
denzelfden zin.
Zooals gezegd kunnen wij dit slechts logisch denkend verklaren,
want exacte waarneming is hier uitgesloten.
Dit geldt echter niet slechts voor het ontstaan van den mensch,
maar eveneens voor het ontstaan van het vóórmenschelijke leven en
van het ontstaan der doode aardsche materie, inclusief onze aarde
zelf, die er eenmaal nog niet was, d.w.z. dat ze er als zoodanig,
als aarde, als aardbol nog niet was.
Ook haar bestaan is een voortdurende verandering.
Wij weten, dat ze een gloeiende massa is, bedekt met een dunne
korst, waarop voor meer dan de helft der aardoppervlakte een laagje
water staat: de zeeën en oceanen.
Dat ik hier spreek van een laagje, heeft uitsluitend ten doel om
duidelijk te maken, dat de machtige oceanen, welke zoovele gevaren
voor de menschen in zich bergen, t.a.v. het aarde-massief minder
indrukwekkend zijn.

Misschien zal een of andere brave ziel uit het hierboven geschre-
vene concludeeren, dat ook hieruit weer de nietigheid van den
mensch blijkt, wat we dezen bescheiden mensch direct toegeven, maar
dan slechts in één opzicht, n.l. de mensch als natuurlijk wezen.
Deze zelfde "nietige" mensch echter heeft de stoom- en motorbooten
na het zeilschip uitgedacht, waarmede hij de oceanen overvaart en
het vliegtuig, waarmede hij ze overvliegt. Hij heeft de ontzagwekkende
rivieren der oude en nieuwe wereld ingedamd en ze dienstbaar
gemaakt aan zijn wil. Enzoovoort.
Heel de machtige natuur heeft hij overwonnen en is er heer over
geworden - want hij is het machtigste wezen op aarde, want het
wezen, dat toegerust is met het ontzagwekkendste wapen: het denken.


- 3 -

Zoo is de mensch allesbehalve nietig.

Wij moeten ons door het ontzagwekkende der natuur niet in de war
laten brengen. De zee, een landschap kunnen indruk op ons maken,
ten eerste wegens de mogelijke gevaren, welke zij in zich bergen
en ten tweede wegens hun schoonheid, welke laatste echter wij erin
leggen, omdat wat de natuur vertoont aan schoonheid en anderzins,
weerklank vindt in onze ziel, ons schoonheidsverlangen al of niet
en min of meer bevredigt.
Wie schoonheid zoekt, wil zinlijke zedelijkheid, want het schoone
is het zedelijke - Kant zegt: het bovenzinlijke - der natuur.
De natuur zelf echter is niet bovenzinlijk, niet zedelijk. Zij
streeft niet bewust naar het harmonische en evenmin onbewust.
Het hoogste, wat zij bereiken kan, is een natuurlijk evenwicht, geen
geestelijk evenwicht, want de natuur als zoodanig is zonder geest.
De mensch slechts kan de schoonheid der natuur ervaren en ook dat
niet terstond - noch het kind, noch de primitief ( het kind,
kleine kind der menschheid ) ziet er iets van, evenmin als het
dier.
Een leeuw gaat niet op reis om indrukken op te doen, en zelfs
maakt hij daartoe geen uitstapje of wandeling. Zijn jachtterrein
is zeer beperkt en zonder dringende reden verlaat hij dit nooit.
Hetzelfde geldt voor den Papoea, al verschilt deze principieel
van het dier, omdat hij een mensch is.
De Navajos ( roodhuidenstam) daarentegen vereeren de schoonheid
als het hoogste in de schepping.
Dit is ze niet, maar uit deze vereering blijkt, dat deze natuur-
menschen zedelijker zijn dan de Papoea, die ook een natuurmensch is,
maar veel primitiever, d.w.z. veel minder zedelijk. De Papoea en
andere negerstammen zijn nog vrijwel geheel in de spheer van het
zinlijke bevangen - niet geheel, want ze zijn geen dieren - zij zijn
door en door natuurmensch, maar mensch d.w.z. in principe geeste-
lijk wezen, al komen zij aan den geest niet toe. Ze vereeren dan
ook hoogere wezens, hoe primitief zij zich deze ook denken, voor-
stellen en uitbeelden.
Deze uitbeeldingen zijn overigens bij uitstek leelijk, wat vanzelf
spreekt, omdat zij aan de schoonheid niet toe zijn.

Wij zullen thans terugkeeren tot de aarde, zijnde een gloeiende
bol met een korst bedekt, waaruit blijkt, dat de aarde al een
tamelijk eerbiedwaardigen leeftijd heeft, aangezien zij reeds zoozeer
is afgekoeld, dat zij een buitenlaag heeft met een temperatuur,
welke het leven er op mogelijk maakt, niet alleen, maar welke tevens


- 4 -

niet meer zelf lichtgevend is.
De aardkorst is waarschijnlijk niet dikker dan 80 km terwijl
de doorsnede der aarde bij den aequator op 12715 km berekend
is.
Daaronder bevindt zich volgens de waarnemingen van vulcanische
uitbarstingen en vooral van aardbevingen een 3000 K.M. dikke
rotslaag, waaronder zich een gloeiende vloeibare massa bevindt
van waarschijnlijk ijzer en nikkel, beiden in gesmolten toestand,
dus gloeiend.
Gesmolten d.w.z. nog niet gestold, nog niet voldoende afgekoeld.
We hebben bij de aarde-vorming te doen met een afkoelingsproces,
d.w.z. dat de aarde voordat zij haar huidigen vorm had, een
gloeiende vloeibare massa was en daarvoor dus een gloeiende niet-
vloeibare, maar ook niet vaste massa ( niet vast, niet gestold,
want dit is een resultaat van afkoeling) weshalve de aarde vóór-
dien slechts een gloeiende gasbol geweest kan zijn.
De aarde was dus toen in dezelfde toestand, als waarin de zon
thans verkeert volgens de astronomen en in die toestand moet zij
vlgs. de in het vorige nummer genoemde hypothese uit de zon
gerukt zijn.

Is het waarschijnlijk, dat de aarde en andere planeten van de
zon afkomstig zijn?
De vorm der natuur is die van het uit en buiten elkaar zijn, en
zoo is aan de natuur de veelheid meegebracht, deze veelheid van
dingen, welke wij waarnemen.
Wanneer wij echter van veelheid spreken, spreken wij onmiddellijk
ook van eenheid. Aan de veelheid der natuur valt dus de eenheid
te bedenken.
Veelheid brengt aan zich mede het begrip relativiteit: de vele
dingen verhouden zich tot elkaar, maar zooals gezegd is er niet
slechts veelheid - deze kan niet alleen zijn - maar is er ook
de eenheid, welke zich dus ook in de natuur moet vertoonen.
Wanneer echter aan de veelheid de relativiteit te bedenken is,
en ze tevens de eenheid aan zich medebrengt, dan moet in de
relativiteit het absolute te vinden zijn, niet als een ding, een
iets, maar als een natuurlijk verschijnsel, een natuurwet, waarin
en waardoor het absolute, de eenheid zich openbaart.
Dit natuurlijke verschijnsel is de aantrekking. Wanneer wij echter
van aantrekken spreken, spreken wij tevens van afstooten; er is
geen aantrekking zonder afstooting.
In de aantrekkingskracht vertoont zich de wil tot eenheid, welke,


- 5 -

ware ze alleen geldend ( wat onlogisch zou zijn en dus onmogelijk )
alles tot één compacte massa zou doen worden.
De afstootingskracht echter verhindert dit.

Zoo is te zeggen, dat alles verliefd is op alles ( aantrekkings-
kracht); dat dus alles zich sexueel verhoudt. En daarnevens, dat
alles alles weigert, afstoot en zich dus "agressief" verhoudt.
Het samengaan van afstooting en aantrekking verhindert de een-
wording, doet het evenwicht ontstaan en waarborgt de zelfhandha-
ving.
Dit geldt voor ons zonnestelsel, maar ook voor onze sterrenstad
en voor de sterrensteden onderling. En het geldt bovendien voor
elk molecuul, elk atoom - te vergeleken met een zonnestelsel
( zon: de atoomkern; planeten: de electronen) - en de verhoudingen
der menschen, waarin aantrekking en dus aangetrokken worden
(zelfprijsgeving) en afstooting en afgestooten worden ( zelfhand-
having) als liefde en haat, sympathie en antipathie, belangstel-
ling en onverschilligheid enz. bekend zijn.
In elk ding is de aantrekkingskracht ook t.a.v. zichzelf, welke
het doet zijn, omdat het anders uiteen zou vallen. Deze kracht
doet het ding - zon, atoom, mensch of wat ook - zijn wat het is
als ding, maakt het tot een aparte "wereld", een andere "wereld"
dan andere "werelden", welke het door zijn eigen innerlijke aan-
trekkingskracht dus uitsluit buiten zichzelf.
Aantrekkingskracht is dus tevens afstootingskracht.
Beiden demonstreeren hun eenheid in het evenwicht.
Zoolang ze dit evenwicht zoeken is er chaos, welke dus te begrij-
pen is als zoeken naar evenwicht, waarmede gezegd is, dat de
chaos de moeder van den kosmos is, dat in den chaos de kosmos
is voorondersteld.

De eenheid vertoont zich als natuur als veelheid, kan niet
anders, omdat aan de eenheid het uitsluiten wordt medegebracht.
Zoodoende kan er niet alleen maar één ster zijn, omdat deze ster
als eenheid andere eenheden moet uitsluiten. Dit is noodwendig.
Hoe, d.w.z. door welke oorzaak dit in de realiteit gebeurt, is
onverschillig; elke redelijke hypothese is in dit opzicht goed.
Alle hemellichamen trekken elkaar aan, streven naar eenheid,
willen zich waar maken, maar deze hun waarheid wordt in de ver-
splintering der veelheid ontkend, weshalve zij ernaar streven
deze ontkenning op te heffen. Zoo rent alles in het heelal
achter eigen waarheid aan.
---

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mrs.Drs.A.Börger.

Aflevering No.3


Ze zoeken elkaar, maar stooten elkaar tevens af; zij rukken
aan elkaar en rukken elkaar bij voldoende nadering de stukken uit
het lijf, zooals de regendroppel de berg afslijt.
Deze stukken echter, die dichter bij het "moederlichaam" zijn, dan
bij de schender van dit lichaam, blijven om moeder heendraaien,
want willen weer één met haar worden, maar kunnen het niet, daar
zij voor zich geworden zijn.

Dergelijke gebeurtenissen behooren tot de spheer van het toe-
vallige, zooals alle natuurlijk gebeuren. Maar dit toevallige is
tevens noodwendig, want aan het begrip toeval wordt het begrip
noodzakelijkheid medegebracht.
Al dergelijke toevalligheden als boven omschreven zijn onont-
koombaar, zijn redelijk in dien zin, dat zij in de rede liggen,
zooals alles wat gebeurt.
Zoo is ook het evenwicht, waarvan wij hierboven spraken, redelijk,
maar als evenwicht tevens zedelijkheid, want rust en dus vrijheid.
De vrije mensch is rustig en zedelijk en zich tevens hiervan
bewust, wat van de overige natuur niet gezegd kan worden. Deze
komt onbewust tot vrijheid, want heeft geen zelfbewustzijn en dus
geen vrijheidswil.
En ook de mensch, die niet tot zelfbewustzijn gekomen is, kent
deze wil niet en is daarom vatbaar voor slavernij in dien zin,
dat hij de slavernij vanzelfsprekend oordeelt, even vanzelfsprekend,
als wij haar verwerpen.
Desalniettemin valt te zeggen, dat in het evenwicht de doode
natuur tot haar vrijheid - haar eenige mogelijke vrijheid - komt,
omdat zij op haar wijze zich redelijk moet gedragen.

Dit evenwicht is te begrijpen als natuurlijke zedelijkheid.
Wanneer de zedelijkheid des menschen zich als natuurlijke laat
gelden, is de mensch nog slechts natuurwezen en dus barbaarsch.
Zoo is den symmetrie barbaarsch.
Natuurlijk valt voor de sterrenwereld niet te spreken van bar-
baarschheid, want slechts menschen kunnen barbaarsch zijn.
In de klassieke wereld noemden de volkeren elkaar al heel gauw
barbaren; eigenlijk was dit het woord, waarmede elk ander volk
gequalificeerd, of beter gezegd: gedisqualificeerd werd.
Slechts van natuurvolkeren valt te zeggen, dat ze barbaren zijn.
Deze natuurvolkeren komen als natuurlijke momenten voor in de
wereld, voorzooverre zij niet verder gekomen zijn dan natuur-


- 2 -

volkeren, en uit zichzelf niet verder konden komen.
Zij zijn hoogst interessant als ons eigen verleden, d.w.z. als
het verleden der menschheid, en wie om haar gedragingen lacht,
begrijpt er nog niet veel van.
Dezelfde vader, die voor zijn zoontje een papieren steek vouwt,
lacht uitbundig, wanneer hij een photo ziet van een neger, met
niets bekleed dan met een lendendoek, en op zijn kroeshaar een
overgrootvaderlijken hoogen hoed.
De vader zou niet zoo lachen, als de neger een kind was. Wat
hij vergeet is, dat deze man ( neger ) een kind der menschheid
is, lichamelijk volgroeid, maar geestelijk een klein kind.
Er valt dus niets te lachen, of ook wel.
------
We zagen in het vorige nummer, dat de aarde aan de zon gelijk
geweest moet zijn, als tenminste de zon een gloeiende gasbol is.
Laat ons dus eerst eens de zon nader beschouwen.
De gemiddelde afstand tot de aarde bedraagt 150.000.000 km.
Dit is betrekkelijk dichtbij, want de zon, die na "onze" zon het
dichtst bij de aarde staat is 40 billioen km. verwijderd.
De zon (onze zon) is in doorsnee 109 x zoo groot als de aarde;
haar inhoud is 1.300.000 x zoo groot en haar massa 332.000 x.
De oppervlakte-temperatuur der zon is ca. 5700 gr. C.
De kern der zon moet een temperatuur hebben van 41.000.000 gr C.
en staat onder enormen druk, gezien den omvang der zon, tenge-
volge waarvan de atomen binnen in de zon gesplitst zijn. De
electronen wentelen dus niet om de atoomkern.
Dit proces heet ionisatie en hieruit verklaart men de hitte -
en energieuitstraling der zon, welke geschat wordt op 100.000
paardekracht per vierkanten meter oppervlakte, en dit onafgebroken.
Zoodoende verbruikt de zon van haar massa 4.000.000 ton per
seconde. Dit proces kan - gezien den omvang der zon - nog
ca. 16 billioen jaren voortgaan.
(16 billioen =10 miljard volgens boek: Heelal en aarde.)
Alvorens deze duizelingwekkende en onvoorstelbare getallen nader
te beschouwen, willen wij nog even opmerken, dat de maan ongeveer
even groot lijkt als de zon, doordat deze laatste ca. 400 x
zoo groot is als de maan en tevens ca. 400 x zoo ver van ons
afstaat.
En nu de cijfers. Deze interesseeren ons slechts matig, want zijn
zeer betrekkelijk, omdat groot en klein nu eenmaal altijd slechts
betrekkelijk zijn.
Wij zullen ons daarom eerst bezighouden met het proces der
ionisatie.


- 3 -

De zon is in een staat van voortdurende verandering: afkoeling.
De kern is veel heeter dan de oppervlakte.
Deze kern bestaat nog niet uit atomen.
De atomen zijn niet uiteengerukt, maar zijn nog niet gevormd.
Atomistisch is de zon dus in haar kern nog een chaos, waaruit
een kosmos geboren wordt.
Elektronen zijn quanta electriciteit; alle electronen van alle
atomen zij gelijk, slechts de kernen verschillen, en slechts door
de kernen onderscheiden zich de verschillende stoffen.
De electronen bewegen zich voort met snelheden van 50.000 km.
per seconde; atoomkernen en electronen - alles botst op
elkaar, vandaar de ontzaggelijke hitte, zeggen de natuurkundigen,
een hitte, die zoo groot is, dat ( vergelijking van Sir James Jean)
als we een gulden tot die temperatuur zouden verhitten, de hitte
die daarvan zou uitstralen zoo groot zou zijn, dat op duizenden
mijlen afstand alle leven zou verschroeien.
De natuurkundigen hebben verder berekend, dat de druk in het
zonnecentrum ca. 40 milliard atmospheren is.
Wij hebben hier dus twee elkaar tegenwerkende factoren:
1) de hitte, welke tot uitzetting leidt;
2) de druk, welke doet samentrekken.
Anders gezegd: afstooten en aantrekken, welke zich doen gelden
als hitte en druk.
Hitte is niet anders dan natuurlijke vervluchtiging, vandaar
dat de mensch transpireert in de zonnewarmte. Kwamen wij in de
buurt der zon, zoo zouden wij een gaswolkje worden.
De aantrekking, druk, het streven naar eenwording is als negatie
van de hitte afkoeling, welke zich in het zonnecentrum doet gelden
als hitte-uitstraling - afgifte van hitte.
Deze hitte ontstaat volgens de natuurkundigen door de ontelbare
botsingen der atoomdeeltjes, maar botsen is niet anders dan
aantrekken en afweren. De electriciteitsquanta zijn alle voor
zich, in de kern, nog niet in dat evenwicht, hetwelk wij atoom
noemen en nog minder dus in het hoogere (gecompliceerdere)
evenwicht, dat het molecuul doet zijn.
( Ter verduidelijking: een watermolecule bestaat uit 2 H-atomen
( = waterstofatomen) gebonden aan 1 O-atoom ( = zuurstofatoom).
De chemische formule voor een watermolecule is derhalve H2O,
anders geschreven: H-O-H; het zuurstofatoom bindt de twee H
atomen, die evenals het zuurstofatoom bestaan uit een kern en
een aantal electronen; slechts de kernen verschillen in allerlei
opzichten.)


- 4 -

De aantrekkingskracht van de kern op de electronen is hierin
gelegen, dat wij te doen hebben met positieve en negatieve
electrische quanta. Positief is: ja zeggen; negatief: neen zeggen
- aantrekken en afstooten.
Maar wij gebruiken hier het woord electriciteit en dus dienen wij
ons af te vragen, wat dit is.
In alle werkelijkheid zijn aantrekking en afstooting voortdurend
bezig en zoo is dan te zeggen, dat in alles voortdurend een
energie aan het werk is, welke de materie doet zijn.
Aangezien wij echter met aantrekking en afstooting te doen hebben
en met een zoeken naar evenwicht, dat tenslotte bereikt wordt,
is er polaire spanning: ja en neen tegelijk. Deze spanning is
electriciteit. Is zij opgeheven, zoodat er evenwicht (rust) ont-
staat, dan is er materie. Aan de materie is dus de electrische
energie voorondersteld.
In het zonnecentrum is nog geen materie in eigenlijken zin
(atomen), dus kan er slechts electrische energie zijn, welke
in het zonnecentrum ontzagwekkend actief is, maar tevens chaotisch
terwijl de activiteit naar het oppervlak der zon toe afneemt, het-
geen blijkt uit het feit, dat de oppervlakte-temperatuur der zon
slechts ca. 5700 gr. C, bedraagt, dit is ongeveer het dubbele van
de temperatuur van een electrische lichtboog.
Dat dit logisch is, is als volgt te begrijpen:
de deeltjes in het zonnecentrum botsen voortdurend en vliegen
weer van elkaar weg, d.w.z. putten zichzelf (energie) uit, ver-
tragen dus hun eigen beweging, want zoeken naar opheffing der
ongelijkheid en onrust, naar evenwicht.
Deze vertraging laat zich gelden als afkoeling en vermindering
van lichtglans ( Zie afl.1, pag.2).
De materie wordt concreet.
Als licht is de materie natuurlijke verhevenheid, volslagen.
Vandaar onze vreugde om het licht, waarin wij onszelf, den geest:
zijnde volslagen bovennatuurlijke verhevenheid, herkennen. Ook
de geest is lichtend, verlichtend, verklarend.
Het licht is dus nog geen materie, maar wordt tot materie,
omdat alle spanning de ontspanning, welke slechts is als even-
wicht, aan zich bedenken laat.
De ontspanning is te begrijpen als opgeheven spanning en dus
rust, welke echter de beweging niet uitsluit, want de planeten
zijn t.a.v. de zon in een rustige gelijkmatige beweging, en binnen
de z.g. vaste lichamen zijn de moleculen en atomen enz. in voort-
durende beweging.


- 5 -

Het is alom hetzelfde - in dollen ren jaagt de zon voorwaarts
in de richting van het sterrenbeeld Hercules, omzwermd door haar
planeten, waarvan de meeste weer door een of meer manen begeleid
worden, die om de planeten draaien, soms in zoo groot aantal, dat
ze een ring vormen, zooals die van Saturnus, welke ontstaan is,
doordat een maan van Saturnus binnen diens gevaarlijke zone kwam,
zoodat zij uiteengerukt werd.
De gevaarlijke zone is het gebied, waarbinnen de aantrekkingskracht
zich laat gelden, en deze zone is verschillend voor de verschillen-
de hemellichamen, welke het aantrekkende lichaam naderen al naar
gelang van het weerstandsvermogen ( de compactheid) van het
aangetrokkken lichaam.
De wiskundigen hebben uitgerekend, dat ook aan onze maan dit lot
beschoren is, echter eerst na verloop van millioenen jaren.
Het heelal vertoont nu eenmaal alles wat er gebeurt en moet ge-
beuren; wij moeten ons niet eenzijdig betrekken op en bezighouden
met de aarde en haar verleden en toekomst. Het heelal heeft noch
het een, noch de ander.

Laat ons terugkeeren tot de zon.
Een centrum dus van electrische energie: materie in wording,
welke naar het oppervlak toe afkoelt, terwijl tenslotte dit opper-
vlak zich vertoont als een kokend, lichtend vlak - elke vierkante
centimeter ontvangt 6 Kilowatt energie, en dit onafgebroken, welke
energie het op een ander wijze moet kwijtraken, zegt men, d.w.z.
moet omzetten; vandaar dat het oppervlak voortdurend uiteenspat
en dat er reusachtige vlammen, z.g. protuberanties uit omhoogslaan;
welke een hoogte van honderdduizenden kilometers bereiken.
Daarnevens vinden wij reusachtige kraters, welke vuur braken. Deze
kraters zijn de z.g. zonnevlekken.
Van een vaste oppervlakte is geen sprake; integendeel: de zon
gaat geleidelijk in haar eigen atmospheer over, die niet is, zooals
die van onze aarde, welke alleen lichte gassen bevat, maar die
tevens de zware gassen van platina, zilver, lood enz, ( alle
bestanddeelen der aarde) bevat.
Deze zware gassen zijn op aarde reeds neergeslagen, eerst vloeibaar
geworden en toen gestold.

Is de aarde dan ouder dan de zon? zal men misschien vragen.
De juiste ouderdom is onbekend, maar sinds haar vastworden (stolling)
zijn ca. 2 milliard jaren verloopen.
---

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mr.Drs.A.Börger.

Aflevering No.4

De tijdsruimte tusschen haar geboorte uit de zon en het stollen
der aarde, tegelijk met de andere planeten, wordt op een milliard
jaren geschat. Men gelieve hierbij te bedenken, dat het in de
astronomie op enkele honderden millioenen jaren niet aankomt.
Telkens weer worden ons getallen genoemd, welke elk voorstellings-
vermogen trotseeren.
Een getal op zich zelf moge al indrukwekkend zijn - zooals de
astronomische getallen - desondanks moet men bedenken, dat het
getal een volkomen leege gedachte is, een grens voor zich; het
is volkomen veruiterlijkt.
Een hoedanigheid krijgt het eerst als maat.
De maat is het qualitatieve quantum.
(Hegel: synthese van kwaliteit en kwantiteit is de maat.)
De getallen der astronomie streven naar het matelooze; van
kilometers gaat men over tot lichtjaren ( een lichtjaar is ca.
9,5 billioen km.
Betelgeuse - een ster van Orion - staat 270 lichtjaren van ons
af; de Poolster 1085.
Dit alles is "duizelingwekkend", behalve voor wie zich hierbij
geen afstand meer voorstelt, want dergelijke afstanden - zelfs
die tusschen aarde en zon: ca. 150.000.000 km - zijn onvoor-
stelbaar.

Hoe verder wij echter doordringen in het heelal, des te ontzag-
wekkender de afstanden. De astronomen schatten tegenwoordig de
middellijn van het heelal op zes milliard lichtjaren.
Wij komen hierop nog terug en noemen deze getallen slechts in
verband met onze uitspraak, dat de astronomische getallen naar
het matelooze streven. Anders gezegd: dat in het heelal de maat
de strekking heeft zichzelve op te heffen, want de voornoemde
schatting van 6 milliard lichtjaren, zijnde zevenenvijftig duizend
trillioen kilometer is niet anders dan een poging om de einde-
loosheid in een maat te vangen en uit te drukken.

Als de aarde uit de zon geboren werd, is dus de ouderdom
der aarde gelijk aan die van de zon.
De aarde en de andere planeten worden uit de zon gerukt, vlogen
dus van haar weg, maar werden tevens door haar aangetrokken; dit
proces: zich verwijderen en vastgehouden worden, duurt nog steeds
voort, en deze dubbele beweging uit zich als de enkelvoudige
beweging van het draaien om de zon.


- 2 -

Hoe oud de zon thans is, weten wij niet en dus ook niet de ouder-
dom der aarde, maar wanneer wij spreken van de ouderdom der zon,
spreken wij tevens over haar geboorte, haar ontstaan.
Dus stelt zich de vraag: hoe is de zon en hoe zijn de andere zonnen,
die we sterren noemen - "vaste" sterren, ofschoon ze niet stil
staan - ontstaan?
De astronomen spreken veel over gas.
Vroeger dacht men, dat de sterren werkelijk in brand stonden, maar
sinds jaren is men daarvan teruggekeerd.
Helmholtz stelde een theorie op, welke leerde, dat de zonnehitte
ontstond doordat de zon geleidelijk van een groote tot een kleine
ster inkromp. Maar deze theorie was niet in staat de ontzagwekkende
energie-uitstraling der zon te verklaren.
Thans neemt men aan, dat de energie, welk wordt uitgestraald,
wordt opgewekt door het uiteenvallen der atomen. Deze leer van
het uiteenvallen is lijnrecht in strijd met hetgeen ik beredeneerde
n.l. dat de atomen in de zon nog bezig zijn te ontstaan.
Er wervelen daar nog slechts electriciteitsquanta dooreen en waar
electriciteit polaire spanning is, zijn de vaste sterren een ook
de onze ( de zon ) spanningsvelden.
Aan de sterren vooraf gaan de nevels. Er zijn nevels ontdekt
(spiraalnevels), welke in het centrum uit gas bestaan, terwijl
zich aan de randen sterren vertoonen.
Verder onderscheidt men tusschen lichtende en donkere nevels,
maar dit onderscheid berust alleen op het al of niet verlicht
worden van den nevel door sterren ( zonnen ), die er voldoende
dichtbij staan. Zij bestaan uit zeer ijle gassen; zoo wordt de
dichtheid van het gas van den grooten nevel in Orion geschat
op een millioenste of een milliardste van de dichtheid van onze
lucht.
De grootte der partikeltjes van de donkere nevel in den Slangen-
drager wordt geschat op één tweehonderdduizendste millimeter in
middellijn.
Weer stuiten we hier op getallen, die ons niets zeggen; bij de
laatstgenoemde maat der partikeltjes duiden deze getallen een
onvoorstelbare kleinheid aan.
Laten wij echter goed begrijpen, dat groot en klein beiden relatief
zijn en dat ook deze maten slechts vergelijkenderwijze zijn.
Het gaat niet daarom, dat bijv. de groote nevel in Andromeda
900.000 lichtjaren van ons af ligt; dat hiermede vergeleken de zon
t.a.v. de aarde "vlak naast de deur" ligt. Al dit gecijfer is terug
te brengen tot klaarder begrippen: de dingen in het heelal -nevels,


- 3 -

zonnen, planeten, meteoren enz. - verhouden zich tot elkaar en
betrekken zich op elkaar; hoe verder zij van ons af liggen, des te
meer zij zich aan onze waarneming en voorstellingsvermogen ont-
trekken ( want wie kan zich een partikeltje met een middellijn
van een tweehonderdduizendste millimeter voorstellen? ). Zij naderen
zoodoende meer en meer het begrip d.w.z. dat wij slechts kunnen
trachten te begrijpen, wat zij uitdrukken.
Natuurlijk kunnen wij spreken over kosmische stoffen, gaswolken
enz., maar dit zijn woorden, die doordacht moeten worden.
Wat is stof? Hiermede raken wij tevens het vraagstuk van de wording
der zon. Laten we dus het begrip geboorte maar achterwege laten.
Bedenken wij toch, dat wanneer een kind geboren wordt, het al een
geruimen tijd in wording is.
Laat ons er bovendien op letten, dat de astronomen altijd hun
getallen bij benadering vaststellen, dat er bovendien tenslotte
niets te meten valt, noch in het fabelachtig reusachtige der
lichtjarenreeksen, noch in het extreem kleine der partikeldiameters,
waarbij de schatting trouwens tusschen 2 maten, waarvan de een
1000 x de ander is, uiteenloopt; dat alles hier op wiskundige
berekeningen aankomt, dus op de mechanische logica, en dat waar
het heelal te begrijpen is als oneindig, het deze oneindigheid
in de voorhanden werkelijkheid moet uitdrukken als "slechte on-
eindigheid", verkeerde oneindigheid: uitgaande van een bepaald
punt gaat men tientallen, honderdtallen, millioenen, milliarden,
billioenen enz. km verder, waarmede men dan uitdrukt, dat het
heelal uit elkaar is, dat de dingen in het heelal buiten elkaar
zijn.
Deze cijfers hebben wel hun nut, maar een zeer betrekkelijk, aangezien
het niet op de juistheid ervan aankomt, zooals de astronomen zelf
uitdrukken door hun schattingen en benaderingen.
Het getal is een grens voor zich.
Alles wat voor zich is, heeft een grens, onderscheidt zich van
het andere en heeft het andere buiten zich.

Wij herhalen dus: wat is stof?
Einstein zegt: materie is electriciteit, wat overeenstemt met het-
geen wij beredeneerden op grond der aantrekking en afstooting.
Hieromtrent lazen wij op pag. 5 van afl. 2, dat in elk ding de
aantrekkingskracht is, die het doet zijn, wat het is, en dat deze
aantrekkingskracht tevens de afstootingskracht van het ding is.
Maar niet slechts waarneembare objecten ( waarneembaar in den
gebruikelijken zin des woords) zijn zulke dingen, doch ook elk


- 4 -

molecuul, elk atoom, en elk electron is een ding.
Al deze dingen zijn. Ze zijn materie, zegt men.
Laat ons eerst bedenken, wat Zijn beteekent.
Zuiver zijn, zonder eenige verdere bepaling, dus in zijn onbepaalde
onmiddelijkheid, is volslagen onbepaald en leeg.
Men begrijpe goed, dat wij hier over het zuivere zijn spreken, dus
over een zijn, dat geen enkelen bepaalden inhoud heeft en dat zich
in niets onderscheidt van iets anders.
Dit zijn is volkomen leeg, zonder inhoud; er is niets in te denken,
want zoodra wij er iets in denken, is het niet meer zuiver.
Zoo is dan dit zijn niets, ononderscheiden in zichzelve.
Dit niets is niet hetzelfde als niets in den zin van negatie
van iets, want iets is een bepaald zijnde, dat zich van een ander
iets onderscheidt; het Niets, dat hier tegenover staat, een be-
paald niets; het is immers de negatie van iets, dus Alles.
Als zuiver Zijn echter is Niets eveneens zuiver. Hun onderscheid
is nog slechts in aanleg op zichzelf, is nog niet gesteld. Het ver-
schil heeft zich nog niet bepaald.
Aangezien ze identiek zijn - al verschillen ze ook, omdat Zijn en
Niets eenvoudigweg verschillend zijn, maar dit verschil nog niet
een bepaald verschil is - is te begrijpen, dat ze in den grond
één zijn; als eenheid zijn zij worden.
Worden is zijn en niet zijn tevens.
Worden echter is in zichzelve tegenstrijdig, omdat Zijn en Niets
ook verschillen; daarom is worden de onrust zelve.
Worden is concreet.
Zijn als Niets is een leege abstractie.
Het eerste begrip is dus worden, waarvan Zijn en Niet-zijn de
momenten zijn.
Het resultaat van het worden is aanzijn, als hoedanig het Zijn
gesteld is ( het worden is dus als aanzijn gesteld in den vorm
van een zijner momenten); maar het worden moet ook het andere
moment verwerkelijken, wat het ook doet, doordat het aanzijn voort-
durend verandert.
Het worden kan zich slechts stellen in den vorm van het moment
zijn, omdat het zich anders niet zou stellen en het worden moet
zich stellen, want het moet tot een resultaat voeren, daarvoor
is het worden. Het aanzijn is dus onontkoombaar, maar tevens dat
het voortdurend verandert. Aanzijn is zijn met een bepaaldheid, welke
de qualiteit, de hoedanigheid is, want deze bepaaldheid is onmid-
dellijk; aanzijn is qualitatief zijn.
Aanzijn is als bepaald, het op bepaalde wijze zijn, dus Iets zijn.


- 5 -

Aan iets valt de grens te bedenken, waar het eindigt en anders
wordt; dus is het aanzijnde eindig en veranderlijk.
Aan het worden valt zoodoende de noodzakelijkheid der verandering
te bedenken en dus tevens aan het aanzijn, zijnde dit het resultaat
van het worden, dat de onrust zelve is.
Deze onrust is de energie.

Iets - aanzijn - eindig zijn - worden - verandering - onrust -
energie: het is alles logisch noodzakelijk, vloeit logisch voort
uit het leege Niets. Slechts wie het abstracte Niets niet begrijpt,
wie niet vat, dat Niets Niet-Zijn is, en dat het dus het Zijn voor-
onderstelt, voor dien is het voorgaande onbegrijpelijk.
Er kan niet alleen maar Niets zijn.
En zij die zeggen, dat God de aarde enz. schiep, moeten begrijpen,
dat hij niet anders doen kon.
Overigens denken deze lieden zich de schepping zoo ongeveer als
het maken van een meubelstuk door een meubelmaker en verder laten
zij de vraag, wat het beteekent, wanneer zij God zeggen, onopgelost.

Niet het abstracte Zijn, dat Niets is, maar het begrip Zijn is
het worden. Zijn is worden, en dit voert tot aanzijn, tot iets en
wegens de begrensdheid van het Iets tot veelheid van ietsen.
Er kan dus nimmer alleen naar niets zijn. Niets en zijn worden onweer-
legbaar en onontkoombaar aan elkaar meegebracht.

Het begrip Zijn is Worden, dat de onrust zelve is, welke als
het volstrekt algemeene Iets: energie is.
Zoo is het Heelal in het algemeen te vatten als energie, welke als
iets aanzijn heeft, maar tevens als Worden iets wordt.
De energie krijgt ( heeft) zoodoende aanzijn, stelt zich als iets:
energie-quantum.
Het iets in zijn verveelvuldiging is de aanzijn-hebbende Natuur,
welke resultaat is ( niet tijdelijk te denken) van het Worden.
Aan de veelvuldigheid der Ietsen laat zich de quantiteit bedenken,
welke zich stelt, bepaalt als quantum, dat volkomen bepaald is in
het getal, en gequalificeerd de maat is.
Zoo is dan het quantum der ietsen te berekenen en uit te drukken
in getal en maat: aantallen, millimeters ( of gedeelten ervan),
kilometers, lichtjaren enz.
En zoo heeft ook elk iets zwaarte, welke echter niet anders is, dan
de aantrekking, welke door een ander (grooter) iets erop wordt uitge-
oefend, want al deze ietsen zoeken elkaar en zichzelf -trekken aan
en stooten af: de nevels, zonnen, planeten, manen, meteoren, mole-
culen, atomen, atoomkernen en electronen. (Om U de grootte van een
atoom duidelijk te maken, verdient het mededeling, dat één kubieke
cm gas van een nevelvlek 43 milliard atomen bevat.
---
AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mrs.Drs.A.Börger.

Aflevering No.5

Elk wezen (ding) is voor een ander iets een ander iets. Zoo is dan
het wezenlijke van Iets-zijn: anders-zijn.
Het zich onderscheiden is in de spheer der ietsen het wezenlijke
en zoodoende de afweer, de strijd om "het bestaan", om de zelf-
handhaving.
Het eenheidsstreven laat zich op natuurlijke wijze gelden als
strijd van allen tegen allen.
(Ook de oorlog is te begrijpen als een streven van volkeren om het
eens te worden door middel van het geweldadig opleggen van den
wil van den een aan den ander)
Het eenheidsstreven wordt door de zelfhandhaving voortdurend
genegeerd: verwerking van energie, dus zelfverwerking der ietsen
d.w.z. verandering. De ietsen veranderen voortdurend, zijn voort-
durend in wording. Zij rennen op elkaar toe en ontwijken elkaar,
dragen elkaar hun energie, d.w.z. zichzelve over (aantrekkings-
kracht, eenheidsstreven) waarbij de kleinere quanta zich eerder
hebben opgebruikt d.w.z. hebben overgedragen, dan de grootere, aan
welke zij zich overdragen, zoodat deze zich langer handhaven.
(ook hier geldt: "Wie heeft, aan dien zal gegeven worden" Matth. 13:12)
In het zonnecentrum jagen electronen en kernen nog chaotisch
dooreen; naarmate zij hun energie verwerken d.w.z. zichzelf verande-
ren, overwinnen de grootere energiequanta (de zwaardere) de
kleinere (lichtere), weshalve de bewegingen op den duur vertragen,
d.w.z. dat er rust komt, de kernen de electronen vasthouden, zoo als
de zon de planeten.
Zoo komt er orde, regelmaat, kosmos.
De energie is als worden de onrust zelve, welke gesteld is:
de trilling, golving.
Zich stellen: aanzijn krijgen, dus natuur worden.
Geluid, licht, electriciteit - alles trilling.
Aan trilling is te bedenken het heen en weer gaan, dus het
voortdurend ontkennen van de plaats, waar het quantum zich bevindt,
dus voortdurend een plaats zoeken zonder deze te kunnen vinden:
zich ruimtelijk, in de ruimte, willen bepalen.
Tenslotte wordt deze beweging vertraagd tot een vaste baan.
Aan het natuurlijke gebeuren is zoodoende te bedenken: het zich
vertragen, en door de aantrekkingskracht tevens: het zich verdichten.

Vertraging en verdichting - resp. vermindering van bewegelijkheid
en verduistering, want opheffing van vluchtigheid.

- 2 -

Alles zoekt zijn eigen spheer, want alles zoekt zichzelf, wil
bij zich zijn (zelfhandhaving) en zoekt ook in het andere zichzelf.
Zoo is te begrijpen, dat alles alles worden wil (algemeene aan-
trekking en dat gelijksoortige ietsen elkaar zoeken (bijzondere
aantrekking).
Zoo is in het heelal een algemeen zoeken, waarbij het zwakkere
zich aan het sterkere onderwerpt.
De algemeene onrust in het heelal laat zich gelden als een wilde
jacht door de ruimte, ongeacht of deze groot of klein is - het
is een algemeen zoeken om de onrust tot rust te verkeeren.
Dit zoeken der natuur en in de natuur is niet bewust, zooals
vanzelf spreekt.
En alle rust is maar schijn. Het energieverbruik is in de rust-
verhouding niet minder geworden.
Al loopt de aarde haar vaste baan, toch rent zij door het hemel-
ruim, meegesleept door de zon en om deze heen. Zij rukt aan de
zon met machtig geweld, maar kan deze niet overwinnen. Wel echter
is zij sterker dan de maan, die zij dan ook, zooals de natuurkun-
digen voorspellen, in een verre toekomst aan stukken zal trekken,
zooals Saturnus een van zijn manen aan stukken getrokken heeft,
welke thans als een ring om Saturnus draait.
Deze ring oefent thans zijn aantrekkingskracht zooals voordien
de thans vernielde maan, maar op een andere manier: niet meer
als bol, maar als ring.
Alles verandert immers voortdurend, dus ook de manier waarop
de energiequanta elkaar zoeken of afstooten.
En ook als de myriaden maantjes, waaruit deze ring ( het zijn
feitelijk drie ringen) bestaat, geleidelijk op Saturnus vallen,
blijven zij de omwentelingssnelheid der planeet vertragen en zijn
aantrekkingskracht vergrooten. Immers ook een maan oefent aantrek-
kingskracht uit. De getijdenwerking van onze maan is een ieder
bekent door eb en vloed.
Op den duur zal deze getijdenwerking tengevolge hebben, dat de
aarde nog slechts één kant naar de maan kan keeren, zoals thans
reeds het geval is met de maan t.a.v. aarde.
Ook wij krijgen ( in de verre toekomst) een aantal kleinere
manen en tenslotte een ring. Dus elken nacht maanlicht!
Dit is geen onverdeelde pret, want het zal ook elken nacht brokken
uit den hemel (i.c. den ring) regenen.

Wij merkten op, dat de getijdenwerking merkbaar is aan het vloei-
bare gedeelte der aardoppervlakte (eb en vloed), maar vanzelf-
sprekend doet zij zich ook gevoelen t.a.v. het vaste gedeelte


- 3 -

van dit oppervlak. Zoodoende vertraagt de maan de bewegingen
der aarde.

Zoo is de wording der materie een proces van verduistering en
vertraging, negatie van licht en beweging.
Het licht zelf heeft een snelheid van 300.000 km. per seconde
en volgens Einstein is dit de grootste snelheid, welke bereikt
kan worden; niets in het heelal heeft een grootere snelheid.
Of dit juist is?
Het licht schijnt in de duisternis; zonder deze zou het licht niet
zijn; beiden worden aan elkaar meegebracht, worden aan elkaar waar-
neembaar.
Ook licht is energie en onrust zelve, al schijnt het rustig.
Overigens verschijnt het slechts op de wijze van het schijnen, maar
het is niets anders dan deze schijn.
Geboren uit de duisternis, welker negatie het is, welke dus tot
licht geworden is, moet het zich weer verkeeren tot duisternis,
waartoe het verandert, is dus positief.
Licht is een positief niets, weshalve zijn resulteerende negatie
slechts zijn kan een positief iets, aangezien het licht geworden is
uit het negatieve niets, dat de duisternis genoemd wordt.
Negeeren wil zeggen: omslaan in zijn tegendeel, waarin het vooraf-
gaande ( niet in den tijd, maar begripmatig) is als opgeheven
moment. En omdat het is opgeheven, is het niet meer voor zich.
Het licht verkeert zich derhalve - want alles verandert voortdurend
tot positief iets, wat onmiddellijk beteekent, dat het tot veelheid
van ietsen wordt, want Iets laat de veelheid aan zich bedenken.

"Het heelal is" wil niet anders zeggen, dan dat alles wording
is, dat het concrete Zijn als worden onontkoombaar het licht en het
zijn der vele ietsen in zich sluit,
dat het heelal niets anders is dan dit worden, dit Zijn.
Wij herinneren ons, dat de momenten van Worden zijn: Zijn en Niet-Zijn,
dat aan het Zijn het Niet-Zijn wordt meegebracht, dat al wat is,
tevens niet is, want het demonstreert zijn ondergang.
"Alles vloeit ( gaat voorbij), niets blijft (houdt stand)".
Slechts het Niets is eeuwig, het Niet-Zijn, waarmede tevens gezegd
is, dat het Zijn eeuwig is, want ook het Niets is.
Wanneer wij het heelal aanschouwen, aanschouwen wij het Zijn als
Worden, en wie het heelal wil begrijpen, moet het Zijn begrijpen.


- 4-

Over het algemeen is het menschdom verbijsterd over het heelal
wegens de ontzagwekkende, onoverbrugbare afstanden, en wegens
de enorme dimensies der zonnen, welke wij sterren noemen.
De zeer groote roode sterren - roode reuzen genaamd - zijn één
billioen maal zoo groot als de aarde; de nevels zijn duizend
billioen maal zoo groot als de aarde.
De sterrenstad, waartoe wij behooren,heeft een middellijn van
200.000 lichtjaren, dit is ca. twee trillioen kilometer.
Alles getallen welke de mensch, gewend in centimeters, meters
en kilometers te rekenen, ontzag inboezemen, maar ook alleen,
omdat hij gewoon is, om met kleine maten te werken.
De afstand London-Berlijn is 1000 km. d.w.z. 1.000.000 m, d.w.z.
1.000.000.000 millimeter.
Het hangt er maar van af, welke maatstaf men aanlegt; het getal
komt dan vanzelf, en is een kwestie van nullen. Niemand oordeelt
de afstand London-Berlijn ontzagwekkend; wel echter de middellijn
van onze sterrenstad.
Niet echter in deze getallen is het begrip van het heelal ver-
borgen, maar in het Zijn. Wie het Zijn begrijpt, begrijpt het heelal.
Kant was bijster onder de indruk van het heelal, hetwelk hij
beschouwde als zonder einde, "een afgrond van een werkelijke
onmetelijkheid, waarvoor alle menschelijk begrip machteloos neer-
zinkt."
Ook hier weer de fout van het machtelooze begrip.
Het heelal is vanzelfsprekend te begrijpen, omdat het denken alles
omvatten (begrijpen) kan.
Het is het geheele al, Alles. Buiten het heelal is dus Niets,
ook niet een of andere ledige ruimte, want dan zou het heelal
niet het heelal zijn.
Nu zeggen echter moderne astronomen, onder invloed van Einstein,
dat het heelal begrensd is. Einstein werkt n.l. in het heelal
met een vierde dimensie: de kromming.
Deze dimensie - de vierde dus na: lengte, breedte, diepte - is
onvoorstelbaar, want een mathematisch begrip.
En zoo zijn dan de astronomen tot de conclusie gekomen, dat het
heelal eindig moet zijn en dan den bolvorm moet hebben, want wel is de
bol eindig, gezien vanuit het middelpunt, maar het boloppervlak
is oneindig.
Het spreekt dus overigens vanzelf, dat de wiskundigen tot deze
conclusie moeten komen, aangezien de wiskunde de wetenschap der
ruimten is, en dus met ruimtelijke begrippen moet werken.
Het ruimtelijk heelal is dus wiskundig in orde en dat zij den


- 5 -

omtrek ervan berekenen eveneens ( deze omtrek wordt geschat
tusschen de 8.000 en de 500.000 millioen lichtjaren, terwijl de
middellijn o.a. geschat wordt op 6000 millioen lichtjaren), want
wij moeten niet vergeten, dat Einstein werkt met een vierde dimensie
met een onvoorstelbare, wiskundig geformuleerde ruimtemaat.
De wiskundigen drukken alles ruimtelijk uit. Zij praten dus geen
onzin, maar zij spreken hun taal, drukken zich uit in hun begrip-
pen en op hun manier.

Het heelal als bol voorgesteld is het oneindige voorgesteld
op eindige en begrensde wijze.
Welbegrepen wordt het dan een iets en houdt op het heelal te zijn.
Dit echter stoort de wiskundigen, astronomen en natuurkundigen
niet, want de wijsgeerige denkwijze is niet de hunne. Zij beschouwen
hun denkwijze als de eenige, welke houvast geeft, en oordeelen het
zuiver wijsgeerige, dus speculatieve denken, als min of meer vaag
getheoretiseer, wat het voor hen ook is.
Maar zij zien niet in, dat hun wetenschap op axioma's gegrondvest
is en op hypothesen en dat zij dus is een kolos op leemen voeten,
dat het waarheidsgebouw (begrippenstelsel), hetwelk zij oprichten,
rust op onbegrepenheden, op geloof.
De wiskunde kan haar eigen zekerheid niet bewijzen.
De wijsbegeerte wel.

Wat zich echter uit de theorie der wiskundigen aan ons vanzelf
opdringt is, dat zij het heelal als oneindig beschouwen, welke
oneindigheid zich op eindige wijze aan ons voordoet als het einde-
looze in den zin der slechte oneindigheid: de oneindigheid met
een begin. Dit beginpunt is dan de aarde.
En het spreekt vanzelf, dat zij deze oneindigheid voorstelbaar
maken door een bol aan te nemen.

Is het heelal iets, dan moeten het vele ietsen zijn, want iets
is altijd iets anders. En dus kan het niet iets* zijn. Het kan
slechts alles zijn, dus het bepaalde Niets ( niet het leege Niets).
Het heelal is als Alles, dus als Niets bepaald; en dit Zijn van
Alles is het Worden, dat tot aanzijn resulteert.
Om het begrip van het Zijn gaat het; het begrip heelal is
hierbij vergeleken de eenvoud zelve, mits men het zich maar niet
gaat voorstellen - ofschoon het dan eigenlijk alleen maar gevat
wordt -want dan loopt men gevaar, in de Kantsche onmacht te
vallen.
* Moet hier staan: niet iets òf niet Niets? De lezer mag het zeggen.
---

AARDE, MENSCHEN, GODEN EN HEELAL

Wijsgeerige voordracht door Mr.Drs.A.Börger.

Aflevering No.6

Het zal den lezer thans wel duidelijk zijn, na wat ik in de
vorige aflevering schreef, dat het zeer verklaarbaar is, dat een
sterrenkundige, mathematicus of iemand anders van dergelijke
exacte kennis, rustig Zondags ter kerke gaat, en eventueel een
kaars brandt voor de Heilige Maagd.
Deze menschen weten zeer veel, zijn wat men noemt razend knap,
maar begrepen het Zijn niet.
Zij denken in ruimtelijkheden en begrenzingen en moeten in maat en
getal alles uitdrukken.
Met dat al laten ze de eenheid gelden, welke ze echter als na-
tuurkundige eenheid stellen moeten om ermede te kunnen rekenen.
Zoo stelden ze vroeger het atoom ( letterlijk: ondeelbare), terwijl
thans atoomkernen en electronen als kleinste eenheden gelden.
Maar dit blijft een willekeurigheid, want het natuurlijke is nooit
ondeelbaar, omdat de quantiteit er niet van is weg te denken.
Bolland zegt in zijn "Boek der Spreuken": "Wie aan aether en elec-
tronen gelooft, ontgaat aan geen wetenschappelijk bankroet, omdat
hij nog meent op natuurlijke degelijkheid te mogen rekenen."
Mijn inziens is de term "wetenschappelijk bankroet" hier ietwat
overdreven, maar geheel in overeenstemming met de wijze waarop
Bolland zich meende te moeten uiten.
De mechanica, astronomie, mathesis kunnen niet anders zijn dan
ze zijn; ze moeten op boven omschreven wijze gedacht worden, omdat
ze anders het beoogde resultaat niet kunnen bereiken.
De wijsbegeerte bewerkt de stof, welke de overige wetenschappen
verschaffen; elke wetenschap vindt haar verklaring, haar laatste
waarheidsgrond in de wijsbegeerte, welke niet anders is dan de
wetenschap der wetenschappen en voert tot begrip.
De natuurkundigen enz. werken met eenheden, moeten zulks doen
en hebben dusdoende onze kennis der materie, van de sterrenwereld
enz. machtig vergroot en verdiept. Maar tot het begrip komen zij
niet.
Het zuiver wijsgeerig denken heft alle begrenzingen op, want ver-
werkt alles - ook de grens - tot begrip, d.w.z. vervluchtigt
alles.
En zoo heft het ook ruimte en tijd op tot begrip.
De natuur heeft den vorm van het buiten elkaar zijn, en zoo is
aan de natuur het naast en na elkaar meegebracht, omdat de vorm
dit insluit, d.w.z. dat ruimte en tijd aan het natuur-zijn, aan het
zijn der natuur worden meegebracht.


- 2 -

De ruimte is de enkele vorm, een zuivere abstractie, en tevens
zuivere quantiteit (niet een bepaald quantum), zonder eenige
bepaaldheid. Daarom doet de ruimte zich voor als eindeloos, onbe-
paald, want de ruimte is verschijning van quantiteit zonder
eenige hoedanigheid.
(Men begrijpe goed, dat het ons erom te doen is, dat wat wij
waarnemen te begrijpen.)
Evenals de ruimte is ook de Tijd een abstractie: het abstracte
worden, dat als tijd aanschouwelijk wordt. Dus niet in den tijd
ontstaat en vergaat alles, maar de tijd zelf is dit ontstaan en
vergaan, het opheffen van bepaald-zijn. De Grieken "wisten" dit
onbegrepen in de mythe van Chronos, die zijn kinderen verslindt.
Terwijl de dimensies der ruimte zijn: lengte, hoogte, breedte,
zijn die van den tijd: verleden, heden, toekomst.
De drieëenheid van lengte, hoogte, breedte is de ruimte, de
natuur als ruimte. De ruimte is te begrijpen als zuiver natuurlijk
zijn dat niets is, dus niet-zijn welke als eenheid worden is,
dus op natuurlijke wijze: de tijd.
Zoodoende gaan ruimte en tijd altijd samen, onafscheidelijk en is
alle Worden ruimtelijk in de natuur en als natuur.
Beiden zijn quantitatief, want in den grond een en identiek, dus
zijn beide deelbaar - als zuivere abstracties oneindig deelbaar.
Met dat al is het vanzelfsprekend, dat de mathematici de ruimte
begrenzen, d.w.z., dat zij niet met de zuivere ruimte werken,
maar met bepaalde ruimten en dat zij dus ook de ruimte van het
heelal begrenzen (zie vorige aflevering). En ook is het vanzelf-
sprekend, dat Einstein met een vierde dimensie werkt, waarbij
het echter opmerking verdient, dat deze dimensie alleen maar een
mathematische rekenfactor, doch onvoorstelbaar is.
De eenvoudigste verklaring van Einsteins werkmethode is, dat
hij den tijd als vierde dimensie erbij noemt; hij rekent dus met
het worden als enkel zijn, moet dit doen, omdat hij met iets
positiefs moet werken.
Deze geniale mathematicus heeft echter ook gezegd:
"Voorzooverre de mathematische stellingen zich op
de werkelijkheid betrekken, zijn zij niet zeker, en voorzooverre
zij zeker zijn, betrekken zij zich niet op de werkelijkheid."
Hij zegt dus, dat de mathematische formules niet objectief waar zijn,
maar denkconstructies.
Vergeten wij ook niet, dat Einstein tot de conclusie gekomen is,
dat alle materie tenslotte niet anders is dan electrische energie.
Waarlijk, Einstein is niet, zooals Bolland generaliseert, een
wetenschappelijk bankroetier. Hij weet, wat hij doet, ook als hij


- 3 -

met mathematische formules werkt. Opmerkelijk is slechts, dat hij
niet tot de wijsbegeerte komt, maar blijft werken met onware formu-
les, die door zeer weinigen slechts te begrijpen zijn, en dan nog
niet "in waarheid" (wijsgeerig), beter gezegd dus: welke slechts
door zeer weinigen te gebruiken zijn.

De kleinste eenheid, d.w.z, het kleinste quantum ?. Maar quantum
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van --*-- op zondag 14 december 2008 om 16:09:
Het vloog


Moon.
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 15:11:
Als deze beste almachtige man had bestaan, dan ga je me echt niet wijs maken dat Hij al deze ellende zou toestaan in de wereld.


Wat jij beschrijft hier is het probleem van 't kwaad. De vraag is hoe kan een almachtige, alwetende en welwillende God samen bestaan met ellende?

Mijn persoonlijk antwoord hierop is dat al 't kwaad op één of andere manier een onderdeel is van een groter goed (vandaar ook mijn lijfspreuk "It's all GOOD"). In het dagelijks leven kan je hier allerlei grote en kleine voorbeelden van vinden (een kind krijgt geen snoep, vindt dit niet leuk maar leert er wel door te matigen; iemand zakt voor z'n rijbewijs maar neemt daarna het rijden serieus; iemand wordt gekwetst door z'n grote liefde maar wordt hier uiteindelijk sterker door). Het gaat erom dat je van ellende en tegenslagen leert en er sterker uitkomt.
Dat klinkt allemaal leuk, maar er zijn van die dingen waar je je gewoon ECHT niet het nut van kan voorstellen, van die dingen die echt te gruwelijk zijn (een onschuldige wordt op de meest pijnlijke manier vermoord, oorlogen, hongernood). Hoe zit het hiermee dan? Nou, ik denk dat als je gelooft in God (en een hiernamaals, meerdere levens) je kan zeggen dat het nut van deze ellende zich over een grotere spanne spreid dan wij mensen ons voor kunnen stellen. Wij kunnen ook niet alles begrijpen wat er gebeurt, maar je kan wel geloven dat er ergens, voor zelfs het ergste kwaad, een reden was.

In de stelling op eerdergenoemde site in dan punt 5 (Evil exists) fout. Er bestaat geen absoluut kwaad, het is allemaal goed uiteindelijk. Ook zou je kunnen zeggen dat God niet almachtig is - hij kan ons niet doen groeien zonder ellende.
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 16:05:
dd, en wat goed boek zou jij me dan aanraden? Een moslim geinspireerd ofzo, of zo een boek dat het typische algemeen aanvaarde beeld geeft van wa we mogen weten?


Lees ff die Afleveringen van die site.;).....Schrijft deze geleerde zeer goede dingen.
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 16:21:
Alles wat ik nu ga typen komt van deze site: dus tevens mijn bron en auteur staan hier.


En wat is je mening erover? :p
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 16:24:
Lees ff die Afleveringen van die site.


was ik aan het doen:)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 15:59:
Dat maakt zeker uit...het ene godsbeeld is namelijk het andere niet...
Door overeenstemming te bereiken op dat gebied (terminologie) voorkom je juist dat men gaat (blijft) bekvechten over dat soort termen...


Pffff...volgens mij maakt het in dit geval niet uit, want volgens mij kun je in dit topic alle 'godsbeelden' bij elkaar voegen, want uiteindelijk gaat het hier in dit topic al helemaal niet meer om God of andere godsbeelden, maar om het feit of je geloofd of niet. En dan geloven in zijn breedste perspectief: god(sdienst), Allah, buitenaards leven, etc (y)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 16:35:
En wat is je mening erover? :p


De echte waarheid echter is een bedenksel der wijzen, waarmede ik een
"bedenkelijke" woordspeling gebruik i.z. het woord "bedenksel".
Wat ik zeggen wil is, dat de waarheid slechts bedacht kan worden en
niet in feitelijke verhoudingen opgaat.
Maar de leek oordeelt de waarheid der wijzen een bedenksel in den
zin, dien hij aan dit woord geeft.
Het an sich is het begin als de mogelijkheid. Zoo is te zeggen,
dat het ei het begin is van de kip.
Al wat is, is ook niet, want alles verandert. Veranderen is niet
zijn, waarin zijn is voorondersteld.
Wanneer de geloovigen zeggen, dat God de wereld schiep, zeggen zij
op hun wijze, dat het niet zijnde het moment van het zijn, hetwelk
erin is voorondersteld, realiseert.
Realiteit is de veranderlijke, dus op zichzelve niet houdbare ge-
steldheid. En zich stellen is ontwikkelen.
Veranderlijkheid laat aan zich bedenken verschil van gesteldheid
en de eenheid van deze verschillende gesteldheid is de idealiteit,
want slechts denkbaar. Maar er is geen idealiteit zonder realiteit.
Het zich ontwikkelende is altijd anders en altijd hetzelfde.
Als hetzelfde is het het Wezen.
Het Heelal is - eeuwigdurend veranderend.
Als het Heelal verschijnt het wezen ervan. En de rijkdom der verschij-
ningen toont ons den rijkdom, de volheid van het wezen.
Het Heelal is - en al wat is, is ook niet. Dit vermoedt Indië, waar
het spreekt van de sluier van Maya, maar het begrijpt het niet.
Slechts de zuivere rede begrijpt, het "goddelijk intellect", waar Kant
van sprak, maar dat hij den mensch ontzegde.

Waarheen gaan wij? Het antwoord luidt: nergens heen, want het Heelal
komt nimmer tot rust. Er is geen volstrekte grens, want de nietig-
heid is niet voorhanden.

Waartoe dient dit alles, dit Heelal?
"Ter verheerlijking Gods", antwoordt het geloovige gemoed en blikt
vol ontzag naar den sterrenhemel.
Dit antwoord is een halve waarheid, want het dient evenzeer tot
vernedering Gods, omdat "God", de Idee in de materie buiten zich-
zelf en vernederd is.
"God" is als natuur de gevallen engel, die hijzelf is.
De idee is als natuur vervreemd van zichzelf en eerst in den mensch
met zichzelf verzoend.
Maar welbegrepen is het Heelal ook alweer niet met een doel "ge-
schapen".
Het is, omdat het niet eenzijdig niet zijn kan.


- 5 -

Zoo gezien is het dus een doelloos geval.
De geloovigen hebben daarom een doel in den hemel gezocht, waar-
heen zij gaan om tot in alle eeuwigheid God te loven. Maar niemand
kan zich voorstellen, wat hij in den hemel moet uitvoeren, al praat
men over "eeuwig juichen voor Gods troon".

"Het koninkrijk der hemelen is in U". (Lucas 17:21) Hier op aarde,
slechts hier op aarde kan men zalig worden door de liefde en door
de rede.
Wie het hier worden wil, zal allicht een goed mensch zijn, al zal
hij fouten maken.De wijze weet, dat niets menschelijks hem vreemd
is, waarmede de menschen overigens gemeenlijk bedoelen te zeggen,
dat het dierlijke den mensch niet vreemd is.

Het Heelal is, omdat het zijn moet.
Daarom is ook het gewas, het dier, de mensch.
Maar de Boom, de Koe, de Mensch - dit alles genomen als in het
algemeen - bestaan niet. Wel een boom, een koe, een mensch.
De vele afzonderlijkheden, welke wij tesamen het Heelal noemen,
bestaan. En zoo is dan te zeggen, dat het Heelal niet alles is,
maar slechts de helft, n.l. de halve waarheid.

De geheele waarheid is niet voorhanden. Zij kan slechts zijn in U,
als Uwe gedachten.
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 16:37:
was ik aan het doen:)


:D ben benieuwd...
Waarschuw beheerder
Het beeld van God is daarin wel belangrijk...mensen baseren hun wel of niet geloven in God namelijk op basis van het beeld wat ze ervan hebben... :)
Jij ook...jij hebt een bepaald beeld van God voor je...en op basis van dat beeld (of het er niet aan voldoen in dit geval) heb je besloten dat je niet in God geloofd...
Je geloofd iig niet in een God die ingrijpt...dat kunnen we met absolute zekerheid stellen... :p
Misschien heb je wel geen probleem met een ander godsbeeld...dat kan je daar niet uit opmaken iig...het is een verwerping van een bepaald godsbeeld... :)
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Ik zei...JOU mening... ;p

Je begrijpt trouwens wel dat het een pleidooi voor de filosofie (specifiek metafysica) is? Dat de (exacte) wetenschap en wetenschappers alszijnde beperkt gezien worden? Dat de filosofie het laatste woord dient te hebben aangezien zij wel in staat is om die beperkingen op te heffen omdat het daar in principe voldoende is dat het gedacht kan worden? Bijvoorbeeld een begrip zoals oneindigheid...daar heeft de exacte wetenschap heel erg veel problemen mee...daar kunnen zij niks mee beginnen (je kan er niet mee rekenen bijvoorbeeld)...filosofie (metafysica) is daar niet door beperkt...
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 17:08:
Ik zei...JOU mening... ;p


Moet ik dat in een andere context gaan plaatsen?>

Houd nou toch eens op. Ik citeer, daarop baseer ik mijn mening.....
Waarschuw beheerder
Welke mening? Wat is je mening? Wat wil je ermee zeggen? Wat is je punt?
Weet je wel zeker dat dat jou mening is zelfs?
Jij bent van de "we kunnen het niet zeker weten...ligt buiten ons kenvermogen" iig...hij niet...hij is filosoof...filosofen kennen die beperking niet...
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 16:21:
Heel de machtige natuur heeft hij overwonnen en is er heer over
geworden - want hij is het machtigste wezen op aarde,


hmm dat is nu niet echt waar, we kunnen vanalles doen met de natuur maar als het aankomt op natuurrampen of natuurverschijnselen die reusachtig zijn hebben we daar niks op in te brengen. voor de rest is het een hele grote boteham informatie he:)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van --*-- op zaterdag 13 december 2008 om 23:44:
Ow en Xeno als jij God met aliens wil vergelijken stel ik voor dat je n woordenboek gaat lezen


waarom zou je twee verzinsels van de mensheid niet met elkaar kunnen vergelijken?

they came from the sky ;P
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 17:15:
Welke mening? Wat is je mening? Wat wil je ermee zeggen? Wat is je punt?
Weet je wel zeker dat dat jou mening is zelfs?


Uhuu. Dat jij het niet snapt. Is niet mijn probleem.

Ik zeg alleen dat mijn mening erop is gebaseerd:

De geheele waarheid is niet voorhanden. Zij kan slechts zijn in U,
als Uwe gedachten.
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 17:21:
voor de rest is het een hele grote boteham informatie he:)


Ja maar wel de moeite. Net als banned from the bible.
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 18:22:
Ja maar wel de moeite. Net als banned from the bible.


heb het ook volledig gelezen, en die laatste moet ik nog enkele deeltjes bekijken:)bijna rond;)
Waarschuw beheerder
Vat het eens samen als je klaar bent
Banned from the Bible
Dr zijn duizenden geschriften die niet in de Bijbel terecht gekomen zijn
Pick and choose
Ik begrijp nog steeds niet dat die brief van Jacub erin staat
Die hadden ze zeker uit de Bijbel willen gooien.. maar Jacub had btje te hoge status
Door t volk gekozen leider en opvolger van Jezus (die ga je niet ff uit de Bijbel gooien)
Wat nog meer.. Gospel of Barnabas? Apocalypse of Peter? Jeugd van Jezus..
Daarin staat dat Jezus n klei-vogel levend maakte met God's verlof
En dat staat ook in de Qur'an (was denk ik de connectie die je eerder bedoelde)
Verder staan daar dingen in die ze niet vonden passen bij Jezus, de Zoon van God (te menselijke Jezus)
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van inactief op zondag 20 februari 2005 om 03:10:
Geloof jij in god?


nee :p
Waarschuw beheerder
ja er word ook gezegt dat sommige delen weggelaten in de bijbel wel te vinden zijn in vb de koran, die komen dus eigenlijk van de zelfde bron alleen anders samen gesteld. Best dom delen weglaten, vraag me eens af wat er zoal in staat dat we nog niet weten.
Waarschuw beheerder
De bron is God
Qur'an is n boek waarmee je de voorafgaande geschriften kunt checken
Je kunt dat wat waar is scheiden van dat wat niet waar is
Soort van filter :P
Dit is onze positie
Vandaar dat wij niet raar opkijken als men dingen vindt die de Qur'an bevestigen
Het verhaal van Jezus(as) en de vogel bijv
Een Moslim zou zeggen; 'Dan is dat verhaal uit dat bepaalde geschrift waar'
De orientalist zou zeggen; 'Nee, dat verhaal is in de Qur'an terecht gekomen'
Dat laatste zou betekenen dat de schrijver van de Qur'an leende van t Christendom
Tis 1 verklaring op 1 vers
Nou moet je de rest van de Qur'an gaan verklaren
Want dr staat zoveel in.. verklaar de bron van t hele boek
Hoe kwam men toen aan al die verschillende soorten informatie?
Ik heb hier 1 keer n documentaire van gezien op Discovery (nog niezo lang geleden)
Was n poging om de Qur'an te verklaren, waar t vandaan kwam enz
Was echt te triest voor woorden
Orientalisten kunnen t boek simpelweg niet verklaren
Tis n splinter in hun ogen en elke poging of absurde verklaring is makkelijk tegen te spreken
Tis niet als de Bijbel, die hebben ze al lang uit elkaar weten te halen

We weten uit de Qur'an dat Eesa (Jezus) de Injiel had: n boek - the gospel van Jezus als je wil
Maar in de Bijbel staat nergens de Injiel van Eesa(as)
Qur'an zegt dat Musa (Mozes) de Thaurat (Thora) ontving, maar dr staat ook in dat de religieuze leiders met hun eigen handen de Wetten begonnen te veranderen, dus wat nu de Thora is is onbetrouwbaar, tis niet meer de Thaurat van Musa(as)
De Evangelien uit t NT hebben absoluut niks met de Jezus te maken die in Qur'an voorkomt
De verhalen lijken niet op elkaar.. hoewel je in de Evangelien vlagen trug kan vinden van wat afkomstig zou kunnen zijn van de Injiel of t leven van de historische Jezus.. maar tis zo erg aangepast dat ik persoonlijk de Evangelien verwerp als Injiel
Wat mij t sterkste doet denken aan n Injiel van Eesa(as) is die ene brief van Jacub
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
der zijn zoveel dingen die niet kunnen kloppen met wat men aannam over vroeger die men niet weet te verklaren. Vandaar dat ik zeg dat de geschiedenis anders is dan wat ons word geleerd. Je zegt het zelf, in dat boek staan er dingen die pas recent ontdekt zijn, eveneens oude beschavingen hadden kennis van dingen die nog niet lang bewezen zijn.
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 18:21:
Uhuu. Dat jij het niet snapt. Is niet mijn probleem.


Ik betwijfel of JIJ de tekst wel snapt eigenlijk... :roflol:
Ik snap hem...ik ben namelijk ook een filosoof die aan filosofie een hogere positie toedicht (wetenschap der wetenschappen jwt) dan aan de exacte wetenschap...
Simpelweg omdat ZIJ beperkt zijn door wat ze kunnen zien/voelen/ruiken etc....en wij lekker niet... :cheer:
Ze moeten bijvoorbeeld alles finite maken omdat ze infinite niet kunnen duiden...daar kunnen ze niks mee...
Dat is wat hij in het kort samengevat zegt (en beschrijft daarmee de rol van metafysica aan de ene kant en exacte wetenschap aan de andere kant...zoals Kant het verschil ook maakte) en het lijkt me stug dat je het daar mee eens bent getuige je eerdere opvattingen hier...
Daarom vroeg ik ook wat jou mening erover was want het staat namelijk haaks op jou ideeën... :lol:
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
mja ik denk dat muskiet een klein beetje zen gedachten heeft bijgeschaafd:) niet dat ie plots in een god geloofd maar al het overige:)
Denk trouwens dat het jaren duurt eer je echt weet hoe je exact en goed je mening kan vertegenwoordigen. Maar we kunnen proberen he :)
Waarschuw beheerder
Haha
Ik had t nog niet gelezen, maar blijkbaar quote Muskiet teksten die hij zelf niet helemaal begrijpt
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 19:54:
mja ik denk dat muskiet een klein beetje zen gedachten heeft bijgeschaafd


Kan...maar in plaats van dat hij dat dan zegt dat hij na aanleiding van die tekst er anders tegenaan is gaan kijken...
Uitleg geeft waarom hij die tekst aanhaalt...welk punt hij duidelijk wil maken...whatever...maar in plaats daarvan wil hij er niet op in gaan als erom gevraagd word... :vaag:
Hoe kan ik nu ruiken dat hij zijn mening betreft "als je het niet kan bewijzen dan bestaat het gewoon niet" opeens radicaal bijgesteld heeft? :p
Wat ik overigens betwijfel...maar het is mogelijk natuurlijk...
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 19:54:
mja ik denk dat muskiet een klein beetje zen gedachten heeft bijgeschaafd:)


Wat ken je me toch weer goed:D...:sweethug:

Uitspraak van --*-- op zondag 14 december 2008 om 19:55:
maar blijkbaar quote Muskiet teksten die hij zelf niet helemaal begrijpt


Om jou op het verkeerde spoor te zetten..Elke keer duw ik de discussie een andere kant op:p
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 20:07:
.maar het is mogelijk natuurlijk...


Ja ik heb het licht gezien, dat mijn lampen nog niet geknapt zijn is mij een raadsel:P
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van --*-- op zondag 14 december 2008 om 19:29:
De bron is God
Qur'an is n boek waarmee je de voorafgaande geschriften kunt checken


:gaap: here we go again.
Moslim die niet weet hoe het zit en zijn teksten bron op de Quran weerlegt zonder dat dit de juiste bron is.
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 22:20:
Ja ik heb het licht gezien, dat mijn lampen nog niet geknapt zijn is mij een raadsel


al een aan een spaarlampje gedacht;) beter voor het miljeu;)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 22:31:
al een aan een spaarlampje gedacht;) beter voor het miljeu;)


Nee meiske.. Is niet beter voor t milieu..


'Milieuramp door spaarlamp'

Als niet meer consumenten hun afgedankte spaarlampen inleveren bij het klein chemisch afval, dreigt een milieuramp. De spaarlamp kan aan haar eigen succes ten onder gaan, als het kwik in de lampen op onze vuilnisbelten en in vuilverbranders terechtkomt.

Risico's

Daarvoor waarschuwt de organisatie van lampenrecyclaars LightRec in haar jaarverslag, dat vandaag verschijnt. Consumenten zijn zich helemaal niet bewust van dit probleem, maar gebruiken wel steeds vaker spaarlampen. Dat kan in de nabije toekomst grote milieurisico’s hebben, zegt LightRec. Bovendien is kwikvergiftiging gevaarlijk voor mens en dier. Hersenen, het zenuwstelsel, lever en nieren kunnen flink beschadigd worden door blootstelling aan kwik.
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
klinkt niet goed, ze zijn nochtans van plan de gewone gloeilamp over enkele jaren niet meer te verkopen las ik onlangs ergens.

je kan nog altijd een kaarsje branden :lol:
laatste aanpassing
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 22:20:
Ja ik heb het licht gezien, dat mijn lampen nog niet geknapt zijn is mij een raadsel


Waarom zeg je dat niet gewoon dan als erom gevraagd word? :p
Je had op zijn minst kunnen begrijpen dat ik het...vanwege je eerdere uitspraken...voor jou een vreemde tekst om te citeren vond...
Daarom vroeg ik het ook ...vond het vreemd...is het nou zo moeilijk om daar normaal op te antwoorden?
Vroeg alleen duidelijkheid...hoef je niet boos om te worden... :p
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 22:47:
je kan nog altijd een kaarsje branden :lol:


Hoe romantisch:sweethug:

Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 22:47:
klinkt niet goed, ze zijn nochtand van plan de gewone gloeilamp over enkele jaren niet meer te verkopen las ik onlangs ergens.


In Brussel zijn ze knettergek geworden.
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 22:48:
Hoe romantisch


ja he ;)
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 22:47:
hoef je niet boos om te worden... :p


Word ik dat dan?

Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 22:47:
Waarom zeg je dat niet gewoon dan als erom gevraagd word? :p


Ja eh.. Ken je het. Je staat perplex van jezelf:D

Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 22:47:
Je had op zijn minst kunnen begrijpen dat ik het...vanwege je eerdere uitspraken...voor jou een vreemde tekst om te citeren vond..


Je kan niet alles hebben in het leven TYHARDO:P
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van Eibhlin op zondag 14 december 2008 om 22:49:
ja he ;)


Enorm:bloos:
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 22:51:
Word ik dat dan?


Je reageerde nogal enorm gefrusteerd iig...as usual... :p
De "ik heb geen zin om het uit te leggen" houding...
Zo zal natuurlijk niemand je ooit begrijpen...dus kunnen ze ook nooit iets van je aannemen...
Misschien is men het zelfs (tot op bepaalde hoogte) met je eens...maar hoe kan men dat ooit weten als je je niet duidelijk en volledig uitdrukt?
Dat is handig hoor als je dat kan...kan heel veel frustraties schelen (die gast van die tekst hecht dan ook waarde aan duidelijke terminologie...de meeste filosofen zijn daar erg op gericht trouwens)...het is maar een tip... :)
Les 1: Er zijn geen domme vragen (zeker niet met betrekking op duidelijkheid vragen/verschaffen)... :p

Maar was dat nu echt zo'n vreemde vraag van mij met oog op dat...iig achteraf gezien? Nee toch? ;)
laatste aanpassing
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 23:01:
Je reageerde nogal enorm gefrusteerd iig...as usual... :p
De "ik heb geen zin om het uit te leggen" houding...


Nou mooi, ik ga verder ook geen details uitleggen:p..

Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 23:01:
Les 1: Er zijn geen domme vragen (zeker niet met betrekking op duidelijkheid vragen/verschaffen)... :p


Oh Jah Joh!:D

Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 23:01:
Zo zal natuurlijk niemand je ooit begrijpen...dus kunnen ze ook nooit iets van je aannemen...


Ik .. Ben..... Mysterieus......
 
Waarschuw beheerder
Nee
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 23:08:
Nee


Woow.. Er is niets mooier dan het licht zien.
Al blijkt het een spaarlamp te zijn:Lol:
Waarschuw beheerder
Het is ook niet zo best als je dan moeite doe alles een beetje uit te leggen en te verklaren hoe jij het ziet dat er dan sommige personen hier domme opmerkingen maken of het afschilderen als domme praat of onwaar omdat het niet strookt met wat hun ervan denken en je het niet zo goed kan verwoorden. Iets denken en schrijven zijn 2.
 
Waarschuw beheerder
Tsja. Zal ik mijn gebreken erkennen:D>.........
Waarschuw beheerder
Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 23:07:
Oh Jah Joh!


Ja joh! :p

Uitspraak van verwijderd op zondag 14 december 2008 om 23:07:
Nou mooi, ik ga verder ook geen details uitleggen


Jammer...want ik was namelijk wel benieuwd naar enige op- en/of aanmerkingen aan de hand van de tekst...
Ik probeer alleen maar te begrijpen wat jij bedoeld hoor...te denken wat jij denkt zeg maar... :vaag:
Zoals ik al zei een belangrijke voorwaarde voor een goede discussie...want dat leid tot begrip...als je qua dat elkaar al niet begrijpt dan kan er niet eens een discussie plaatsvinden...
Het is juist de bedoeling van een discussie om dat soort obstakels weg te werken...
Waarom sla je elke goed bedoelde poging tot dat af? :)
 
Waarschuw beheerder
Morgen weer een dag.. Welterusten...

Zal er wel met je op terug komen....

Alleen niet hier in het topic.......

Goed........:D......................

Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 23:21:
Ja joh! :p


TeGekJohJeeh:D:P
 
Waarschuw beheerder
Uitspraak van TYHARO op zondag 14 december 2008 om 23:21:
Jammer...want ik was namelijk wel benieuwd naar enige op- en/of aanmerkingen aan de hand van de tekst...
Ik probeer alleen maar te begrijpen wat jij bedoeld hoor...te denken wat jij denkt zeg maar...


Morgen Morgen Morgen.....

Goed, citeer eens aflevering 15 laatste stukje tekst.?
Waarschuw beheerder
Dat stuk over cellen (dat ze allemaal zoals het kippenei zijn...in principe...de wand is bij dat kippenei alleen dikker bijvoorbeeld)?
Plus dat "de soort" niet (daadwerkelijk) bestaat...enkel de individuen bestaan echt?
Dat stuk? Why? :p

Beetje jammer met betrekking op de discussie...
Dan is dit interessanter:
De voorstelbare God - voorstelbaar in den gebruikelijken zin als de God in den hemel, waar hij voor zich is - komt in het denken aan zijn einde.
En met hem Satan. Deze twee worden door het geloof buiten elkaar gedacht, zoowel door het roomsche als door het protestansche, dat beiden uit elkaar denkt. Satan is dan de geest van het booze; God vertegenwoordigt het goede.
[...] de wijsbegeerte, die weet, dat God en Satan een zijn als de "schepping", het heelal, omdat in en als het heelal de Idee (God), zich als het zijn der natuur (Satan) openbaart.
"God", de Idee, dient in het heelal als het wezen, de waarheid ervan begrepen te worden.
Op zijn wijze zegt Bolland dit, n.l. dat de natuur verduiveld goddelijk is.
Wie de natuur redelijk aanziet, vindt in haar de Idee, begrijpt wat ze uitdrukt en tevens, dat zij zijn moet en wel zooals zij is.
Dat ze zoo is, is geen gril van "God", zooals de roomsche kerk leert, welke beweert, dat hij het ook anders gekund had.
"God" kan niet anders zijn dan redelijk. De kerk echter vat dit niet en evenmin, dat ook "Satan" openbaring van "God" is, dat ze niet los van elkaar te denken zijn.
Maar zij vermoedt het wel, want ze leert, dat Satan een gevallen aartsengel is, dus stamt uit de goddelijke spheer.


Toch? :p
laatste aanpassing