Het woord vreemdgaan staat in onze cultuur voor: met een ander dan de vaste partner incidenteel seksuele omgang hebben. Dat geldt echter niet voor iedere cultuur. Bovendien zijn ook binnen onze cultuur de meningen verdeeld. Sommigen vinden zoenen reeds vreemdgaan of met iemand van het andere geslacht uit eten gaan of flirten.
Velen ‘gaan vreemd’, exacte cijfers zijn niet bekend. Het ene onderzoek spreekt van 75%, het andere van 50%, weer andere van 35%. Men schat het percentage vrouwen dat vreemdgaat ‘slechts’ op 23%. Het merendeel van de vreemdgangers is dus mannelijk.
Volgens het laatste NIPO onderzoek, van 1998 alweer, keurt 64% van de Nederlanders vreemdgaan af, 36% dus niet. Mensen boven de veertig zijn met 41% toleranter dan jongeren. Het is echter niet altijd duidelijk wát men afkeurt gezien de verschillende opvattingen over wat wél of niét vreemdgaan is.
Genen en vreemdgaan
Het waaróm van vreemdgaan is zo langzamerhand wel bekend, de mens is niet monogaam van nature. De ene mens gedraagt zich echter meer monogaam dan de andere. Invloed daarop hebben opvoeding, cultuur, geloofsovertuiging, behoefte aan geborgenheid én de genen.