de Marokkaan bestaat helemaal niet
Als uit de serie Kasba Amsterdam één ding duidelijk is geworden, is het dat de Marokkaan eigenlijk niet bestaat. Als hij al bestaat, hebben wij hem zelf gecreëerd.
Sinds 11 september 2001 en de moord op Theo Van Gogh zijn het tegen wil en dank Marokkanen geworden; daarvoor noemden ze zich Afrikaan, Berber, Arabier, moslim (heel zelden). En een aanzienlijk aantal noemde zichzelf trots Nederlander.
Uit Kasba Amsterdam bleek ook hoeveel geslaagde Marokkanen er in Amsterdam rondlopen en hoe goed ze deze stad en Nederland kennen. Vrijwel alle geïnterviewden spreken perfect Nederlands, en dat kun je van de gemiddelde Mokummer toch echt niet zeggen.
Uit een recent onderzoek blijkt dat zestig procent van de Nederlanders nog nooit met een Marokkaan heeft gesproken, terwijl Marokkanen overal wonen, van Harlingen tot Hoensbroek. Toch blijven het de grote onbekenden en de Nederlandse vooroordelen over Marokkanen zijn net zo schrijnend als die over joden: ze stinken naar knoflook, ze zijn onbetrouwbaar in de handel, ze hebben een fout geloof en spreken een geheimzinnige taal in hun gebedshuizen. Ze zijn ook onbetrouwbaar, ze komen steevast te laat op afspraken of dagen helemaal nooit meer op; ze jatten, ze beroven oude vrouwtjes, ze vormen de vijfde colonne van het islamitische leger, ze passen zich niet aan aan onze cultuur.
Maar gottegot, wat moeten we met zijn allen lachen om cabaretier Najib Amhali.
Vroeger moesten we ook zo hard lachen om Max Tailleur. Kennelijk vertolkt Amhali onze onderbuikgevoelens ten aanzien van Marokkanen. Het verschil is dat iedereen moppen over Marokkanen, Arabieren en moslims mag maken en alleen Leon de Winter moppen over jidden mag maken.
Het schijnt dat we de vergelijking van joden met Marokkanen, op last van Geert Mak, niet meer mogen maken, maar ik zie niet in waarom niet. Verander in de teksten van Geert Wilders de term moslim door jood en we zitten zo weer in de jaren dertig.
Najib Amhali is een goede Marokkaan. In onze serie kwamen voor de verandering alleen maar goede Marokkanen aan het woord. Daar zijn er genoeg van in Nederland, alleen zie je ze zelden in de media. De meesten weigeren mee te werken aan programma's op radio en tv of aan artikelen in de geschreven pers.
Vaak hebben Marokkanen gelijk in hun kritiek op de gemakzucht van Nederlandse media, die de Marokkanen vrijwel altijd op een bijna vijandige en xenofobe manier bejegenen. Meestal worden ze onder valse voorwendselen naar Nova, Rondom Tien en andere 'serieuze' programma's gelokt, maar in de eindmontage worden ze altijd genaaid. Bovendien zijn Marokkanen alleen maar nieuws als iets vervelends is gebeurd. Zonder de moord op Theo van Gogh was deze serie er ook niet gekomen.
Na de moord hebben de Marokkanen zich angstvallig stilgehouden. Er was wel veel slap geouwehoer op diverse websites - vrijwel altijd onder pseudoniem, lekker anoniem dus - maar geen wezenlijke bijdrage aan de landelijke discussie na de moord op Van Gogh.
Het probleem van de Marokkanen is, dat ze los van hun eigen zeer druk bezochte Nederlandstalige websites, de dorpspomp en de tamtam, geen eigen spreekbuis hebben. Behalve de gratis Spits en Metro lezen de meeste Marokkanen in Nederland bovendien geen kranten, en zeker niet Het Parool.
Daarom was deze serie te ook lezen op de bij Marokkanen zeer populaire site Maroc.nl, in de hoop enige feedback te krijgen. Maar de reacties waren mondjesmaat. Dat kan als een goed teken worden beschouwd, want eigenlijk kunnen de Nederlandse media het alleen maar fout doen als het over Marokkanen gaat. Nooit is het goed, op wat voor manier ook aandacht wordt besteed aan Marokkanen.
Vorig jaar maakte ik met Rob Muntz voor de RVU het radioprogramma De Inburgerking, dat vooral over Marokkanen ging. Ze konden in elke uitzending het achterste van hun tong laten zien, geheel ongecensureerd. Maar zelfs met herhaaldelijke oproepen op Maroc.nl lukte het ons niet ze in de uitzending te krijgen. Gelukkig hadden we huisrapper Bilal Soufiani, die geregeld Marokkaanse rappers die wel wat durfden te zeggen, meenam naar de studio.
Een wezenlijk probleem van Marokkanen is dat ze kankeren, kankeren en nog eens kankeren - echte Amsterdammers - maar niet thuis geven als het echt erop aankomt.
Het zal iets met de volksaard te maken hebben, want de joodse Marokkanen in Israël, tot de komst van de Russische joden de grootste etnische groep, klagen al sinds de jaren vijftig dat de regering te weinig voor ze doet en wachten verder af.
Los van die ongemakken en gebreken zijn Marokkanen in de regel vrolijk, hartelijk en gastvrij. Het zijn bovenal mediterrane types: heetgebakerd, temperamentvol, wispelturig, met het hart op de tong en ze kunnen liegen dat het gedrukt staat. Bij Italianen vinden we die theatrale eigenschappen prachtig, maar die hebben dan ook het goede geloof.
Daarom wordt het tijd voor een herwaardering van onze Marokkaanse stadsgenoten. Beschouw hem of haar als een Italiaan of Spanjaard met een exotisch geloof, dan valt het reuze mee.
ARTHUR VAN AMERONGEN
© Het Parool, 19-3-2005
Als uit de serie Kasba Amsterdam één ding duidelijk is geworden, is het dat de Marokkaan eigenlijk niet bestaat. Als hij al bestaat, hebben wij hem zelf gecreëerd.
Sinds 11 september 2001 en de moord op Theo Van Gogh zijn het tegen wil en dank Marokkanen geworden; daarvoor noemden ze zich Afrikaan, Berber, Arabier, moslim (heel zelden). En een aanzienlijk aantal noemde zichzelf trots Nederlander.
Uit Kasba Amsterdam bleek ook hoeveel geslaagde Marokkanen er in Amsterdam rondlopen en hoe goed ze deze stad en Nederland kennen. Vrijwel alle geïnterviewden spreken perfect Nederlands, en dat kun je van de gemiddelde Mokummer toch echt niet zeggen.
Uit een recent onderzoek blijkt dat zestig procent van de Nederlanders nog nooit met een Marokkaan heeft gesproken, terwijl Marokkanen overal wonen, van Harlingen tot Hoensbroek. Toch blijven het de grote onbekenden en de Nederlandse vooroordelen over Marokkanen zijn net zo schrijnend als die over joden: ze stinken naar knoflook, ze zijn onbetrouwbaar in de handel, ze hebben een fout geloof en spreken een geheimzinnige taal in hun gebedshuizen. Ze zijn ook onbetrouwbaar, ze komen steevast te laat op afspraken of dagen helemaal nooit meer op; ze jatten, ze beroven oude vrouwtjes, ze vormen de vijfde colonne van het islamitische leger, ze passen zich niet aan aan onze cultuur.
Maar gottegot, wat moeten we met zijn allen lachen om cabaretier Najib Amhali.
Vroeger moesten we ook zo hard lachen om Max Tailleur. Kennelijk vertolkt Amhali onze onderbuikgevoelens ten aanzien van Marokkanen. Het verschil is dat iedereen moppen over Marokkanen, Arabieren en moslims mag maken en alleen Leon de Winter moppen over jidden mag maken.
Het schijnt dat we de vergelijking van joden met Marokkanen, op last van Geert Mak, niet meer mogen maken, maar ik zie niet in waarom niet. Verander in de teksten van Geert Wilders de term moslim door jood en we zitten zo weer in de jaren dertig.
Najib Amhali is een goede Marokkaan. In onze serie kwamen voor de verandering alleen maar goede Marokkanen aan het woord. Daar zijn er genoeg van in Nederland, alleen zie je ze zelden in de media. De meesten weigeren mee te werken aan programma's op radio en tv of aan artikelen in de geschreven pers.
Vaak hebben Marokkanen gelijk in hun kritiek op de gemakzucht van Nederlandse media, die de Marokkanen vrijwel altijd op een bijna vijandige en xenofobe manier bejegenen. Meestal worden ze onder valse voorwendselen naar Nova, Rondom Tien en andere 'serieuze' programma's gelokt, maar in de eindmontage worden ze altijd genaaid. Bovendien zijn Marokkanen alleen maar nieuws als iets vervelends is gebeurd. Zonder de moord op Theo van Gogh was deze serie er ook niet gekomen.
Na de moord hebben de Marokkanen zich angstvallig stilgehouden. Er was wel veel slap geouwehoer op diverse websites - vrijwel altijd onder pseudoniem, lekker anoniem dus - maar geen wezenlijke bijdrage aan de landelijke discussie na de moord op Van Gogh.
Het probleem van de Marokkanen is, dat ze los van hun eigen zeer druk bezochte Nederlandstalige websites, de dorpspomp en de tamtam, geen eigen spreekbuis hebben. Behalve de gratis Spits en Metro lezen de meeste Marokkanen in Nederland bovendien geen kranten, en zeker niet Het Parool.
Daarom was deze serie te ook lezen op de bij Marokkanen zeer populaire site Maroc.nl, in de hoop enige feedback te krijgen. Maar de reacties waren mondjesmaat. Dat kan als een goed teken worden beschouwd, want eigenlijk kunnen de Nederlandse media het alleen maar fout doen als het over Marokkanen gaat. Nooit is het goed, op wat voor manier ook aandacht wordt besteed aan Marokkanen.
Vorig jaar maakte ik met Rob Muntz voor de RVU het radioprogramma De Inburgerking, dat vooral over Marokkanen ging. Ze konden in elke uitzending het achterste van hun tong laten zien, geheel ongecensureerd. Maar zelfs met herhaaldelijke oproepen op Maroc.nl lukte het ons niet ze in de uitzending te krijgen. Gelukkig hadden we huisrapper Bilal Soufiani, die geregeld Marokkaanse rappers die wel wat durfden te zeggen, meenam naar de studio.
Een wezenlijk probleem van Marokkanen is dat ze kankeren, kankeren en nog eens kankeren - echte Amsterdammers - maar niet thuis geven als het echt erop aankomt.
Het zal iets met de volksaard te maken hebben, want de joodse Marokkanen in Israël, tot de komst van de Russische joden de grootste etnische groep, klagen al sinds de jaren vijftig dat de regering te weinig voor ze doet en wachten verder af.
Los van die ongemakken en gebreken zijn Marokkanen in de regel vrolijk, hartelijk en gastvrij. Het zijn bovenal mediterrane types: heetgebakerd, temperamentvol, wispelturig, met het hart op de tong en ze kunnen liegen dat het gedrukt staat. Bij Italianen vinden we die theatrale eigenschappen prachtig, maar die hebben dan ook het goede geloof.
Daarom wordt het tijd voor een herwaardering van onze Marokkaanse stadsgenoten. Beschouw hem of haar als een Italiaan of Spanjaard met een exotisch geloof, dan valt het reuze mee.
ARTHUR VAN AMERONGEN
© Het Parool, 19-3-2005

















