Blue Curaçao
De officier van justitie heeft er zin an.
Is deze aanklager normaliter het toonbeeld van (Friese) mild- en vriendelijkheid, nu trekt hij boos alles uit de kast om de drie verdachten die voor hem zitten, eens goed de waarheid te vertellen.
Schorremorrie.
Hij zegt: 'Het gaat hier om een naar staaltje uitgaansgeweld, na een volslagen nutteloos conflict. Een gescheurde trui leidde tot gescheurde zinnen, tot gekrenkte trots. Voor de beide slachtoffer moet het een afschuwelijke ervaring zijn geweest, een horrorfilm, niet geschikt voor kijkers van onder de 16 jaar."
De drie hoofdrolspelers zijn 19, 20 en 21 jaar oud.
Aanvankelijk is hen poging tot moord in vereniging ten laste gelegd.
Maar dat zit er niet in, zegt de aanklager met spijt.
Mo (21) en Ma (20) moeten hangen voor openlijke geweldpleging.
Mo mengde zich in de vechtpartij, hij distantieerde zich niet.
Hij studeert, is gestopt met blowen en zijn leven loopt best wel op rolletjes, zegt hij.
Mo is vooral iemand die steeds op het verkeerde moment op de verkeerde plek is.
De officier van justitie: een werkstraf van zestig uur en vier weken voorwaardelijke gevangenisstraf.
Ma doet de havo en werkt in de horeca, heeft een zorgelijk drankprobleem en geen strafblad.
De officier van justitie vermoedt dat Ma flink heeft geslagen en geschopt, maar kan die vermoedens niet bewijzen en dan mag het niet tellen.
Maar hij was er wel bij en dan ben je erbij: 120 uur werkstraf en eveneens vier weken voorwaardelijk.
Maar het gaat om de 19-jarige Giel.
Giel, zegt de aanklager, gebruikte buitenproportioneel geweld.
Vrij vertaald: 'Giel was het die de slachtoffers onverhoeds van achteren aanviel. En met de lege Blue Curaçaofles, die zijn extra stevig, snoeihard op de achterhoofden sloeg. Dat de twee slachtoffers het hebben overleefd, verbaast mij nog elke dag. En dat ze nog leven, is niet te danken aan uw subtiele optreden.'
En: 'Ik geloof dat er sprake is geweest van voorbedachten raad, ik geloof dat u die nacht wilde moorden. Helaas kan ik dat niet bewijzen. Helaas moet ik u een poging tot doodslag ten laste leggen in plaats van een poging tot moord.'
Het helaas uit de mond van de officier van justitie klinkt oprecht.
Het nare staaltje begint 's nachts bij de Febo aan de Grote Markt in Groningen, 8 oktober vorig jaar.
Een meisjes zou zijn voorgedrongen, daar wordt wat van gezegd, er wordt geduwd en het voordringmeisje krijgt klappen.
Twee mannen grijpen in.
Het Dolce&Gabbana-truitje van Giel scheurt.
De politie komt te paard en sust het geweld voor het oog van de beveiligingscamera's die niet voor niets gericht staan op deze Febo-vestiging.
Even later dreigt iets verderop, bij De Blauwe Engel, een nieuwe confrontatie.
Giel zegt: 'Ze daagden me uit, die twee mannen, ze lachten.'
Opnieuw komt de politie. Giel krijgt het bevel de Grote Martk te verlaten.
'Dat heb ik gedaan, onder politiebegeleiding, ja best wel boos, sikkeneurig vooral. Vanwege mijn trui.'
De twee mannen lopen door. Ze hebben zin in een tosti en wandelen naar de Westersingel, waar nachttosti's te koop zijn.
En daar gebeurt het. Terwijl de twee mannen daar lopen, worden ze plotseling van achteren aangevallen en krijgen er flink van langs. Vier tot zes klappen met een fles op het achterhoofd. Het gaat snel. Omstanders doen niets. Pas de zesde passant is bereid 112 te bellen. De twee mannen belanden in het ziekenhuis, bij een van hen moet de schedel gehecht.'
Mo en Ma bekennen. Niet dat van die fles, maar wel dat zij ook een beetje hebben geslagen en geschopt. Maar het gaat om Giel. Hij, toen nog een vriend, was het die sloeg. Behalve Mo en Ma verklaren nog drie andere mensen dat.
De officier van justitie noemt de afgelegde verklaringen spaghetti, tamelijk tegenstrijdig, geen touw aan vast te knopen. Desondanks zegt hij wel een beeld te hebben, een beeld van een afschuwelijke film: Giel wilde met zijn kapotte truitje en gekrenkte trots moorden die nacht.
Giel ontkent.
Consistent, gemotiveerd, slecht politieonderzoek, alibi niet gecheckt, geen fotoconfrontatie, tunnelvisie, vrijspraak, pleit de advocaat.
Giel zegt: 'Ik ben helemaal niet daar geweest, daar aan de Westersingel.'
Giel zegt, nadat hij van de Grote Markt was verwijderd, dat hij sikkeneurig naar de koffieshop aan de andere kant van de binnenstad is gelopen, daar een jointje heeft gerookt, op zijn vriendin heeft gewacht, naar De Troubadour is geweest, kroegrondje heeft gelopen met een vriend en tegen zes uur die ochtend is thuis gekomen.
Westersingel aan de andere kant van de binnenstad? Nooit.
De aanklager: 'Twaalf maanden cel, vier voorwaardelijk. De leugen is ongeloofwaardig.'
Rob Zijlstra
uitspraak over twee weken