
Stefan (36) uit Bremen sluit af. Met een vriend is hij naar Groningen gekomen om drie dagen en nachten feest te vieren.
Ze hebben geen geld.
Om toch te kunnen vieren, slenteren ze door de stad, op zoek naar lege flessen die ze willen inleveren.
Op de eerste feestavond lopen ze door de Munnekeholm. Een fietser passeert. Die voelt ineens hevige pijn aan het hoofd. Veel bloed. Het slachtoffer wordt met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht waar de hersenvliezen in laagjes worden gehecht.
De fietser is met een lege fles op het hoofd geslagen.
Aan de hand van het signalement worden Stefan en vriend aangehouden.
Een getuige herkent Stefan en zijn legercamouflagepak dat hij die avond droeg. Ook het slachtoffer herkent hem en de vriend biedt excuses aan.
De rechters: 'Excuses voor wat?'
Stefan haalt de schouders op en steekt zijn beide armen een beetje omhoog.
Hij ontkent via zijn tolk. ’Ik was het niet.’
De officier van justitie: ’Hij speelt de vermoorde onschuld.’
Stefan: ’Loopt half Groningen niet in legerkleding?’
Nee, zegt de officier.
Stefan: ’Ich war es nicht.’
Tolk: ’Ik heb het niet gedaan.’
Stefan: ’Ich…’
Tolk: ’Ik heb kinderen en een huis dat ik nu dreig kwijt te raken, ik zit al negentig dagen vast.’
De officier: ’Vijftien maanden gevangenisstraf.’
Stefan: ’Pfff. Scheissedreck!’
Tolk: ’Uuh…, hij gebruikt een krachtterm.’