Wereldkampioen
Posted on Tuesday, October 03, 2006 11:20 PM
Op 13 maart had hij aan de Driemolendrift de maaltijdbezorger van chinees restaurant De Blauwe Lotus overvallen.
Op 16 maart was aan de Zagerij de pizzakoerier op zijn rode Peugot Fox aan de beurt geweest.
En weer drie dagen later, om half acht die ochtend al, een studente aan de Noorderstationsstraat.
Bij die studente ging het mis.
Terwijl hij probeerde haar tas los te rukken, rukte zij terug en kwam hij met zijn bromscooter lelijk ten val.
Been op drie plaatsen gebroken.
De studente belde ondanks alle pech die ochtend de ambulance.
Maar toen kort daarna ook de politie kwam, keek hij haar aan met blikken die zij de rest van haar leven nooit zal vergeten.
Dit laatste schreef ze in een brief aan de rechtbank.
Ze is nog steeds bang op straat.
Kutwijf, had hij haar toegeroepen.
De officier van justitie heeft er geen goed woord voor over en zo kijkt ze er ook bij.
De lezing van de 20-jarige Armando is anders.
Hij had de nacht doorgebracht bij zijn vriendin en wilde die ochtend om half acht naar zijn moeder om te slapen. Maar omdat de moeder zelf nog sliep, ging hij even een blokje om. Met zijn scooter over de stoep, want dat was gemakkelijker.
Voor hem liep de studente.
Hoe hard hij reed, dat wist hij niet meer.
Wel dat hij met het stuur haar in de zij raakte.
En toen, samen met haar, viel.
Inschattingsfoutje.
Rechters: Dus zij dacht dat ze werd beroofd, maar volgens u was het een aanrijding.
Zo is het precies, zegt Armando.
"En omdat zij discrimineert, heeft ze aangifte gedaan."
Rechters: Ze discrimineert en belde de ambulance voor u?
Armando: "Zo denk ik er nog steeds over. Het is zware bullshit."
Maar dan.
De bromscooter waarmee Armando het inschattingsfoutje maakt en vervolgens valt, is drie dagen eerder buitgemaakt bij de overval op een maaltijdbezorger van De Blauwe Lotus.
Rechters: Wat heeft u daar op te zeggen?
Armando: "Niks."
Rechters: Hoe kwam u aan die scooter?
Armando: "Geleend van een vriend."
Er zit nog een troef in het strafdossier.
Rechters: Uit printgegevens blijkt dat met uw telefoon naar de Blauwe Lotus is gebeld. Om exact kwart voor negen. Laat dat net het tijdstip zijn van de bestelling die een half uur later zal uitmonden in de overval aan de Driemolendrift. Hoe kan dat nou?
Armando: "Ik had mijn telefoon uitgeleend."
Hij zegt het op een manier alsof hij drievoudig wereldkampioen is in zelfverzekerdheid.
De officier van justitie geeft hem een complimentje.
"Hij kan goed liegen.
De leugens rollen zo uit zijn mond."
De rechters proberen het nog eenmaal.
Ze willen weten: Waar was u 's avonds op 13 maart?
Armando zegt, bij zijn vriendin.
De rechters zeggen van niet.
Uw vriendin had straf, huisarrest omdat ze te laat was thuisgekomen.
Ze mocht niemand ontvangen.
Armando zegt dat hij er toch was.
Uit telefoongegevens blijkt echter dat hij die avond een sms naar zijn vriendin heeft gestuurd. Tekst: 'we bellen nog'.
Beetje raar, zeggen de rechters, u stuurt een sms, u belt haar terwijl u bij haar bent.
De wereldkampioen houdt vol.
Psychiater en psycholoog hebben Armando bekeken en konden geen storingen vaststellen. Wel rapporteert de psycholoog dat het lijkt alsof de gewetensfunctie zich nog niet helemaal goed heeft ontwikkeld. En daarmee is het al met al toch wel wat zorgelijk. Justitiecontacten vanaf zijn zestiende, al eens eerder veroordeeld wegens straatroof, uit huis gezet door zijn moeder, geen vaste woonplek en zwaar aan de cannabis.
Aan de perstafel voorspellen wij dat dit wel eens zou kunnen uitdraaien op 24 maanden celstraf.
De officier van justitie doet ons twijfelen omdat zij zegt te twijfelen aan Armando's betrokkenheid bij de overval op de New York-pizzabezorger aan de Zagerij. "Ik denk wel dat hij het heeft gedaan, maar helaas kan ik het niet bewijzen. Ik twijfel en dan zegt mijn beroepsethiek dat ik voor dat feit vrijspraak moet vorderen."
Aan de perstafel zakken we tot 15 maanden, vijf voorwaardelijk.
De officier van justitie zucht diep en vraagt zich hardop af: wat moet je d'r nou mee?
"Hij is twintig jaar, dat is echt heel jong. Moeten we hem nu al afschrijven? Ik denk van niet. Ik denk dat iedereen er bij is gebaat, ook de samenleving, dat we hem bijsturen in plaats van hem kil af te straffen."
Aan de perstafel vragen we ons af er nu nog wel wat overblijft.
De officier van justitie: "Ik eis 30 maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk."
Ik zie nog net dat advocaat Groot zo'n beetje van de stoel valt, een keertje slikt en naar Armando kijkt met de blik van: dit had ik ook niet verwacht om vervolgens drie keer voor vrijspraak te pleiten.
Aan de perstafel weten wij dat de advocaat een groot gevoel voor Engelse humor heeft.
Maar dit is Groningen.
Rob Zijlstra