deze bedoel ik haha
Frenk Is een daalder waard Nergens zijn de marges zo klein als op het mosveld ALTIJD ALS de armoedemonitor verschijnt, denk ik aan Noord. Niet aan Bos en Lommer, Geuzenveld of de Bijlmer, nee, aan Noord. En dan zie ik vervallen fabrieksterreinen voor me en grauwe wijken met kleine arbeiderswoningen. Mensen die plat praten en LPF stemmen. Dikke moslimmoeders met dikke boodschappentassen van de dikke Dirk. Opgeschoten jongens die op de stoep spugen als je langsloopt. Pitbulls, niet aan de lijn. Ja, in Noord is het leven schraal. En het waait er altijd.
Dichterlijke onzin natuurlijk, zo'n cliché bestaat zelfs niet in het Siberië van Amsterdam. Noord is ook groen en blauw en ruim en in de oude fabrieken wordt kunst gemaakt en rauw theater. En de mensen zijn er in alle soorten en maten. Dichters op de dijken, boeren in de polders, werklozen in de tuindorpen. Turken, Marokkanen, Surinamers. En nog vrij veel originele Amsterdammers, recht voor hun raap, een beetje bot, maar niet onvriendelijk. Ruwe bolster, blanke pit.
Ik neem de veerpont naar de Buiksloterweg en meng me onder de alternativo's, scholieren en allerhande brommerjeugd. Aan de overkant worden we opgewacht door twee agenten, die een man met een scooter zonder pardon op de bon slingeren. Een paar Marokkaanse jongens vliegen elkaar voor de lol in de haren, en één van de dienders roept: "Moet ik effe mee gaan doen? O, dat dacht ik ook. Loslaten!"
Langs het Ponthuys loop ik naar het water. Aan de voet van de Shell-toren staat een bord met een tekening van een meisje aan een galg. Het is Elsje Christiaens, die wegens moord op de Dam terecht was gesteld en hier 'ter grauwelijck exempel' nog een paar dagen werd opgehangen. Toen Rembrandt haar in 1664 vereeuwigde, heette het galgenveld Volewijck. En dat was ook de naam van de voetbalclub die in 1926 van hier naar het Mosveld verhuisde en later geschiedenis schreef als 'de Mosveld-baby's'.
Het Mosveld. Als de armoede van Noord ergens zichtbaar moet zijn, is het wel daar, op de markt die deze maand veertig jaar bestaat. Ik rij over de Ranonkelkade naar Disteldorp en parkeer mijn fiets bij een reclamezuil met een affiche voor De Gouden Kooi. De bankjes op het pleintje voor café De Bult zitten vol bejaarden. Naast een paar Surinamers is nog een plekje vrij en samen kijken we naar de bezoekers. "Ze komen van heinde en verre, tot Zaandam aan toe. Je hebt hier alles en het kost niks. En je kunt jezelf zijn. Als je begint te schreeuwen, is er niemand die raar opkijkt."
Bij de Volendammer Vishandel op de hoek besteld ik 'een Mosveldje': zalmsnippers, surimi, garnaaltjes, plakje ei, stukjes ananas, mayonaise en cocktailsaus. Naast me werkt een man een haring weg. Hij stinkt. Zijn witte hemd zit onder de koffievlekken en zijn buik puilt over de rand van zijn glimmende, paarse trainingsbroek. Hij draagt een paardenstaart en een petje, achterstevoren. Zijn worstvingers zien geel van de nicotine. "Heb je die videobanden nou al?", blaft hij tegen zijn vrouw. Ze negeert hem en zegt: "Mag ik een makreel zonder kop?"
En zo zijn er meer clichés die hier tot leven komen. Tussen de kramen stikt het van de rollators, rolstoelen en kinderwagens. Tatoeages, teenslippers en tijgerprints. Hoofddoeken in Zeeman-jurken. Veel moeders met dochters, joviaal, blond en zonnebankbruin. Veerkampjes, die elkaar schat, moppie of lellebel noemen. En allemaal tuk op koopjes, want nergens zijn de marges zo klein als hier, op de markt van het Mosveld. Ik zie schoenen voor een daalder, spijkerbroeken voor een euro, strings voor vijftig cent. Toiletbrillen, kunstbloemen, housepakken, varkensoren en herenontharingssets. Geen boeken, wel dvd's uit Bollywood. 'Uitzoeken maar!'
Aan het einde van de markt staat weer een viskraam. Het is de haringkar van Hankie, winnaar van de Gouden Lekkerbek. 'Verwen jezelf: makreel in smaak gelijk aan haring.' In de aanbieding 'verassende vis'.
Ik heb dorst en loop bij koffiehuis Blokker naar binnen. De mannen klaverjassen of hangen achter de gokkast. Een broodmagere vrouw heeft 'Ik heb er geen kracht meer voor' op haar T-shirt staan. Ik kijk haar vragend aan. Ze wijst op haar vriendin en zegt: "Hiervoor niet, voor dit apparaat, hè trut."
Aan de wand hangt een bordje: 'Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.'