Tessa Klaver
september 16, 2008 door rob zijlstra
Wrang.
Tessa Klaver studeerde rechten aan de Hanzehogeschool in Groningen.
Haar grote droom: advocaat worden bij het kantoor Anker en Anker.
Aan de droom van de 19-jarige Tessa kwam vorig jaar april wreed een einde.
Tessa werd in haar flatwoning aan de Plutolaan in Groningen gewurgd door haar ex-vriend.
Die ex-vriend, haar moordenaar, werd gistermiddag bij het gerechtshof in Leeuwarden verdedigd door advocaat Tjalling van der Goot.
Van het kantoor Anker en Anker.
De ex-vriend is Marco (23).
Hij studeerde communicatie in Groningen.
De raadsheer (rechter): Als er één woord is dat veel voorkomt in het dossier is het wel communicatie, dat wil zeggen het gebrek aan communicatie tussen u en Tessa.
Marco knikt. ‘We hadden vaak ruzie. We konden niet met en niet zonder elkaar.’
Zij was verbaal sterk, hij de grote binnenvetter.
Marco werd in februari door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar wegens doodslag.
Het hof wil weten: Waarom bent u in hoger beroep gegaan?
Marco: ‘Wat ik heb gedaan is verschrikkelijk, ik moet ook gestraft worden.’
Hof: Maar u vindt de straf te hoog?
Marco: ‘Om dat te zeggen, vind ik heel moeilijk.’
Hof: Maar daar komt het wel op neer.’
Marco, zacht: ‘Ja.’
De feiten staan nauwelijks ter discussie.
Tessa had de relatie verbroken. Marco die bij haar in woonde, had de tijd gekregen andere woonruimte te zoeken. Zo bleven ze bij elkaar. Voor de buitenwereld leek het alsof ze nog gewoon een stelletje waren.
Zelf wilden ze goede vrienden blijven.
Op 24 april komt Tessa thuis, na een dagje winkelen met haar moeder en haar jarige zusje. Aan Marco had ze laten weten dat hij niet hoefde te wachten met het eten.
Als ze thuiskomt, tegen zeven uur, is het direct bonje.
Marco: ‘Ik voelde me verdrietig.’
Hij gaat douchen, hoort de telefoon overgaan. Even later komt Tessa de badkamer binnen en vertelt dat er iemand, een jongen, heeft gebeld voor de kamer.
Mogelijk de nieuwe huurder.
Van zijn kamer.
Marco: ‘Ze zei dat ook heel lullig. Zo van, ik er uit, hij er in. Ik voelde mij voor lul gezet.’
Later zal hij zeggen dat hij ook jaloers was, dat hij stil de hoop had dat het weer goed zou komen. Dat de liefde die hij nog altijd voor Tessa voelde, weer wederzijds zou worden.
Na enige strubbelingen in de badkamer, trekt Marco zijn trainingsbroek aan en belt studiegenoten, wetende dat die die avond van plan zijn te gaan stappen.
Zegt: ‘Ik had toen weg moeten gaan.’
Maar in plaats daarvan gaat hij op bed zitten, naast Tessa.
Met al zijn opgekropte woede, verdriet, teleurstellingen en jaloezie.
Marco: ‘Tessa zei toen dat ik dom was, niet goed genoeg voor haar, dat ik net zo dom was als mijn ouders en m’n broertje. Toen was ik mezelf niet meer. Er knapte iets.’
De binnenvetter explodeert.
Hij gaat op haar zitten en grijpt haar bij de keel, drukt met beide duimen op het strottenhoofd.
Hoe lang?
Hij weet het niet meer.
‘Ze schreeuwde, zwaaide met haar handen.’
Een schreeuw van angst?
‘Ik weet het niet meer. Ik zag haar lichaam schokken, haar buik leek wel een vulkaan. Toen stopte ik.’
Dan is er paniek.
Haar probeert nog mond-op-mondbeademing.
Belt 113.
Geen gehoor.
Hij belt vervolgens niet 112.
‘Ik durfde dat niet.’
Tot zover zijn de aanklaagster en de Anker en Anker-advocaat het redelijk met elkaar eens.
Maar dan.
Dan gaat Marco berekenend te werk, zegt de officier.
Dan vertoont Marco vluchtgedrag, werpt de advocaat tegen.
Marco haalt het goed van het bed en stopt dat in de wasmachine. Het kussensloop met daarop bloed, laat hij liggen. Het lichaam van Tessa sleept hij naar de keuken, draait de gaskraan open en een raam. Stapt op de fiets en gaat met studiegenoten naar de Groninger binnenstad, naar het terras van café Time Out.
Justitie: ‘Koelbloedig probeert hij er onderuit te komen. Heel kwalijk en dat zal in de strafmaat tot uiting moeten komen.’
Advocaat: ‘Zijn gedrag was tactloos, onverstandig, maar niet raar. Vluchtgedrag is niet een onmenselijke reactie.’
Een paar keer belt Marco vanaf het terras het telefoonnummer van Tessa. Hij fietst zelfs nog een keertje terug, opent de deur, ziet Tessa liggen zoals hij haar heeft achtergelaten en gaat opnieuw naar de stad. Zijn studiegenoten hadden hem wel wat stilletjes gevonden, maar niet raar, want Marco was een stille.
’s Nachts fietst hij met een medestudente achterop - die hij halverwege thuis afzet - terug naar de Plutolaan. Belt de politie, zegt dat hij zijn vriendin heeft gevonden in de keuken en dat het niet goed is.
Niet lang daarna valt Marco door de mand.
De advocaat-generaal: ‘Tien jaar gevangenisstraf is passend en geboden.’
De advocaat: ‘Doodslag bewezen, maar met tien jaar wordt Marco gestraft voor moord.’
De advocaat-generaal: ‘Hij is egoïstisch en berekenend.’
De advocaat: ‘Het was een wanhoopsdaad. Leg vier jaar celstraf op, dat is passend.’
In de volle zittingszaal, waar zowel familie en vrienden van Tessa als van Marco zitten, rollen tranen en klinkt gesnotter als de vader van Tessa en haar zusje aan het hof vertellen hoe hartverscheurend hun verdriet is dat ze levenslang moeten dragen.
De Anker en Anker-advocaat had gezegd: ‘Ik ben niet blind voor het verdriet en het leed van de nabestaanden. Maar mijn rol als advocaat is om Marco te verdedigen. En hoe ernstig ook, tien jaar is te veel.’
Wrang.
Want als het leven niet zo gemeen was, had dat eens ook de rol van Tessa Klaver moeten zijn.
Rob Zijlstra