Partyflock
 
Journalist verzaakt als het om cannabis gaat

vrijdag 24 juni 2011 om 17:00

Als het om cannabis gaat verzaken Nederlandse journalisten structureel hun taak: het controleren en kritisch volgen van de macht en het toepassen van wederhoor. Zou dat komen omdat zoveel journalisten alcoholverslaafd zijn?, vraagt Derrick Bergman zich af.

Vrijwel dagelijks berichten de media over cannabis en coffeeshops. Elke opgerolde wietkwekerij krijgt een een-kolommertje en elke politicus of politieman die iets te melden heeft over cannabis vindt een luisterend oor. Het controleren van beweringen of het toepassen van wederhoor wordt daarbij steeds zeldzamer. Hoe vaak hebben we niet gehoord en gelezen dat ‘tachtig tot negentig procent van de Nederlandse wiet voor de export bestemd is’? Deze volkomen uit de lucht gegrepen schatting is afkomstig van Max Daniel, voormalig hoofd van de Taskforce Opsporing Georganiseerde Hennepteelt. Dezelfde Daniel beweerde jarenlang dat alle Nederlandse wietkwekerijen samen de oppervlakte van de provincie Utrecht overtreffen.

Dit soort bizarre claims wordt klakkeloos overgenomen. Nooit stelt een journalist de voor de hand liggende vraag naar welke landen al die Nederlandse wiet wordt geëxporteerd. Anno 2011 wordt namelijk in heel Europa wiet geteeld; een Engelse politieman verklaarde onlangs op de BBC dat zijn land volledig zelfvoorzienend is geworden en geen gram wiet meer hoeft te importeren. Nog belangrijker is het gegeven dat zolang cannabisteelt verboden is, niemand ook maar bij benadering weet hoeveel wiet er hier wordt gekweekt, laat staan welk deel daarvan bestemd is voor export. Iets soortgelijks geldt voor het THC-percentage in Nederwiet. Al jaren melden de media dat dit percentage blijft stijgen. Wat zijn de feiten? Elk jaar koopt het Trimbos Instituut wiet bij vijftig coffeeshops. Vanaf 2004 daalt het THC-percentage van deze samples gestaag; alleen bij de meest recente meting was -voor het eerst in zes jaar- een lichte stijging waarneembaar.

Elk jaar vijftig coffeeshops testen betekent dat het dertien jaar duurt voordat alle shops aan de beurt zijn geweest. Daar komt bij dat THC slechts één van de ruim zestig cannabinoïden in cannabis is. Recent wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de rol van cannabidiol (CBD) bij het effect van cannabis altijd is onderschat. Psychotische en andere problematische reacties bij een klein deel van de overmatige cannabisgebruikers worden niet zozeer veroorzaakt door een hoog THC-gehalte, maar door een laag CBD-gehalte. Daarom adviseert het Trimbos Instituut jongeren sinds een tijdje hasj te roken in plaats van wiet; in hasj zit doorgaans meer CBD. Deze materie is duidelijk te ingewikkeld voor de gemiddelde Nederlandse journalist. Als een politicus voor de zoveelste keer zegt dat er tegenwoordig zoveel THC in wiet zit, ‘dat het een hard drug is geworden’, wordt dat zonder enige kritische noot opgeschreven of uitgezonden.

Dat media regelrechte censuur toepassen als het onderwerp cannabis is, bleek toen ik onlangs werd geïnterviewd voor het weekblad Margriet. Het gesprek ging over de manier waarop ik met cannabis omga, met name in relatie met mijn drie zonen. De fotosessie duurde een halve dag, de journaliste stuurde de tekst keurig voor publicatie toe. Een tijdje later mailde ze: ‘Slecht nieuws: de hoofdredacteur van Margriet heeft besloten mijn interview met jou uit het artikel over blowen te halen. Ze is van mening dat het portret teveel pr is voor cannabisgebruik. Ik heb protest aangetekend uiteraard, maar dit mocht niet baten.’ Zo gaat dat dus. Iemand die volledig functioneert als vader, echtgenoot en werkende burger, maar wel dagelijks blowt: daar mag niet over geschreven worden.

Op 8 mei vond in Amsterdam de derde Cannabis Bevrijdingsdag plaats: ruim 4000 mensen protesteerden in het Westerpark tegen repressie, betutteling en de wietpas en vóór het recht op roes. Er waren optredens van bekende artiesten als Def P en Ziggi Recado (een dag later te zien bij De Wereld Draait Door), nationale en internationale sprekers, een hennepmarkt en een Cannabis Filmfestival. Geen enkele krant heeft er ook maar een regel aan gewijd. Pownews draaide een kenmerkend flauw itempje en AT5 kwam even langs. Eigenlijk maakte alleen Radio Nederland Wereldomroep een fatsoenlijke reportage. En dat was dan nog een flinke publicitaire oogst vergeleken met de aandacht voor het derde Cannabis Tribunaal in Den Haag, acht dagen later. Aantal journalisten in studio Dudok: nul.

Dat kwam niet omdat ze niet uitgenodigd waren: ruim tevoren zijn tientallen dozen verstuurd naar de belangrijkste media, met uitputtende informatie over Cannabis Bevrijdingsdag en het Cannabis Tribunaal. Bij de eerste edities van het Tribunaal, in 2008 en 2010, schitterde het journaille ook door afwezigheid. Zo misten de media de historische laatste speech van professor Louk Hulsman (1923-2009), dé grondlegger van ons wereldberoemde gedoogbeleid. Twee maanden later overleed Hulsman, een internationale autoriteit op het gebied van strafrecht. Nog nieuwswaardiger was het Cannabis Tribunaal van 2010, waar voormalig minister president Dries van Agt en huidig minister Leers erudiete pleidooien hielden voor regulering van cannabis en tegen de waanzin van war on weed. Alleen De Pers publiceerde een kort verslag van deze editie, waaraan ook huidig staatssecretaris Fred Teeven deelnam.

Het derde Cannabis Tribunaal, op 16 mei j.l., bracht opnieuw sleutelfiguren uit de cannabiswereld, topdeskundigen en politici bijeen. Bijvoorbeeld de Maastrichtse coffeeshophouder Marc Josemans, wiens proces over de wietpas bepalend zal zijn voor de toekomst van onze coffeeshops. Begin dit jaar ontstond een mediahype over de zogenaamde ‘Brabantse wiet-oorlog’, waarbij de media traditiegetrouw vooral opgewonden politici en politiemensen voor het voetlicht brachten. Bij het derde Cannabis Tribunaal sprak de eigenaresse van de Eindhovens oudste en grootste coffeeshop Pink, die landelijk bekend werd nadat de politie er naar eigen zeggen 164 kilo cannabis aantrof. Dat bericht haalde alle media; voor het verhaal van de betrokkene zelf kwam geen journalist opdagen.
Tijdens het slotdebat verklaarde Lea Bouwmeester, PvdA-woordvoerder drugsbeleid in de Tweede Kamer: ‘Feiten spelen geen enkele rol in de discussie, het gaat alleen maar over emotie.’

Bouwmeester doelde op politici, maar voor journalisten geldt helaas hetzelfde. Vooroordelen, clichés en keiharde onwaarheden domineren de berichtgeving over cannabis. Dat geldt niet alleen voor de Telegraaf, maar evenzeer voor de Volkskrant, die niet zo lang geleden meldde dat bij de wietteelt massaal ‘Vietnamese kindslaven’ worden ingezet. Een redacteur van Nieuwsuur liet eens weten dat hij alleen aandacht aan het Cannabis Tribunaal wilde besteden, als de organiserende Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod zou regelen dat hij bij ‘een grote criminele kweker’ kon filmen. Dat elke kweker - of hij nu 3 of 3000 planten teelt - ‘crimineel’ is zolang cannabisteelt wettelijk verboden is, dat ging hem boven de pet.

Na het jarenlang roeptoeteren van his masters voice zou het de Nederlandse journalistiek sieren hun taak eens serieus te nemen en de macht te controleren in plaats van te faciliteren. Zelf schrijf ik als journalist sinds 1994 over cannabis. Sinds 2009 ben ik daarnaast woordvoerder en webmaster van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod. De schaamte over het falen van mijn beroepsgroep is sindsdien alleen maar toegenomen. Waar zijn de verhalen over het onderzoek naar cannabis als geneesmiddel tegen kanker of over de antipsychotische eigenschappen van cannabidiol? Waar zijn de reportages over de honderden Cannabis Social Clubs in Spanje, over decriminalisering in Tsjechië, Portugal, Zuid-Amerika en België? Hoeveel journalisten weten überhaupt dat Belgen sinds 2005 het wettelijke recht hebben één cannabisplant te bezitten, die dus niet zoals in Nederland op elk moment in beslag genomen mag worden?

Die verhalen zijn er wel, maar alleen in buitenlandse media. In Nederland lezen en zien we slechts dat minister Opstelten weer iets keihard aan gaat pakken en dat de zoveelste kwekerij is opgerold. Elke talkshow heeft Yoram Stein te gast gehad, auteur van een boekje over zijn ‘cannabisverslaving’. En ook Bram Bakker, zelfverklaard verslavingsdeskundige, mag overal vertellen dat cannabis de ‘gevaarlijkste drug is die er bestaat’. Dat de man zijn brood verdient met de peperdure behandeling van ‘cannabisverslaafden’ mag de pret niet drukken. Wie nagaat hoeveel mensen daadwerkelijk in de problemen komen door cannabis komt uit op een aantal van zo’n 3000. Tragisch, maar toch staat dit cijfer in schril contrast met het aantal probleemgebruikers van alcohol: 800.000, volgens een advertentie van de firma Heineken.

Maar ja, drinken is normaal. Stoer zelfs. Het portret van Parool-hoofdredactrice Barbara van Beukering in Villamedia 10 was in dat opzicht even onthullend als ontluisterend. Fragment: ‘Nog een veelgehoorde opmerking: “Ze kan drinken als een kerel!” Er klinkt steevast bewondering in door. ‘Ze drinkt ons onder tafel’, zeggen doorgewinterde “gebruikers”.’ Hoe zou het toch komen dat het woord ‘gebruikers’ nooit tussen aanhalingstekens staat als het over cannabis gaat?

De auteur is journalist, fotograaf en woordvoerder van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod: www.voc-nederland.org

Auteur: Derrick Bergman
Clean de weg op ?

woensdag 6 augustus 2008 om 23:15

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat automobilisten die
tweemaal zijn betrapt op het gebruik van drugs hun rijbewijs kwijtraken.
Daarbij hoeft geen onderscheid gemaakt te worden tussen
soft- en harddrugs. Afgezien van het gegeven dat er geen goede
testen zijn, is er nog een andere bedenking. Waar het om gaat is
in hoeverre drugs de rijvaardigheid beïnvloeden. Naar die vraag is
weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. Eigen ervaring leert
dat cannabisgebruik leidt tot langzaam rijden, omdat de stonede
chauffeur alles snel langs ziet komen. Dit kan tot ergernis van
medeweggebruikers leiden. Van cocaïne is bekend dat het goed
lijkt te zijn voor de reactiesnelheid. Om die reden wordt het veel
door ijshockeyers gebruikt, ondanks een verbod bij die sport. Een
bevriende apotheker had altijd wat amfetaminepilletjes (speed) in
de auto om ongewenste slaperigheid tegen te gaan; goed voor de
verkeersveiligheid. XTC komt chemisch gezien erg overeen met
Prozac en zal met name onbeschoft weggedrag verminderen.
Heroïnegebruikers komen vooral in auto’s om de geluidsinstallatie
te ontvreemden. Die andere drugs lijken niet zo gevaarlijk bij waar
het om moet gaan: het rijden zelf. Maar misschien hebben de
Kamerleden sowieso een hekel aan drugs. Dat zou heel goed kunnen
bij de mensen van de ChristenUnie, die hier de hand van de
duivel vermoeden. Deed de kerk bij de kerstening van heidense
gebieden niet altijd als eerste de bewustzijnsveranderende middelen
in de ban?
Er zijn natuurlijk ook wel ongeschikte stoffen. LSD en mescaline
veroorzaken bijvoorbeeld visuele hallucinaties, en dat moet je op
de weg niet hebben. Een rijbaan die beweegt en schijnt te leven,
maakt het lastig verantwoord te rijden.
Het grootste gevaar op de weg zijn echter de legale drugs, meestal
geneesmiddelen genoemd. Met name het wijdverbreide gebruik
van slaapmiddelen en tranquillizers is erg gevaarlijk. Mensen die
aan slaapmiddelen verslaafd zijn, naar schatting zo’n tien procent
van de bevolking, hebben ‘s ochtends nog meetbare hoeveelheden
van deze stoffen in hun bloed. Daardoor reageren ze aantoonbaar
trager. Hun weggedrag is vergelijkbaar met mensen die
acht tot tien borrels op hebben. Daar komt nog eens een even
groot aantal chauffeurs bovenop die librium- of valiumachtige kalmeringsmiddelen
slikken. Zij worden daar veel te kalm van en zijn
zo ook een gevaar op de weg.
Deze misstand zou eigenlijk veel harder moeten worden aangepakt.
Of zijn onze Kamerleden te veel bedwelmd door hun eigen
moraal? bron
Boris van der Ham: Tijd voor Max Havelaar coke!

dinsdag 24 juni 2008 om 22:51

Dit en komend jaar evalueren de Verenigde Naties de 'War on Drugs'. In 1998 werd die afgekondigd. Welk effect heeft het nou gehad om honderden miljarden te steken in opsporing, rechtzaken en gevangenissen? Het jaarlijkse 'World Drugs Report' van de VN geeft tussen de regels door het antwoord: het effect is klein. Ja, er worden grote heroïne- en cocaïnevangsten gedaan, maar de productie is nauwelijks afgenomen. Daarnaast is er weinig grip op uitgerekend de méést gebruikte drugs: wiet en synthetische drugs, zoals XTC. Erg magertjes allemaal.


Koren op de molen van Nederland, zou je zeggen. De afgelopen dertig jaar proberen we drugsgebruik vooral als gezondheidsprobleem te zien, en niet alleen als een zaak voor politie. Met succes: in vergelijking met andere landen, hebben wij daardoor maar een klein aantal harddrugsdoden. Stilzwijgend schuiven landen als Portugal, België, Engeland, Canada en een aantal Amerikaanse deelstaten ook in onze richting.

Ondanks die steun is in Nederland het tobben toegeslagen. Hypes in de media leiden tot hyperventilerende politici. Coffeeshops moeten fuseren, paddo's worden in blinde paniek verboden, dancefeesten worden opgejaagd, zonder te kijken wat voor effect dat heeft. Nederland komt intussen niet toe aan veel dieper liggende vraagstukken. Zonde, want juist nu zou een wat nuchterder kijk op het internationaal drugsbeleid hard nodig zijn.

Wat zou Nederland moeten doen?

Allereerst moet Nederland de indeling van hard- en softdrugs aan de kaak stellen. Vorig jaar heeft het voorname medisch tijdschrift 'The Lancet' een onderzoek gepubliceerd naar de échte schadelijkheid van de verschillende drugs.De uitkomsten waren opvallend: heroïne en rook-cocaïne is het schadelijkst, Cannabis (wiet) zit in de middenmoot en XTC bungelt onderaan. Zo'n lijstje geeft te denken: waarom wordt XTC nog steeds net zo hard aangeslagen als heroïne? Platte repressie werkt niet, eerder ingrijpen bij verslaving en gerichte voorlichting wel.

En dan nog iets. Uit het 'Drug World Report' bleek dus dat in Europa en Noord-Amerika het opsporen van wiet en XTC steeds lastiger wordt. De reden hiervoor is dat deze drugs steeds meer 'lokaal' worden geproduceerd, aldus de VN. De aanvoerlijnen zijn dus korter, en het is daarom lastiger te onderscheppen. De VN ziet deze ontwikkeling als een probleem.. maar is het dat wel? Waarom keren we het niet om? Productielanden Colombia, Bolivia en Afghanistan worden in de houdgreep gehouden door heroïne en cocaïnemaffia. Deze drugs hebben zeer lange aanvoerlijnen en zijn over de hele keten - van de productie, transporten tot de handel - doordrenkt met bloed. Ik ben niet zo'n moralist, maar vind het toch altijd 'striking' dat dezelfde moderne typjes die wél 'verantwoorde' koffie kopen, met het zelfde gemak een snuifje cocaïne nemen. Totdat harddrugs gelegaliseerd zijn er zoiets als 'Max Havelaar-coke' komt lijkt me het niet echt 'goed voor de derde wereld'.

Drugs van 'eigen bodem', zoals wiet en XTC, lijken qua gezondheidsschade en qua criminaliteit minder kwalijk. Natuurlijk zijn die drugs ook gelieerd aan criminaliteit, maar daar hebben we vooral zelf last van; Ze hebben een veel minder grote 'voetafdruk' in zwakkere landen. Voordeel is ook dat je lokaal geproduceerde drugs makkelijker kunt reguleren en eisen kan stellen wat betreft productie en voorlichting. Als we er van uitgaan dat drugsgebruik nu eenmaal een gegeven is, verdienen 'home-grown' drugs domweg de voorkeur. Laat Nederland dat nou gewoon eens zeggen, bij de VN.
Bron
Balkellende leert het nooit...

zondag 18 mei 2008 om 13:56

Ik schrijf een kort bericht, omdat ik al mijn woorden nu op een weegschaal leg. Voor je het weet beledig ik een bevolkingsgroep en word ik van mijn bed gelicht en dertig uur in een smerige politiecel opgesloten. Want in zo’n samenleving leven we nu: vrijheid van meningsuiting is geen reet meer waard. Als ik bijvoorbeeld zeg dat moslims stinken, kwets ik een hele bevolkingsgroep en kan én zal het Openbaar Ministerie mij aanklagen. Dit was een voorbeeld hè, om misverstanden te voorkomen, Moslims stinken niet. Alleen dan die moslim die naast me zat in het vliegtuig van Lissabon naar Amsterdam. Die stonk uit z’n bek en dan duurt 3 uur vliegen lang als hij de hele tijd over me heenbuigt om uit het raampje te kunnen kijken. Maar dit was een uitzondering natuurlijk. Christenen stinken ook weleens.

Kijk, dat een imam aangifte doet snap ik nog wel. Nederlanders kunnen ook aangifte doen tegen haatzaaiende imams omdat ze roepen dat je homo’s met het hoofd naar beneden van een dak moet gooien of dat Ayaan Hirsi Ali kanker op haar tong moet krijgen. Wat ik alleen niet snap is dat de imams vrijuit gaan en dat een cartoonist drie jaar na dato wordt opgepakt en vastgezet. Acht cartoons uit 2007 bleken dus te ver te gaan. Zijn cartoons daar niet voor bedoeld denk ik dan! Het is geen Suske & Wiske. Het is een cartoon met een statement. En je hoeft dat niet leuk te vinden en je mag er ook aangifte tegen doen, maar het is vreemd dat het Openbaar Ministerie vervolgens overgaat tot arrestatie. Ik kan me niet herinneren dat haatzaaiende imams van hun bed zijn gelicht en dertig uur lang in een cel zijn gesmeten.
Het ergste is nog wel dat Hirsh Balin zegt dat ze nu pas tot arrestatie zijn overgegaan omdat ze drie jaar lang hebben gezocht naar de persoon achter deze cartoonist, genaamd Gregorius Nekschot. Terwijl één sommatie naar de provider genoeg was geweest zijn gegevens op te vragen. Sterker nog, Nekschot zegt dat hij gewoon bereid was te praten met justitie. Waarom dan toch dit machtsvertoon waarbij ook nog eens intimiderend werd gesteld dat hij nu lekker zijn anonimiteit kwijt is. Nekschot, die al publiceerde toen Theo van Gogh nog een gezonde roker was, vreest nu voor zijn leven. En terecht, we weten dat Van Goghs keel werd doorgesneden om ongenuanceerde stellingen en grappen en dat radicalen onlangs de doodstraf eisten tegen een schooljuf die een beer Mohammed had genoemd.

Waarschijnlijk is het OM gewoon gefrustreerd omdat ze Wilders niet kunnen of durven op te pakken, daar lopen immers ook al een paar honderd aanklachten tegen. Dus dan maar een anonieme cartoonist oppakken en die net zoals ze bij Sadam Hoessein deden presenteren als: We Got Him. Nou, chapeau chapeau. We zullen hem leren, die haatzaaiende cartoonist. En intussen wordt Nederland steeds debieler. In Almere hebben moslims geklaagd dat bouwvakkers in korte broeken en T-shirts werkten, of ze zich fatsoenlijk konden aankleden. Buiten was het dertig graden, met op de bouw een gevoelstemperatuur van veertig, maar de heren moesten van de uitvoerder allemaal weer een lange broek dragen. Want moslims hadden geklaagd.

En iedereen buigt voor klagende moslims. Zodra moslims klagen over spaarvarkentjes kun je ze niet meer krijgen bij de Fortis als je een kinderrekening opent. En als er drie Marokkanen zich doodrijden tijdens levensgevaarlijke drugsrunpraktijken dan wordt het doodgezwegen dat het om Marokkanen gaat. Terwijl iedereen wéét dat het om Marokkanen gaat. Maar ja, de families hebben geklaagd en dus noemen we ze niet. Terwijl ik denk, als je met honderdzestig door de binnenstad van Maastricht scheurt om toeristen te snijden en klem te rijden zodat je ze drugs kunt verkopen, dan verdien je het ook niet om normaal te worden behandeld. Bovendien, burgemeester Leers klaagt al jaren over de coffeeshops in de binnenstad, maar hij mag ze niet verplaatsen naar de rand van zíjn stad. Hoezo meten met twee maten? De ene klacht is belangrijker dan de andere?
Je snapt dat ik mijn buik heb van klagende moslims. Nee, laat ik het anders zeggen. Ik heb mijn buik vol van Nederlanders die zonder morren gehoor geven aan klagende moslims. Klagen mag, in onze rechtsstaat is het fijn dat je mag klagen, in China en Birma bijvoorbeeld kun je klagen maar dan blijft het bij die ene keer, hier mag je klagen en aangifte doen en zeiken en zuigen. Prima. Maar kunnen al die Nederlanders en de Nederlandse regering voorop eens stoppen met direct op tilt slaan als er een moslimklacht binnenkomt. Een beetje nuance en gezond verstand gebruiken zou welkom zijn.

Ik heb overigens overwogen een klacht in te zenden over dit probleem. Maar ja, ik ben een Nederlander dus heb niet de illusie dat er naar mij wordt geluisterd. Misschien moet ik me maar laten bekeren tot moslim.bron