Op het bordes
Posted on Friday, November 10, 2006 10:27 AM
Officier van justitie Andries Jongsma steekt zijn ergernis in de zittingszaal van de politierechter niet onder stoelen of banken.
Hij en de samenleving zijn er doodziek van.
In een tijd juist dat het zo goed gaat met onze FC, zelfs in een tijd dat onze FC heel Europa zou gaan veroveren, loopt het nog uit de hand.
Ook de duizenden mensen op de Grote Markt, vaders met kinderen op de schouder, hadden het helemaal gehad, getuige het luidkeelse boegeroep.
Zelf zit hij, de officier, elke thuiswedstrijd op de tribune.
En dan is hij blij met de positieve inbreng van de Z-side als die zingen ’sta op voor FC Groningen.’ Prachtig.
Maar dit, dit gedoe, moeten we keihard afstraffen.
Geldboetes zijn hier niet aan de orde, want het moet nu maar eens afgelopen zijn.
Dit is een officier van justitie op oorlogspad.
De vier verdachte mannen wippen ook wat onrustig heen en weer als Jongsma rept van eisen in de sfeer van gevangenisstraffen.
Het is 16 april.
FC Groningen speelt die dag 1 – 1 tegen Twente.
Omdat Utrecht diezelfde dag verliest van Willem II, had Groningen zomaar - en op dat moment onverwacht - een ticket te pakken voor Europees voetbal.
Onmiddellijk belde FC-directeur Hans Nijland vanuit Enschede met de Groninger loco-burgemeester Willem Smink. Nijland wil een feestje op de Grote Markt, inclusief een scène op het bordes.
Loco Smink belt de politie voor advies.
De districtchef is niet dolenthousiast.
Leer de politie voetbalsupporters kennen.
Bovendien is het eerste paasdag.
Extra politie-inzet is op zo’n dag extra duur.
Toch gaat het feestje door en worden de extra dure agenten in dienst geroepen. Smink belt voor alle zekerheid nog even met Geert Spieker, eens hooligan, toen gemeenteraadslid en bedenker van het veelgeprezen supportersproject ter voorkoming van rel-ellende.
Smink: ’Je houdt de boel toch wel in het gareel Geert?’
Deze laatste wetenswaardigheden zijn te lezen op de weblog van Willem Smink.
Hij rept in zijn blog nog wel even van een relletje, maar schrijft uiteindelijk: het was werkelijk een feest.
Terug naar de zittingszaal van de politierechter.
De vier mannen die keihard afgestraft moeten worden, worden verantwoordelijk gehouden voor dat relletje. Ze zijn herkend dankzij de beveiligingscamera’s.
’t Is poppenkast, moppert de een.
Onrechtvaardig, bromt de ander.
Zelfverdediging, meent de derde.
Niks gedaan, beweert de vierde.
Ze stonden op het bordes, net als de rest te wachten op de spelersbus.
Tien tot vijftien biertjes gehad.
Smoor, vroeg de politierechter?
Nee, niet. We stonden te praten met agenten die daar ook stonden en met de mensen van het Supportersproject. Niks aan de hand, sfeer was relaxed.
Maar het ging wel mis, zegt de politierechter.
Omdat hun begonnen, zeggen de mannen.
Het was actie – reactie.
Met ’hun’ worden de blauwjassen bedoeld, de stewards cq. de vrijwillige beveiligingsmedewerkers van de FC.
Die duldden geen supporters op het bordes. Dat was hun opdracht.
Reint: ’Als ze het gewoon hadden gevraagd, was ik weggegaan. Maar ze grepen me vast. Agressief. Het was gelijk van dit en dat. Toen ging het mis.’
De politierechter: Toen heeft u geschopt en geslagen.
Reint: ’Het ging over en weer.’
’Ik ben er tussen gesprongen, zegt Robert. ’Reint is mijn vriend.’
Hendrik: ’Ik ook, je gaat automatisch mee. Hadden die blauwe jassen zich gedragen, dan was er niets aan de hand geweest.’
De vierde verdachte, lid van het Supportersproject, zegt dat hij wel van plan was te slaan, maar dat het slaan mislukte. ’Dus ik heb niks gedaan.’
Dat ze niet voor eigen rechter mogen spelen, zeggen ze tegen de politierechter, snappen ze zelf ook wel. Maar de eigen rechter van de KNVB heeft hen wel mooi stadionverboden opgelegd van drie tot vier-en-half-jaar. Is dat dan normaal?
De officier van justitie haalt de schouders op. Hij is de KNVB toch niet? Hij is het openbaar ministerie en dat gaat niet over stadionverboden.
Om duidelijk te maken dat hij en de samenleving het hebben gehad met supportersgesodemieter, eist de officier van justitie gevangenisstraffen van twee weken tot een maand.
Voorwaardelijk.
Met een proeftijd van twee jaar.
En om te onderstrepen dat het menens is, mogen de vier een jaar lang niet in de omgeving van de Euroborg komen.
Nog net binnen de reguliere speeltijd van twee keer drie kwartier doet de politierechter uitspraak: een week tot een maand voorwaardelijk plus het omgevingsverbod.
In spreekkoor roepen de mannen: hoger beroep!
Rob Zijlstra