Wat is vermenigvuldigen dan
Het herhaald optellen van getallen wordt vermenigvuldigen genoemd. Vermenigvuldigen is een rekenkundige bewerking van de tweede orde.
vermenigvuldiger × vermenigvuldigtal = product
Vermenigvuldiger en vermenigvuldigtal worden ook vaak factoren genoemd.
18 × 24 = 432
kan worden gezien als het 18 maal optellen van 24 (dus: 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24 + 24).
Maar het kan evenzeer gezien worden als het 24 maal optellen van 18.
Inhoud [verbergen]
1 Belangrijke eigenschappen
2 Leren vermenigvuldigen
3 Alternatieve methode
4 Notatie
5 Inverse van vermenigvuldigen
6 Zie ook
[bewerk] Belangrijke eigenschappen
Vermenigvuldigen is associatief en commutatief, d.w.z. de volgorde waarin de factoren vermenigvuldigd verandert het product niet.
Als een getal vermenigvuldigd wordt met één, dan verandert het niet. Eén is het neutrale element, ookwel eenheidselement, voor de vermenigvuldiging.
Als een getal vermenigvuldigd wordt met nul, dan is het product nul.
Het product van een getal (x) en zijn omgekeerde () is één.
Wanneer er een oneven aantal negatieve factoren zijn, is het product negatief. Wanneer er een even aantal of nul negatieve factoren zijn, is het product positief.
[bewerk] Leren vermenigvuldigen
Vermenigvuldigen leer je meestal op de basisschool. Bij het leren vermenigvuldigen zijn er drie belangrijke stappen.
Als eerste stap leer je met behulp van kleine getallen het vermenigvuldigen kennen als herhaal optellen. Daarbij gebruik je eenvoudige voorbeelden. B.v.: Drie kinderen hebben allemaal twee handen. Samen hebben ze zes handen. Dus: 3 × 2 = 6. Uiteindelijk munt dit uit in het leren van de tafels van vermenigvuldiging.
Als tweede stap leer je dit te combineren met tientallen, honderdtallen, etc. De som 30 × 70 los je dan op als: 3 × 7 = 21, dus: 30 × 70 = 2100. Dit leer je onder andere door het ordenen van getallen in rijtjes: Een ruimte met 60 auto's kan ik ordenen in 6 rijtjes van 10. Als ik 4 van zulke ruimtes heb, krijg ik 4 × 6 = 24 rijtjes van elk 10 auto's. Dus: 240 auto's, en uiteindelijk: 4 × 60 = 240. Je gebruik hier de associativiteit van vermenigvuldigen (a×(b×c) = (a×

×c, oftwel: 4×(6×10)=(4×6)×10).
Als derde stap leer je getallen in delen te vermenigvuldigen. De som 5 × 24 los je dan als volgt op: 24 = 20 + 4. 5 × 20 = 100 en 5 × 4 = 20. Maar: 100 + 20 = 120. Dus: 5 × 24 = 120. Je maakt hier gebruik van distributiviteit van vermenigvuldiging (a×(b+c) = (a×

+(a×c)).
[bewerk] Alternatieve methode
Een andere manier van uitvoeren van een vermenigvuldiging is de 'kruislingse vermenigvuldiging', waardoor de som van meerdere producten, zoals die zichtbaar zijn bij notering in de traditionele berekening, kan worden teruggebracht tot één product zodat alleen de twee factoren en het product genoteerd worden. In het gegeven voorbeeld van 24 × 18 ontstaat het product 432 door de volgende som: 8 × 4 + 8 × 20 + 10 × 4 + 10 × 20. In grotere berekeningen zullen de vele nullen leiden tot vergissingen, vooral als het product door middel van hoofdrekenen gevonden moet worden.
Ter illustratie van de alternatieve methode dient het volgende voorbeeld, nu zonder gebruik van nullen:
8 1 2 5 3
x 2 3 6 7 4
4*3 = 12; onthoud 1, noteer van rechts naar links 2.
1 + 4*5 + 7*3 = 42; onthoud 4, noteer 2.
4 + 4*2 + 7*5 + 6*3 = 65; onthoud 6, noteer 5.
6 + 4*1 + 7*2 + 6*5 + 3*3 = 63; onthoud 6, noteer 3.
6 + 4*8 + 7*1 + 6*2 + 3*5 + 2*3 = 78; onthoud 7, noteer 8.
7 + 7*8 + 6*1 + 3*2 + 2*5 = 85; onthoud 8, noteer 5.
8 + 6*8 + 3*1 + 2*2 = 63; onthoud 6, noteer 3.
6 + 3*8 + 2*1 = 32; onthoud 3, noteer 2.
3 + 2*8 = 19; noteer 19.
Het product van deze opgave is dan: 1923583522. Voor kenners van de tafels van 100 is de berekening nog sneller uit te voeren, namelijk:
74*53 = 3922; onthoud 39, noteer 22.
39 + 74*12 + 36*53 = 2835; onthoud 28, noteer 35.
28 + 74*8 + 36*12 + 2*53 = 1158, onthoud 11, noteer 58.
11 + 36*8 + 2*12 = 323; onthoud 3, noteer 23.
3 + 2*8 = 19, noteer 19.
[bewerk] Notatie
Op de basisschool leert men meestal om de vermenigvuldiging met een Sint-Andrieskruis te noteren (bijvoorbeeld ). Op een hoger niveau gebruikt men in Europa vaak een punt (bijvoorbeeld ) of een sterretje (bijvoorbeeld 3 * 2 = 6). Dit laatste om verwarring met de Amerikaanse notatie, waar een punt gebruikt wordt om de decimalen aan te geven, te voorkomen. Wanneer men met lettervormen werkt, wordt er vaak zelfs geen teken gebruikt (bijvoorbeeld ab = a *

.