Eigenschappen
Volwassen mannetjes kunnen meer dan 2,5 meter lang en 155 kilogram zwaar worden; vrouwtjes zijn iets korter en lichter. Struisvogels hebben krachtige, lange en onbevederde poten. Er zijn twee tenen, waarvan de ene is uitgegroeid tot een soort hoef. Een struisvogel kan snelheden tot 65 kilometer per uur behalen en kan gevaarlijk trappen als het dier in gevaar is.
Het lijf van een struisvogel is bedekt met veren (geen dons). Het mannetje is voor het grootste deel zwart, maar heeft witte vleugels en een witte staart. Het vrouwtje is hoofdzakelijk bruin. Struisvogels hebben een relatief kleine kop, maar erg grote ogen. De lange nek vertegenwoordigt bijna de helft van de lichaamslengte.
De mannetjes hebben een harem van drie tot vijf vrouwtjes. In het paarseizoen vechten de mannetjes met hun sterke poten om het mooiste vrouwtje. Het vrouwtje legt in een eenvoudig grondnest 15 tot 60 witte eieren, die de ouders gezamenlijk uitbroeden gedurende ongeveer 40 dagen. De eieren van de struisvogel zijn groter dan die van ieder ander dier: ze hebben een grootte van wel 15 bij 12 centimeter en een gewicht van 1,3 kg. Hierdoor is het ei van de struisvogel ook de grootste cel van het ganse dierenrijk (als het bevrucht is en net gelegd).
Struisvogels leven in groepen van vijf tot vijftig dieren, tezamen met andere savannedieren. Ze eten voornamelijk plantaardig voedsel. Als vijanden nabij komen, kan een struisvogel het opmerkelijke gedrag vertonen om met zijn nek languit op de grond gaat liggen, om zo minder op te vallen. Het is echter niet zo dat struisvogels hun kop in het zand steken.
Dit is de Struisvogel..

hmm...
een Digitale foto camera met alles er op en der aan 