In 1502 was Columbus, tien jaar nadat hij Amerika had ontdekt, de eerste Europeaan die met chocola in aanraking kwam. De zoon van Columbus, Ferdinand genaamd, schreef later hoe geobsedeerd de Indianen met hun cacaobonen omgingen: “Toen er een paar van deze bonen viel, stortten ze zich op de grond alsof ze hun oog hadden verloren.” Wat Ferdinand toen niet wist was dat de Indianen cacaobonen als betaalmiddel gebruikten. Voor een konijn betaalde je 10 cacaobonen, voor een slaaf 100. Deze eerste Europese aanraking met de cacaoboon vond plaats in wat nu Honduras is. Daar in de buurt, in centraal Mexico, leefden de Azteken. De meeste mensen geloven dat de Azteken de eerste waren die chocola van de cacaoboon maakten. Maar de geschiedenis van chocola gaat veel verder terug.
Het eerste volk dat chocola at, waren de Maya’s. Het woord cacao komt ook uit het Maya. Al in 500 voor Christus schreven de Maya’s over cacao op hun aardewerk. Chocola werd in die dagen nog niet in repen gegeten. Ze brouwden er een bitter drankje van: gemalen cacaobonen, gemixt met water of wijn en plaatselijke kruiden zoals vanille en chili. Men geloofde dat het diarree tegenging en dat het een liefdesdrankje was. De Europeanen waren er aanvankelijk niet echt dol op. Ze vonden het meer een drankje voor varkens, zo smerig vond ze het. Bovendien werd je er niet dronken van. En ruwe Europese zeebonken werden graag dronken. Maar omstreeks 1528 zag de Spaanse veroveraar Cortez in hoe belangrijk cacao voor de Indianen was. De heerser van de Azteken, Montezuma, dronk dagelijks zo’n vijftig bekers chocoladedrank. En zijn schatkamers lagen helemaal vol met cacaobonen, die bij de Europeanen al gauw de naam ‘geldamandelen’ kregen. “Dan moet het wel wat waard zijn”, moet Cortez gedacht hebben en hij nam een paar zakken mee voor de koning van Spanje.
Waar de naam ‘chocola’ vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. De meesten denken dat het voortkomt uit het Azteekse woord chocolatl, de naam die de Azteken aan het drankje hadden gegeven. Anderen beargumenteren dat de Spanjaarden het woord ‘chocol’ (uit het Maya) hebben gecombineerd met ‘atl’, het Azteekse woord voor water. En weer anderen beweren dat het komt van het Maya werkwoord ‘chokola’j’, dat zoveel betekent als ‘samen chocola drinken’. En daar schrijven sommige mensen dan jarenlange studies over. Je moet je immers ergens mee bezig houden. Maar hoe men ooit aan de naam ‘chocola’ is gekomen, doet er niet toe. Waar het om gaat is dat chocola al gauw begon aan zijn opmars in Spanje en de rest van Europa. In het jaar 1585 vond de eerste grote chocoladeverscheping plaats, van Veracruz naar Sevilla.
Toen de Spanjaarden voor het eerst met chocola kwamen aandraven, was het nog steeds datzelfde bittere drankje. Maar al snel vond er een belangrijke verandering plaats: de chili werd vervangen door suiker. Het nieuwe drankje werd beschouwd als een luxe die weinigen zich konden veroorloven, in de zeventiende eeuw zeer geliefd bij de Europese adel. Alleen in Engeland, waar een bredere laag van de bevolking in welvaart leefde, was het wijder verspreid. Het chocoladedrankje was voor de gewone sterveling verkrijgbaar in de nieuwe koffie- en chocoladehuizen van Londen. Al snel gingen Fransen, Engelsen en Nederlanders cacao verbouwen op hun koloniën. En zo werd chocola goedkoper en makkelijker verkrijgbaar voor het minder welvarender deel van de bevolking.
Naarmate het makkelijker verkrijgbaar werd, gingen mensen meer met de chocoladedrank doen. Al snel ging men experimenteren met cake, gebak en sorbets. Maar pas in 1828 stapte men af van de chocoladedrank. Dankzij een Nederlander nog wel. Het was de heer Conrad J. van Houten die de cacaoboon op een andere manier ging gebruiken. Met een hydraulische pers perste hij het zogenaamde cacaoboter uit de cacaoboon. Dit kon fijngeknepen worden tot een poeder dat wij cacao noemen. Van Houten voegde wat stoffen toe zodat het makkelijker met water zou mengen. Dankzij het poeder was het niet alleen veel makkelijker om een chocoladedrank te maken, het was ook veel makkelijker om het te verwerken en om mee te experimenteren. In 1849 kwam de Engelsman Joseph Storrs Fry op de proppen met waarschijnlijk de allereerste chocoladereep ter wereld. Een proces dat niet veel later werd geperfectioneerd door de Zwitsers.
Sindsdien is er weinig veranderd. Je komt chocola nu alleen echt overal tegen. In cakes, in pudding, in duizenden soorten repen, met rozijnen, met hazelnoten, met pinda’s, op koekjes, als paashaas, in cakes, in ijs en in Duo Penotti. De reden dat mensen zo dol zijn op chocola is, naast de smaak, dat het iets met je doet. Mensen die zich ongelukkig voelen, proppen zich vaak vol met chocola. Chocola geeft je meer energie, een beetje zoals koffie dat ook doet. Er zitten bepaalde stoffen in die iets met onze hersenen doen. Niets dat gevaarlijk is, hoor. Maar het verklaart wel waarom sommige mensen niet van chocola kunnen afblijven.
Wij van Penotti verwerken alleen de beste grondstoffen: de beroemdste cacaosoorten, eerste kwaliteit melkpoeder en de nieuwe oogst hazelnoten. Alles wordt vers aangeleverd en direct verwerkt. Penotti doet in geen enkel product kunstmatige of chemische toevoegingen. Dat is tegen de principes van Penotti. Door het ontbreken van water in het product en door de bereidingswijze is een natuurlijke, lange houdbaarheid gegarandeerd. En de aluminiumverzegeling zorgt er voor dat het aroma behouden blijft.