Partyflock
 
Gedichten

zondag 22 juli 2007 om 23:45

Nobody --
Er is niemand,
In deze diepere nacht.
Is er nog iemand,
Die op mij wacht?
Hoever zal dit lopen?
Tot waar zal het gaan?
Of is het voorgoed
met mij gedaan?

Liefde --
Een tijd die komt,
Zal nooit zomaar gaan.
Wie weet gaat het snel,
Maar de liefde zal blijven bestaan.
Is het al over?
Hoe voel je je nou?
Kom bij me, anders vat je zo'n kou.

Gaan --
Wat jij bent, ben ik
Zonder jou geef ik een kick.
Niemand kent jou zonder mij,
Niemand kent mij zonder jou,
Daarom blijven wij elkaar trouw.
Als er iets waar je mee zit,
Ben ik er voor je, weet je dit?
Jij bent mijn alles,
Ik ben jou meid.
Er is hier van alles,
Dat me zo spijt.
Ga nog niet weg,
Verlaat me nog niet..
Blijf gewoon bij me,
Zonder verdriet.

Zinken --
Ik zink,
Jij zinkt
en wij zinken.
Kan jij jou liefde laten blinken?
Kan ik het zien?
Of moet ik het horen?
Het klinkt niet bekend, in mijn oren.
Moet je het voelen?
Of zink je zo diep?
Laat het maar zakken,
en krijg gauw de griep.
Moet je gaan hoesten?
Of gaat het te ver?
Heel je leven is nou zomaar te ver.

Wereld --
De wereld is hard,
Nooit zoveel smart.
Gaat het nog lukken?
Om jou zo te rukken?
Vind je het goed,
Of sta je perplex.
Is het nou eenmaal,
Zo nuttig geweest?
Een iemand die lacht,
Ik sta weer te wacht.
Kun je wel komen?
Of blijf ik maar dromen?
De wereld bedriegd,
Zolang jij maar niet liegt.

Samen. --
Samen kom je ver,
Hoe verder hoe beter.
Wat ga je doen?
Ik wacht op een zoen.
Laat je bedriegen,
Maar zelf niet liegen.
Krijg ik een kus?
Tot ik wacht op de bus.
Jij bent de mijne,
En ik ben de jouwe.

Een jongen --
Wat was dat?
Een donkere vlek?
Het beweeegt?
Wat zal het zijn?
Het komt hierheen?
Waar moet ik heen?
Help me, alsjeblieft.
Wat is dat?
Het is een jongen.

Love --
Liefde is speciaal.
Maar waarom?
Het geeft wat vanuit jouzelf.
Iets wat persoonlijk is.
Maar waarom is het dan speciaal?
Omdat hiet zeldzaam is.
Niemand kan het kopen,
Niemand kan het lenen.
Het is vanuit binnen.
Maar hoe komt het dan?
Omdat je het voelt.
Waarom en Waarneer?
Als je denkt, dat het de ware is.

A Gift --
Geef wat je geven kan.
Liefde is niet te stoppen,
Doen wat je doen kan,
Voel wat je voelen kan.
Als het je pad kruist,
Zal je gelukkig zijn,
Als het je raakt,
krijg je verdriet.
Maar zie in dat het geen nut zal hebben,
en je tóch verder moet.
Hoe dan ook.

Missing --
Wie word er vermist?
Of ben je er nog?
Waar moet ik dan zoeken?
Beschrijf het dan toch.
Hoever moet je gaan,
Of waar moet ik heen?
A.u.b. niet zolang,
het is slecht voor mijn been.
Ik zoek je wel nu,
tot diep in de nacht.
Net zo lang,
Tot God mij bij jou bracht.

'T mooiste gedicht -- (niet van mij!)
Het is beter te helpen
dan geholpen te worden
Het is beter te zorgen
dan verzorgd te worden.
Deze woorden
stonden haar op het lijf geschreven

Zij zorgde en zorgde
voor haar man,
met wie ze bijna 50 jaar getrouwd was.
Voor haar kinderen en hun gezinnnen.

Altijd bezig
in huis en tuin
met mensen op zich heen
die graag bij haar te gast waren

Vaak gingen ze samen
naar Oirschot om te wandelen
en om een kaarsje op te steken
bij het bekende Mariabeeld.

Wij gedenken in dankbaarheid
een mens, die ons lief was.
Op een of andere manier
zal zij dat blijven.

Vaarwel --
Verward denk ik na,
Over wat er is gebeurd.
Die zoen van die keer,
Terwijl de rest dat niet goedkeurt.

Telkens zie ik het voor me,
De vlinders zijn van de partij,
Onze lippen die elkaar raakten.
Onze harten waren vrij.

Eindelijk zie ik je weer,
Maar je ziet me niet staan.
Ik weet niet wat ik zeggen moet,
Onze liefde is weggegaan.

Ik probeer met je te praten,
Je doet of ik niet meetel.
Je doet of je me haat,
Dus nu zeg ik vaarwel.

'n Traan --

Wanneer heb jij gehuild,
toen jij noch bij me stond.
Wie weet heb ik verteld,
Hoe het nu verder moet.
ik zou het nou niet weten,
Tot ik jou heb laten gaan.
Ik kan je niet vergeten,
Ookal is het al gedaan.

Geluk --

Wat is geluk,
en waneer komt het uit.
Wat maakt het verschil,
met jou eruit.

Kom je nog terug,
Of blijf je maar weg.
Je geluk is terecht,
en we zijn klaar voor gevecht.

Ik kan niet zo strijden,
want er is liefde voor jou.
Mijn hoop zal vergaan,
Maar ik hou nog van jou.

Ver weg --

Waar ben je heen,
Kan ik je vinden.
Moet ik je zoeken,
maar je bent nergens te bevinden.
Ben eens duidelijk,
zeg wat je voelt.
Geef mij eens duidelijkheid,
van wat je bedoelt.
Alles blijft open,
Het is nog een vraag.
Hoe red ik het zonder jou,
Zo alleen richting Praag.

Selin --

Een meisje zo knap,
Met een jongen zo mooi.
Liefde gaat samen,
Tot ver in de kooi.
We zijn nou gevangen,
Zo samen alleen.
Verliefdheid kan mooi zijn,
Maar waar ga jij nou heen.
Kan je niet blijven,
Hier gezellig bij mij.
Of moet je al weg,
en ben je al vrij.

Vakantie --

De zon, strand en zee,
Wat wil je nog meer.
Ga je nog mee,
Voor de allerlaatste keer.
Waar wil je naartoe,
of wil je al weg.
Zo richting huis,
Maar zonder auto-peg.
Kirsten- persoonlijk

zondag 22 juli 2007 om 15:28

Naam: Kirsten
Woonplaats: Waalwijk
Geboortedatum: 25-09-1993
Lengte: 1.67
Kleur ogen: blauw/groen
Schoenmaat: 38-39
School/werk: School
Rook je: nee
Hobby's: Hockey, Dansen, Bioscoop, Efteling
Broers/zussen: ja zusje
Heb je verkering/een relatie: Ja verkering met Roy
Piercing: nee
Tattoo: nee
Vakantieland: Warm, Zon, Zwembad, Zee, AllInclusif, Buitenland
Is er iemand die je niet zal terugschrijven: Ehms, iemand die me niet mag.
Leukste persoon die je dit jaar hebt leren kennen: RoyRoyRoy
Persoon die je dit jaar liever niet had leren
kennen: Lelijk,Oud,Dom,Verrimpeld-Persoon
Wie bewonder je enorm: M'n hond!
Meest sexy personen: PARTYFLOCK!
Favoriete slaapkledij: iets fatsoenlijks&normaals
Favoriete muziek: hardcore, jumpstyle, hardstyle, R&B en Pop ofoz XD
Favoriete stad: Waalwijk, Denbosch, Tilburg, Amsterdam, Parijs, Londen
Favoriete geurtje: Prada
Favoriete geluid: van een broodrooster xD
Favoriete schrijver: Gewoon vanalles wat
Favoriete troetelnaam: domkind
Wat ligt er onder je bed: Krokodillen en stof XD
Lievelingslied op dit moment: Euhsm. Check muziek
Lievelingseten: friet & pizza
Lievelingsvak op school: de pauze!
Lievelingsdrank: Lkkr koud ICETEA
Lievelingscijfer: voldoende 7+ (moet wel goed lere dn)
Welke deodorant gebruik je: van Dove of van iets anders XD
Welke schoenen draag je het liefst: M'n gestipte ballerina's of mijn K-Swiss
MSN: vetliefvragen@alsjewilt.com
Hoe laat ga je slapen doordeweeks: om 11 uur en dan s'nachts er weer uit XD
Welk woord of welke zin gebruik je vaak: omg
Het meest romantische wat je ooit is overkomen: Euh.. eerste kus in de droomvlucht XD?
Ben je een buiten persoon of binnen persoon?: Binnen bij de regen, buiten met de zon.
Wat doe je in het weekend: naar buiten, weg, weg, weg, computere
Welk vak doe/deed je niet graag op school: rekenen met mijn kop XD en Levenbeschouwelijkedingebestuderen.
Je Ontbijt: Broodje met beleg&of pindakaasXD
Wat eet je absoluut niet graag: spruitjes en witlof
Huisdieren: hond Beatle
Lachen of dromen: lachen doe ik graag, maar dromen kan ik ook
Serieus of grappig: grappig maar soms heel serieus als het moet! Niet dus -.-
Snel of traag: snel
Alleenstaand of relatie: Verkering!?
Simpel of ingewikkeld: simpel doe mij maar makkeljk.
Cremeren of begraven: Nog niet over naagedacht.
Lang opblijven of vroeg naar bed: Als ik moe ben.
Licht of donker?: Maakt niet uit. Voor welke gelegenheid XD?
Spreken of zwijgen: spreken. Kletskaus! XD
Grote of kleine mannen: Groter als mij.
Krant of weekblad: weekbladen!
Knuffel of een kus: tegelijk?!
Gelukkig of triestig: gelukkig
Leven of dood: levend natuurlijk
Fuif of discotheek: disco. Tenzij t nie anders kan.
Links of rechts: wat een keuze. Omg XD
Saus erop of ernaast: ligt eraan waarbij.
Bruin of blond: blond ben ik. Maakt verder niks uit.
Wat zou je vragen als je "God" een vraag mocht stellen: Hoe voel je je?
Geloof je in reïncarnatie: Geen ideee!?
Bestaan buitenaardse wezens: nee, dûh.
Wat zullen je laatste woorden zijn voor je
sterft: Zie je later wel weer ;)
Bestaat de ware: Ergens op deze wereld.
Hoeveel kinderen wil je: 2 ofzo.
Waar kan je niet tegen: liegen, pesten, haten, trappen (schoppen mag wel XD).
Het beste gevoel ter wereld: Liefde en Geluk.
Het slechtste gevoel ter wereld: Hatende Katers.
Word je soms emotioneel: Yep.
Huil je tijdens films: Titanic ooit gezien? Jank Jank.
Droombezigheid als je ouder bent: ben nog niet ouder.
Geef een van je vele goede voornemens voor het jaar: STOPPEN MET TE VEEL KAUWGUM ETEN. MOEILIJK
Wat was je eerste gedacht toen je
vanmorgen opstond: MORGEN SLAAP IK HIER NIET.
Als welk dier zou je terug willen keren: Hondje.
Origineelste plek om iemand ten huwelijk te vragen: Euh.. aan het strand? in een Luxe BarBeach :)

THE END
Sakura

zondag 22 juli 2007 om 14:49

Helleuw. Ik ben een verhaal aan het schrijven. Ik weet niet wat sommige er van vinden. Vind je het leuk en heb je niks te doen? Ga dan mijn verhaal lezen. Sakura is een meisje waar het verhaal om gaat. Het is nog lang niet af, en dus kan je zelf verder fantaseren. Het verhaal mag niet gestolen worden want ik ga het uitgeven. Als je het toch steelt kan je niet bewijzen dat het van jou is.
Veel plezier.

Sakura en Pim – De diepere Nacht
Hoofdstuk 1 Het bestaan
Sakura & Pim, twee vrienden die elkaar nog nooit hebben gezien. Alleen in hun gedachten. Ze kenden elkaar al vanaf het begin af aan. Maar ze weten niets van hun leven, niets over hoe ze eruit zien en niets over waar ze wonen en met wie ze omgaan. Ze horen nooit iets van elkaar en wachten telkens maar op de juiste manier om elkaar te ontmoeten. Maar het komt niet, de stilte blijft en zal niet komen als ze geen actie ondernemen. Sakura is een meisje met lang, zwart en wild haar. Ze woont in Oirschot, een ver en afgelegen dorp ver van het Koninkrijk Salamo. Ze woont samen met haar ouders en haar vuurdraakje Zizo. Pim is een doodgewone jongen uit de stad Tilburg. Woont samen mijn zijn ouders en een oudere broer Rutger. Hij heeft een hond die heet Pakkie. Hij vraagt zich vaak af hoe het bestaan van Sakura er nu voor staat. Hij zou haar graag eens willen ontmoeten na zo’n lange tijd van het weten van haar bestaan af. Ze zijn allebei 13 jaar en een tweeling. Ze kennen hun echte ouders allebei niet. Ze verwachten dat ze zijn doodgegaan door een ongeluk. Maar wat voor ongeluk? Dat is het mysterie wat ze allebei afvragen.
Sakura besluit om nou maar eenmaal op zoek te gaan naar haar ver verloren tweeling broer. Ze weet niet waar ze moet beginnen met zoeken en duikt dus maar gewoon naar buiten. Als ze buiten is gaat ze aan mensen vragen of ze een jongen kennen die op haar lijkt. Want ze weet dat tweelingen op elkaar lijken. Maar ze weet niet dat Pim en Sakura totaal verschillend zijn. Ze blijft proberen bij iedereen die ze tegen komt, maar niemand kent haar geheime tweeling broer. Ze vind het wel erg raar dat niemand iets over haar tweeling broer weet en besluit dus een advertentie te plaatsen in de krant. “Gezocht: Een jongen uit een onbekende tweeling. Ik heb geen verdere details over hem. Wil je je melden bij Burg. Van Cooten straat 3? Groet Sakura.” Schrijft ze erin.
Pim is op het zelfde idee gekomen om zijn verloren tweeling zus te gaan opzoeken. Ook hij weet niet waar hij moet beginnen dus rent maar naar buiten. Hij beseft dat hij uiteindelijk toch ergens moet beginnen. Dus ook hij begint te vragen aan mensen of ze zijn verloren tweeling zus kennen of iemand die op hem lijkt. Maar niemand kent haar. Hij geeft niet op en gaat naar huis. Hij start zijn computer op, opent Word en begint te typen: “Hallo allemaal. Ik ben mijn tweelingzus verloren en ik weet niet wie ze is. Ken je iemand die hetzelfde heeft? Of ben jij het misschien? Bel dan het onderstaande nummer! Groetjes Pim.” En hij plaatst het nummer en zijn adres onderaan het formulier. Hij rent weer naar buiten, zonder zijn computer af te sluiten en gaat overal de formulieren ophangen en uitdelen. Vele mensen gooien het weg in de prullenbak of op de grond omdat ze het toch niks interesseert. Pim baalt er wel van, maar er blijven wel een hoop mensen bij de paal staan en ze lachen om de foto. Maar ook omdat het een vaag verhaal is. Mensen lopen naar hem toe en vragen rare dingen: ‘is ze geen geest of een spook? Of is ze überhaupt wel een mens? Hahahaha!’
Sakura maakt het zelfde mee. De meesten lachen haar uit om de advertentie, of ze maken neppen briefjes over dat ze die verloren tweelingbroer zijn.
Sakura en Pim vinden het allebei niet grappig, ze nemen dit serieus en willen die verloren tweeling vinden. Toch blijven ze doorgaan, wat anderen er ook over denken. Ze vinden allebei dat ze de tweelingbroer en zus terug moeten vinden en samen verder moeten gaan. Ook al hebben ze geen ouders, ze kunnen desnoods opzoek gaan naar hun ouders. Als ze maar samen zijn. De volgende ochtend gaan Sakura en Pim allebei weer op zoek. Op zoek naar iets wat moeilijk te vinden valt, iets wat je dierbaar is, iets wat je hebt en dat je nooit meer mag verliezen. Maar allebei hebben ze het gevoel, dat ze het niet zullen vinden maar het toch dichtbij is. Dus blijven ze maar doorzetten. Pim gaat verder zoeken en komt in het dorpje Oisterwijk terecht. Hij beseft zich dat ze overal kan zijn dus hij gaat ook even door het dorpje. Hij plakt overal de formulieren en loopt terug naar zijn fiets, als er op zijn schouder word getikt. Een oude vrouw kijkt hem aan. ‘Bent u mijn tweeling zus? Dit kan toch niet?’ ‘Nee jongen, ik ben een oude oma, ik ben niet jou tweeling zus. Haha, maar ik ken iemand die opzoek is naar zijn verloren tweeling broer en misschien ben jij dat?’ antwoordde de oude vrouw. Ze nam Pim mee naar de plaats waar ze Sakura had gezien met haar eigen folders over tweeling vermist. Toen ze aankwamen op de plek waar de oma dacht haar gezien te hebben was er niemand meer. Een donkere, lege en verlaten plek. De papieren waarop “Vermiste tweelingbroer gezocht!” stond waaiden over de plaats. De kou rilde over de rug van Pim. Hij voelde dat ze in de buurt was, maar hij wist niet waar. Het enige wat hij kon doen is de oude vrouw bedanken en gaan wachten op het plein, net zolang wachten tot ze terug zou komen. Pim bedankte keurig de oudere vrouw en ging op het bankje zitten. Hij viel al gelijk in slaap want hij was moe van het rondhangen. De volgende ochtend, een sombere en rustige dag op het plein. Hij werd al vroeg wakker door de vogels. Zo nu en dan lopen er wat mensen rond het plein, maar iedereen loopt met grote bogen om hem heen. Alsof hij niet bestaat, alsof hij een zwerver is, alsof hij niks meer voor deze wereld betekend. De meeste mensen gaan boodschappen doen, maar sommige kijken gewoon. Dan ziet hij een klein meisje verscholen in een donker hoekje zitten, hij vraagt zich af wat ze daar zo vroeg al doet. Ze zit met een paar papiertjes in haar hand, hij kan niet zien wat erop staat. Hij loopt ernaar toe om haar te helpen en te vragen wat ze hier doet en wie ze is. Maar het meisje kijkt hem alleen aan, met haar mooie en bruine ogen vol vuur. Vuur van kwaad maar ook vuur van energie. Ze kan wel huilen van verdriet maar Pim wil haar helpen. Zonder woorden gaan ze op de bank zitten en kijken elkaar wel een paar minuten doodstil aan, tot dat Pim vraagt wat ze hier zo vroeg al doet. Hij probeert op haar vellen te kijken wat erop staat, maar ze houd die strak en stevig tegen haar aan. Hij vraagt haar een aantal keer wat ze doet en wat er op de vellen staat. Maar ze reageert niet. Hij draait zich om en pakt zijn deken. Als hij de deken wil geven is ze weg. Weg en zomaar voor de zon verdwenen. Hij vraagt zich af of misschien dat zijn tweeling zusje kan zijn. Maar hij beseft ook dat, dat misschien wel het logische is, hij weet het alleen nog niet zeker. Maar dat weet hij nooit. Hij zou willen dat ze terug kwam en zei wat ze daar deed en wat er aan de hand was. Misschien kon hij haar helpen en haar steunen. Maar nu ze weg is, is het een stilte en een leegte in zijn hart. Alsof ze verdwenen is en nooit meer terug zal komen. Misschien komt ze wel nooit meer terug en moet ik haar achterna omdat ze anders nooit gevonden zal worden. Hij beseft haar maar te gaan zoeken.
Hoofdstuk 2 De zoektocht
Sakura rent zo hard als ze kan weg, weg om te vluchten, geen problemen meer, geen gedachten meer, geen woede meer, geen vrienden meer, geen wind meer in mijn gezicht, geen jongens meer die me aanspreken, niks meer, helemaal niks meer. Zo hard rent ze weg, om van haar gevoel af te komen. Ze wil niet meer zichzelf zijn. Ze wil weg. Helemaal weg.
Sakura en Zizo, haar vuurdraakje, rennen naar een bankje dat ergens in een afgelegen park staat. Ze gaan zitten en rusten uit. Ze zijn moe, moe van het vluchten en het rennen. Het liefst rent ze door, maar ze kan niet meer. Ze heeft al spijt dat ze is weggegaan. Waarom was ze niet bij die jongen gebleven? Hij deed toch niks, hij was aardig, vriendelijk, spontaan en hij praatte met haar. Wat wil je nog meer, Sakura? Niks dacht ze, en ze besloot terug te gaan, maar dat kan niet. Dan moet ze vertellen over haar tweeling broer, dan zal hij haar vast ook uitlachen. Maar toch gaat ze terug, ze moet haar verhaal toch aan iemand kwijt, dan maar aan hem. Ze rent terug, ook al is ze moe, ze wil haar verhaal kwijt en wel nu.
Ze let even niet op en botst ergens tegen aan, ze valt. Ze valt op de grond, maar ze sluit ook haar ogen. Ze is bang dat ze afdwaalt en wil ze weer open doen. Maar het gaat niet. Gaat ze dood? Of slaapt ze? Doe ze open! Uiteindelijk is ze weer boven, ze staat op en ziet een jongen voor haar staan, dezelfde jongen die ze ook op het bankje zag zitten. Wat een geluk. Een geluk bij een ongeluk. Maar wat moet ze nu zeggen, ze komt niet uit haar woorden en staart maar naar de grond. Ze kijkt de jongen aan maar de jongen kijkt ook naar de grond. Zo staan ze daar weer een paar minuten te staren naar de grond, waar niks aan te zien was en keurig was geveegd. Dan zegt ze: “Euh, hallo. Ik ben Sakura, wie ben jij?” De jongen kijkt verbaast op. Zegt ze nou wat? Zegt ze nou eindelijk echt wat? Hij kan het niet geloven maar besluit maar snel te antwoorden “Ik ben Pim. Ik kwam je eigenlijk achterna om je te zoeken, ik wilde je vragen wat je nou net daar deed en waarom je weg liep met tranen in je ogen? Ik had je eigenlijk al ooit eerder gezien, maar ik kan me niet herinnerden dat je Sakura heet en wanneer ik je dan heb gezien. Het lijkt wel alsof ik je in me gedachten ken, maar dat zal wel niet zo zijn. Vertel eens, wat is er aan de hand?” Sakura kijkt verbaast op en vertelt haar verhaal, “Oké Pim. Het klinkt misschien raar en je zult me uitlachen om wat ik nou ga zeggen, maar ik ben opzoek, opzoek naar een ver verloren tweeling broer. Een broer die ik nog nooit heb gezien en alleen uit mijn gedacht ken of zal herkennen. Dus wat jij net vertelde klonk mij dus ook bekend in de oren en dus helemaal niet vreemd. Ik was ook naar jou opzoek en ik denk dat ik je nu heb gevonden Tenzij jij mijn tweeling broer niet bent, en niet opzoek was naar een tweeling zus? Maar dat lijkt me stug. We hebben elkaar gevonden, en we hebben geen ouders meer? Of heb jij ze nog gesproken. Ik niet meer, helaas. Ik barstte net in tranen uit omdat iedereen me uitlachten. Ze deden net alsof ze jou waren, en daarin hadden ze lol. Ik vond het niet echt bepaald grappig en nam deze zaak nogal serieus. Ik was bang dat jij me ook zou uitlachen, maar jij blijkt mijn tweeling broer te zijn. Na lange tijd zijn we eindelijk toch samen.” Pim staat met tranen in zijn ogen en kijkt haar aan. Hij weet niet wat hij moet zeggen, alles wat ze zei klopt! Bij hem lachte ze hem ook uit, hij dacht ook dat ze elkaar niet zouden vinden en dat zij misschien zijn tweeling zus zou zijn. Het is allemaal waar. Nu ze elkaar gevonden hebben besluiten ze samen verder te gaan, en elkaar nooit meer in de steek te laten. Samen, hand in hand, vol geluk en liefde, liepen ze naar huis. Het huis van Sakura, dat op dit tijdstip het dichtste bij was. Het lag ver van het dorp en alle mensen af, in de diepste stilte en de diepere rust. Er was niemand en het was altijd verlaten. Alleen het huis, het huis van Sakura en Zizo. Ze liepen er naartoe door de donkere verlaten straten. Toen ze aankwamen zag Pim pas hoe groot het huis was, Sakura belde aan, aan een touwbel en stak de sleutel in het slot. Maar het was geen sleutel, het was een donkere verroeste spijker. Pim dacht dat ze misschien haar sleutel verloren was en daarom een rare schroef had. Maar hij las het naam bordje waar op stond “Het Huis ter Dode, de Vloek van de Nacht, heerst u hier in een warme Vacht”. Hij kreeg de rillingen in zijn nek en hij bedacht dat hij hier beter weg kon gaan. Toen hij wilde vertrekken ging de deur open. Een piep klein mannetje stond aan de deur. Hij had een grijze wandelstok met scherpe punten eraan. Pim schrok en wou een stap verzetten, maar hij kon niet weg, de kleine man hielt hem stevig vast. “Ik wil weg, Ik wil weg, en wel nu!” schreeuwde Pim. De man reageerde niet en trok hem mee naar binnen. Hij zei dat ze even moesten gaan zitten en dat dit erg belangrijk was, voor beide. Pim en Sakura schrokken, wat zou er nou voor hun belangrijk kunnen zijn, iets wat ze niet weten en wat met hun beide samen heeft te maken. Sakura wil haar mond open doen om wat te zeggen, maar de Man houdt de hand voor haar mond. Hij gaat zitten en sluit zijn ogen. Hij knijpt ze zo hard dicht als of hij pijn heeft. Maar hij heeft geen pijn, hij doet zijn ogen dicht ter ontspanning, ook al ziet het er niet ontspannend uit. Het huis is donker, leeg en er hangt een diepere stilte. Als of het hier altijd nacht is, hier nooit beweging is of alsof er nog nooit beweging is geweest. De man doet zijn ogen weer open en kijkt ze allebei strak aan. Maar waarom? “Meneer, misschien is het onbeleefd, maar waarom zitten wij hier voor dat belangrijke iets wat u ons zou vertellen?” vroeg Pim. “Het is belangrijk, belangrijk voor jou, belangrijk voor haar, en belangrijk voor ons. Voor ons allemaal. We kunnen beter samen zijn, dat hoort tot onze familie, en je hoort dit goed. Ik ben jullie vader, jullie verloren vader, ik ben jullie op komen zoeken in geval van gevaar. En nu is het zover, ik heb jullie hier heen laten komen omdat er een gevaarlijk man aan macht is, hij zou ons komen zoeken en Pim, jij bent normaal opgevoed, maar Sakura is een meisje, een meisje van kracht. Ze hebben haar nodig zonder enige moeite daar voor hoeven te doen. Het is enorm belangrijk dat we haar verstoppen of dat we vluchten, Pim het is tenslotte het beste als je meegaat. We zijn familie en we kunnen jou moeilijk hier alleen achter laten, in dit huis. Niemand durft dit huis binnen, behalve de Man. Die man die ons wil, die ons wilt hebben en gebruiken als slaven. Dus Pim, ga je mee? Vluchten voor die gevaarlijke en duistere man? Of blijf je liever, en gepakt worden? Je moet het zelf weten, jongen. Maar het zou erg verstandig zijn als je meeging. Je weet niet wat je tegen kan komen hier. Het is eng en enorm gevaarlijk als je hier in je eentje blijft.” Zegt de man beslist. “Oké, dan zal ik meegaan, en jullie helpen met vluchten. Ik wil hier niet alleen blijven, en nu al helemaal niet meer nu ik weet dat het hier eng is en dan ook nog eens gevaarlijk. Ik krijg er gewoon nachtmerries van. Zullen we nu maar gaan slapen? Want ik ben moe.” Zegt Pim met ogen die bijna dichtvallen van vermoeidheid. “Nee, we moeten vluchten, wie weet komt de man vanavond al, en dan zijn we niet opgewassen tegen hem. We kunnen beter gaan. En hopen dat hij ons niet vind. Dus gaan jullie mee?

Hoofdstuk 3 de tocht der duisternis
Zo vertrokken ze van het huis van Sakura naar een plaats heel ver, maar dan ook heel ver van hier. Ze liepen erg snel en sliepen maar weinig. Ze konden nergens overnachten, altijd was alles vol of ze mochten er gewoon niet in. Zo trokken ze verder, net zolang tot ze dachten dat het ver genoeg was, maar wanneer was het ver genoeg? Wie weet het? Het werd donker en begon te schemeren. De nacht was gevallen en ze hoorde enge en krassende geluiden. Ze zagen niemand om hun heen, het was in de verte stil en er brandde geen licht meer. Ze zagen een flits vanuit een groot huis komen. Maar was dat het huis van Sakura? Nee toch, wat nou? “Rennen!” zei de man. Maar de man kwam moeilijk in beweging. Hij had overal kramp en kwam bijna niet vooruit. Sakura en Pim besloten hem te tillen en dan maar op tempo vooruit te komen. Dat ging al beter, Pim tilde hem hoog op en rende zo hard als hij kan ver vooruit. Sakura was sneller maar Pim had de man op zijn rug.
Ze rende allemaal zo hard als ze konden en kwamen toen bij een lege en verlate plaats waar alleen een klein huisje stond. Er stond verder nog een brommer en er lagen kranten om heen. Het is een enorme puinhoop maar ze besluiten naar binnen te gaan. De deur zit op slot dus moeten ze aanbellen. Een jong volwassen man in zijn badjas doet open. Hij schrikt van het weer dat zo plotseling en zomaar opeens verandert, de lucht betrekt, het wordt lichter en de regen is gestopt. “Wat doen jullie nou hier? En wie zijn jullie, wat moeten jullie van me?”. De vader van Pim en Sakura probeert uit teleggen wat ze hier doen en waarvoor ze bij hem aanbellen, maar de man snapt het niet. Hij laat ze binnen en geeft ze iets te drinken. De vader legt het de man nog een keer uit, nu snapt hij het wel beter en hij belooft ze onderdak en eten te geven. Hij wijst ieder zijn slaapplek en gaat zelf op de bank slapen.
De volgende ochtend staat iedereen op tijd op, de vader wil weer vertrekken om zo de enge griezel voor te blijven. Pim en Sakura besluiten maar mee te gaan. Het liefst blijven ze veilig binnen, maar vader staat erop om te vertrekken. Ze willen vertrekken, buiten is het grauw, donker en er hangt een stevige wind rond. Toch wil vader gaan, hij vind het hier niet veilig.
Net als ze vertrekken zien ze een schaduw, een grote schaduw, een donkere vlek in de lucht. Maar wat is het? Is het de griezel? De man waar vader het altijd over had. “Vluchten, ren tot je er bij neervalt en niet vallen dus! Blijf rennen, rennen tot je geen leven meer hebt.” Schreeuwt vader. Pim en Sakura rennen, rennen en rennen. Net zolang tot ze denken vrij te zijn en geen donkere, zwarte en grauwe wolk meer zien. Vader komt er achter aan, maar houd hun moeilijk bij. Pim rent terug en vindt dat ze Vader moeten helpen, hij heeft hun ook geholpen te vluchten. “Kom helpen Sakura, het is onze vader, we moeten hem helpen. We willen toch niet zonder vader verder?” kijkt Pim haar aan. “Nee dat willen we niet, Pim. Wat ik wil is weg, en wel nu. Het is eng hier, dus zorg dat we een beetje opschieten. We dragen hem wel en regelen hulp als vervoer. Dat gaat sneller. Help jij hem even overeind en zorg dat we ergens heen kunnen. Dan bellen we daar voor vervoer, zodat we sneller weg kunnen. We betalen dan later nog wel. Kom dan Pim, rennen!” schreeuwt Sakura. “Ja ik doe mijn best.” En hij helpt vader overeind. “Kom vader, we moeten snel zijn, misschien kunnen we nog wel vervoer regelen om weg te komen.” Vader komt weer bij zijn bewust zijn en wilt op staan. Hij heeft pijn en wil het liefst blijven zitten. Maar dat gaat niet, want ze moeten snel weg. Pim, Sakura en vader bellen aan bij het dichtstbijzijnde huis. Ze vragen of ze heel even mogen bellen maar het mag niet. Ze worden verwezen naar een telefooncel in de stad. Maar dat is nog veel te ver lopen. Ze bellen aan bij een huis dat verderop licht, en vragen weer of ze heel even mogen bellen. Dit keer mag het, ze worden de telefoon gewezen en er wordt gevraagd wat ze willen drinken. “Niets mevrouw, dank u. Een telefoontje is genoeg en we gaan weer. We hebben alleen een taxi nodig, we hebben namelijk haast.” Verteld vader aan het stel onbekende mensen. “Oh, waar moet u naartoe? Misschien kunnen wij u brengen? Als u toch zo’n haast heeft, kunnen we beter gelijk vertrekken?” stelt de vrouw voor. Vader beslist meteen dat ze het aanbod moeten accepteren, en dus vertrekken ze. Ook de man gaat mee. Met z’n allen vertrekken ze richting de plaats waar vader Jake hen heen wijst.
Jake en de vrouw zitten voorin. Pim, Sakura en de man zitten achterin en zijn druk aan het praten terwijl Jake de vrouw de weg probeert uit te leggen. Dan stopt opeens de auto. Jake en de vrouw stappen uit, Jake gaat achter het stuur zitten en de vrouw er naast. Jake gaat nu zelf rijden, maar hij denkt dat de vrouw en de man het straks niet terug zullen vinden. Hij stelt voor dat het stel bij hun blijft, maar dat het gevaarlijk kan worden. Het stel van Groenenbergen besluit toch gewoon mee te gaan, ook al kan er gevaar lopen.
Als ze aan zijn gekomen op de plaats waar Jake ze naar toe heeft gebracht gaan ze naar binnen. Het is een groot huis, maar het lijkt meer op een kasteel met van die torentjes er boven op. Iedereen vind het griezelig, ook Jake ondanks hij er toch al heel vaak is geweest. Ze gaan naar binnen en de lucht betrekt meteen. Het wordt weer eens donker en grauw. Maar dit keer is er ook onweer. Meneer en mevrouw Groenenbergen willen het liefst vertrekken maar kunnen geen uitweg vinden. Iedereen zit op de bank en heel dicht op elkaar. Ze zijn tenminste samen. Dan opeens schiet de voordeur open. Een zwarte en donkere wolk komt naar binnen. Iedereen is in paniek, maar ze blijven allemaal doodstil zitten. Iedereen kijkt angstig uit zijn ogen en zitten krampachtig op de bank. De donkere wolk verspreid zich door huis en waait zich om Sakura heen. Sakura krimpt in elkaar van paniek en zet het op een schreeuwen. Nu komt de complete windvlaak door haar heen. Er ontstaat een man, een griezelige donkere en duistere man. Hij pakt zijn mes en zet het op haar nek. Sakura schreeuwt, schreeuwt van angst en van pijn. Ze hoopt zo dat ze blijft leven, maar ze kan niks doen. Iedereen zit verschuilt achter de bank en gordijnen terwijl ze maar toekijken. Heel hopeloos blijven toekijken. Dan onderneemt Pim actie. Hij vind dat Sakura moet blijven leven. Pim loopt naar de donkere plaats toe waar de man en Sakura zich bevinden. Het donkere gedaante komt nu zijn kant op. Pim loopt naar Sakura toe en klemt haar om zich heen. Nu komt de griezel terug en grijpt Sakura bij haar nek. Hij zet het mes erop en zegt “Sakura, kom met mij mee, laat hun hier achter en laat ze een normaal leven leiden. Offer je voor hun op en blijf bij mij. Je bent een zeldzaam maar krachtig kind. Iemand die perfect voor mij is. Wat is je keus?” vraagt de griezel. “Reageer, ik ben Rus, een donkere maar griezelige wolk. Je zou denken dat ik niemand iets aan kan doen omdat ik toch maar lucht ben. Maar dat is niet. Wees op je hoede.” Kijkt Rus Sakura bedwingend aan. “Ik, ik, ik zal wel meegaan. Ik offer mezelf op voor mijn familie en vrienden. Ik blijf bij u en ik zal u gehoorzamen. Wilt u zo vriendelijk zijn het mes van mijn lijf af te halen?”

Hoofdstuk 4 de overheersende macht van Rus
Rus neemt Sakura mee, mee naar een donkere plaats. De plaats om van goede wereld naar de slechte duistere en donkere wereld over te stappen. Een plaats in het machtig rijk en je bent daar bekend. Iedereen kent je meteen. Je bent een en al duisternis voor ze. Ze interesseren je niet en ze kijken niet naar je om, ze doen gewoon, gewoon alsof je normaal voor ze bent en zomaar in elk dagelijks leven bij ze voorkomt. Rus neemt haar mee nu ze in de duistere wereld zijn. Het is een wereld waar alles mag en niets kan. Rus en Sakura vertrekken met een wagen die je niet ziet. Eentje van lucht, maar het is donkere en zichtbare lucht. Zo zitten ze samen in een wagen van lucht op weg naar een plek, een plek in het niets, een plaats waar niemand hun ooit zullen vinden. Sakura is voorgoed gevangen, gevangen in de handen van Rus. Hoe komt ze hier ooit weg? “Hm, Rus? Zou ik u iets mogen vragen of vind u dat onbeleefd? Ik zou even willen weten of je hier uit kan komen? Uit deze donkere wereld? Weg van de duisternis? Is dat mogelijk? En wanneer zijn we nou eindelijk bij de plaats zijn waar we heen gaan?” vraagt Sakura. “Oké Sakura. Ik zal je vragen beantwoorden. Nee het is niet onbeleefd, maar ik vind het raar dat je zoiets durft te vragen aan mij, dan heb je wel lef. Maar goed, nee, je komt hier niet zomaar uit. Niet zonder toestemming, toestemming van de Heer der Duisternis. De man die hier de baas is, hij kan je laten doen wat hij maar wilt. En jij zou het maar moeten accepteren. Of je nou wilt of niet. Je kan bij hem beter geliefd zijn dan gehaat. En het antwoord op je andere vraag, het kan goed nog even duren. Misschien nog wel eeuwen. Je weet het nooit hier. De Heer is de baas en wat hij wilt is wet. We zien wel, Sakura. Hier is maar een motto en dat is afwachten en zien wat er komt. “Oké, bedankt Rus. Mag ik je wel Rus noemen of moet ik je anders noemen? Ook iets van Heer of zo? En ik denk dat ik maar even ga slapen, mag dat?” vraagt Sakura beleefd. “Natuurlijk mag dat, niks is je hier verboden, maar als je niet kan slapen zorgt de Heer daarvoor. Slaap lekker Sakura.” En Sakura sluit haar ogen en valt in slaap.
Als ze wakker wordt is het nog steeds donker, ze ziet niks en zit met haar handen vast, maar waaraan? Waarom zit ze hier op een stoel in een hele donkere ruimte. In een hoekje ziet ze een kaars staan, een kaars die bijna leeg is met nog een heel klein vlammetje. Het kaarsvet loopt heel snel naar beneden en zo is het licht al weer verdwenen. Nu het licht uit is ziet Sakura helemaal niks meer. Dan gaat er een deur open, maar het blijft donker. Ze ziet dat er een gedaante haar kant op komt. Rus komt binnen en zegt: “Sakura, het spijt me dat je vast zit, maar je leven is niks waard. Je staat nu helemaal alleen en niemand kan je helpen. Het is onmogelijk jezelf hieruit te redden. Je hebt geen codes, je hebt niks. Alleen mij. Wat heb je aan mij? Niks. Goedzo. Ik kan het mes alsnog op je keel zetten en je bedreigen. Maar dat doe ik niet.” “Waarom Rus? Waarom wilt u mij nu alsnog doden en waarom blijf ik hier vastzitten? Ik heb toch niks verkeerd gedaan? En als ik niks heb, wat heeft u dan nog aan mij?” kijkt Sakura paniekerig. “Ik heb niks aan je, maar je bent zeldzaam, een machtig meisje vol kracht en energie. Iets wat je niet weet dat jij dat hebt, maar dat weet ik al. Ik weet het al vanaf je geboorte, en je moeder had het ook. Met haar is hetzelfde gebeurd, ze is opgesloten door mijn baas en is gedood. Je kan je mond maar beter houden en gehoorzaam blijven anders dan gebeurd met jou het zelfde, en dat willen we niet hè?” “Nee dat wil ik niet, en dat zal ook niet gebeuren! Ik kom voor mezelf op dus reken er maar niet op dat ik mijn mond ga houden voor iemand zoals jij.” “Niet tegenover mij, maar wel tegenover de Heer. Zwijg of zeg wat je zeggen wilt en houd daarna je mond.” Sakura draait zich om met haar gezicht richting de muur. Rus loopt naar haar toe en pakt haar bij haar kraag. “Kom we gaan naar de Heer, en ga daar je mond maar eens opentrekken. Ik weet bijna zeker dat je je mond wel houd.” Schreeuwt Rus in haar gezicht. Hij sleurt haar mee door de donkere gangen en mompelt soms iets. Er lopen veel rare gasten langs die allemaal Sakura staan uit te lachen. Sakura vindt het niet grappig en spartelt soms tegen, maar Rus is toch veel sterker. Als ze door de donkere gangen lopen en maar geen einde zien stopt Rus opeens. Hij kijkt om zich heen en ziet een bordje staan “Rida du Compa sie ta”. Rus weet blijkbaar wat het betekend want hij loopt ernaar toe en tikt erop. Hij loopt door en dan verschijnt er een deur, een deur met allemaal rare figuren, messen en andere wapens erop, maar ook bloed mensen die lijden van pijn. Rus moet er altijd om lachen hoe de Heer dit heeft bedacht. Het schrikt veel mensen af, maar de mensen die hier vastzitten zijn er inmiddels ook wel aan gewend. Rus opent de deur. Hij loopt nu door een hele lange gang, een gang waar het lijkt geen eind aan te komen, maar dat is wel. Er hangt weer een bordje waarop staat “Rida du Compa sie ta”. “wat betekend dat Rus?” vraagt Sakura met een angstige stem. “Het betekend. U volgt naar de Heer.” Rus kijkt Sakura erg streng aan, hij vindt dat ze beter normaal had kunnen doen in plaats van naar de Heer had kunnen gaan. De heer zal haar doden en zal de macht over haar krijgen. “Waarom kijkt u zo angstig? Heeft u een spook gezien of zo?” “Nee Sakura, maar het was geen slimme zet om naar de Heer te gaan, hij kan u doden en de macht over u krijgen. Ik weet niet waarom ik het zeg, maar ik wil dat je weet dat je nu gewaarschuwd bent en dat je weet wat er kan gebeuren of wat de gevolgen zullen zijn.” Sakura schrikt van wat hij net zei. Gaat ze dood? Maar waarom, waarom willen ze haar en haar doden? Wat moet ze hier eigenlijk. Op al deze vragen wil ze een antwoord en wel nu. Ze wil niet dood, niet voordat ze haar vader en Pim heeft gezien. Ze zijn pas bij elkaar en nou ziet ze hun alweer niet meer. Dit is het einde het einde van haar leven.
Als ze de deur van de Heer betreden vraagt Sakura of ze nog weg kunnen. Maar dat is niet meer mogelijk, ze hebben nu allebei de bordjes al aangetikt dus de Heer weet dat hij er elk moment kan zijn. Ze wil niet naar binnen, waarom kan ze niet gewoon teruggaan en dat Rus zelf alleen naar binnengaat. Maar dat vind Rus geen goed plan. “Je gaat gewoon mee en zegt nu ook tegen hem wat je tegen mij hebt gezegd. Ik vind het ook niet leuk dat je misschien doodgaat maar toch, je zorgt er zelf voor. Als je slim was geweest had je gezwegen en je mond gehouden. Maar nee hoor, Sakura trekt haar mond open met verder hele zware gevolgen. Ach meid, je moet het zelf maar weten hè. Het is tenslotte jou keus. Je moet doen wat je wilt en laten wat je niet laten kunt. Kom nou maar mee, dan kan je je mond opentrekken tegen de Heer.” En Rus sleurt haar mee. Hij doet de deur open en spreekt “Heer, we zijn er. Ik en dit meisje Sakura, het meisje met de krachten waar we al zolang naar opzoek waren. En nu is het hier, hier helemaal voor u, voor u alleen. “Oke, welkom Sakura, welkom in het Hof der Duisternis, niet zo slim hè? Om dit hof te betreden. Je weet nooit wat er gebeuren kan of wie je zomaar tegen het hoofd loopt. Hier wordt het niet gemakkelijk!”

Hoofdstuk 5 Het hof der Duisternis
Sakura wordt alleen gelaten met de Heer. Dit geeft haar geen fijn gevoel nu Rus weg is. Ze kon het op zich best wel met Rus vinden. Hij vertelde haar hoe het hier er aan toe ging. Gevaarlijk en eng, en nu wordt ze ook nog eens alleen gelaten met de man van het Kwaad. Ze vindt het eigenlijk wel heel eng en griezelig, maar toch is ze benieuwd wat er zal gaan gebeuren. “Euh, mag ik gaan zitten Heer?” “Natuurlijk, doe wat je niet laten kunt. Zeg Sakura, of hoe je ook heette, ik wil eventjes met je praten. Je bent speciaal voor mij en andere hier. Iedereen weet over je en je aanwezigheid hier. Iedereen voelt het, voelt dat je hier bent, je energie die je hier afgeeft. Iedereen wil jou hebben en nu ben je gewoon hier, ik kan het zelf niet eens geloven, niet eens geloven dat je nou voor me zit en dat je met me praat. Heel raar allemaal en een heel lang verhaal, veel te lang voor jou. Het heeft onder andere te maken met je moeder, die dus is overleden hier. Ik zie het niet zo graag gebeuren als dat ook met jou gebeurd. Maar dat laat jij denk ik ook niet gebeuren. Jij wilt hier niet eindigen, niet net nu je je tweeling broer en vader hebt gevonden. Je wilt het liefst een normaal leven met ze opbouwen en normaal en rustig verder leven. Een leven zonder problemen en zonder gekke en enge mensen om je heen. Akelig gewoon, maar je bent er nu al in beland dus het zal nog erg moeilijk voor je worden. Ik wil je best helpen, maar je bent een zeldzaam item voor me. Ik kan je niet zomaar laten gaan. Ik kan je doden en je lichaam bewaren, jij bent gegaan en ik heb jou. Eerlijke deal toch?” “Je wilt me dus toch doden, ik dacht dat je me wilde helpen me te bevrijden uit deze gekke plaats.” “natuurlijk wil ik dat, ik wil je doden en jij bent bevrijd. Jij je zin en ik mijn! En aangezien ik hier de Heilige Heer ben dus leider van deze gekke plaats kom jij hier niet zomaar vandaan, niet zonder een straf. Jou straf luidt dat je hier vijf jaar zal blijven. Je mag per maand een brief sturen naar vrienden of familie. Daar blijft het tot nu toe wel bij. Ga je meer uitspoken kan je dag zeggen tegen je brieven en kan je gedag zeggen tegen het aantal jaar dat je hier dan langer blijft en dat willen we toch ook weer niet hè meisje?” en hij kijkt haar strak aan. Sakura kijkt hem boos aan, ze wil duidelijk maken dat het haar niet zint. Ze wil het liefst weg, maar het is niet mogelijk. Alles en iedereen wordt hier per seconde in de gaten gehouden. De deur gaat open en het teken wordt gegeven dat ze mee moet. Ze loopt kwaad en met een gebogen hoofd richting de grond naar de deur waar de man hem openhoud. Ze wil wegrennen maar de man houd haar vast. Net alsof hij het had zien gebeuren. Ze wist het, alles hier is voorspelbaar. Ze weten wat je wilt gaan doen en wanneer. “Euh, als ik hier nu toch ben.. mag ik dat van u een blaadje en een pen? Dan kan ik een brief naar mijn vader en mijn broer sturen.” “Maar natuurlijk. Het ligt allemaal in de kast, je kan het pakken met toestemming van mij. Hier is een pen, en daar ligt een blaadje. Begin maar met schrijven en als je het op hebt geef het aan mij. Ik leg het bij de andere post en dan sturen wij het voor je op. Sakura begint ijverig te pennen. Eigenlijk weet ze niet goed wat ze moet schrijven. “Hallo Papa en Pim. Ik ben nu bij Rus en de Heer. Het bevalt me helemaal niet hier, maar ik doe maar wat ze tegen me zeggen anders weet ik dat mijn leven niet lang zal duren hier. Mama is hier ook doodgegaan en ze zeggen als ik met een grote mond hier rond ga lopen dat ik hier ook dood zal gaan. Maar ik wil niet dood papa, kom me alsjeblieft halen! Ik wil hier weg en wel nu. Maar het is onmogelijk om hier te komen. Je moet de opening van de goede naar de slechte (deze) wereld vinden. En dat is heel moeilijk. Ik mag een brief per maand sturen, stuur alsjeblieft dan zelf brieven ook al schrijf ik niet terug. Ik wil ook weten hoe het daar is. Rus verteld me veel over wat hier gebeurd en hoe het er aan toe gaat. Daar ben ik hem ook dankbaar voor, maar toch.. hij zegt wel tegen mij dat het mij ook kan overkomen. En dat ik dat niet moet laten gebeuren. Ik schrijf nu deze brief en ik denk dat ik wel actie moet ondernemen. Anders zit ik hier voor altijd. Tenzij jullie hier kunnen komen en mij te komen redden. Als ik een brief mag schrijven schrijf ik jullie alles wat ik weet en over wat er hier gebeurt. Papa, ik wil zeggen dat ik van je houd. En je nooit meer kwijt wil, ook al ken ik je pas net.. ik laat je niet gaan en jij mij ook niet. Doe een knuffel en kus aan Pim. Ik moet nou stoppen met schrijven, ze doen hem morgen op de post. Ik hoop dat hij aankomt! Groet en groet, van Sakura.” Sakura vouwt de brief dubbel en geeft hem aan de Heer. “Heer? Hoe wordt de brief verzonden en hoelang duurt het voordat hij aankomt?” De Heer reageert niet en heeft niet eens in de gaten dat ze praat. Laat staan, hij weet amper dat ze er nog is. Sakura loopt muisstil richting de deur, die nog open stond, ze loopt weg en dan krijgt ze de kans te rennen. Ze ziet gangen en deuren maar nergens zijn ramen. Ze kan alleen denken aan rennen en vluchten. Ze wil zo graag weg hier, maar hoe? Nergens ziet ze een grote deur die haar kan leiden naar buiten. In de verte ziet ze een deur, een deur die groter is dan alle andere deuren, eentje die niet op zou vallen maar toch is hij bijzonder. Sakura kan alleen nog maar denken dat die deur de uitgang is van de hel hier. Sakura rent naar de deur toe en wil hem opendoen. Hij zit op slot, maar er is geen slot te zien. Hoe kan dat? Een deur zonder slot, maar hij gaat niet open. Ze ziet naast de deur een lasersleuteltje hangen. Ze drukt op de knop en de deur schiet open. Een grote witte lichtflits komt naar binnen, wat was dat nou? Sakura loopt door de deur en de deur achterhaar schiet dicht. Ze betreed nu een donkere ruimte waar je niks kan zien. Dan ziet ze een raam waar planken voor zitten. Ze loopt ernaar toe en wil de planken eraf halen, maar dit gaat niet, de schroeven zitten veel te goed vast. In een hoekje ziet ze beweging, geen grote bewegingen maar kleintjes, het probeert te verschuiven, alsof het vast zit. Ze loopt ernaar toe en ze ziet een jongen, een jongen die vast zit aan de muur, ze maakt hem los van de muur maar zijn handen zitten nog vast. Sakura wil proberen de handen van de jongen los te maken, maar het lukt niet. “Jongen, wat is jou naam?” vraagt ze dan maar. Sakura gaat naast hem zitten tegen de muur. “Syaoran, en wie ben jij?” “Ik ben Sakura. Ik ben hier nog niet zolang, maar even een vraagje, wat doe jij hier? En hoelang zit je hier al dan?” “Ik ben hier ongeveer een maandje, ik wilde ontsnappen via deze deur, ik dacht dat het de uitgang was. Maar toen kwam ik dus in deze kamer, er stond toen nog een bank en andere spullen. Ik besloot hier te blijven omdat ik hier wel goed kon overnachten. Toen kwam er drie dagen later een man binnen, hij wist niet dat ik hier was en hij vond me. Hij had mij hier opgesloten en alle spullen weggehaald. Nou vandaar dat ik hier dus zit, maar wat heb jij allemaal al meegemaakt hier en hoelang ben jij hier dan al?” kijkt de jongen haar nieuwsgierig en belangstellend aan. “Ik zit hier eigenlijk pas sinds vanochtend maar ik werd al heel lang gezocht. Ik wilde net ook via deze deur ontsnappen maar toen zag ik jou. Ik ben blij dat ik iemand heb gevonden in deze saaie donkere hel!”

Hoofdstuk 6 Samen
“Samen, we zijn in ieder geval samen! Eindelijk na zo’n lange tijd heb ik ook iemand gevonden om mee te praten en om mee om te gaan. Eerst zat ik bij een groep oude mannen waar ik me niet echt thuis voelde. Ik werd min of meer gebruikt door ze, ik moest alles voor hun doen en het werd me zo ongeveer gedwongen. Ach ja, ik deed maar want anders wist ik ook dat het niet goed ging komen.” Het lijkt wel alsof Syaoran moet huilen, huilen van verdriet maar tegelijk ook van blijdschap, blijdschap omdat ze samen zijn. Ze hebben eindelijk iemand en dus niet meer alleen in dit vreselijk leven. Sakura gaat dichter naast Syaoran zitten. “Ik heb het koud, zal ik kijken of er een deken is, hier zo ergens?” vraagt Sakura verlegen. “Eh, ja is goed hoor, ik kan niet meegaan ik zit vast weet je nog. Ga jij maar alleen want ik heb het ook nogal koud. Kun je er misschien twee meenemen?” Syaoran ziet dat Sakura bloost, maar voordat Syaoran nog dag kan zeggen is Sakura al op zoek naar dekens. Ze kijkt in de kasten maar die zijn alleen maar leeg en stoffig. Dan loopt ze door de donkere en verlaten gangen. Ze kijkt in een soort van slaapkamer. Ze kijkt in de kasten, dozen en alle hoeken maar ze kan nergens een deken vinden. Dan valt haar blik op het bed. Ze kan natuurlijk ook de dekens en lakens van het bed meenemen. Sakura trekt de dekens van het bed af en sleurt er mee door de gangen terug naar de kamer waar Syaoran is. Als ze binnen komt is het wel veel donkerder dan in de hallen. Ze gooit de dekens neer en gaat terug naar de kamer, ze had een soort van kaars zien staan. Ze pakt hem en loopt naar de kamer waar Syaoran in zit. “Het is nou veel lichter” zegt ze. “Inderdaad, dankjewel Sakura. Heel lief van je dat je dit allemaal voor me doet.” En Syaoran zit stil en kijkt haar aan. Gewoon kijken zonder iets te zeggen. Zo is het dus even doodstil. “Oja, hier is de deken. Als je het licht niet fijn vind moet je het maar uitdoen.” Sakura pakt ook een deken en wikkelt het om haar heen. “Slaap lekker Syaoran.” “Slaap lekker Sakura. Geen nachtmerries krijgen hè.” “Nee dat gebeurt niet, ik ga nou lekker slapen, als jij het eng vind kruip je maar lekker tegen mij aan. Dat mag wel van mij hoor.” Sakura doet haar ogen dicht en ze voelt dat twee handen, hele kleine handen om haar middel naar haar buik grijpen. Ze weet dat het de handen van Syaoran zijn en ze heeft er geen problemen mee. Zo liggen ze warm en dicht tegen elkaar aan.
De volgende ochtend, een donkere ochtend. Zo donker is het nog nooit geweest. Het licht is uit en Syaoran is weg. Waar is hij nou? Hoe kan dat? Hij kon toch niet weg. Zijn handen zitten aan elkaar vast. Maar dat is raar, Sakura loopt naar de deur, ze ziet alleen een lege en verlaten gang. Hij zal zich vast aan het wassen zijn. Laat het maar zo zijn dat hij dadelijk terug komt. Sakura gaat naar de wc en poetst daarna even haar tanden. Ze zingt terwijl ze zich aan het wassen en aankleden is. Syaoran is nog steeds niet terug gekomen. Dan hoort ze iets vallen, alsof iemand een beweging maakte terwijl dat niet de bedoeling was. “Syaoran? Ben jij dat, Syaoran? Alsjeblieft, zeg dat jij het bent, kom nou maar Syaoran. Het is niet meer grappig of deed je dit niet expres? Syaoran! Zeg nou maar dat jij het bent en kom nou maar te voorschijn.” Sakura is verbaast dat hij niet komt, is het Syaoran eigenlijk wel? Ze loopt naar de plaats toe waar ze dacht dat het voorwerp was gevallen. Er ligt een doos open op de grond, er zit niks meer in en er is niemand meer te zien. Hoe kan dat nou? Wie was hier geweest en waarom? Sakura ziet dat er een deur aan het eind van de gang openstaat. Ze loopt ernaar toe en is nieuwsgierig naar wie hier nou zou zijn geweest. Ze loopt met haar tandenborstel in haar mond door de gangen rond. Ze moet natuurlijk wel goed onthouden hoe ze dadelijk terug moet. Waar is Syaoran nou? Sakura krijgt een rotgevoel in haar buik, een gevoel van angst. Angst om nog een keer iemand kwijt te raken, misschien is hij wel dood, of is hij niet eens meer hier.. nee zo is Syaoran niet, hij zou haar wel gedag komen zeggen als hij hier weg mocht. Maar dan zou het dus betekenen dat er iets ergs met hem is gebeurt, of het nog gaat gebeuren! Sakura rent door de gangen, ze is opzoek naar die deur, die deur van de Heer. Maar waar was het ook al weer? Dan ziet ze het bordje waarop staat:
“Rida du Compa sie ta”. Dat bordje had Rus aangetikt toen ze naar de Heer toegingen. Sakura besluit het bordje aan te tikken en het te volgen richting het volgende bordje. Ze tikt het aan en rent naar het volgende bordje. Dat bordje tikt ze ook aan en nu kan ze naar de deur van de Heer toe lopen. Ze klopt en de deur gaat open. “Dag Heer, u kent mij waarschijnlijk nog wel. Ik heb een vraag. Zou u die willen beantwoorden? Of mag ik eigenlijk niet eens meer binnen?” vraagt Sakura, maar je kan horen dat haar stem zenuwachtig is. “Sakura was het toch? Ja, kom maar binnen. Hoe weet jij van het aantikken van de bordjes? Ik dacht dat Rus zou komen. Maar jij was het. Maar vertel, welke vraag heb je? Ik kijk wel of ik er een antwoord op kan geven.” “Dank u wel, Heer. Nou ik heb het van Rus. Ik had het hem zien doen toen ik hierheen kwam. Maar mijn vraag is waar Syaoran is gebleven? Ik sliep vannacht bij hem en nou is hij zomaar verdwenen. Ik wed dat een van jullie hem heeft meegenomen. Zou u kunnen zeggen waar hij is en wat er met hem gaat gebeuren?” vraagt Sakura. “Sakura, hij is een jongen, iemand zoals jij bent. Jullie zijn allebei apart en zeldzaam. Er zijn niet veel mensen in de wereld zoals jullie, Sakura. Je moet dat kunnen begrijpen. Ja het zou goed kunnen dat ze hem daar hebben weggehaald. Iedereen wil hem hebben, en als ze wisten dat jij ook zo was, namen ze jou ook nog mee. Daarom moet je hier enorm uitkijken. Ik kan je niet zeggen waar hij is, maar ik weet dat ze hem ergens vast zullen houden en dat het misschien niet goed met hem afloopt als je hem niet op tijd red. Zorg dat je hem terugkrijgt en dat je veilig samen blijft. Let goed op elkaar, Sakura. Begrijp dat en vergeet dat nooit meer! Je kan nu maar beter gaan.” Zegt de Heer tegen haar. Hij kijkt haar aan alsof ze heel belangrijk is. “Maar waarom ben ik zo belangrijk voor iedereen? Waarom mogen ik en Syaoran niet gewoon vrij rondlopen. Ik wil een normaal leven, een leven zoals iedereen buiten deze donkere hel, Heer! U maakt ons leven kapot en iedereen die hier zit zal hier later een trauma aan over houden. Dankzij u. En ik was zelf al van plan weg te gaan, Heer.” Sakura draait zich om en wil weglopen. “Sakura, wacht nog heel even. Ik weet het, ik weet dat je een normaal leven wil, dat wil iedereen hier. Maar Sakura, je bent magisch, je hebt speciale krachten in je en die wil iedereen hebben. Er is nou eenmaal niks aan te doen. Je moet jezelf maar goed verborgen houden voor alle anderen, behalve voor Syaoran natuurlijk. Je kan hem maar beter nog niet opzoeken en proberen erachter te komen waar hij zit. Succes, Sakura.” Sakura draait zich nu wel om en loopt weg. Sakura denkt goed na over wat de Heer had gezegd “Sakura, ga niet opzoek. Probeer eerst te weten te komen waar hij vast zit of waar hij is.” Maar Sakura denkt alleen aan Syaoran. Waar is hij?”

Hoofdstuk 7 Syaoran
Syaoran zit vast in een hele kleine kamer. “Waarom werd ik nou weggehaald, stomme slappe zak? Ik wil terug! Sakura wacht op me, ik weet het zeker. Of ze komt me halen en dan zijn jullie er bij. Ze kan jullie allemaal met een vinger aan dus ik zou me maar vrij laten als ik jullie was, stelletje donders! Kom op, ik wil weg hier. Wanneer laten jullie me nou eens gaan of wat moeten jullie nou met mij? Ik doe niks, ik reageer nergens op en toch wordt ik gepakt, waarom? Hallo, reageert iemand op mij? Of zijn jullie ook nog doof, stomme dikzak.” Zegt Syaoran boos. “Ja, wij zijn niet doof hoor, Syaoran. Wij, eigenlijk iedereen, is opzoek naar jou. Je bent ‘n zeldzaam persoon, als je dat nou accepteert en niet meer moeilijk loopt te doen. Je bent binnenkort vrij, helemaal vrij! We hebben jou alleen even nodig, Syaoran.” “Nee ik wil nou vrij zijn, hoelang gaat dat wel niet duren dan? Ik wil weg hier, jullie hebben geen enkele goede reden om mij hier vast te houden. Ik heb jullie niks misdaan en jullie houden mij dus vast voor niks. Laat me vrij of ik haal de Heer en Sakura erbij. Als jullie lef hebben dan moet je ook zo sterk zijn om met de Heer en Sakura te kunnen praten. Let maar op hun zijn veel sterker dan jullie. Vieze stinkerds, laat me gaan stelletje gekken. Wat denken jullie wel niet, mij vast houden en er onderuit kunnen komen straks. Ik denk het toch maar niet.” “Syaoran. Jij begrijpt er werkelijk niks van.”onderbreekt de man hem, “Het is nou eenmaal zo dat je zeldzaam bent. Dat is nou al een van de miljoenste keer dat ik dit zeg maar jij onthoud het gewoon niet. Wij laten jou niet gaan, klaar. Zo iemand als jij laten we niet mis lopen! En nou houd ik mijn mond tegen jou, ik besta niet voor jou, barst maar!” schreeuwt de man nu boos. “Nee, jij negeert mij niet, en anders blijf ik net zolang tegen je praten tot dat je gek van mij wordt en je weg wilt. Dan kan ik tenminste ook weg. Snap dan dat dit niet leuk voor mij is, en dat jou leven door mij dus nou ook totaal wordt verpest. Sorry hoor, stelletje sukkels!” nou word Syaoran ook boos. “Vieze verraders, laat me gewoon gaan, doe niet moeilijk! Ga weg, laat mij ook vrij. Je maakt het alleen maar moeilijker voor jezelf. Ik weet dat je me negeert, maar toch hoor je me! Ik weet het gewoon, je kan niet stoppen met luisteren, al wilde je het zo graag, hou alsjeblieft op met me te negeren en laat me vrij. Ik heb voor de laatste keer jullie niks misdaan! Dus sodemieter op!” de man liep nu naar Syaoran toe en gaf hem een klap recht in zijn gezicht, je zag de rode, warme vlek op Syaoran’s wang nog zitten. Je hoorde de klap ook goed, maar voor Syaoran deed het geen enkele pijn. “Nee Syaoran, nog één laatste keer. Ik blijf waar ik ben en ik blijf je vanaf nu negeren. Zoals je al wist laat ik je dus niet gaan en dit verpest mijn leven niet. Dit vrolijkt mijn leven op, jongen!” en nou draait de man zich van hem af en gaat om de hoek tegen een muur aan zitten. Hij houdt Syaoran nog wel steeds in de gaten maar blijft stil. Zo nu en dan verschuift Syaoran een beetje en kijkt de man steeds naar binnen. Syaoran gaat tegen de muur aan hangen en vraagt of hij een deken kan krijgen. De man belt naar een handlanger en vervolgens komt er een man met een muts op naar hun toe gerent, hij geeft de deken af en rent weer terug. Syaoran wil gaan slapen en dan ziet hij dat de man ook een deken heeft, Syaoran doet net of hij slaapt. De man sleurt zijn stoel met niet normaal geweld mee naar binnen en gaat zitten. Hij trekt een deken over zich heen en trekt zijn muts ver over zijn hoofd. Je hoort hem al snurken voordat hij echt slaapt. Syaoran besluit vanavond maar te vertrekken. Hij wil zo snel mogelijk weg, maar hij wacht nog wel even. Als hij een aantal uren heeft zitten wachten totdat hij zeker weet dat de man slaapt wil hij weggaan. Hij sluipt achter de man door en als hij bij de deur is komt het moeilijkste, ontsnappen! Syaoran doet de deur voorzichtig open alsof zijn leven er dus daadwerkelijk vanaf hangt. Maar misschien is dat ook wel zo, en als hij gesnapt wordt, dat hij dood gaat. Als Syaoran de deur bijna voorbij is hoort hij beweging, is dit een beweging van de man? Maar die sliep toch? Hij ziet als hij terug kijkt dat de man rolt, hij rolt overal heen, maar hij wordt niet wakker. Syaoran besluit snel op te schieten voordat hij wel wakker wordt. Syaoran rent weg, hij is vrij. Hij is ontsnapt uit die kleine ruimte, ontsnapt aan de enge man. Hij wil springen van blijdschap maar hij is nog lang niet ver genoeg weg.